Bekijk het origineel

In Noord-Duitsland is het goed boeren

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

In Noord-Duitsland is het goed boeren

Veel Nederlanders vonden nieuw bestaan

19 minuten leestijd

Het was een unieke belevenis om samen met een vijftigtal boeren en boerinnen gedurende een drietal dagen kennis te nemen van de omstandigheden waaronder Noordduitse akkerbouwers en veetelers werken. Vooral interessant was het, dat in deze door het landbouwblad ,De Boerderij" georganiseerde studiereis, ook bezoeken aan twee bedrijven van Nederlandse emigranten waren ingelast .

Vooral in de vijftiger en zestiger jaren zijn heel wat Nederlandse agrariërs de grens overgetrokken om in Duitsland een nieuw bestaan op te bouwen. Er waren in die eerste tientallen jaren na de oorlog bij onze Oosterburen nogal wat bedrijven te koop of te pachten. De tweede wereldoorlog had grote gaten geslagen in de gelederen van de generatie, die toen de bedrijven van de ouderen had moeten overnemen. In de Nederlandse land- en tuinbouwbladen verschenen destijds nogal wat advertenties waarin deze bedrijven werden aangeboden.

Heel wat Nederlanders hébben toen de sprong gewaagd. Zo vinden vele landgenoten een uitstekend bestaan als tuinder of bloementeler in Noordrijnland-Westfalen. In het Noordduitse Nedersaksen kwamen meer de boeren terecht.

Welgemoed stapten we op een dinsdag aan het begin van deze maand bij het NS-station in Arnhem in de bus die de komende dagen de vele honderden kilometers naar onze reisdoelen zou overbruggen. Eén man misten we in Arnhem, maar misschien zou hij naar de tweede opstapplaats, Zwolle, gereden zijn. Dat bleek niet het geval. Eerst 's avonds kregen we het verhaal van de vermiste Haastrechter boer te horen. Hij zat ons namelijk op te wachten in het Hamburgse hotel waar we zouden overnachten.

Met de auto was hij 's morgens van Haastrecht naar Arnhem gereden. De afstand was echter groter dan hij had gedacht en toen hij daar bovendien in de stad nog wat moest zoeken, was onze bus vertrokken. De man wilde echter niet met hangende pootjes by zijn vrouw terugkomen en is ons per trein nagereisd. uiteraard kostte dat wel een paar centen extra. Voor een kaartje Arnhem-Hamburg moet 52 gulden worden uitgeteld. De prijs van de taxirit van het station naar het in een voorstad van Hamburg gelegen hotel bedroeg 25 mark.

 Een waarschuwing voor alle vakantiegangers van de komende maanden: neem ruim de tijd als u op een bepaald uur ergens moet zijn. Het kan u veel ongerief besparen.

 Begrijpelijk is een bustocht met een groep boeren heel anders dan een reis met niet-agrariërs. Allereerst wordt belangstellend geïnformeerd uit welke streek men komt en welk soort bedrijf men heeft. Als niet-boer probeerde ik de kardinale vragen te ontlopen door een wat algemeen praatje met mijn buurman te beginnen. Hij had echter meer aandacht voor de te velde staande gewassen en na enige tijdkwam de lichtelijk argwanende vraag „Bent u ook boer?". Dat moest ik natuurlijk ontkennen, maar ik zei dat ik zijdelings nogal wat met de landbouw en haar problemen had te maken.

De eerste koffiestop redde mij van een nadere ondervraging. Toen de rit werd voortgezet viel ik al gauw door de mand. Na de lunch wist iedereen wel dat er een RD-redacteur meereisde. Prettig was het te merken dat toch heel wat van de reisgenoten van het bestaan van onze krant afwisten. Zelfs zaten er enkele lezers onder. Overigens moet ik zeggen, dat ik volledig in de groep werd opgenomen en iedereen zijn best deed mijn kennis van de boerenzaken te verbreden en te verdiepen.

Zelf bouwen

Het eerste Duitse bedrijf dat we bezochten was het melkveebedrijf van Heinz Exner in het dorpje Bevern, ten noordoosten van Bremen. Dit bezoek was vooral van belang om de bijzonder goedkope manier waarop deze boer een prachtig huis en een moderne ligboxenstal voor 80 melkkoeien heeft weten te bouwen.

Oorspronkelijk woonden de Exners midden in het dorp, maar ook in Duitsland wordt steeds zwaarder aan het milieu getrokken, zodat uitbreiding in het dorp niet mogelijk was. Met de technische hulp van de coöperatie waarbij de boer is aangesloten hebben vader en zoon Exner toen huis plus bedrijfsgebouwen voor een groot deel eigenhandig gebouwd.

Dat leverde grote besparingen op. Zo werd de ligboxenstal gebouwd voor ongeveer 2300 mark per koeplaats. Hierby dient dan bedacht te worden, dat de bouw ongeveer drie jaar geleden plaats vond. Nadien zyn natuurlijk alle prijzen nog weer flink gestegen. Bovendien beschikt de familie Exner behalve over de ongeveer 60 ha landbouwgrond nog over 25 ha bos. Er is veel hout verwerkt uit dit eigen bezit en ook hierdoor werd de prijs van de nieuwbouw sterk gedrukt.

Het Hollandse gezelschap vuurde heel wat vragen op boer Exner af, die erg openhartig werden beantwoord. Zo hoorden we, dat de melkopbrengst per koe 6200 liter per jaar was. Per liter melk werd ongeveer 60 pfennig uitbetaald. Dat zyn 63 Hollandse centen en dat vonden de Nederlandse boeren erg veel. Er zal zeker wel worden nagepluisd hoe dat nu mogeiyk is, want we zitten tenslotte in de EEG en de prijzen worden in Brussel geregeld. Het zou natuurlijk mogelijk zijn, dat de Duitse zuivelfabrieken efficiënter werken en daardoor een hogere prijs kunnen uitbetalen.

 De Duitse boerin had het erg druk. Ze had niet alleen de zorg voor haar man en de vijf zoons, maar ook haar eigen moeder en de vader en moeder van de boer bewoonden een gedeelte van het huis. Aangezien deze drie inwonenden allen boven de tachtig jaar waren vroegen ze ook nogal het een en ander aan aandacht en hulp.

Ook bij andere bezoeken bleek ons dat het in Duitsland vrij veel voorkomt, dat de zoon die het bedrijf overneemt, dat op zeer gunstige voorwaarden kan doen, maar als tegenprestatie de verzorging van de ouders op zich neemt

Gigantisch

 Een gigantisch bedrijf ontmoetten we bij het tweede bezoek. Juist buiten Lübeck in het dorpje Hamberge nmt de heer H. Iken hier een akkerbouwveehouderijbedrljf van niet minder dan 270 ha. Vijfenzeventig melkkoeien hebben 70 ha weide ter beschikking, terwijl 75 stuks jongvee zijn gehuisvest in een potstal. Op de akkerbouwgronden wordt tarwe, gerst, koolzaad en snijmais geteeld. Geen korrelmais, want er is in deze omgeving te weinig zonneschijn om het produkt tot een goede lijping te brengen.

Vroeger werd op het bedrijf ook nogal wat aan tiUtil>ouv gedaan. Men teelde,o.a. bonen en wortelen, die aan een consenfenfabriek in de buurt werden afgezet. „De fabriek heeft echter haar poorten moeten sluiten. De Fransen maken onze hele conservenindustrie kapot", zegt de heer Iken.

De Nederlandse bezoekers waren ook hier weer belangstellend naar de opbrengstprijzen. De melkprijs blE;ek wat lager te liggen dan bij de heer Exner. Bij een vetgehalte van 3,75 procent werd 56 pfennig per liter betaald. Tarwe, direct van het land geleverd, brengt 45 mark per 100 kilo op, gerst vijf mark minder.

Omdat ook in deze streek veel kleine boeren ophouden heeft de heer Iken zijn bedrijf de laatste jaren sterk kunnen uitbreiden. In 1950 was het bedrijf namelijk slechts 80 ha groot. Nu is 200 ha in eigendom, terwijl 70 ha wordt gepacht. De prijzen van de grond liggen hier op 14.000 tot 20.000 mark per ha. De pachtprijs bedraagt tussen de 400 en 600 mark per ha.

Een probleem is wel, dat de nieuw verworven , stukken grond over een oppervlakte van 10 kilometer verspreid liggen. Dat kost dure arbeidsuren. Een boer telt meestal zijn eigen uren niet zo hard, maar de andere vier werkkrachten krijgen uiteraard ieder uur betaald. Een ander probleem is hier wel, dat er nogal wat moderniseringen nodig zijn. De Hansfelder-Hof, zoals de boerderij heet is 110 jaar oud, de opstallen circa 80 jaar. Omdat het bedrijf zo groot is zullen „zware" investeringen nodig zijn om het bedrijf volledig aan te passen aan de eisen des tyds. We begrepen wel, dat er ook in Duitsland door de overheid nogal wat gedaan wordt om de boeren financieel tegemoet te komen.

Mesterij

Ook het volgende Duitse bedrijf was van allure. Indrukwekkend was het huis met de bedrijfsgebouwen en woningen, die er in hoefijzervorm omheen waren geplaatst. Het leek er op of we dé binnenplaats van een groot kasteel binnenreden. Maar dat had een geschiedenis, zoals Hinrich Haake ons even later vertelde.

Het bedrijf was indertijd, in de twintiger jaren, opgezet door de stichter van de Karlstadt-warenhuizen. Deze dacht met de op dit bedrijf geteelde produkten zijn winkels in Hamburg van groenten en fruit en bloemen te voorzien. Het was de bedoeling dat nog veel meer grond Zou worden, aangekocht, vandaar de imposante gebouwen en de acht personeelswoningen, die op het bedrijf staan. Het project voldeed echter niet aan de verwachtingen, zodat de vader van boer Haake in 1955 de zaak overnam.

Thans is 98 ha in eigen bezit, terwijl bovendien nog 72 ha grond wordt gepacht. In 1963 nam Hinrich Haake het bedrijf van zijn vader over. Aanvankelijk werden op het bedrijf naast de akkerbouw nog een tachtigtal melkkoeien gehouden, maar al tien jaar geleden is men in plaats van de melkerij op de mesterij overgestapt. Behalve de verbouw van mais, tarwe, gerst en rogge, worden nu 1600 mestvarkens en 160 meststieren gehouden. Behalve een gedeelte van de granen, die direct na de oogst worden verkocht, wordt verder alles op het eigen bedrijf opgeslagen en vervoederd. _ ,

Heinrich Haake leek mij een zeer goede vakman,, die precies.wist, wat er op zijn.bedrijf gebeurde. Hij houdt van experimenteren. Uitkienen, wat het meeste rendement oplevert. Hoewel we bijvoorbeeld elders hoorden, dat de verbouw van korrelmais in Noord-Duitsland niet mogelijk was, omdat dit gewas niet goed afrijpte, vertelde boer Haake, dat dit met nieuw ontwikkelde soorten heel goed gaat. Hij maakte daar een dankbaar gebruik van en vertelde, dat vooral de stiertjes heel best groeien van korrelmais.

 De deelnemers aan de studiereis waren natuurlijk bijzonder nieuwsgierig, hoe de Nederlandse boeren 't te midden van hun Duitse collega's in dit gebied deden. Nu, we kwamen wel aan onze trekken want de beide Nederlanders, die we bezochten waren bereid heel wat van hun ervaringen te vertellen

Jacob Bouma vertrok ruim acht jaar geleden uit het Friese Marrum naar het zeer zware kleigebied ten oosten van de Elbe. Hy vond daar de ruimte, die hij in het eigen land tevergeefs zocht. Was-zyn bedrijf in Friesland 15 ha groot, hier beschikt de heer Bouma over 83 ha.

Of de overstap bevallen is? „Ik zou in Holland niet meer willen boeren. Er wordt hier toch wel veel beter op de boeren gepast. Er is veel minder ambteUjke rompslomp". Hierbij denkt boer Bouma dan bijvoorbeeld aan het feit, dat de Duitse belastingdienst hem nog steeds niet verplicht om een boekhouding by te houden. Hy zal er zelf wel niet aan beginnen, want hy heeft sterk de indruk, dat de schatting van zyn inkomen niet onvoordelig is. Die schatting bedraagt 35.000 mark per jaar en daar betaalt Jacob Bouma 10 procent van. Hy is daar dik mee tevreden. Het Duitse ministerie van Hnanciën zou nog wel zo'n drie miljard extra aan belasting boven water kimnen brengen als ieder bedrijf verplicht werd een boekhouding aan te leggen, maar de controle daarop zou nog meer kosten.

De pachtprijs kan men niet hoog noemen: 280 mark per ha. Het kleine onderhoud is voor de pachter, de grote zaken betaalt de eigenaar. De zware kleigrond dwong Botima overigens wel zich te bepalen tot de melkveehouderij. Voor akkerbouw is deze grond minder geschikt.

Hy is overigens in die acht jaar zeker wel wat vooruitgeboerd. De 27 koeien, die uit Friesland werden meegenomen, zijn in die acht jaren uitgebreid tot 90 stuks. Over de melkprijs is de boer best tevreden. In 1975 kreeg hij byna 59 cent per liter by een vetgehalte van 3,95 procent. De melk wordt geleverd aan e?n coöperatie waarvan de heer Bouma lid is. Voor iedere 4000 liter melk die hij per jaar levert moet hij een aandeel van 100 mark kopen.

Welvarend

 Ons laatste bezoek gold vader (65) en zoon (30) Jonker, die boeren in het dorpje Oederquart, ^westelijk van de Elbe. Hét bedrijf wordt op fifty-fïfty basis gerund, want dat is voordeliger voor de belastingen.

Waarom de Jonkers naar Duitsland vertrokken? Wel ze kregen in Holland gewoon geen kans om een ander bedrijf te pachten toen ze vanwege de industrievestigringen weg moesten uit de IJpolders, vlak by Amsterdam. Ze wilden graag naar een van de nieuwe polders, maar alle moeite die ze daarvoor deden was tevergeefs. Tien jaar geleden pachtten ze toen het 96 ha grote akkerbouwbedrijf van de adellijke familie Von der Decken. Als pacht wordt voor deze uitstekende lichte kleigrond 200 mark per ha betaald. Over de eigenaar zijn de Jonkers meer dan tevreden. Zo betaalde deze de gehele drainering van de grond wat 50.000 mark kostte. Toen enkele jaren geleden de zoon wilde trouwen werd het bestaande „bakhuis" tot een fraai woonhuis verbouwd. Ook deze kosten, 30.000 mark, nam de verpachter voor zijn rekening.

Het belangrijkste gewas is hier wintertarwe. De gemiddelde opbrengst is 6300 kilo per ha. Het vorige jaar leverde 'n topoogst op: 7000 kilo per ha. Voorheen verbouwde men ook nogal wat koolzaad, maar dat ligt nu een beetje moeiiyk. Er mag jiamelijk alleen koolzaad met een laag erucazuurgehalte worden verbouwd, het andere is onverkoopbaar geworden. De rassen die nu moeten worden verbouwd leveren echter minder dan de helft van de traditionele rassen op.

Behalve de akkerbouw worden ook nog 100 stieren gemest. Vooral de zoon heeft daar nogal aardigheid in. Hij zou dat aantal nog wel wat liit willen breiden. De mest kunnen ze natuurlijk heel goed gebruiken voor het land.

Van een in de nabijheid gelegen pluimveebedrijf wordt ook nogal wat kippemest aangevoerd. Daar behoeven de Jonkers niets voor te betalen. Ze krijgen er zelfs een strooier ter leen bij. De samenwerking met de buren is uitstekend, men helpt elkaar op alle manieren. Vader en zoon Jonker hebben in Duitsland een werkelijk prachtig bedrijf opgebouwd. Alles zag er keurig verzorgd en welvarend uit.

We hebben hier te maken met een byzonder geslaagde emigrantenfamilie. Hoewel mevrouw Jonker erg blij was eens met een aantal Hollandse boerinnen te kunnen praten. Maar dat genoegen was wederkerig

=============================================

Groene stad

 In het programma van onze reis was ook enkele uren sightseeing Hamburg opgenomen. Een mooie stad, ondaiiks het feit, dat de stad maar één historisch monument heeft: de Michaeliskerk uit 1762. Een zware brand in 1842 heeft namelijk de hele binnenstad in de as gelegd. Ook in de tweede wereldoorlog was Hamburg vele malen het doelwit van geallieerde luchtaanvallen. De stad is echter weer volledig opgebouwd.

Byzondere aandacht wordt in Hamburg geschonken aan bomen en struiken. Het is dan ook een echt| groene stad, zodat men er weinig van merkt middenin een haven- en industriestad van 1,8 miljoen inwoners te rijden. In verschillende delen van de stad is het verboden huizen of kantoorpanden te bouwen, die hoger zijn dan de bomen in de buurt. Niemand mag ook een boom, die ouder is dan vijf en twintig jaar zonder officiële toestemming rooien. Hamburg kent zelfs een byzonder soort verkeersborden, die men nergens elders in de wereld tegenkomt. Op het bord worden chauffeurs gewaarschuwd voor te laag hangende takken. De plantsoenendienst snoeit ze niet weg

Koffie en kerk

 Een bijzonder gulle ontvangst viel de deelnemers aan de studiereis ten deel bij het bezoek aan de Nederlandse boer Jacob Bouman. Mevrouw Bouman nodigde alle 50 bezoekers.bij haar inhuiSj waar ze koffie serveerde en op eigengebakken cake tracteerde. Het was een hele drukte voor mevrouw Bouman en dochter Fietsje (16) die haar assisteerde, maar dat scheen geen enkel probleem te zijn.

De boerin vertelde, dat ze enkele weken geleden voor een even groot gezelschap voor koffie had gezorgd. Dat was ter gelegenheid van een Hollandse kerkdienst, die was georganiseerd onder de auspiciën van de Nederlandse Gereformeerde kerk van Duisburg-Ruhrort. De familie Bouman was daar erg blij mee en zij hopen, dat het in deze omgeving mag komen tot het stichten van een gemeente. „Al zouden we er 60 kilometer voor moeten rijden, dan gingen we toch", zegt mevrouw Bouman, die er op wees, dat er vroeger in Hamburg een behoorlijke Nederlandse gemeente was. Daar is niets meer van over, hoewel er naar schatting een 8 a 10.000 Nederlanders wonen in deze grote havenstad.

Er zou hier dringend een stukje Evangelisatiewerk nodig zijn.

============================================

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 juni 1976

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

In Noord-Duitsland is het goed boeren

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 juni 1976

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken