Bekijk het origineel

UIT DE KERKELIJKE PERS

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

UIT DE KERKELIJKE PERS

Nood

8 minuten leestijd

In „De Hervormde Vaan", het orgaan van de Ned. Hervormde mannenverenigingen op gereformeerde grondslag schrijft ds. Joh. Verwelius over de oecumene tussen Hervormd en Gereformeerd.

Nooit de grond

Bij de bespreking van het boek „Herman Friedrich Kohlbrugge, Zijn leven, zijn prediking, zijn geschriften" citeert ds. H. Visser in het „Gereformeerd Weekblad" (Bout) een beoordeling van een drietal Kerstpreken van Kohlbrugge, van de hand van wijlen ds. I. Kievit, uit het Gereformeerd Weekblad van 25 februari 1939.

„De preeken en werken van dr. Kohlbrugge zijn onder ons niet zo bekend. De oorzaak hiervan ligt wel in het feit, dat Kohlbrugge eigenaardige beschouwingen had over sommige leerstukken, die wij moeilijk kunnen overeenbrengen met de gangbare opvattingen naar Schrift en belijdenis. Dit neemt echter niet weg, dat Kohlbrugge grote verdiensten heeft gehad in den tijd, waarin hij leefde, door de prediking van de vrije genade Gods, de gerechtigheid des geloofs enz. Daarom kan het toch wel goed zijn met Kohlbrugge eens kennis te maken, want dat blijkt ook uit deze preeken, hij weet het Woord Gods recht te snijden en wie aandachtig leest, zal zich verblijden in de zuivere leer der vrije genade, die hij brengt en tevens opmerken, dat hij het bevindelijke leven, het werk van den Heiligen Geest, niet vergeet. Integendeel, Kohlbrugge geeft in deze preeken levende, diepe bevinding, wat noodig is gekend te worden om getroost te leven en zalig te sterven.

Indien de zoogenaamde vrienden van Kohlbrugge daar ook iets van hadden, zouden zij zich niet zoo ten onrechte op Kohlbrugge beroepen in hun geestelooze prediking, waarin zij op hun manier het geloof maken tot het een en al, maar blijkbaar zonder het werk van den Geesf. Dat deed Kohlbrugge niet. Wanneer deze zich keert tegen de bevinding, doet hij het alleen om in het licht te stellen, dat zij nooit de grond onzer zaligheid kan zijn, maar nimmer om het leven des geloofs, dat een bevindelijk leven is, aan te tasten. Men leze maar deze preeken en kan zich van hetgeen wij schrijven overtuigen. Ter lezing en overdenking aanbevolen. Stichtelijke lectuur van goed gehalte."

Nood

In „De Hervormde Vaan", het orgaan van de Ned. Hervormde mannenverenigingen op gereformeerde grondslag schrijft ds. Joh. Verwelius over de oecumene tussen Hervormd en Gereformeerd.

„De Gereformeerden vinden bij de samen op weg gaan, de „geref. bondsgemeente" en de vrijzinnigen een moeilijke hindernis voor de eenwording. Wat de vrijzinnigen betreft, hebben ze zich niet bezorgd te maken. Immers in nieuwe vorm hebben ze vrijzinnigen genoeg in hun kerk. Denk maar aan de leer van prof. Kuitert over de Heilige Schrift en niet te vergeten de onbijbelse verzoeningsleer van dr. Wiersinga.

Nu zou je dus verwachten dat de Gereformeerden zich toch wel verwant voelen met ons. Integendeel, ze schuwen ons. Mevr. Van Ruler zei op de classicale vergadering in Doorn er dit van: De Gereformeerden zijn erg bevreesd voor bevinding en lijdelijkheid. Dat laatste kunnen we met ze eens zijn. Maar hun vrees voor bevinding kan wel eens het teken zijn dat velen in de Gereformeerde kerken zich op de been houden een soort geloof dat zo intellectueel is ingesteld dat het wezensvreemd is aan het bijbelse geloof dat niet alleen een zaak is van mijn verstand maar ook van mijn hart. En dat geloof is niet zonder de vreze Gods dat iets mag kennen van de verborgen omvang met God.

Hoe dan samen op weg? Door het ontplooien van allerlei gezamenlijke activiteiten? Kanselruil enz. Nee, daar zijn we lang nog niet aan toe. Wel, nodig gebed om de leiding van de Heilige Geest. De oproep tot bekering. Terug naar het Woord. Dat Woord van God moet heerschappij hebben over alle, niet alleen over ons hervormden, maar over de gereformeerden. Het geldt ook in onze tijd.

„Tot de wet en tot de getuigenis: zo zij niet spreken naar dit woord, het zal zijn dat zij geen dageraad zullen hebben."

De ware eenheid wordt in de nood geboren. Daar waar we ons samen als schuldige zondaars leren neerbuigen voor Gods troon en verzoening mogen vinden in het bloed van het Lam."

Druk

De classicale kerkbode (classis Amsterdam) van de Gereformeerde Gemeenten vraagt: Gaat het u niet aan?

„De geest uit de afgrond zet alles op alles om zijn doel te bereiken.

Hij heeft kleine tijd! Hoewel overwonnen door Hem die alle macht in hemel en op aarde heeft zijn de stuiptrekkingen van zijn ondergaand rijk geweldig en verschrikkelijk. En bang te moede vragen we onszelf af: „Gaat het u niet aan"?

