Bekijk het origineel

Geen veroordeling van abortus-artsen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Geen veroordeling van abortus-artsen

Rechtvaardigingsgrond aanwezig geacht

4 minuten leestijd

AMSTERDAM — De rechtbank in Amsterdam heeft donderdag de zaak tegen de twee Amsterdamse artsen van de voormalige abortuskliniek Het Sarphatihuis in de hoofdstad terugverwezen naar de rechtercommissaris omdat er een nieuwe getuige is gevonden, die een nieuw licht op de zaak zou kunnen werpen.

In deze kliniek werd op 9 mei 1974 een 37-jarige Belgische vrouw (moeder van vijf kinderen) uit Turnhout geaborteerd, die aan een daarbij opgetreden complicatie (bloeding) nog dezelfde dag overleed in het Weesperpleinziekenhuis. Donderdag had de rechtbank uitspraak zullen doen. De rechtercommissaris zal deze nieuwe getuige nu gaan horen.

Tegen de artsen, de 47-jarige L. P. N. en de 52-jarige P. H. N. M. D. had de officier van justitie respectievelijk drie maanden plus twee weken en drie maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf geëist. Deze straffen waren gevorderd ter zake van het medeplegen als arts van abortus en het medeplegen van dood door schuld begaan in de uitoefening der geneeskunst.

Aan N. was bovendien ten laste gelegd het aborteren van een Duitse vrouw uit Berlijn op 7 november 1974. Hij had toen de in juli van dat jaar door de beide artsen vrijwillig gesloten abortuskliniek op 1 november alleen weer heropend.

De rechtbank verklaarde in dit geval het bewezene — het als arts plegen van abortus provocatus — niet strafbaar en ontsloeg de arts van alle rechtsvervolging

Voorts gelastte hij de teruggave van het door de justitie in november 1974 in beslaggenomen instrumentarium van de kliniek.

Begin juni van dit jaar had het Medisch Tuchtcollege in Amsterdam beide artsen in verband met de dodelijk afgelopen abortus van de Belgische vrouw ieder voor zes maanden geschorst uit de bevoegdheid tot arts. Tegen deze beslissing zijn de beide medici in beroep gegaan bij het gerechtshof in Amsterdam.

Veranderde opvattingen

In de zaak van het aborteren van de Duitse vrouw overwoog de rechtbank, dat de opvattingen over de toelaatbaarheid van door medici verrichte abortus provocatus, die onder het Nederlandse volk en binnen de medische professie heersen, sinds de totstandkoming van het artikel 251 bis van het Wetboek van strafrecht (het abortusartikel) aan veranderingen onderhevig zijn geweest. Deze veranderde opvattingen, met name sedert 1970, hebben geleid tot verscheidene wetsvoorstellen. Deze, hoewel verschillend van inhoud en strekking, beogen alle verruiming van de toelaatbaarheid van toepassing door medici van het thans nog bij genoemd wetsartikel ook voor hen in principe strafbaar gestelde handelen.

Voorts overwoog de rechtbank dat het openbaar ministerie in de laatste twintig jaar slechts in hoge uitzondering is overgegaan tot vervolging van medici ter zake van abortus provocatus. Hoewel van algemene bekendheid is dat in algemene ziekenhuizen en sedert 1971 ook in abortus (poli) klinieken vele vrouwen, de laatste jaren zelfs tienduizenden, worden geaborteerd.

Rechtvaardiging

Desalniettemin stelt het bewuste artikel de arts nog steeds strafbaar die bedoelde abortus pleegde. Dit kan ten aanzien van een arts volgens de rechtbank echter zijn strafbare karakter verliezen iindien een grond aanwezig is die het toepassen van bedoelde handeling kan rechtvaardigen. Deze grond is aanwezig indien op medische indicatie, waaronder begrepen de sociale indicatie, de behandeling noodzakelijk is.

In beginsel staat het al of niet aanwezig zijn van bedoelde indicatie ter beoordeling van de arts die de behandeling toepast, mits hij daarbij op goede gronden de medische indicatie aanwezig heeft geacht. De rechtbank is van oordeel dat genoemde goede gronden dienen te worden voorondersteld bij die medicus die een vrouw een behandeling ter onderbreking van zwangerschap doet ondergaan.

De rechtbank is van oordeel dat dokter N. terecht een beroep heeft gedaan op een rechtvaardigingsgrond nu niet is gebleken dat hij, op ongenoegzame gronden medische indicatie aanwezig achtte, en tot abortus van de Duitse vrouw besloot. Derhalve dient hij te worden ontslagen van rechtsvervolging, aldus de Amsterdamse rechtbank in haar vonnis.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 juli 1976

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Geen veroordeling van abortus-artsen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 juli 1976

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken