Bekijk het origineel

Vallen in des Heeren hand

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Vallen in des Heeren hand

14 minuten leestijd

Wat betreft het vraagrstuk der inenting hebben we ons altijd verbonden gevoeld met dat volk, dat op grond van zijn geloof in de Voorzienigheid Gods (Heid. Cat. zondag 10) meende niet te mogen vooruitgrijpen op de dingen Gods. Inenting is dan een zich dekken voor een kwaad waarvan hij niet weet of het hem treffen zal.

De zekerheden worden, evenals bij verzekeringen, gezocht buiten het Woord en het vertrouwen op God in Zijn almacht en vrijmacht. Dezulken worden in de Schrift gewaarschuwd (Amos 6 vers 1). Daarbij achten we het een zich haasten, een vooruitlopen, vol ongeduld, zorg en bevreesdheid (zie Jes. 28 vs. 16). Hoewel de voorstanders zeggen niet te vertrouwen op inenting, meent men toch daarin een stuk veiligheid te vinden zo leert de praktijk. En wanneer dat zo is, dan is de bekende tekst van Job. 12 vs 6 zeker van toepassing.

Maar velen mogen in geloof een andere weg gaan, in volle afhankelijkheid en heilige onbezorgdheid (Mt. 6 vs. 30v en Jac. 4 VS. 13-16). Dat is een leven uit Gods hand in de dagelijkse noden. Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad. (Mt. 6 vs. 34). Dan is er ook de bede om dagelijks brood. Dat volk weet dat het in het hart zo gaarne rijk is buiten Ood en daartoe is inenting zo geëigend (Mc. 10 vs. 24, 1 Tim. 5 vs. 17, Ps. 49 VS. 12 en Lc. 12 vs. 19). De gang van koning Asa aan het eind van zijn leven is van nature ook hun gang.

Vaderlijke Hand

Voorts geldt dat er een angst ligt om God de wil en de wet voor te schrijven. Hem voorwaarden te stellen, hetwelk de bede „U wil geschiede" maakt tot een loze vorm. Mocht er meer gevonden worden: het alle dingen uit Gods Vaderlijke hand ontvangen. Dat is er alleen wanneer een ziel wederomgeboren deze geloofsbelijdenis mag beleven.

Dan is de Vaderlijke hand Gods iets anders dan een star noodlot, wat men hen verwijt. Neen zij leven niet met een heidens fatalisme of daardoor beïnvloed. Bovendien is dit bezwaar ook altijd naar voren gebracht t.a.v. de leer van Gods vrije voorbeschikking. Maar de Kerk belijdt hierin niet een star principe. Het zij geen dode orthodoxie, maar levende afhankelijkheid van Iemand, nl. God die in alles voorziet.

We dienen trouwens in heel deze zaak te bedenken dat al wat uit het geloof niet is, zonde is. En dat het onmogelijk is buiten het geloof om Oode te behagen. Noodzakelijk is het Levende geloof werkzaam door Gpds Geest (vgl. H.C. 81 en Ef. 6 vs.46), Hetigaat.er mij dus niet om de zaak in het . emotionele vlak te trekken, maar het laatste woord is aan de Schrift, niet aan Calvijn of anderen, maar de gehele Schrift en de Geest der Schrift.

Zo zijn er ouders die belijden en geloven. Ouders, zondige ouders, liefhebbende ouders met een hart voor hun kinderen, die ook in het uiterlijke trachten de meer beleden en geprezen, dan de innerlijk doorleefde en in de praktijk beoefende leer vast te houden. Zij weten dat, hetzij ze leven, hetzij ze sterven, ze naar lichaam en ziel losen vrijgekochten des Heeren zijn. Dat weten ze met de H.C. antw. 1 en daarom weten ze ook van Ps. 121 in alle wegen, ook deze weg waarin ze niet mee kunnen gaan.

Persoonlijke zaak

Zeker allerlei vragen zijn er. Moet een predikant spreken en wat moet hij spreken of moet/mag hij zwijgen? Uiteindelijk is het m.i. een persoonlijke zaak. Een ieder diene in eigen gemoed ten volle verzekerd te zijn. Dat geldt natuurlijk voor- en tegenstanders beide. Daarbij wil ik een ander niet deze zaak opleggen, maar wie het inenten zonde is, die is het zonde. Vanzelf wijzen we alle overheidsdwang ten zeerste af.

Wel ben ik zeer bevreesd dat bij de meeste voorstanders de leidraad enkel is de angst (waartegen men zichzelf verzekerd) of de rede die kan spreken zodat het bijna aanvaardbaar, ja dwingend schijnt om toch in te enten. Wat wordt de rede (toch verduisterd door de zonde) ook door rechtzinnige mensen verafgood. Heeft het hart niet redenen die de rede nooit verstaan kan? Zijn er geen gevoelsargumenten? Zijn er bovenal geen geloofsargumenten? Zijn die minder dan het verstand? Ik dacht van niet. Vandaar dat we ondanks de massa der voorstanders, de communicatiemedia en de wetenschap niet mee kunnen doen.

Velen verafgoden de voorbehoedmiddelen. Waar is het einde? Zal het einde het begin verklaren? Dat we toch niet bewust of onbewust meedoen met de geest des tijds. Men acht ons zwakken? Omdat we de minderheid vormen? Is dat doorslaggevend? Dat dan ook de zwakken verdragen mogen worden. Daar ontbreekt het nogal eens aan. Veel begrip is er niet voor hen die wel middelen gebruiken, maar ondertussen vragen: welke, hoe, waartoe, wanneer enz. En op grond van die vragen wel eens neen moeten zeggen, vooral tegen middelen die verzelfstandigd worden en waarbij God niet meer nodig is. Ach heeft de Heere niet gezegd dat Hij helpt in nood! Hij is het die zegt: wie bidt, die ontvangt: Dan heeft de Kerk een God die machtiger is dan alle ziektes en alle medicijnen en voorbehoedmiddelen. Hij vergeeft de zonden en heelt de krankheden (Jes. 53 en Ps. 103).

Verantwoordelijkheid

Veelal wordt ons verweten dat we de menselijke verantwoordelijkheid uitschakelen, vergeten dat men de verantwoordelijkheid van de mens ook verkeerd kan inschakelen zoals op theologisch vlak de Remonstranten deden en doen.

Ik ben van mening dat in de praktijk het gebedsleven niet bevorderd wordt door inenting. De menselijke verantwoordelijkheid in dezen valt dan weg. Juist daar ligt dacht ik, de verantwoordelijkheid dat er gebed en gebedswerkzaamheden zijn met lichaam en ziel van de kinderen. Dat is geen valse lijdelijkheid. Zo wordt de verantwoordelijkheid niet uitgeschakeld, maar gevoeld en opgebonden.

Tegenover valse lijdelijkheid en vals activisme staat dan het geduldig zijn in tegenspoed door lichaam en gezondheid der kinderen in Gods hand 'over te geven, vanuit Mat. 10 VS. 29-31, dan volgt in vers 32 een belijden. Dan wordt H.C. 1 ook in dezen praktijk, praktijk der godzaligheid. Dat vraagt een stuk zelfverloochening van ouders om zo hun kinderen in Gods hand over te geven...

Zo wordt 1 Tim. 5 vs. 8 aangehaald om ouders te verwijten dat ze hun kinderen niet inenten. Men verwijt hen liefdeloosheid, hardheid en zelfs God verzoeken. Het is nog de vraag wie God verzoekt: is het maatregelen nemen tegen iets wat de Heere (nog) niet deed ook God verzoeken? De middelen zijn meestal tegen de gevolgen en de straffen, maar is inenten geen middel tegen de oordelende Ood zelf?

Persoonlijk kan ik er niet in mee komen, daar ik van mening ben dat inenten is een vrezen tegen eventueel mogelijke dingen die naar Gods Raad geschieden, een bijna afzweren van de straffen Gods. Gods Kerk mag toch wel eens ervaren dat de slaande hand dezelfde is als de verzorgende, nl. in Christus de Vaderhand.

Dat we dan in die Hand de kinderen, door genadewerking in het hart, eens over mochten geven. In kinderlijk (zijn we kinderen geworden?) stil vertrouwen, terwijl de rede moet zwijgen, zien op de Heilige Ontfermer Israels. Is dat liefdeloos t.a.v. de kinderen? Wie zulke verwijten maakt weet niet wat het is te zitten aan het ziekbed of sterfbed van een kind als vader of moeder.

Schadelijk

Vervolgens is inenten het kind dat gezond is opzettelijk ziek maken en met gif inspuiten. Aan inenting zitten ook schade- ' lijke kanten hoezeer dat de medici dat ook verbergen. Is dat God niet verzoeken?... Die gezond zijn hebben de medicijnmeester niet van node, zo staat er. Zeker dat heeft gêëétélijke Strekking, maar het is eert natuurlijk voorbeeld uit de praktijk.