O ja, we beseffen nog wel dat het niet goed gaat, we voelen ons bezwaard de oordelen Gods hebben we te wachten maar, daar blijft het bij.

We hebben het zo druk met dit en dat en wat heeft het een voorname plaats in ons leven van: wat zullen we eten, wat zullen we drinken, waarmee zullen we ons kleden, hoe kunnen we ons comfortabel leven behouden. We houden van rust en gemak en bekommeren ons weinig over de verbreking van Jozef. Wat dringt ook de geest der wereld in ons leven door. De aarden flessen is Gods kerk gelijk geworden.

Wat maken we ons dikwijls druk op kerkelijk terrein, hoe worden onderlinge verschilletjes niet benadrukt, die, zoals een Engels schrijver het uitdrukt, op 't sterfbed allerminst van enig belang blijken te zijn. Gaat het u niet aan? dat we zo lauw zijn?, dat ons volk als in de duistere afgrond wegzinkt?, dat een geslacht opstaat totaal vervreemd van God en Zijn Woord?"

Vakantie

Het Hervormd kerkblad „Voetius", dat in een aantal Noordbrabantse gemeenten verschijnt, schrijft ds. W. Westland uit Veen:

„Voor velen is nu de vakantietijd aangebroken. Sommigen gaan verre reizen maken, anderen blijven rustig thuis. U allen een goede tijd toegewenst. Laten we voorzichtig zijn in het verkeer, opdat we onszelf en anderen niet in gevaar brengen. Maar bovenal laten wij bedacht zijn op de geestelijke gevaren, die in de vakantietijd nog sterker op ons aan komen. Neem daarom uw Bijbel mee op vakantie. Laat er elke dag tijd zijn om te lezen en te bidden. ' En bedenk, dat de zondag overal in ere gehouden dient te worden, omdat het de Dag des Heeren is. Zoek ook in uw vakantieplaats de kerk op. Laat het woord van de apostel Johannes een richtsnoer zijn voor onze vakantie: Heb de wereld niet lief, noch hetgeen in de wereld is; zo iemand de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem. Want al wat in de wereld is, namelijk de begeerlijkheid des vleses, en de begeerlijkheid der ogen en de grootsheid des levens is niet uit de Vader, maar is uit de wereld. En de wereld gaat voorbij, met al haar begeerlijkheid, maar die de wil Gods doet, blijft in der eeuwigheid (1 Joh. 2:15-17)."

Onbekend

Dr. W. Aalders in het „Kerkblaadje" van de vrienden van Kohlbrugge over „De spankracht van de Heilige Geest".

„Wij zullen méér contact moeten zoeken met de geschriften, die voortkomen uit die onderstroming van het kerkelijk en theologisch leven, waar de mystieke, speculatieve vroomheid voortleeft, die uit ervaring en ondervinding weet van „verlichtingen van de Geest" en van ,,een lichtend vallen van genadestralen in onze grote nood". Uit de opmerkingen van de hoogleraren Kuitert en Smits blijkt, hoe die onderstroom onbekend is en hoe hooghartig zij beoordeeld wordt. Maar voor de opbouw van de geestelijke mens kan vaak één geschriftje uit die onderstroom van méér betekenis zijn, dan planken vol boeken, die onze aandacht alleen maar richten op de actuele en moderne problemen van de wereld. „Martha, Martha, gij bekommert u om vele dingen, maar weinige zijn nodig of slechts één ding..." (Lucas 10:41)."

Slachtoffer

Een staaltje van de zwarte theologie van de kort geleden gepromoveerde Alan Boesak in „De Bazuin". (RK)

„Geen blanke christen kan genieten van „de vrijheid die in Christus Jezus is" zolang hij zijn broeders en zusters in ketens houdt. De blanke is evenzeer slachtoffer van zijn systeem als de zwarte — zij het dan op een verschillende manier. Kijk, wij moeten onze zwartheid ontdekken in het licht van het Evangelie, beseffen dat onze zwartheid van God is en beseffen dat het onze verantwoordelijkheid is om er op toe te zien, dat onze zwartheid niet en nooit meer een teken van minderwaardigheid zal zijn of van minder- mens-zijn. Zo moet ook de blanke zijn blankheid zien in het licht van het Evangelie en de volle consequenties daarvan. Ik denk dat een van die transcenderende momenten in de zwarte theologie is, dat we zien en vasthouden aan het oude Afrikaanse inzicht, dat je niet mens bent vanwege jezelf en niet terwille van jezelf. Je bent mens, vanwege de ander en terwille van de ander — en die ander is ook de blanke. En zolang hij mij in ketens houdt, is hij zelf niet vrij, want hij blijft doodsbenauwd voor de dag dat die ketens gaan breken. Die angst maakt hem ook minder menselijk — dat kan ik met duizenden voorbeelden illustreren. Omdat zijn menselijkheid hier op het spel staat, zit zijn bevrijding onherroepelijk vast aan mijn bevrijding. De bevrijding van de zwarten is de bevrijding van de blanken — en wij hopen dat zij dat ook inzien."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 3 juli 1976

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

UIT DE KERKELIJKE PERS

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 3 juli 1976

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken