Bekijk het origineel

Existentialisme en de religie (Door prof. dr. A. C. Drogendijk)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Existentialisme en de religie (Door prof. dr. A. C. Drogendijk)

„God schiep de kosmos ordelijk en goed en was eerste oorsprong van alle zijn *'

4 minuten leestijd

Menig eenvoudig lezer die enige weken geleden een kort bericht las over de dood van de filosoof Heidegger, zal bij betiteling van de overledene als ,,een der vaders van het existentialisme" de schouders opgehaald hebben.Een korte beschouwing van prof. dr. A. C. Drogendijk die in 1951 een studie schreef over ,,geneeskunst en existentialisme" - heeft tot doel nader licht te werpen op het verband tussen existentialisme en religie. Prof. Drogendijk is emeritus hoogleraar geneeskunde van de Vrije Universiteit te Amsterdam.

De existentiefiosofie is ontstaan uit verzet tegen de geesteshouding van het eind der 19e en het begin van de 20ste eeuw. De geweldige vorderingen, welke de mensheid op het gebied van wetenschap en techniek gemaakt had, waren de oorzaak, dat men het verstand, de rede zag als het vvezenlijke van de mens. Èn het zelfvertrouwen werd bovendien in de hand gewerkt door de hoge vlucht der medische wetenschap, waardoor het sterftecijfer daalde en de gemiddelde mensenleeftijd toenam.

Toen echter de techniek aan grenzen gebonden bleek te zijn, het verstand niet in staat bleek alles van de werkelijkheid te begrijpen, de psycho-analyse (psychiatrische methode om de geestestoestand van zenuwpatiënten te doorgronden) op meedogenloze wijze het verborgen zieleleven van de mens blootlegde, werd de mens opnieuw geconfronteerd met het onbegrijpelijke, het angstaanjagende, met de dood.

 Achtergrond

Welnu, deze cultuursituatie vormt de achtergrond van deze betrekkelijk nieuwe wijsbegeerte. De eindigheid van het menselijk bestaan, het verzet tegen de zelfgenoegzaamheid van het systematiserend verstand, schuldgevoelens, pessimisme, al deze thema's komen samen in de existentie-filosofie (Van Peursen). Het existentialisme geeft filosofische gestalte aan defaitisme (moedeloze stemming), ontworteling, negativiteit en een besef van zinloosheid van het bestaan (Zuidema).

Wat houdt nu deze filosofie in? Kort samengevat is het existentialisme, voorzover althans niet-christelijk, vooreerst een humanisme, omdat de mens met zijn beleving in deze filosofie de eerste en enige plaats inneemt. Zo antropocentrisch, zo centraal wordt in deze wijsbegeerte de plaats van de afzonderlijke mens gesteld, dat men eigenlijk niet meer kan nagaan of er ook buiten en onafhankelijk van die concrete mens een wereld en/of een God is.

In de tweede plaats leggen de existentie-filosofen sterk de nadruk op de ervaring. Alleen door de empirie, de ondervinding, zijn de problemen van het zijn-in-de-wereld op te lossen. Hieruit volgt tevens dat een God, een oorzaak of grond van existentie buiten de wereld niet bestaat. Onze concrete (werkelijk bestaande) existentie is niets anders dan een ervaring van in-de-wereld-geworpen-zijn, waarin dingen ons kunnen dienen als gereedschappen en middelen, waarin we samen zijn met andere mensen. Van een werper, buiten of boven de wereld, die zin en doel zou geven aan dat geworpen bestaan, is in die wereld-beleving geen spoor te ontdekken.

 Als derde trek van het existentialisme valt te noemen het pessimisme. In het hiets leven wij, bewegen wij en zijn wij. Met deze omkering van de bekende 'Paulinische tekst uit Handelingen 17 (vs. 28) is dit pessimisme zuiver weergegeven. Op dit pessimisme is van toepassing wat Wielinga eens schreef ten aanzien van het pessimisme van Schopenhauers filosofie: „zwart als de nacht en troosteloos als de woestijn. Zie ik verkondig u enkel jammer, die al den volke wezen zal!"

 Winst?

 Welke winst heeft nu het existentialisme gebracht; hetzij deze filosofie tweedimensionaal gericht is, naar mens en wereld (niet-christelijk existentialisme) óf driedimensionaal, mens, wereld en God (christelijk existentialisme)? Slechts deze winst, dat men opnieuw heeft Ieren inzien, dat er belangrijke gebieden zijn, waar het verstand niet de leiding heeft, de ratio niet-normatief is. Het hart heeft zijn reden, die het verstand niet kent, aldus Pascal.

 Voorts moeten wij alle dingen ook wetenschap en techniek zien onder het licht van Gods Woord. En wat leert ons dan de Bijbel, die -gelijk Kohnstamm zo treffend opmerkt- meer dan enig ander boek ter wereld, juist dat geeft, wat het existentialisme zoekt: de direkte aanraking met echte, waarlijk levende mensen? Dat de werkelijkheid om ons heen ea vaii onszelf een door God geschapen werkelijkheid is, dat de kosmos (het heelal als geschapen geheel) logisch, ordelijk, en redelijk van bouw is, dat door de zonde ons verstand is verduisterd, het gevoel onzuiver werkt en de wil neigt ten kwade, dat de ware vrijheid van de mens bestaat in de vrijwillige gehoorzaamheid aan de eisen van des Heeren wet, dat aan de menselijke existentie (bestaan) is voorafgegaan de Goddelijke existentie (wezen) en dat in de Schepper aller dingen de prima origo (eerste oorsprong) rust van al het zijnde.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 juni 1976

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Existentialisme en de religie (Door prof. dr. A. C. Drogendijk)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 juni 1976

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken