Bekijk het origineel

Kilometers in aeld

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Kilometers in aeld

11 minuten leestijd

DE BLOEDPRIJS VAN WALCHEREN
T. MATEBOER

100 Twee dagen later worden ze bevrijd. Dat geeft een gevoel van opluchting, maar ook een gevoel van onzekerheid en bange verwachting.

Een man zoekt zijn vrouw, een moeder haar kind, een jongen vraagrt naar zijn meisje...

Machiel hoort dat Mie op haar vlucht naar Westhove gevallen is.

De Meeuwsen en Komejans zijn terecht. Angstige dagen hebben ze doorleefd, maar steeds zijn ze bij elkaar gebleven. Het kind van vrouw Meeuwse bleek later geheel ongedeerd.

Jan en Machiel zitten bovenop een duintop. 't Is 8 november. Het herfstzonnetje schijnt over het bevrijde land van Walcheren. Bevrijd ... maar nog niet van het water, de oude vijand van Zeeland. Luctor et emerge, ik worstel en ontzwem... Zal Zeeland ook deze keer aan de greep van de watergolf ontzwemmen? „Ja", zegt Machiel, „ik ga werken tian de dijk". „Ik ook", zegt Jan, „wat zullen we anders moeten doen".

Ze laten hun ogen over het verdronken land van Walcheren gaan.

Ginds ligt Vlissingen met zijn kranen. Het grote schip staat nog op stapel, alsof er geen vier jaren oorlog over zijn verroeste romp zijn gegaan.

Links steken de afgeknotte torens van Middelburg hun gehavende spitsen in de lucht.

En daar ligt Biggekerke: de golven bespoelen nog. steeds het kerkhof. De vuurtoren van Westkapelle priemt trots en onbewogen zijn stoere lijf omhoog, maar aan zijn voet golft het water over de ruïnes van een eens welvarende plaats. Hoeveel familieleden, hoeveel vrienden en kennissen liggen daar nog onder de puinhopen begraven? De tijd zal het leren; als de zee is teruggeworpen, dan zal ook Westkapelle zijn verlieslijst kunnen opmaken.

Aan hun voet ligt Domburg; gehavend, versplinterd .... puin, alles puin. Reddingsploegen zijn bezig gevallenen op te graven.

De jongens zeggen niet veel. Jan mag nog weinig spreken. Ze mijmeren maar wat voor zich heen en laten hun ogen over hun lieve land gaan, hun land, dat nu verpletterd is. Waarom toch? Waarom moesten ze alles verliezen in water en vuur? Waarom? „Hier", zegt Jan, „hier staat het". Hij haalt een Bijbeltje uit zijn zak. Machiel slaat het hoofdstuk op dat Jan hem noemt.

Gij hebt ons beproeft o God. Gij hebt ons gelouterd gelijk men het zilver loutert. Gij had ons in het net gebracht. Gij had een enge band om onze lendenen gelegd. Gij had de mens op ons hoofd doen rijden; wij waren in het vuur en in het water gekomen, maar Gij hebt ons • uitgevoerd in een overvloeiende verversing. Ik zal met brandofferen in Uw huis gaan; ik zal U mijn geloften betalen, die mijn lippen hebben geuit en mijn mond heeft uitgesproken als mij bang was. God heeft gehoord. Hij heeft gemerkt op de stem mijns gebeds. Geloofd zij God, die mijn gebed niet heeft afgewend, noch Zijne goedertierenheid van mij. EINDE

Enkele weken g'eleden stond er in het RJ>. een foto van een nieuw te bouwen kerk ergrens in Zeeland. Zulke foto's staan er wel meer in en dat is g'elukkig want in plaats dat er kerken bykomen, breken ze er Iieel wat af of maken er supermarlsten. Op zeer veel plautsen is het met het kerkbezoek vooral op zondagravond maeir droevig gresteld! Je kunt een kogel afscliieten zonder iemand te raken zegrg:en ze wei eens.

Maar goed, op dat Zeeuwse dorp was dit gelukkig niet het geval. Daar gaan ze een kerk bouwen die samen met de nieuw te bouwen pastorie maar eventjes 2 miljoen 300 duizend gulden kost. En geen cent minder! Is dat even een dure bedoening! 2 miljoen 300 duizend gulden! We kunnen ons eigenlijk geen voorstelling er van maken hoeveel dat nu wel is.

Laten we het maar eens proberen te doen! Die nieuw te bouwen kerk kun je betalen met 23 honderd briefjes van 1000 guldeiïi!Ö1^iS8' duisüfeöd briefjes- vftii'^lXIO guldaM?««if 230 düi^ zend brièfjIfei^Wn lO'fgMdMJ df^eO' duizend briefjes van 5 gulden. Wat zullen dat enorm hoge stapels worden! Maar ze kunnen natuurlijk de aannemer ook betalen in zilvergeld! Schrik niet! Dan zouden ze moeten geven 920 duizend rijksdaalders, of 2 miljoen 300.000 guldens of 9 miljoen 200.000 kwartjes of 23 miljoen dubbeltjes of 46 miljoen stuivers of 230 miljoen „rooie centen".

Nou als ze dat nu eens zo deden dan kwamen er heel wat zakken aan te pas. Want dan waren het 9300 kilo rijksdaalders, 92 zakken van 100 kilo of 13.800 kilo guldens of 27.600 kUo kwartjes of 34.500 kilo dubbeltjes of 138.000 kilo stuivertjes of 460.000 kilo losse centen. Er zouden dan heel wat vrachtauto's aan te pas moeten komen om dat zaakje te vervoeren.

Als ze nu die 2 miljoen 300.000 guldens eens uitbetaalden in rijksdaalders en ze legden al die riksen op een rijtje naast elkaar, dan was dat een lengte van ruim 27 km. Dus de weg van Middelburg tot het kanaal door Zuid-Beveland.

Deden ze het in guldens dan was die „guldenweg" 58 km. lang. De weg 28

,,Ik ben wel niet zo best meer van gehoor, maar als het gevaarlijk wordt, wat het weer betreft, dan klopt Pleun Bijl ons wel. Dat heeft 'ie al meer gedaan. We hebben een beste nachtwaker in die man".

Mijntje wenste de oude mensen welterusten en ging naar buiten.

Buiten waren de wolken van de hemel weggedreven en het was goed opgefrist. Het was nü schemerig geworden en de Noordenaren gingen na deze vermoeiende dag ter ruste. VIII

Boer Van der Griend was niet tot kerkvoogd gekozen. Een ander nam de plaats in, die hij zo begeerd had. Van der Griend begreep er niets van. Hij had er vast op gerekend, dat hij de pladts zou innemen van de oude boer Van der Linden, die ondersjaars gestorven was. Verschillende kerkvoogden hadden het hem toch beloofd? Groot was zijn verontwaardiging toen één der kerkvoogden hem in vertrouwen vertelde, dat dominee Talma bezwaren had ingebracht tegen de levenswandel van 'Van der Griend. De boer begreep, dat er bij de dominee over hem was geklaagd. Wie was dat geweest of wie waren dat geweest?

Dat wist de betrokken kerkvoogd ook niet, maar het feit dat de dominee de kerkvoogdij ontraadde om in de vacature van Van der Linden Van der Griend te verkiezen, had hem de das omgedaan. Eigenlijk had Van der Griend dat zelf wel eens aan de dominee willen vragen, maar hij begreep dat dit niet ging. Ten eerste was de stemming geheim en ten tweede zou doininee Talma hem misschien duchtig de les lezen en dat lustte boer Van der Griend niet. Verzoekt de krant van t/m te zenden aan het va1(antie-adres: van Breda naar Eindhoven kon je er mee beleggen. Naam

Voor de kwartjesweg had je 165 km nodig. Heel de weg van Groningen naar Arnhem! Adres Plaats

Betaalden ze met dubbeltjes dan was dit een weg van 345 km dat is van Middelburg naar Assen. Land Het hiervoor verschuldigde bedrag is heden op giro 203 29 01, t.n.v. Het Reformatorisch Dagblad B.V. overgeschreven.

De stuiverweg was nog veel langer, liefst 920 km. Dat is vier keer de weg van Den Haag naar Assen. Handtekening

En lieve tijd als ze alles met centen moesten betalen en ze legden al die centen naast elkaar dan was dat „wegje" maar eventjes 3610 km. lang. Vier keer de weg van Amsterdam naar Madrid.

Nu, zoiets zullen ze in dat Zeeuwse dorpje vast niet in hun hoofd halen.

Ze doen het misschien in briefjes van duizend gulden en als ze die dan eens naast elkaar neerlegden was het nog zo'n 345 meter bankpapier.

Of als ze die niet in voorraad zouden hebben en met briefjes van honderd gulden afrekenden werd het een papierenweg van 3 en een halve kilometer. Maar bij uitbetaling met briefjes van 10 gulden werd dat ongeveer 35 km. Ja, ja, kerkbouw is in 1976 duur! DOOR W. G. VAN DE HULST Met plaatjes van Willem O. van de Hulst jr.

337. De schemer daalde over de woelige stad. De koninklijke stoet was al weer ontbonden; Vnaar het feest duurde hier, daar, overal voort. Louw was ook van de partij. Hij had de ganse dag als een trouwe bollenbakkersknecht gewerkt en bollen verkocht; maar de hoge heuvels lekkernij waren al lager geworden; eindelijk waren alle platen leeg. Toen de doedelzakspeler met zijn vrouw, en zijn tweeling in de mand op 't ezeltje — dezelfde, die de reisstoet voorbijgereden was op de lange weg — op het marktplein stond te pjoe-hoe-men, en de twee kindertjes zo verlangend keken naar de boUenkraam, was alles uitverkocht.... Louw had tóch raad geweten. Hij had alle kruimeltjes en korstjes, krenten en rozijnen, zorgzaam •bijeengezocht.

