Bekijk het origineel

Weet kerk niet meer te zeggen wie Jezus is?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Weet kerk niet meer te zeggen wie Jezus is?

Ds. Van Dijk: Waarom vraag naar Oosterse mystiek

4 minuten leestijd

De Gereformeerde predikant ds. M. P. van Dijk - lid van de redactieraad van „Credo", het orgaan van de Stichting Confessioneel Gereformeerd beraad - meent een van de oorzaken gevonden te hebben waarom men zich zo afwendt van de christelijke religie: de kerk verstaat het niet meer om het nieuwe leven met Jezus Christus voor te leven. Ds. Van Dijk zet dat uiteen in het jongste nummer van „Credo". Diverse scribenten zeggen het hunne over mystiek.

Ter inleiding schrijft dr. B. van Oeveren uit Rijnsburg over „Protestantse mystiek". Mystiek is niet per definitie vreemd aan het protestantisme, hoewel menigeen dat wil doen geloven. Hamack meent althans - aldus Van Oeveren - dat beoefening van mystiek noodzakelijk tot katholicisme moet voeren.

Gebaseerd op Schriftgegevens kan (een facet van) mystiek het best omschreven worden als „de gemeenschap met God in Jezus Christus door de Heilige Geest, welke tot stand komt door de openbaring van God", zo stelt Van Oeveren.

Mystieke ervaring, religieuze belevenissen, oosterse mystiek, transcendente meditatie, yoga, zen-boeddhisme, Jesus- movements, drugervaringen, contemplatie... een geweldig groot aanbod van religieuze oriëntatie komt heden ten dage tot ons. Alleen daarom is het al goed zich op de mystiek te bezinnen en met name op de Protestantse mystiek. Van Oeveren constateert dat het niet terecht is - zoals nogal eens gebeurt - alle mystiek over één kam te scheren.

Ongeoorloofd vindt Van Oeveren het wanneer de mystiek de grens tussen God en mens wegvaagt. Het is geen wonder - zegt hij - dat velen sterk afwijzend staan tegenover de mystiek. Dat is de grote schuld van de mysticisten zelf. Direct daarop worden - zoals wel vaker gebeurt - Van Lodenstein pantheïstische gedachten in de schoenen geschoven, met een tweetal versregels uit een lijkdicht. (Kent de geachte scribent ook méér van Van Lodenstein dan deze twee regels?) Men leefde buiten Gods Woord in de bijbel en het werd een leven van bevindingen, gezichten en gestalten, aldus Van Oeveren.

De protestantse mystiek moet - zo zegt hij - vooral in deze richting gezocht worden, dat wij „onze harten opwaarts in de hemel verheffen, waar "Jezus Christus is, onze Voorspraak". De gemeenschap waarvan Van Oeveren dan wil spreken betekent vooral het zoeken en het houden van het verbond. Met instemming citeert hij Schilder. Vervolgens houdt hij een keurig betoog over de gemeenschap op deze wijze met Vader, Zoon en Heilige Geest - niet in wat hij noemt „valse mystiek" - maar op grond van het woord uit Efeze 2: „God heeft ons, hoewel wij dood waren door de overtredingen mede levend gemaakt met Christus".

Ds. Van Dijk - die in dezelfde kerkgemeenschap staat als dr. Van Oeveren - vraagt zich tegelijkertijd af waarom de oosterse mystiek de geesten zo boeit en waarom men kennelijk niet veel of helemaal niets meer ziet in het oude evangelie. Staan wij als kerk het evangelie soms in de weg? Weten we niet meer te zeggen wie Jezus Christus is? Van Dijk spreekt hier duidelijk tegen de achtergrond van zijn eigen kerkelijke situatie.

De door Van Dijk aangeroerde vraag gaat wellicht vrij wat dieper dan de door Van Oeveren aangereikte „formule", de protestantse mystiek die Bijbels zou zijn. Immers, degenen die tot op heden in elk geval nog een behoorlijk florerend kerkelijk leven hebben, staan - indien zij al te veel sympathie vertonen voor „bevindingen" op zijn minst onder verdenking van „mysticisme".

Behalve het vraagteken dat hier wellicht overblijft is zowel het artikel van Van Dijk, als dat van dr. R. Kranenborg - over „Geestverruimende middelen en hindoeïstische guru's", hij promoveerde op „Zelfverwerkelijking-oosterse religies binnen een Westerse subcultuur - zeer lezenswaardig.

Enthousiasme

Toch blijkt Van Dijk - ondanks gewaardeerde kritiek op Barth en Sölle, ondanks het „de bijbel zegt ons dat wij door een ander, Jezus Christus, worden verlost, doordat Hij onze schuld draagt - niet verder te komen dan een vrome wens: „Het zou zo mooi zijn als wij weer, zoals vanouds, enthousiasme zouden weten te wekken voor deze God van Abraham, Izak en Jakob en dat wij Hem niet langer in de weg stonden. Immers het is de moeite waard met Hem kennis te maken en door Hem gekend te worden. Het gaat boven alles uit Hem te ontmoeten".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 3 juli 1976

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Weet kerk niet meer te zeggen wie Jezus is?

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 3 juli 1976

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken