Bekijk het origineel

Ben je soms jehovagetuige of van t leger...?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Ben je soms jehovagetuige of van t leger...?

9 minuten leestijd

 Jonge, wat was het warm.

 Ik had nog een uur de tijd.

 Op een bankje in het Noorderplantsoen viel ik neer.

Heerlijk schaduwrijk was het hier.

Voor mij slingerde zich de oude vestinggracht. Verschillende soorten vogels zwommen in het water rond.

 Midden in de gracht dreef een bouwsel bedekt met stro, waarop een paar waterhoentjes ijverig aan het scharrelen waren. Hun werk werd echter wreed verstoord, toen een eendenpaar luid kwakend op het Tiest neerstreek en de waterhoentjes verdreef.

Dat ergerde me.

Maar de eenden kregen hun bekomst. Twee vette ganzen kwamen aanzwemm.en; ze bestegen met een enkele vleugelslag het bouwsel en dreven door schokkende bewegingen met hun lange halzen de eenden het water in.

Nu waren zij heer en meester op het kasteel.

 Net als in de mensenwereld, dacht ik. Als je maar groot en sterk bent en je spreidt daarbij een hoop lef ten toon dan lijk je in de wereld wel een hele piet, hoewel je toch Tnaar een gans bent.

 Mijn aandacht voor het bedrijf op het stronest werd afgeleid toen een vrouwtje kwam aanstrompelen.

 Mag ik hier wel effe zitte, meneer?

Natuurlijk mevrouw, de plaatsen zijn hier niet verhuurd hoor. Ze had een hoogrood gezicht van de warmte en was kennelijk toe aan een rustpauze in de verkoeling van de schaduw.

Hè, hè, zuchtte ze, toen ze een weinig was bijgekomen.

Ja, 't is warm mevrouw, zei ze domweg.

Mot je in mijn flatje komen, haakte ze in, daar was het om te smoren.

En toen onthulde ze me ongevraagd de leegte van haar leven. ,Jk ben uit een gezin van tien kinderen. Nu willen ze er niet meer dan twee hebben", constateer de ze bitter. Wij hebben drie zoons gehad. Mijn man is al jaren dood. Oma mocht op de kinderen van de zoons passen. Maar die zijn nu al groot. En nu hebben ze oma niet meer nodig. Geen mens kijkt er naar mij om.

Er kwamen een jongen en een meisje voorbij, beiden in spijkerbroek. Schorriemorrie, wees mijn buurvrouw met haar stok.

Een man met een baard en een hondje passeerden op het zandpad. Die beesten besmeren de hele stad, stelde ze  wrang vast.

 Daarna vervolgde ze haar levensverhaal. Elke dag  maar mijn eigen potje koken; gisteren (zondag) heb ik maar een eindje rondgefietst, waar moet je heen? Geen mens die naar je omkijkt...

Toch is er wel één die naar je om wil kijken, waagde ik te zeggen. Ze keek me aan, eerst verbaasd, daarna trokken haar ogen zich samen tot spleetjes. „Je bedoelt Jezus zeker? Ben je soms jehovagetuige of van 't leger?" Ik schudde van nee.

Toch is het waar dat de Heere Jezus zulke stumpers als u en mij wil helpen. Ze stond op, zo verhit als ze was en dreigde met haar stok. „Jezus", blafte ze, „praat me niet van Jezus". Ze slofte weg en draaide zich op de bocht van het pad nog even om. Wat ze zei, kon ik niet verstaan, maar het gebaar met haar stok sprak boekdelen.

 Boven mijn hoofd floot een tuinfluiter de lof van God. Praat me niet over Jezus, had ze dreigend met haar stok gesproken. En in de boom boven mij zong een tuinfluiter.

Op dat ogenblik was ik jaloers op het vogeltje, dat onbelemmerd Gods goedheid uitgalmde.

Konden we ook maar eens zó Zijn lof zingen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 juni 1976

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Ben je soms jehovagetuige of van t leger...?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 juni 1976

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken