Bekijk het origineel

Daf kon het niet volhouden

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Daf kon het niet volhouden

6 minuten leestijd

De Nederlandse personenautofabriek Daf is niet meer in Nederlandse handen; 75 % van de aandelen is in het bezit van Volvo, waardoor deze de zeg'g'enschap heeft gekregen over Daf.

Ongetwijfeld is de energiecrisis hier de grootste oorzaak van, maar ook andere economische omstandigheden hebben hun steentje bijgedragen. Zo is het voor een kleine automobielfabriek bijzonder moeilijk om het hoofd boven water te houden. Vele kleine autofabrieken zoals NStT-ea* Glas zijn reeds van het toneel verdwenen. Wanneer een autofabriek bij de tijd wil blijven, dan moet men regelmatig met nieuwe modellen verschijnen, die aanslaan bij het publiek. De ontwikkelingskosten van nieuwe modellen lopen echter in de miljoenen en alleen grote fabrieken kunnen zich dat veroorloven.

Samenwerking

^ Reeds in 1972 werd besloten tot een samenwerkingsovereenkomst met Volvo in Zweden, waarbij Volvo een aandeel van. 33 % in Van Doorne's Personenautofabriek Daf Car B.V. verwierf. Daf had in die tijd grote behoefte aan een grotere afzetmarkt en men dacht dit door samenwerking met Volvo te bereiken. Daf met kleine modellen en Volvo met grote modellen konden elkaar goed aanvullen. Een eerste vrucht van de samenwerking was het feit dat Volvo in Skandinavië en Finland de verkoop van Daf s ter hand nam, terwijl Daf op zijn beurt in Nederland ook de verkoop van Volvo's ging verzorgen. De afzet van Daf Car B.V. groeide tot een produktie van bijna 100.000 stuks in 1973 en de vooruitzichten waren rooskleurig. Maar toen kwam de oliecrisis.

Fusie

Deze crisis haalde een forse streep door de plannen en groeiverwachtingen van Daf Car B.V. Begin 1974 werd met Volvo overlegd hoe de samenwerking nog verdiept kon worden om de afzet een ext r a stimulans te geven die Daf nu hard nodig had. Men hoopte hierdoor het bestaan van Daf Car B.V. en het behoud van de werkgelegenheid voor 6300 man te verzekeren. Daf Car B.V. werd een onderdeel van het grote Volvo-concem, dat naast auto's ook nog vrachtwagens, bussen, scheepvaart- en vliegtuigmotoren produceert.

Crisisjaar 1974

Een hardnekkige economische recessie en politieke en maatschappelijke spanningen maakten 1974 tot een crisisjaar. De markt van particuliere kopers pleegt het scherpste te reageren op stagnerende economische ontwikkelingen. Zodoende werd van alle takken van industrie de automobielindustrie het zwaarst getroffen, omdat zij zich voornamelijk op deze markt beweegt. Na een periode van ruim 20 jaar van vrijwel ononderbroken groei, waarbij de verkopen in Europa van 4 miljoen auto's in 1952 konden uitgroeien tot bijna 10 miljoen in 1973, maakte 1974 een ernstige breuk in deze groeitrend. De verkoop daalde schrikbarend en de produktie moest drastisch worden beperkt. Als nog kleine automobielfabriek werd juist Daf Car B.V. zeer ernstig getroffen terwijl het juist een sterke groei nodig had. De hoge notering van de Nederland-- se gulden op enkele belangrijke exportmarkten zoals Engeland, Frankrijk en Italië was er de oorzaak van dat de afzet nog meer daalde, omdat 56% van de produktie werd geëxporteerd. Ernstige verliezen bleven dan ook niet uit. De omzet in 1974 bedroeg ƒ 537.412.600,—, dat was 15,2 procent beneden de omzet in 1973. Hoewel men in 1973 nog een winst had gemaalrt van ƒ 12,274.800,'=- kon men nu een'verlies noteren van ƒ 88.520.700,—. Na gemogelijkheden leidde dit tot een netto verlies van ƒ 54.447.700,— voor 1974. De economische crisis bereikte in 1975 een dieptepunt. In de tweede helft van het jaar trad een zekere stabilisatie in en in sommige landen, zoals de V.S. en West-Duitsland, zelfs een licht herstel. In Nederland heeft de economische teruggang zich echter tot ver in het najaar van 1975 onafgebroken voortgezet. Vooral twee dingen hebben de afzet van Daf nadelig beïnvloed: de terughoudendheid van de klantenkring in verband met op handen zijnde wijzigingen in modellenrange, en de tijdelijke onzekerheid in de verkooporganisatie tijdens de periode van fusie van de dealerorganisaties. Na gedurende 18 maanden bijna onafgebroken verkorte werkweken gekend te hebben, kon in augustus het assemblagebedrijf in Born weer op volle tieren gaan draaien na de introductie van de Volvo 66, die van het begin af aan goed verkocht werd. De produktie bedroeg in 1975 in totaal 61.600 wagens.

