Bekijk het origineel

Kamer wil eventueel looningreep toestaan

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Kamer wil eventueel looningreep toestaan

PvdA wil minder korting op minimumloon

4 minuten leestijd

DEN HAAG — De Tweede Kamer verleende gisteren aan de regering de bevoegdheid om in de tweede helft van dit jaar in de lonen in te grijpen. Van de regeringsfracties onthielden zeven PvdA-ers en drie leden van de PPR hun stem aan de Wijziging van de wet op de loonvorming. Verder stemden alleen CPN, DS'70 en de PSP tegen het voorstel.

De zeven socialisten Konings, Voort. man, Spinks, Albers, Hartmeijer,. Drenth en Poppe vonden het principieel onaanvaardbaar dat de overheid onder de huidige economische omstandigheden het arbeidsvoorwaardenbeleid kan bepalen zonder dat ook maar de geringste zekerheid bestaat dat er ook meer arbeidsplaatsen zullen worden geschapen. Evenmin zijn zij er van overtuigd dat de koppeling mét de voorstellen tot vergroting van de invloed der personeelsvertegenwoordiging gehandhaafd zal kunnen worden. Overigens betekent hun stemgedrag niet dat zij hun vertrouwen in het kabinet-Den Uyl opzeggen.

Dit gold ook voor de radikalen Coppes, Jansen en Van der Heem-Wagemakers, die hun twijfels uitten over de effectiviteit van het instrument dat de regering nu in handen krijgt als het gaat om de beheersing van prijzen en tarieven.

PvdA-woordvoerder Van der Doef zei dat de meerderheid van zijn fractie genoegen kon nemen met de belofte van minister Boersma dat ontkoppeling van de wet en de feitelijke toepassing ervan mogelijk is. De druk op het centraal overleg is weggenomen en de fractie verwacht van de regering voorstellen die voor de vakbeweging aanvaardbaar zijn. Hij wees met nadruk op de samenhang van het loon- en inkomensbeleid met de hervormingsvoorstellen van de regering, die naar hij verwacht met verve door het kabinet zal worden verdedigd.

Ook de VVD-fractie steunde het regeringsvoorstel. Volgens woordvoerder Rietkerk omdat zijn fractie het belang van de bestrijding'der werkloosheid en de inflatie voorop stelt. Hij wilde echter niet vooruit lopen óp de inhoud van een eventuele loonmaatregel.

Minister Boersma van Sociale Zaken wees de Kamer er op hoe broodnodig deze wetswijziging is. Dat de inflatie ver is ingevreten blijkt wel uit de afwijzing van het bescheiden regeringsvoorstel in het centraal overleg, een voorstel dat praktisch dezelfde koopkracht tot gevolg heeft als het FNV-voorstel. Volgende week, als de Kamer de zgn. éénprocents-operatie behandelt, hoopt de minister nadere informatie te verstrekken over zijn confrontatie met de Stichting van de arbeid die nog deze week plaats vindt.

Boersma sprak eveneens de verwachting uit dat de hervormingsvoorstellen van de regering nog voor de verkiezingen de Kamer zullen passeren, zonder d^t hij daarbij het recht van amendement van de Kamer zou willen ontkennen. Hij kwam met deze laatste toevoeging op de lijn KVP-fractievoorzitter Andriessen, volgens wie de Kamer het recht en de plicht heeft de regeringsvoorstellen „stuk voor stuk op hun eigen merites te beoordelen". De tirades aan het adres van de KVP, o.a. afkomstig van PPR-leider De Gaay Fortman, noemde de minister van Sociale Zaken niet bevorderlijk voor de levensvatbaarheid van het kabinet. „Die levensvatbaarheid zal volgende week moeten blijken als in deze Kamer beslissingen moeten worden genomen", vond hij.

Minimumloon

Ten aanzien van de herziening van het wettelijk minimumloon bleef het misverstand tussen de minister en de socialiste Barendregt vooralsnog onopgelost. De minister stelt dat het minimumloon dit jaar nominaal met 13 procent zou stijgen als de regeriijg niet de bevoegheid krijgt enige matiging, zoals in de wetswijziging voorgesteld, op te leggen.

Deze matiging beloopt bruto ongeveer ƒ 250,-. De minimumtrekker ontvangt dan over de periode van juli tot december 1976 geen ƒ 500,- bruto ofwel ƒ280,- netto, maar ƒ250,- bruto of ƒ140,- netto. Mevrouw Barendregt is van mening dat de minimumloontrekker per 1 januari 1977 volledig voor de opgelopen schade over de tweede helft van 1976 schadeloos gesteld moet worden, een mening die zij in een wijzigingsvoorstel heeft neergelegd.

minister Boersma wees erop, dat in de ontwikkeling tussen minimumloon en contractloon een gat zou ontstaan omdat de stijging van het contractloon beperkt blijft tot 9 procent. „Hoe pijnlijk ook, ik hecht er aan dat ons voorstel door de Kamer wordt aanvaard."

Aan haar wijzigingsvoorstel kleven, volgens de bewindsman, bovendien grote technische bezwaren doordat minimumloon en een groot aantal daaraan gerelateerde uitkeringen uiterst nauw met elkaar zijn verweven. Zo zijn er alleen al 1,7 miljoen uitkeringsgerechtigden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 16 juni 1976

Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's

Kamer wil eventueel looningreep toestaan

Bekijk de hele uitgave van woensdag 16 juni 1976

Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's

PDF Bekijken