328. 't Mocht van zijn baas. En de twee kleine kruUeboUen in de ezelmand hadden ieder een zakje vol van 't lekkers gekregen, — voor niets. En dat was ook al een feest geweest.

Maar nu, nu de avond komeïi ging, nu in de feestelijk stad zo straks op pleinen en op hoeken van straten de teertonnen branden zouden, en muzikanten en kunstemakers er de vrolijkheid wel zouden inhouden, nu de bollenkraani gesloten was, zwierf ook Louw op zijn eentje de vreemde straten in.... Ook al een feest!

Ergens op een klein, donker pleintje, waar in het midden een geweldige boom zijn takken spreidde en een ronde houten bank om de dikke stam was getimmerd, wachtte op de hoek van een zijstraat ook een teerton op de aanstekers, die wel spoedig komen zouden.

Enfin, de dominee zou wel niet zo lang op' Heinenoord blijven, want hij kreeg nu al luisteraars. Van der Griend hoopte maar, dat hij gauw zou weggaan ook. Hij had al lang begrepen dat dominee Talma erg op de hand van de arbeiders was en dat was een veeg teken. Wat is nu een arbeider? Natuurlijk, je kunt ze niet missen voor het bewerken van je land en het onderhouden van je vee.

Verder hebben ze echter niets te betekenen. Als ze niet meer werken kunnen.dan leven ze de laatste jaren van de diakonie en tenslotte worden ze van de armen begraven. Zo was het eigenlijk altijd geweest en daarom is het een dwaas, die daar wat aan veranderen wil! Zo'n dwaas dreigde die Talma te worden. Trouwens, die andere dominee van de scheurkerk was al met hetzelfde sop overgoten. Daar liepen ze nogal mee weg met die Rudolph. Dat was ook al zo'n man van de naastenliefde. De Noordenaren mochten dan zeggen dat ze hét met die twee dominees wel getroffen hadden. Van der Griend vond van niet. Dat zie je nu al weer. Door al ^at gewauwel ontging hem een plaats in de kerkvoogdij, die hem rechtens toekwam.

Nee, boer Van der Griend had het in die nazomer heel niet naar zijn zin. Daarbij kwarft nog, dat het met Kniertje helemaal niet goed ging.

Ze stak beslist in een verkeerd vel. Hij had al heel wat aan haar verdokterd en nu en dan ging hij zelfs met haar naar Rotterdam naar een heel knappe dokter. Het was zo'n soort professor in zijn vak. Boer Van der Griend mocht die meneer helemaal niet. De allereerste keer dat hij daar met Kniertje was geweest, had hij alleen bij de dokter moeten komen.

Hij wist nog woordelijk, wat die meneer gezegd had en dat was hem heel niet bevallen. Die dokter had hem lang aangekeken en toen langzaam gezegd: „Ik weet niet precies wat uw vrouw mankeert meneer Van der Griend. Dat mens kwijnt weg door een groot verdriet en ik kan niet uit haar krijgen wat het is, waar zij zich zoveel zorgen over maakt. Het mens is vreselijk nerveus en daardoor heeft ze zulke langdurige en hevige hoofdpijnaanvallen.

Als dat zo doorgaat, kan dat op den duur een funeste invloed hebben op de patiënte en kan het zelfs de dood ten gevolge hebben. Bij u op het boerenland zeggen ze geloof ik, dat zo'n mens is weggekwijnd. Is uw huwelijk wel goed? Ü houdt er toch geen tweede vrouw of maitresse op na?" Boer Van der Griend had nog nooit van een maitresse gehoord, ja een schoolmatres wel, maar wat is nu een maitresse? Een tweede vrouw wist hij wel en hij had dat stellig ontkend. Nee, zijn huwelijk was goed natuurlijk, daar had Kniertje toch zeker niet over geklaagd?

Neen, neen, haastte de dokter zich te zeggen. ,,Ze had helemaal niets losgela. ten en daarom vroeg hij het nu onder vier ogen aan de heer Van der Griend. Ze hadden een zoon en niet meer kinderen. Paste die zoon toch goed op, o£ deed hij zijn moeder verdriet aan?

Nee dokter. Bas deed zijn moeder geen verdriet aan. De dokter moest weten dat Bas eigenlijk veel meer van zijn moeder hield dat van zijn vader. Hoewel Bas een grote jonge sterke vent was, was hij toch een moederskindje, altijd geweest. Ach ja, het was toch de dokter wel bekend, dat de zonen meestal meer met de moeder op hebben en de dochters meer met de vader. Dat is toch vanouds bekend. De dokter begreep, dat hij van boer Van der Griend niet veel wijzer werd. Hij had hem de hand gedrukt en nadat Van der Griend de visite betaald had en zich naar de deur wilde begeven, zei de dokter die hem uit zijn spreekkamer liet zacht in zijn

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 juni 1976

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Kilometers in aeld

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 juni 1976

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken