Bekijk het origineel

Onderhoudsnormen schieten ver tekort

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Onderhoudsnormen schieten ver tekort

400 miljoen voor woningwetwoningen

4 minuten leestijd

DEN HAAG — Er is een bedrag van 400 miljoen gulden nodig om het achterstalUge onderlioud aan woningwetwoningen in ons land in te halen, hetgeen neerl(omt op ƒ 600,-- per corporatiewoning.

Deze conclusie staat in een rapport van het „Overleg centrales woningcorporaties, van woningcorporaties" waarin de beide landelijke centrales woningcorporaties, de Nationale woningraad en het Nederlands christelijk instituut voor volkshuisvesting deelnemen).

Het is op verzoek van minister Gruijters van Volkshuisvesting en ruimtelijke ordening samengesteld met het doel na te gaan of de door het ministerie gehanteerde norm voor woningonderhoud nog wel toereikend is voor een sociaal en technisch verantwoord beheer van de woning. Het rapport is dinsdagmiddag aan de bewindsman aangeboden. Antwoord op de ,,hamvraag" is: aangezien de onderhoudskosten, zoals die in het onderzoek zijn vastgesteld een betrouwbaar beeld geven van de noodzakelijke kosten voor de gemiddelde corporatiewoning, is het duidelijk, dat de onderhoudsnormen ver tekort schieten om per complex woningen tot een verantwoord onderhoud te kunnen blijven komen.

Kostenniveau

Uit het verzamelde materiaal bleek, dat het gemiddelde onderhoudskostenniveau lag op ƒ400,- per woning per jaar, gedurende de eerste 25 jaar, prijspeil l-l-'75.

Rekening moet worden gehouden met het feit, dat de onderhoudskosten in de loop der jaren zijn toegenomen. Daarnaast is de onderhoudsnorm een gemiddelde over een langere periode. Beide factoren zijn van belang voor de onderhoudsnorm. In de eerste jaren onderhoudsnorm van het bestaan van de woning is er weinig geld nodig voor het onderhoud. Maar het geld, dat in die eer.ste jaren wordt ,.overgehouden" is onderhevig aan inflatie.

Wanneer die inflatie-effecten (15 procent) doorberekend worden, moet de norm van ƒ400," verhoogd worden tot ƒ 400," per jaar per woning. Bij een lager inflatiepercentage (10 procent) is de noodzakelijke bijstelling ook nog aanzienlijk, namelijk tot ƒ440,--, waarbij er rekening mee is gehouden, dat belegging van gelden uit het fonds gemiddeld 4 procent rente oplevert.

In de derde plaats moet rekening worden gehouden met de invloed van achterstallig onderhoud. Nagelaten onderhoud betekent, dat de onderhoudskosten in de onderzochte periode (1969 tot en met 1973) structureel te laag zijn.

Wanneer ook deze resultaten worden bezien op hun invloed op het normbedrag, dan moet worden vastgesteld, dat de norm in de orde van grootte te laag is benaderd. Als dit bedrag erbij gerekend wordt, komt het normbedrag dus op ongeveer ƒ 498," tot ƒ 518,-- per woning per jaar voor de eerste helft van de leveensduur van de woning.

Staat van onderhoud

Bij het onderzoek naar de onderhoudsnorm is de staat, waarin de woningen verkeren, tot nu toe steeds buiten beschouwing gelaten.

Voor het onderzoek is bij 54 woningcorporaties met een uiteenlopend woningbezit en over verschillende regio's verspreid een groot aantal gegevens verzameld. Het uitgangspunt om de zogenaamde grote beurt buiten beschouwing te laten, heeft ertoe geleid, dat gekozen is voor onderzoek van de uitgaven van de na-oorlogse woningen. Verder zijn noodwoningen, duplexwoningen, bejaardentehuizen, winkels etc. buiten de enquête gehouden. Van ongeveer 100.000 woningen zijn gegevens verzameld: dit is 10 procent van het aantal na-oorlogse woningwetwoningen. Opvallend is dat zich in de groep eengezinshuizen in systeembouw problemen voordoen. Er is sprake van een ongunstige verhouding tussen het achterstallig onderhoud en het onderhoudsfonds.

De uitkomsten laten zien, dat met name de corporaties. Met een bezit van 5.000-7.500 woningen er ongunstig uitspringen. Daar gaat een hoog uitgavenniveau samen met een lage stand van het onderhoudsfonds.

Het achterstallig onderhoud ligt hier boven het gemiddelde. Er is geen sprake van belangrijke regionale verschillen, hoewel er in de regio's wel verschillend wordt omgesprongen met het onderhoudsfonds, met name wat betreft de grenzen, die men trekt inzake de aantasting en uitputting van het fonds

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 22 juni 1976

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

Onderhoudsnormen schieten ver tekort

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 22 juni 1976

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken