Bekijk het origineel

Van olielamp tot elektrisch licht

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Van olielamp tot elektrisch licht

3 minuten leestijd

De eerste Jïetsverltehting stamt uit het begin van de tachtiger jaren van de vorige eeuw, maar er werd slechts schaars gebruik van gemaakt. De verlichting bestond toen uit een olielantaarn die aan de as van het grote voorviel werd bevestigd. Als men stevig over de hobbelige wegen doortrapte en er was wat wind, ging zo'n lamp meestal spoedig uit. Toen de lage fiets in gebruik kwam, werd de lamp aan een haak aan de stuurstang bevestigd, weer later kreeg de lamp een plaats aan de voorvork. Dat was een aanzienlijke verbetering, zoals ook veranderingen in de aard van de lichtbron de verlichting meer bruikbaar maakten. Zo werd omstreeks 1888 in Amerika de acetyleenlamp ontwikkeld, die onder de op de toekomst gerichte naam „20th century" in de handel werd gebracht. In het midden van de jaren negentig begon in ons land de kaarslantaarn de olieverlichting te verdrijven. Een jaar later deed de carbidlantaam haar intrede. De petroleumlamp die in 1905 door de Duitser Joseph Hansen ontwikkeld werd, vond maar weinig ingang.

De elektrische verlichting zorgde ten slotte voor een revolutionaire verdere ontwikkeling. Deze vorm van fietsverlichting was al enige tijd bekend. In 1887 werd reeds in de Kampioen geadverteerd met een ,yPatentirte Elektrische Radfahrer Lampe Excelsio, ohne Batterie und Accumulator, die jeden Fahrer in Erstaunen setzen wird". De aanschaf van zo'n elektrische fietsverlichting was niet goedkoop. Met inbegrip van een reservelampje moest men er 67,50 Mark voor neertellen. Begrijpelijk dat de kooplust onder de steeds groetende kring van fietsers niet zo bijster groot was. Pas omstreeks 1917 werd de elektrische fietsverlichting in ons land meer algemeen, nadat er ook nog proeven waren genomen met gasverlichting. Na de Tweede wereldoorlog is gé'xperimenteerd met t.l.-verlichting. in fietslampen, maar het is voorlopig bij proeven gebleven. Het gebruik van elektriciteit voor de fietsverlichting werd vooral bevorderd toen omstreeks 1910 de dynamo tot ontwikkeling kwam en men af was van het werken met batterijen.

De overheid is al vroeg gaan inzien dat het noodzakelijk was om voorschriften te geven met betrekking tot de fietsverlichting. Reeds in 1884 stelden Gedeputeerde Staten van Limburg het voeren van een Jïetslantaam verplicht. Deze verordening werd geleidelijk ook in andere promncies doorgevoerd. In 1905 was fietsverlichting jn heel Nederland voorgeschreven. Twee jaar later werd het gebruik van fietslantaarns met gekleurde glaasjes aan de zijkant verboden.

Op 1 november 1937 werd het gebruik van een rood achterlicht verplicht gesteld. Tijdens de Tweede wereldoorlog werd op luchtbeschermingsvoorschrift alleen het gebruik van afgeschermde fietsverlichting toegestaan. Over de koplamp werden omhulsels geplaatst die slechts een kleine streep licht konden doorlaten. Ook werd het lantaarnglas wel gedeeltelijk zwart geverfd. De laatste tijd wordt regelmatig aandacht gevraagd voor de noodzaak om het uitstralingsvlak van het achterlicht te vergroten om de fietsers voor achteropkomend verkeer nog beter zichtbaar te maken. Proeven die hiermee onder andere in de Noordoostpolder werden genomen, hadden een bevredigend resultaat.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 23 juni 1976

Reformatorisch Dagblad | 44 Pagina's

Van olielamp tot elektrisch licht

Bekijk de hele uitgave van woensdag 23 juni 1976

Reformatorisch Dagblad | 44 Pagina's

PDF Bekijken