 Vragen blijven bv. deze: Zijn we in tijd van besmetting persoonlijk alleen, of zijn we als gezin op onszelf, of is de gemeenschap aangetast? Voor Gods Kerk geldt geestelijk dat ze elkanders leden zijn. Hoe is het met uitwendige gemeenschap? Dat argument doet vaak opgeld t.a.v. inenting, maar ook t.a.v. begrip voor andersdenkende minderheden, meeleven en meedragen in hun noden en de gevolgen van hun principiële gedachten? Of houden we dan een massaal volksgericht?

We kunnen niet anders dan vasthouden aan zondag 10, waaraan zondag 9 voorafgaat en waar Ps. 48 vs. 15 ten nauwste mee te maken heeft. De Heere dienen in dezen naar de Geest der Schrift, is niet gemakkelijk leert ons Jozua 24. Dat gaat door diepten heen, door twijfel en aanvechting, door nood en dood vaak, soms via ziek- of sterfbed. Welk een nood, gebedsnood, zielehood en worstelingen en toch zijn er die achteraf mogen weten dat het goed was verdrukt te worden, die kennen Gods trouw in het onderdrukken.

Ik weet dat het gemakkelijk schrijven is wanneer het hele gezin op dit moment gezond is, dat het ook nog wel gemakkelijk instemmen is, wanneer iedereen gezond is, met ondergetekende. De Heere make eenswillend, behoede voor opstand, geve rust en geduld in de ure dat het beproefd wordt. Ik denk aan Job. Dat kan, bij God vandaan. Zo alleen. Zie ook Jes. 16 vs. 10, 1 Sam. 3 vs. 8 en Phil. 4 vs. 11. Wat mocht Aaron stil zijn in Leviticus 10 vs. 3. Zie ook Jes. 26 vs. 8.

Wat wordt het dan een diep buigen als rechteloze onder de vrijmachtige God. Dan spreken we niet alleen van Gods goedertierenheid, zoals vele voorstanders van inenting, maar ook van recht. Ps. 101 vs. 1. Dan kan in de beproeving en in de druk meer vrede liggen en meer geluk dan anderen die naar het lichaam en voor de tijd allrisks verzekerd zijn. Dat is all-rlsks tot het graf. Maar Gods Kerk is door Drieënig Eenzijdig Godswerk in waarheid „All-risks verzekerd" tot over het graf, in waarheid... voor eeuwig, want ze is door God met God verzoend.

De geneeskunst is gegeven na de slagen en loopt de Heere niet vooruit. Men kan talloze vergelijkingen trekken, maar is met voorbeelden alles te bewijzen? Vaak deugen de voorbeelden niet. Vaak is men eenzijdig. Op andere terreinen, met name tav. de onsterfelijke ziel die van de ure der ontHangrtis besmet is (Ps. 51), wordt het belang >>fth het kind niet gezien. Vaak worden tegenstanders van vaccinatie gebruikt om de gal over kerk en godsdienst te spuien.

Schuilplaats

Ik denk nog aan Ps. 91 die zo duidelijk spreekt over allerlei gevaren, ook over pestilentie. Daar wordt een schuilplaats gewezen. De Heere Zelf. Dat we daar zouden schuilen. Die schuilplaats is eeuwig veilig. En juist deze psalm werd door satan gebruikt om Christus te verzoeken. Dat we erover na zouden denken.

In Christus is deze schuilplaats er voor de Kerk. Dat wist Ps. 37 vs. 3-5 en Ps. 55 VS. 23. Dat dit levende werkelijkheid zij of worde bij hen die tegenstanders zijn van inenting, maar ook bij hen die inenting voorstaan. De Heere schenke ons Hem. te kennen in al onze wegen: inenting of niet zij zaak des harten, des geloofs, des gebeds'om door Geest en Woord geleid te worden voor onszelf en onze kinderen die we liefhebben....

Wanneer God tot David gesproken heeft over pestilentie als het zwaard des Heeren dan zegt David „Mij is zeer bange, laat mij toch in de hand des Heeren vallen, want Zijn barmhartigheden zijn zeer vele; maar laat mij in de hand der mensen niet vallen." Er is nog meer te zeggen, maar laten we hiermede deze gedachtenbepaling beëindigen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 juni 1976

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Vallen in des Heeren hand

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 juni 1976

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken