Bekijk het origineel

Dialoog tussen christenen en marxisten

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Dialoog tussen christenen en marxisten

15 minuten leestijd

De verhoudingf tussen christenen en marxisten of communisten kr^g't de laatste tijd opnieuw de aandacht in verband met de ontwikkelingen in Italië. Geestelijken en christen-democraten worden daar greconfronteerd met een snelle opmars van de communistische partij.

.Enkelen onder hen hebben al besloten op deze partij te stemmen omdat zij in het communisme de laatste reaomgsmogeUjkheid zien voor het door corruptie en economische malaise geteisterde Italië.

Daarnaast is er in toenemende mate aandacht voor de zgn. „dialoog" tussen christenen en marxisten. De gedachte van zulk een dialoog is, zoals we zullen zien, niet nieuw, maar Juist de laatste anderhalf jaar komt zij in nieuw perspectief te staan. Ook in Nederland is te bespeuren dat progressief-linkse stromingen aanmerkelijk positiever staan tegenover het commimisme en de communisten.

De Nederlanders, die niet zelden de neiging hebben zich te gedragen als „minister van binnenlandse zaken" in tal van andere landen, staan bijna over iedere politieke situatie in de wereld al direkt met him woord en oordeel klaar. Zo b.v. ook onze minister van sociale zaken die enige tijd geleden de mening verkondigde dat liet voor Italië een goede zaak zou zijn wanneer de communisten daar in de regering.zouden komenl

Het kabinet Den Uyl, onder druk gezet door „radikale achterbannen" koerst geleidelijk naar een maatschappij volgens marxistisch model. Geen particulier ondernemerschap meer. Geen winsten meer. Alle inkomens gelijkstrijken (nivelleren). Excessieve macht voor de vakbeweging. Dreigende aantasting van het christelijk onderwijs. En straks wellicht, in een volgend ,kabinet-Den Uyl" (wat hopelijk nooit moge komen!) de abortus in het ziekenfondspakket.

Dialoog:

Zo koerst Nederland al aardig in een bepaalde ideologische richting en wordt de vraag naar de verhouding tussen christelijk geloof en marxistisch denken aktueel. Het woord „dialoog" is in de oecumenische theologie en ook in de politiek zo langzamerhand een modeterm geworden. Het is afgeleid van het Griekse woord „dialogus", letterlijk: gesprek, tweespraak. In de theologie en in de politiek gaat 't echter om méér dan enkef een gesprek, een conversatie Het gaat om een bepaalde instelling, attitude, een erkenning van het gegeven dat ook die andere gesprekspartner iets wezenlijks Iieeft in te brengen.

In Oost-Europa graat het bij de dialoog eigenlijk helemaal niet om een gesprek. Daa.r wordt de dialoog geheel geplaatst in de context van een praktische samenwerking, een gemeenschappelijke aanpak van de gerote problemen van de tijd. Op de Assemblee van de Wereldraad van Kerken In Nairobi waren het vooral de gedelegeerden uit Oost-Europa die zich kritisch uitlieten over een vorm van dialoog die zich primair richt op een theoretische uitwisseling van stellingen. Zij benadrukten vanuit hun ervaring dat de dialoog met het marxisme heeft geleld tot wederzijds begrip en vandaar uit tot samenwerking. Aldus dient ook de kritiek van de Russlsch-Orthodoxe patriarch Pimen op de Wereldzendlngsconferentie van Bangkok te worden verstaan.

Lenin

Deze opvatting van de dialoog is rechtstreeks ontleend aan Lenin zelf. Lenin heeft nooit gesproken over een „dialoog", maar wel over „samenwerking" met leden van orthodoxe kerk. De communisten stelden zich, vóórdat zij in Rusland aan de macht kwamen, namelijk betrekkelijk tolerant tegenover de kerken op en er waren zelfs geestelijken die aktief lid waren van de communistische partijl

Lenin heeft al direkt begrepen dat een al te consequente aanpak van het „religieuze vraagstuk" ten nadele van de revolutie zou uitwerken. In 1909 keerde Lenin zich bijvoorbeeld tegen degenen „die linkser of revolutionairder wilden zijn dan de sociaal-democratie en die probeerden in het programma van de arbeiderspartij een direkte belijdenis van het atheïsme op te nemen in de zin van een oorlogsverklaring aan de godsdienst". Het mag niet tot een politieke oorlog tegen de godsdienst komen, maar er moet „geduldig worden gearbeid aan het organiseren en het opklaren van het proletariaat, wat vanzelf wel tot het afsterven van de godsdienst zal leiden".

Natuurlijk was Lenin ervoor dat de godsdienst werd bestreden, maar voor hem gold steeds: „Men moet de godsdienst weten te bestrijden." Het gaat Lenin, blijkens hetzelfde geschrift uit 1909 erom dat éérst de doelstellingen van de communistische revolutie worden verwezenlijkt, waarvan de belangrijkste is ,4iet ontplooien van de klassenstrijd van de uitgebuite massa's tegen de uitbuiters". Ook de godsdienstige massa's moeten eerst communistisch leren denken zodat ze het „kapitaal planmatig en in al baar vormen" kunnen bestrijden.

Compromissen

Hiertoe was Lenin tot vergaande compromissen bereid. Niet op het punt van de doctrine zelf, maar op het punt van de samenwerking met christenen. Tegen de wens van de radikale achterban in drukte hij door dat christenen en zelfs geestelijken van de Russisoh-Orthodoxe kerk lid van de partij konden worden.

Zo schreef hij in 1909: „Als een geestelijke naar ons toe komt om gemeenschappelijk politiek werk te verrichten en als hij naar beste geweten zijn partijwerk verricht, zonder tegen het partijprogramma op te treden, kan hij door ons in de gelederen van de sociaal-demooratie worden opgenomen, want de tegenspraak tussen de geest en de grondslagen van ons programma en de godsdienstige overtuiging van de geestelijke zou onder zulke omstandigheden een persoonlijke tegensp;-aak kunnen blijven, die alleen hem betreft".

De geestelijke moest echter onmiddellijk worden verwijderd, wanneer hij „aktief begint met het propageren van zijn religieuze opvattingen".

Hieruit moge blijken dat de marxisten wèl voor een praktische samenwerking met christenen zijn, maar dat iedere theoretische dialoog wordt uitgesloten.

Aan de uitspraken van Lenin ter zake moet groot gewicht worden toegekend. Ze worden in Oost-Europa op grote schaal gepraktiseerd. Links-progressieve en communistische groeperingen in het Westen en in de derde wereld hanteren deze taktiek van Lenin eveneens. Men denke b.v. aan de „beweging christenen voor het socialisme". afkomstig uit Chili.

In 1969 vond er in Moskou een internationaal communistisch congres plaats waar onder meer het volgende werd geconstateerd: „In verschillende landen ontwikkelt zich een samenwerking en een gezamenlijke aktie tussen communisten en de brede democratische massa's van katholieken en gelovigen van andere godsdiensten. Dit is thans bijzonder urgent geworden. De dialoog tussen deze groepen inzake problemen als oorlog en vrede, kapitalisme en socialisme, neo-kolonialisme en de ontwikkelingslanden, gezamenlijke aktie tegen het imperialisme en voor de democratie en het socialisme is zeer dringend. Communisten zijn van mening dat via deze weg — de weg van brede, gezamenlijke aktiviteiten — de massa der gelovigen wordt tot een aktieve kracht in de strijd tegen het imperialisme en voor grondige transformatie".

Uit andere publikaties uit de Oosteuropese pers blijkt dat bepaalde ontwikkelingen ter zake in de derde wereld en in het (vrije) Westen de communistische partijen die op Moskou zijn georiënteerd niet zijn ontgaan. Het is tevens van belang op te merken dat sinds ongeveer 1972 de Chinese communistische partij sterke belangstelling heeft voor de dialoog en de samenwerking met kerken en christenen in het Westen. Hierop kan in dit kader evenwel niet worden ingegaan.

De dialoog tussen christenen en marxisten is eigenlijk pas goed op gang gekomen tegen het midden der zestiger jaren. De aandacht op deze dialoog wordt gevestigd door allerlei ontwikkelingen in deze zestiger jaren: de oorlog in Vietnam, de opkomst van „New Left" (Nieuw Links), het studentenverzet, de romantisering van het guerrillageweld, ètc. Maar daarvóór werd de dialoog — vooral echter op theoretisch niveau — al beoefend in het zgn. Paulus Genootschap, waar verlichte intellectuele kringen uit West en Oost-Europa bij betrokken waren.

Dit genootschap werd in 1966 opgericht in West-Duitsland en het beoogde vooral de intellectuelen bij elkaar te brengen. Het genootschap was van rooms-katholieke origine (Karl Rahner was er een van de leidinggevende figuren).

 Tegen het midden der zestiger Jaren kreeg binnen dit genootschap van intellectuelen de ideologische confrontatie tussen christendom en marxisme in toenemende mate de aandacht. Drie belangrijke symposia werden belegd: Salzburg, Herrenchiemsee en Marianske Lazne.

Van de besprekingen te Salzburg (1966) verscheen in 1966 een uitvoerig verslag onder de titel „Ohristentum und Marxismus Heute". Uit dit verslag blijkt op welk strikt theoretisch vlak deze gesprekken zich hebben bewogen. Zo is door verschillende sprekers bijvoorbeeld ingegaan op de vraag naar het „transcendentale karakter van het atheïsme".

 Belangrijker dan het Paulus Genootschap is de in 1958 te Praag opgerichte Praag:se of Christemke Vredesconferentie (CPC). Deze organisatie Is geheel georiënteerd op de buitenlandse politiek van de Sowjet-Unie. De Sowjet-Unie die voor het Paulus Genootschap geen belangstelling had en er aanvankelijk ook geen gedelegeerden heenstuurde, had des te meer belangstelling voor deze Oosteuropese organisatie. Het Paulus Genootschap was te theoretisch, de CPC daarentegen wilde meehelpen aan de verbreiding van de communistische ideologie.

De publikaties van de CPC veroordelen unaniem de politieke en sociaaleconomische systemen van 't Westen. Bet socialisme wordt b^ herhaling gepropageerd. In de CPC speelt de Russisch-Orthodoxe kerkleiding een dominerende rol, zeker nadat Nikodim in 1969 J. L. Hromédka, de eigenl^ke stichter van de CPC, opvolgde.

De Russische filosoof Lev Mitrochin, verbonden aan de Sonnet Academie van Wetenschappen constateerde in 19722 dat de dialoog een „potentieel nuttig werktuig is in de politieke str^d tussen socialisten en kapitalisten". „Zij is een vorm van wetenschappeiyke aktie van christenen en marxisten en als zodanig dient zij (de dialoog) beschouwd te worden als een belangrijk instrument bij het consolideren en aktlveren van de anti-imperialistische campagne en bij het verenigen van alle progressieve krachten in de strijd". Dit laatste aspect is een van de centrale doelstellingen van de CPC: géén dialoog op theoretisch niveau, maar een dialoog gericht op de praktijk.

Een „common front" maken met alle progressieve krachten in de wereld, daar gaat het om. Zo zijn er contacten in Latijns Amerika gelegd met linkse katholieke geestelijken. Nauw wordt samengewerkt met de communisten uit Cuba om vandaar uit een strategie voor het Latijnsamerikaanse continent te ontwikkelen.

Tot 1968 heeft de CPC onder leiding gestaan van J.L. Hromadka, een Tsjechisch theoloog die geheel op Rusland georiënteerd was. De opvattingen over deze theoloog variëren van een „agent van de Russische geheime dienst" tot een „nobel mens die het beste met zijn land voor had". Hoe het ook zij, feit is dat Hromadka tot de liberalisering onder Dubcek duidelijk het instrument is geweest in handen van de Russische buitenlandse politiek.

 Groot was zijn invloed in de oecumenische beweging en vooral in de Wereldraad van Kerken. Maar zijn „fout" (vanuit Sowjet- Russisch standpunt bezien) was dat hij in de Tsjechoslowaakse krisis van 1968 partij koos voor Dubcek. Had Hromadka in 1956 nog gezeed dat de Hongaarse opstand uitging van een „fascistisch complot" en daarmee de Russische interventie verdedigd. In 1968 veroordeelt hij door een brief aan de Russische ambassadeur in Praag de nieuwe Russische interventie scherp. Hromddka trekt zich de daarop volgende gebeurtenis zó zeer aan dat hij kort daarop overlijdt.

\/anaf dat moment slagen de Russen erin de CPC hechter onder controle te krijgen. In de zeventiger Jaren ontwikkelt de CPC zich tot een bijzonder belangrijk en nuttig instrument vaji de Russische buitenlandse politiek. Zo worden belangrijke contacten gelegd met de Amerikaanse en Europese kerken. In Amerika wordt een speciale organisatie voor „de betrekkingen met Oost-Europa" (CAREE) opgericht, die zich ten doel stelt begrip te kweken voor de ontwikkelingen die zich in Oost-Europa voltrekken. Ook via de Wereldraad van Kerken wordt door de CPC geopereerd, zij het natuurlijk niet op officieel niveau. Op de Assemblee van de Wereldraad van kerken in Nairobi lag uitgebreid foldermateriaal over de CPC, dat door een ieder kon worden meegenomen.

Conclusie

Naar het zich thans laat aanzien zal de dialoog tussen christenen en marxisten steeds belangryker worden. Het angstwekkende Is echter niet deze dialoog op zich — hoewel wij haar natuurlijk afwijzen — maar het feit dat deze zich in toenemende mate op Oost-Europa (met als spil de SowJet-Dnie) oriënteert. In het verlengde van deze „dialoog" komen dan te liggen de afbraak van de NAVO, de bevordering van de zgn. „bevrijding" van de derde wereld en van de vrouw, het vernietigen van het kapitalistische stelsel waarvoor dan het socialisme in de plaats moet worden gesteld. Kortom, by deze dialoog gaat het al lang niet meer om écht cbristeiyk geloof, maar om een geloof dat tot ideologie geworden is.

Tot dusverre is het byna alleen de Westdultse CDU-C$D geweest die deze dialoog principieel van de hand wijst. In Nederland zit het er niet in dat de leuze ,vrijheid In plaats van socialisme' door het CDA zal worden overgenomen. Steenkamp is in elk geval fel tegen die leuze gekant. De rol van Aantjes, die de ARP zo langzamerhand tot progressieve bijwagen van de PvdA heeft gemaakt, is ook niet bizonder fraai. Ik verwacht niet dat wij van de zijde van het in wording zijnde CDA een krachtig blok tegen het communisme èn tegen het marxistische denken mogen verwachten.

Wanneer Lenin nog onder ons zou zijn, zou hij déze ontwikkeling ongetwijfeld hebben toegejuicht. Voor ons is het slechts een reden tot droefheid, maar ook tot een profetisch getuigenis tégen de „geest der eeuw", die om de revolutie roept.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 juni 1976

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Dialoog tussen christenen en marxisten

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 juni 1976

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken