Bekijk het origineel

Oppositie tegen vrijgeven van soft-drugs

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Oppositie tegen vrijgeven van soft-drugs

Eerste kamer wijst op gevareri

5 minuten leestijd

DEN HAAG Het grote verschil tussen de huidige opiumwet en het nieuwe . wetsvoorstel inzake de drugsbestrijding is dat de oude wet slechts één algemeen strafmaximuni heeft voor verschillende vormen van wetsovertreding. Dit zei minister Van Agt gisteren tijdens zijn verdediging van het nieuwe voorstel ten aanzien van het te voeren drugbeleid in de Eerste Kamer.

Tegenover het algemene strafmaximum, van de bestaande opiumwet komt het voorstel in plaats van vier jaar voor grensoverschrijdende handel nu een maximum van acht jaar plus eventueel een geldboete van 250;000 gulden. Tegenstand ondervond de minister van justitie niet zozeer over het beleid ten aanzien van handel, gebruik en het in bezit hebben van hard drugs, omdat de afgevaardigden zich ihet zwaardere straffen voor deze categorieën wel konden verenigen.

Dit in tegenstelling tot het voorgestelde beleid ten aanzien van de zogenaamde soft drugs ofwel de drugs met een aanvaardbaar risico. Vooral senator De Jong (VVD) uitte in scherpe bewoordingen zijn ongenoegen over de vrijgeving van soft drugs tot dertig gram. Hij beschuldigde de bewindsman er van onder het enkelvoudig verdrag uit te kruipen.

De heer De Jong zei zich af te vragen, of de maximale straf gesteld in de opiumwet, ooit wel eens was toegepast. Ook de differentiatie aangebracht in het nieuwe wetsvoorstel vond bij hem geen weerklank. ,,Is er soms in het huidige strafrecht ook srpake van differentiatie bij diefstal?", zo vroeg hij zich af. De VVD diende een motie in, waarin werd gesteld dat alles in het werk gesteld moet worden om handel in en gebruik van hennepprodukten in buurten jeugdhuizen, zeker als deze door de overheid worden gefinancierd, tegen te gaan.

Genot middel

Minister Vorrink (Volksgezondheid en milieuhygiëne) stelde dat de aandacht voornamelijk gericht moet worden op het bestrijden van produkten met een onaanvaardbaar risico, zoals bijvoorbeeld heroïne. Zij ziet het gebruik (zolang als het beperkt blijft) van hennepprodukten hetzelfde als het gebruik van tabak en alcohol, namelijk als een normaal genotmiddel. De bewindsvrouwe vond dat het beleid niet gericht moet worden op de gebruiker van produkten met een onaanvaardbaar risico die we, zo zei ze, als patiënten moeten zien, maar voornamelijk op de handelaren.

Als prioriteiten in het beleid merkte zij aan het verlenen van hulp en het geven van voorlichting over de eventuele gevolgen van het gebruik van drugs. ,,We moeten ons ervoor wachten alle gevallen van druggebruik en handelaren op één hoop te gooien. Dit zal tot effect hebben dat men de waarschuwing niet meer serieus zal nemen", aldus minister Vorrink.

Zij was het met de heer Meuleman (SGP) wel eens, dat het gebruiken van drugs geen moeilijkheden voor betreffende personen oplost. In ieder geval niet voor lange duur, maar wel voor een bepaalde tijd, zo merkte zij op.

Moeilijk had minister Van Agt het met de beschuldiging van de heer Brongersma (PvdA) die stelde dat het strafbaar stellen van hard druggebruikers

alleen een manier is om deze mensen j^edwflngen verpleging op te- leggpn. „Dit is oneigenlijk gebruik van de strafwet", aldus de PvdA-er.

Ernstige vormen

Dat het gebruik van en de handel in hard drugs ernstige vormen gaat aannemen, blijkt wel uit de cijfers van inbeslagname van heroïne. Werd er in 1971 nog maar 0,05 kg van deze stof in beslag genomen, in 1975 was dit al 59 kilo, terwijl dit jaar tot nu toe al 41 kilo in beslag werd genomen. En dat vele gevallen van bezit van soft drugs door de politie worden geseponeerd, komt volgens minister Van Agt, omdat de politie overbelast is en zich daarnaast speciaal toelegt op het opsporen van drugs met een onaanvaardbaar risico.

Hij zei het geen goede zaak te vinden om tienduizenden jongeren te vervolgen en aantekening te geven voor een overtreding, terwijl er eigenlijk alleen maar sprake is van een cultuurverschijnsel met tijdelijke aard.

Ontkerstening

De heer Van Marion (Boerenpartij) legde verband tussen het gebruik van drugs en de ontkerstening van het Nederlandse volk. Hij zei verder de wetswijziging inconsequent te vinden, omdat van tevoren al gesteld wordt dat overtredingen betreffende softdrugs niet vervolgd zuilen worden.

De differentiatie in de strafwetgeving inzake het gebruik van en de handel in drugs was voor de heer Meuleman op zichzelf geen bezwaar, zo zei hij, maar hij kon zich niet verenigen met het voorstel voor zover het de verlichting van straf betrof voor het gebruik van en het in bezit hebben van minder dan dertig gram hennepprodukten.

„Het is nodig", zo zei hij, verder de drugverslaafden te wijzen op een beter en heilzamer perspectief. De mens als schepsel Gods dient zich te laten leiden door Gods Woord. Dit zegt ons, dat onze leven niet onszelf toekomt maar God. Het eist dat-wij ons lichaam gebruiken tot Gods eer", aldus de heer Meuleman.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 16 juni 1976

Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's

Oppositie tegen vrijgeven van soft-drugs

Bekijk de hele uitgave van woensdag 16 juni 1976

Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's

PDF Bekijken