Bekijk het origineel

Van Agt weet niet of hij minister blijft

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Van Agt weet niet of hij minister blijft

In gewetensnood door abortus-probleem

6 minuten leestijd

DEN HAAG — Minister Van Agt is het er met zichzelf nog niet over eens of hij minister van Justitie mag blijven terwijl de Bloemenhove-kliniek voorlopig openblijft. De bewindsman zegt dit aan het slot van een brief aan de Tweede kamer waarin hij een toelichting geeft op zijn doen en laten en dat van het Openbaar ministerie in „de zaak Bloemenhove".

In de brief aan het parlement geeft minister Van Agt aan waarom van een grootscheepse actie, gericht op de verwijdering van de apparatuvA" van de Heemstede kliniek na inbeslagne' ming, is afgezien en gekozen is voor „fysieke maatregelen", zoals het vervolgen van bestuursleden, directeur en een arts van de kliniek.

Deze keuze, aldus Van Agt, brengt met zich dat de Bloemenhove-kliniek waartegen allang ongunstige vermoedens bestaan, maar waarover onlangs concrete informaties zijn verkregen die deze vermoedens bevestigen, althans voorlopig open blijft. „Ik heb me zelfde vraag gesteld hoe ik dat met mijn verantwoordelijkheid in overeenstemming kan brengen. Tot een conclusie of ik onder deze omstandigheden minister van Justitie mag blijven ben ik niet gekomen", aldus de bewindsman van justitie in zijn brief een de kamer.

Tegen een nieuwe actie tot inbeslagneming van apparatuur pleit volgens minister Van Agt, dat deze actie zeer waarschijnlijk voortijdig bekend zou worden, wat zou leiden tot een mobilisatie van sympathisanten met de kliniek. „En dan staan we voor het grote risico van een massale confrontatie, die nog erger wordt wanneer men bedenkt dat de groep die de politie tegenover zich zal krijgen voor een belangrijk deel uit vrouwen zal bestaan", aldus de bewindsman.

Overwegingen

In zijn toelichting voor het Parlement stelt minister Van Agt voorts dat het in de voorbije weken steeds duidelijker geworden is dat het met hulp van de politie in beslag nemen van de apparatuur, waarvan sluiting van de kliniek het gevolg zou zijn een politieke storm zal doen opsteken. „Van degenen met wie ik nu door het politieke leven ga staan velen afwijzend tegenover zulk een actie, zodat ik er heel ernstig rekening mee moet houden dat het niettemin ondernemen ervan mijn vertrek als ministei- tot gevolg zou hebben", aldus minister Van Mt. Hij schrijft dan verder dat dit gevolg op zichzelf zonder belang zou zijn en al zodanig dus geen gewicht in de schaal zou mogen leggen. Het zou volgens minister Van Agt wel degelijk van belang zijn wanneer het verder reikende gevolgen zou hebben voor het kabinet, maar niet beslissend.

„Zou het werkelijk mogelijk zijn door resoluut optreden tegen Bloemenhove een einde te maken aan wat daar dagelijks gebeurt, dan zou dat niet mogen worden nagelaten omwille van hét voortbestaan van het kabinet", aldus Van Agt, die dit al eerder verklaard heeft voor de televisie.

Half september zal de Tweede Kamer beraadslagen en beslissen over twee uit parlementair initiatief voortgesproten wetsontwerpen tot wijziging van de bestaande bepalingen over het (laten) verrichten van abortus provocatus.

Gesteld dat een van deze voorstellen, dat van de christen-democraten Van Schaik/van Leeuwen of dat van de liberalen en socialisten Geurtsen/Lam berts/Roethof/'Veder-Smit, tot wet zal worden verheven dan is het volgens minister Van Agt van belang te bezien of de werkwijze in een kliniek als de Bloemenhove de toetsing aan die nieuwe wet zou kuimen doorstaan. „Dat de regeling die de christendemocraten hebben voorgesteld die werkwijze zeker niet toestaat, is zo evident dat ik daarover niet behoef uit te weiden", aldus Van Agt. Maar ook met de condities die in het wetsontwerp van de liberalen en socialisten zijn opgenomen strookt volgens hem de handelwijze van Bloemenhove niet. Overigens, aldus de bewindsman, uit het feit dat een wijziging van zekere wetsbepalingen op stapel staat volgt niet dat die bepalingen niet meer mogen worden toegepast.

Unieke waarde

De bewindsman pleit opnieuw voor een hernieuwde bezinning op de „unieke waarde van elk menselijk leven, hoe pril nog of hoe pover al geworden", omdat dit op den duur de hervorming van denken en doen moet brengen die geen overheidsmacht kan afdwingen.

Hij werpt de vraag op of het inzetten van een grote politiemacht om de bestaande wetsbepalingen daadwerkelijk tot gelding te brengen zelfs geen averechts effect kan hebben, doordat de geschoktheid, wellicht zelfs de verontwaardiging, daarover de verbreiding van een hernieuwde bezinning zal blokkeren. „Een verovering van een kliniek met de inzet van honderden manschappen zou velen die niet met deze instelling sympathiseren of hun twijfel hebbén, schokken".

In het slot van zijn brief aan het Parlement stelt de minister van Justitie dat zulk een grootscheepse actie in Nederland de indruk zou maken dat de minister van Justitie zijn macht over het openbaar ministerie en aldus onmiddellijk over de politie aanwendt om denkbeelden te doen zegevieren die juist in de kringen van zijn eigen politieke geestverwanten (zij het niet uitsluitend daar) worden gehuldigd. „Die indruk wil ik graag vermijden zulks terwille van het aanzien van het openbaar ministerie en van de politie en ook van het ambt dat ik mag bekleden", aldus minister Van Agt in zijn toelichting aan het parlement.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 23 juni 1976

Reformatorisch Dagblad | 44 Pagina's

Van Agt weet niet of hij minister blijft

Bekijk de hele uitgave van woensdag 23 juni 1976

Reformatorisch Dagblad | 44 Pagina's

PDF Bekijken