Ondanks een duidelijke opleving in het laatste kwartaal na de introductie van de Volvo 66, leed men in 1975 nog een beduidend verlies van 50 miljoen gulden. In tegenstelling tot 1974, kon over dit resultaat geen verdere belastingcompensatie in aanmerking worden genomen. Het uiteindelijk verlies over 1975 is daarom slechts 4,4 miljoen gulden minder dan in 1974, ofschoon het resultaat vóór belastingen ruim 38 miljoen gulden beter was. Gedurende het hele j a a r 1975 werd bovendien bijzonder hard gewerkt aan de Volvo 343, waarvan de verkoop in Nederland binnenkort zal starten. De ontwikkeling van deze nieuwe auto, die zes jaar heeft geduurd en bijna 200 miljoen gulden heeft gekost, verkeerde in 1975 in de slotfase. In Bom werd een nieuwe carrosserie- en montagehal volledig ingericht speciaal voor de bouw van de Volvo 343.

Volvo Car B.V.

Daf Car B.V. werd officieel in de Volvo Groep van ondernemingen opgenomen nadat 7 5% van de aandelen waren, verworven in januari 1975. Tevens werd Daf Car B.V. omgedoopt in Volvo Car B.V. Sinds januari 1976 is DSM de houdster van de overige 25 % van de aandelen. Binnen de Volvo Groep heeft Volvo Car B.V. als een zelfstandige eenheid een eigen verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling en fabricage van Volvo personenauto's, zoals de Volvo 66 en de Volvo 343.

Bovendien verzorgt Volvo Nederland Personenauto B.V. in Beesd (een 100 procent dochteronderneming) de verkoop en service van alle Volvo personenautomodellen in Nederland. In het buitenland heeft Volvo Car B.V. echter geen eige i verkoopvestigingen meer. Deze zijn opgegaan in de Volvo importondernemingen na de samenvoeging van de dealerorganisaties in de betrokken landen. Volvo beschikt thans over meer dan 1500 dealers in West-Europa. Nederland bezit nu geen eigen automobielfabriek meer, Daf is een onderdeel geworden van het Volvo-concern. Misschien had dat voorkomen kunnen worden wanneer de regering Daf niet zo had latei) zitten. Wanneer alle gemeente-instanties en politiekorpsen Dafs hadden aangeschaft in plaats van andere buitenlandse merken, dan was het zeker anders gegaan. Ongetwijfeld is Daf door de fusie met Volvo van de ondergang gered. In 1977 zal de produktie weer op hetzelfde niveau staan als in het topjaar 1973, en men gaat daarom de toekomst met veel vertrouwen tegemoet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 23 juni 1976

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

Daf kon het niet volhouden

Bekijk de hele uitgave van woensdag 23 juni 1976

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

PDF Bekijken