Bekijk het origineel

Paisley geen Calvinist, Jones een Arminiaan

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Paisley geen Calvinist, Jones een Arminiaan

Kritiek op Paisley en Jones

11 minuten leestijd

EDINBURGH — Al vóór de opening van het eerste wereldcongres van Fundamentalisten, hier in de grote Usher Hall van de Schotse hoofdstad, begon, werd er van verschillende zijden al flink wat kritiek op geleverd. Die kritische geluiden kwamen - zo lijkt het voorlopig - vooral uit de kringen van de Internationale raad van christelijke kerken (ICCC) en van de organisatie van dr, Carl Mcintire in de VS, „Twintigste eeuwse reformatiebeweging".

Eén van de vroegere medestanders van ds. lan R. K. Paisley is ds. Jack Glass van de Zion Baptistengemeente te Glasgow en hij is leider van de Schotse ,,Protestantse 20e eeuwse reformatiebeweging". Deze rev. Glass nu heeft — wij maakten er al melding van - dinsdag bij de opening van het congres door Paisley, een protestdemonstratie gehouden, samen met ongeveer dertig mensen met spandoeken en leuzen. Hun kritiek op deze Fundamentalistenbeweging geldt nu vooral de figuur van Paisley. Nog vóór de opening gaf rev. Glass in het dagblad „The Scotchman" een uiteenzetting van zijn bezwaren.

Paisley heeft volgens Glass een enorme ommezwaai gemaakt en zich van het vroegere Calvinistische uitgangspunt verwijderd. Maar ook de Amerikaanse mede-organisator van het congres, dr. Bob Jones I van de Bob Jones-universiteit van South-Carolina, kan bij Glass geen goed doen. Hij schrijft in de „Scottish Protestant View", dat Bob Jones een afkeer heeft van de Bijbelse leer der genade en deze leer van zijn universiteit heeft verwijderd.

Ontgoocheling

„Het evangelie van Bob Jones is het evangelie van de vrije wil van de Kerk van Rome en het verrast mij dat Paisley (zijn oude vriend, mentor en medestander, red. kerknieuws RD) die beweert te staan in de voornaamste stroom van de hervorming, deel zou uitmaken van zo'n ontgoocheling", aldus rev. Glass. Hij voegt er verder nog aan toe: „Toen ik twaalf jaar geleden Paisley naar Schotland haalde, was hij een trouwe man Gods en hij kwam toen om de oude Calvinistische leerstellingen te prediken van genade en van het waarachtige protestantse evangelie. Ik en vele anderen hebben hem toen bewonderd om zijn getrouwheid. Hij komt nu naar Schotland om het paapse vrije wil-evangelie van Bob Jones en zijn Arminiaanse collega's op te vijzelen.

De kritiek van Glass liegt er niet om. Hij merkt er ook nog bij op dat de (eigengemaakte) universiteit van Bob Jones (die aan Paisley het niet al te hoog aangeslagen eredoctoraat in de Godgeleerdheid aanbood, red. RD) weigert, Amerikaanse negers voor studie tot zijn instelling toe te laten, hoewel er uit andere landen wel zwarte studenten zijn geaccepteerd.

Uiteraard kon een zo scherpe aanval van „vrije wil, Arminianen" etc. niet onweersproken blijven. De organisator en perschef van het congres, Jack Buttram - die zelf ook aan de Bob Jones-universiteit een graad in de „schone kunsten" behaalde en zijn broodheren door dik en dun verdedigt, zei dat de aanval niet onverwacht kwam, en dat er geen rechtstreekse actie op zou volgen. Volgens hem was de opmerking van Glass over de negers onjuist en deze universiteit „was de grootste fundamentalistische school ter .wereld, met riadrukop de scbone kunsten".

McIntire

In onze voorbeschouwing over het wereldcongres van Fundamentalisten (RD van vrijdag 21 mei) wezen wij er al op, dat nogal wat namen op de sprekerslijst bekend zijn uit ICCC-kringen. Ook door de keuze van de onderwerpen lijkt het allemaal in eerste instantie erg veel op een ICCC-congres. Toch is er wel een duidelijke scheiding. Bob Jones es die in ICCC-kringen nooit volledig een voet aan de grond kregen en mede uit persoonlijke tegenstellingen dit congres organiseerden, ondanks hun ontkenning in die richting - behoren wel tot de zogeheten neo-fundamentalisten, die niet helemaal afkerig zijn van de remonstrantse leer der vrije wil en daarentegen de uitverkiezing van de hand wijzen. De kritiek van rev. Jack Glass lijkt de plank niet ver mis te slaan, mede gelet op deelnemers aan dit congres als de president van het „Vrije wil Baptisten Bijbel college" uit Nashville.

Trouwens, ook de in 1951 door lan Richard Kyle Paisley in Belfast gestichte „Vrije Presbyteriaanse kerk ter herinnering aan de martelaren", waarvan hij de voorganger is, lijkt minder op de wel oer-calvinistische kerken van die naam in Schotland. Paisley zelf heeft de laatste jaren politiek én theologisch een draai gemaakt. Dat zeggen niet alleen mensen uit ICCC-kringen, maar dat concluderen ook rabbijn dr. Jacob Soetendorp (in een interview met Paisley in het weekblad „Accent") en diverse journalisten.

Het is mogelijk ook typerend, dat Paisley zowel op het achtste ICCC?-wereldcongres (Cape May 1973) als op het negende (Nairobi 1975) geplaatst was op de lijst van referenten maar het in beide gevallen tenslotte toch liet afweten.

Verschillen
Dat het nu tot een definitieve breuk is gekomen tussen de ICCC en de Nieuwe Fundamentalisten, kan onder andere blijken uit een kritisch artikel van dr. Carl Mcintire in zijn „The Christian Beacon". In dit overzicht „The New Ftmdamentalism" gaat hij vooral in op de theologische verschillen. Wij komen daar straks op terug. Voor een deel is de tegenstelling te verklaren uit de recente Amerikaanse kerkgeschiedenis.

De Amerikaanse tak van de ICCC is een aantal jaren geleden uiteengevallen en wat toen de Amerikaanse raad van christelijke kerken (ACCC) was had geen banden meer met de ICCC groepen die wel Mcintire en de ICCC trouw bleven, verenigden zich in een Amerikaanse Christelijke Actie-raad (ACAC).

Een zegsman van de ICCC wees ons erop dat de deelnemers aan het congres in Edinburgh voor een deel afkomstig zijn uit de ACCC-kring en voor een ander deel tot Fundamentalisten behoren, die nooit iets met de ICCC te maken hebben gehad. Wij laten dit voorlopig voor wat het is; schorten ook ons eigen oordeel op en vatten nu de kritiek van Mcintire op „Edinburgh" samen.

De ICCC-voorzitter begint met de voorgeschiedenis van de Fundamentalistische beweging. De grote scheiding voltrok zich en de fundamentalisten verlieten hun kerken of werden eruit gegooid. Toen ontstonden ook de neoevangelicalen, aldus Mcintire, die hen definieert als vooral die fundamentalisten, die zich niet wilden afscheiden, maar in afvallige kerken bleven. Zo werd de naam „evangelicalen" een aanduiding voor ongehoorzaamheid, aldus de ICCC-president, die voor zijn „20e eeuwse reformatiebeweging" het recht opeist, de term „fundamentalist" nauwkeurig te hebben omschreven en ook de consequenties ervan te hebben willen dragen. Na de breuk tussen de ICCC en de Amerikaanse raad van christelijke kerken (ACCC) bleven er, die zich fundamentalisten noemden, maar de strijd tegen het modemisme eigenlijk opgaven.

Zij vertonen opvallende overeenkomsten met de neo-evangelicalen. Hun nadruk op evangelisatie moet, zegt Mcintire, het falen van de strijd tegen de duivel verhullen. De kringen van het wereldcongres te Edinburgh spreken nu over „inclusief fundamentalisme". Dat kén niet, aldus de ICCC-Ieider, want de echte fundamentalisten hebben altijd geweigerd zich „inclusief* in te laten met de ongoddelijken.

Er lopen lijnen van sommige congresdeelnemers in Edinburgh naar hen, die niet de afvallige Presbyteriaanse Verenigde kerk in de VS wensten te verlaten. Bovendien zegt Mcintire: in Edinburgh zijn allemaal individuele personen bijeen, uitgenodigd door Bob Jones, die hen kende, maar ze vertegenwoordigen niemand of niets; ook geen wereldorganisatie van fundamentalisten.

Dit congres zou niet politiek zijn, zeggen organisatoren. Nu, met Paisley als voorname spreker ia dat natuurlijk onzin: deze leider van de Noordierse protestanten is niet alleen dominee, maar ook politicus. (Als zodanig werd hij ook door Bob Jones geroemd, red. RD) Mcintire gaat verder in op de verwarring, die dit wereldcongres onder fundamentalisten veroorzaakte. Hij wijst erop dat allerlei vergaderingen, bijeenkomsten, etc. niet verkeerd zijn, als ze de eenheid, waar mogelijk bevorderen, maar dan moet de basis, het uitgangspunt wel goed zijn. En voor hem is —hoekan het anders.-r die basis de preambule en de leerstellige verklaring van de constitutie der ICCC, die in 1948 is opgesteld.

Wij voegen daaraan toe, dat de verklaring van Jones en Paisley es te Edinburgh zich niet fundamenteel anders opstelt dan de ICCC-constitutie; ze is alleen wat vlakker en algemener. Bovendien maakt Mcintire niet duidelijk hoe het komt dat zulke notoire ICCC-aanhangers als bijvoorbeeld ds. Fred. Channing uit Nieuw Zeeland (van een door Mcintire zelf gestichte Bijbels Presbyteriaanse kerk) één van de voornaamste inleiders op het congres hier is.

De deelnemers komen geenszins allen uit afvallige kerken; een groot deel van hen behoort tot afgescheiden groepen. Kortom, het laatste woord over de verhouding tot de ICCC is hiermee nog niet gezegd. Trouwens, de op scherpe toon gevoerde correspondentie tussen organisatoren en ICCC-Ieiding wijst er op dat er nog wel wat meer tegenstellingen zijn dan nu door beide partijen wordt toegegeven. Wij hopen u op de hoogte te houden van de verdere ontwikkelingen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 19 juni 1976

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Paisley geen Calvinist, Jones een Arminiaan

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 19 juni 1976

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken