Bekijk het origineel

UIT DE KERKELIJKE PERS

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

UIT DE KERKELIJKE PERS

12 minuten leestijd

<br />

Planting des Heeren

Waarom zitten Gods kinderen niet allen in één kerk, wordt gevraagd in „Om Sions wil". Hervormd Gereformeerd gezinsblad. Ds. J. Catsburg antwoordt:

„U komt nu met een goede raad. Laat de Gereformeerde Bond uit de Hervormde kerk gaan en laten we samen een nieuwe kerk vormen.

We verstaan uw gedachte, doch prijzen haar niet. Waarom niet? Als wij gaan stichten, gaan we ontwrichten. De Kerk is een planting des Heeren. Een daad van Zijn wederbarende genade. De Kerk kunnen wij niet maken. Zij is een geschenk van de Koning, zij is een gave Gods. Doch wat hebben wij ervan gemaakt?

De kerk is een planting des Heeren. De kerk der reformatie, de Hervormde kerk. Ik weet het, zij is ziek, het verval en de afval is groot. Toch wordt daar de rechte prediking nog gevonden. De Heere geeft ons nog ruimte.

Wijlen ds. Zandt zei eens: „Als ze mij de voordeur uitsturen, stap ik de achterdeur weer binnen". Ik ben overtuigd dat zijn mening juist is. Want wat leert ons de geschiedenis van de kerk? Welke lessen komen tot ons uit de kerkscheuring? Hebben we in de scheuring de juiste weg bewandeld? De ene scheuring heeft de andere voortgebracht.

We zeggen dit niet vanuit de hoogte. Doch in verootmoediging, want de droeve gang der kerk is ons aller schuld. Wij en onze vaderen zijn van het heilspoor afgegaan.

We zijn in frontlinies gezet. En daar moeten we strijden tot de laatste man. We mogen uit de loopgraven niet vandaan gaan. Zolang de Heere de kerk niet heeft verlaten, mogen we haar niet verlaten.

Versta ons goed, vriend. We veroordelen de afgescheidenen niet. Welk een genade, als we onszelf mogen veroordelen. Ons werk is zo gebrekkig.
(......)

Want wat zien we in de afgescheiden kerken? Zij kunnen de Waarheid ook niet bewaren. Worden in de afgescheiden kerken de fundamenten ook niet ondergraven? Dit behoeft eigenlijk geen vraag meer te zijn voor een ieder die een beetje thuis is op het erf der kerk. We houden het niet en we redden het niet, tenzij we worden vastgehouden en wij worden gered. O, mocht deze schreeuw vanuit de nood meer worden gekend en neergelegd aan de voeten van de Heere, Die groot is van daad en macht is van daad! In ons is geen kracht tegen deze grote menigte. We hebben kleine kracht door genade. Zo alleen kunnen we het Woord bewaren. Ik weet het, u blijft met dit alles zitten met de vraag: Maar hoe komen we bij elkaar? Alleen door een wonder Gods. En de Heere volvoert zijn wonderen altijd weer in richferlijke wegen! De weg naar genezing loopt door de ziekte heen".

Dwalingen

In „Aktueel Evangelie", een „tijdschrift gewijd aan het herstel van het zuivere evangelie", een artikel over „de rechtvaardiging brengt dwalingen aan het licht".

„Nog altijd wordt wijd en zijd geloofd door christenen dat de mens een sterfelijk lichaam bezit, maar een ziel heeft die van nature onsterfelijk is. De laatste decennia zijn vele christelijke theologen tot het inzicht gekomen dat deze gedachte (ook wel dualisme genoemd: de mens wordt niet als een eenheid beschouwd, maar bestaat uit twee delen — lichaam en ziel) puur klassiek-grieks is en niet aan de bijbel kan worden ontleend. Herman Hoeksema, gereformeerd theoloog die veel in de Verenigde Staten heeft gepubliceerd, staat volstrekt niet alleen als hij de „zogenaamde onsterfelijkheid van de ziel" noemt „een dwaling die geen enkele bewijsgrond vindt in de gehele bijbel. Het is één van die leerpunten die de kerk heeft geërfd uit de nalatenschap van de Platonische wijsbegeerte en die zij kritiekloos en zonder toetsing aan de Schrift heeft overgenomen..."
(.......)

„Om te beginnen is ook wetticisme — hoe vreemd en paradoxaal dit ook moge klinken — een vorm van antinomianisme. Wetticisme beroept er zich immers op Gods wet te eren. Toch onteert 't juist die wet, omdat de geboden van God een volmaakte gerechtigheid eisen, waaraan alleen de gerechtigheid van Christus kan voldoen. Te veronderstellen dat iets minder dan die volmaakte gerechtigheid en gehoorzaamheid van Jezus Christus aan de eisen van de wet kan voldoen, maakt het wetticisme niet wettig maar juist uiterst onwettig. Derhalve ziet de wettische mens zich genoodzaakt de wetseisen te gaan beperken en te verzachten, namelijk tot datgene waartoe hij wel in staat is. Zo deden toch ook de Farizeeërs met het gevolg dat zij met hun menselijke tradities de inhoud van de wet uitholden. Jezus daarentegen radicaliseerde de wet tot in zijn allerdiepste strekking. In de wijze waarop Hij de wet vervulde en verhoogde, zien wij de Gerechtigheid die alleen de geboden kan tevreden stellen".

Als een roos

In het „Eilandennieuws" een verslag van ds. P. Bloks reis naar het zcndingsterrein van de Geref. Gemeenten op Irian Jaya. Drs. A. Vergunst, zijn reisgenoot, keerde vroegtijdig terug.

„Bij de bezoeken die ds. Blok aan de genoemde zendingsposten heeft gebracht, was het hem tot vreugde te bemerken, dat de prediking van het Evangelie een zichtbare verandering onder deze mensen heeft gebracht. In gesprekken via een tolk met de Bijbeljongens, die roeping hebben om de kerk te dienen, kwam hij onder de indruk van de krachtdadige werking van Gods Geest. Al is het, dat het gewone leven niet totaal wordt veranderd, door de toenemende belangstelling en de indruk van het Woord Gods, zijn er andere gedragspatronen in hun leven gekomen. Niet alleen door de prediking, maar ook doordat ze nu het Nieuwe Testament in hun eigen taal hebben vertaald (door drs. Fahner). In de hutten wordt huisgodsdienst gehouden; de Bijbeljongens lezen voor en de teksten worden door de huisgenoten nagezegd.
(......)

Ds. Blok heeft samen met ds. Kuyt een vliegtocht naar de zendingspost Nipsan gemaakt. Zoals bekend is deze post 11 mei 1974 geheel verwoest waarbij vele moorden zijn gepleegd, ook van de Bijbeljongens op één na. Deze jongen had als enige wens om daar weer heen te mogen gaan om de mensen het Evangelie te brengen. De reis werd gemaakt in 'n helikopter, begeleid door een vliegtuigje van de MAF, om hulp te bieden als er zich e.v. moeilijkheden zouden voordoen. Voor het vertrek werd onder de vleugel van het vliegtuig door ds. Blok gebeden, waarin de Heere meekwam. Eerst werd boven de post zelf gevlogen; in verschillende dorpen werden allerlei dingen gedropt. Uit één werd op de helikopter met pijlen geschoten. De verwoesting van het dorp Nipsan was nog duidelijk zichtbaar; de landingsstrip te Nipsan was echter nog intact. Bij de landing cirkelde het vliegtuigje van de MAF steeds in de lucht.
(......)

Aan het slot van de middag zei ds. Blok dat hij begonnen was met het woord van Jesaja, dat de wildernis zou bloeien als een roos. Daarvan had hij diepe indrukken meegekregen, want hij had er mensen ontmoet, eenvoudigen, die door de krachtdadige werking van Gods Geest waren omgezet tot een nieuw leven. Treffend was de ontmoeting met een bekeerde hoofdman, die met tranen in de eigen tot hem zei: „Toean toean, jij zult straks daarboven eens aanzitten aan de ronde tafel, met Abraham, Izak en Jacob en al de heiligen. Zal ik er ook bij zijn"?"

De tempel

In „Israël en de Bijbel" schrijft H. Verweij, kennelijk dezelfde als de hoofdredacteur van het blad „Koers", over de tempelbouw.

„...dit alles kan niet de wrange werkelijkheid verdoezelen dat er van tempelbouw nog geen sprake kan zijn. Nóg niet! Dat ,,nóg niet" is voor kenners van het profetisch woord ten aanzien van de Tempel een vanzelfsprekendheid, want de toekomstige Tempel voor-onderstelt de bekering van geheel Israël. Deze nieuwe Tempel voor-onderstelt tevens het Koningschip van de Here over de rijken van deze wereld, de theokratie waarin de volken volgens Zacharia's profetie zullen optrekken naar Jeruzalem om daar het Loofhuttenfeest te vieren en volgens andere profetieën de grote Koning te aanbidden in Zijn woonplaats te Jeruzalem. Het is niet onmogelijk dat er een voortijdige „provisorische tempel komt, maar dat is niet dé Tempel, zoals deze door de profeet Ezechiël in machtige, gedetailleerde visioenen (de hoofdstukken 40 t/m 43) is geschetst.
(......)

Het verband: de terugkeer van gans Israël, de verkondiging aan het huis Israels en het daaropvolgende meten van de Tempel tot in de kleinste details, laat geen twijfel aan een nog toekomstige Tempel".

Verstomd

De vervolging van christenen neemt toe, schrijft ds. A. Vroegindewey uit Veenendaal in het „Gereformeerd Weekblad".

,,Maar de raad van kerken in Nederland spreekt niet namens ons wanneer ze een protest richt tot de regering van Zuid-Afrika. Die raad van kerken heeft het recht niet om dit te doen, het morele recht niet, omdat ze mede schuldig staat aan die bloedige onlusten door haar steun aan die bevrijdingsbewegingen, die geweld en moord en doodslag in hun vaandel hebben geschreven.

Maar waar is die raad van kerken en waar is de Wereldraad van kerken wanneer het om de vervolging van kerk en christenen gaat in de communistisch geregeerde landen? Lange tijd heeft men de waarheid verzwegen. Men liet het aan ds. R. Wurmband en enkele anderen over om de gewetens van de christenen in het westen wakker te schudden. Daarbij werd Wurmband nog scherp bestreden. Van een ondergrondse kerk in Rusland en andere communistische landen was immers geen sprake. Wurmband maakte ons maar wat wijs. Wurmband was niet te vertrouwen. In de laatste jaren zijn die stemmen in elk geval verstomd. Want men kan de waarheid niet langer verbergen. En het is waar wat we lazen van de bekende Russische schrijver Solzjenitsyn: „Door over het kwaad te zwijgen en diep in ons te begraven, zodat het nergens aan de oppervlakte komt, planten we het juist en zal het in de toekomst duizendvoudig opkomen". Inderdaad, het is een grote schuld die de kerken in het westen op zich hebben geladen door te zwijgen over het kwaad van de vervolgingen in de communistische landen en met de kerkleiders die gewillige werktuigen van het communisme zijn, zoals de Russische metropoliet Nikodim, te verbroederen".

De rechte plaats

De heer Boeder te Ede in „De Wachter Sions":

„Er wordt veel over de Evangelieprediking gesproken. En nu kunnen we zeggen, dat de verkondiging van Gods Woord de prediking van het Evangelie is in ruimere zin. Maar hier hebben we de eigenlijke Evangelieprediking. Waren er meer, die eens niet verder voortkonden en aan de kant moesten zitten, uitroepende over hun zonden met innerlijke smart en droefenis, wat zou er dan een plaats zijn voor de rechte Evangelieprediking. Dan zouden Gods knechten hun waren nog kwijt kunnen. Dan zouden ze mogen treden in de voetsporen van de gezegende Heere Jezus, die juist gekomen is om de armen die alle rechten en aanspraken verloren hebben, het Evangelie te verkondigen, de blinden, die geen weg meer weten, het gezicht te geven, om de gevangenen, die eeuwig in de gevangenis onder Gods toorn zouden moeten verzinken, het jaar der vrijlating uit te roepen. Er zijn twee dingen, die zeer uitnemend bij elkaar passen en dat zijn een verloren zondaar en een algenoegzame Zaligmaker. Dan mag met recht gezegd worden: Hoe lieflijk zijn op de bergen de voeten Desgenen, Die het goede boodschapt. Waarlijk, er is in het Evangelie geen gebrek, maar het gebrek ligt bij ons, die altijd maar weer door de Heere Zelf op de rechte plaats gebracht moeten worden om dat Evangelie nog eens te horen".

De waarheid?

Ds. J. F. van Woerden, Hervormd wijkpredikant te Delft, schrijft in „Rond de Marcuskerk" naar aanleiding van het besluit dat ds. J. Schelhaas de Geref. Kerken verliet over „de waarheid hebben".

"Daarom kan waarheid ook nooit een bezit zijn, dat je ergens op kunt bergen om dan te kunnen zeggen: wij hebben de waarheid. Christus zei niet dat Hij de waarheid had maar dat Hij haar was. ,,Ik ben de weg en de waarheid en het leven". De waarheid, als lichtbron voor uw en mijn bestaan, is niet te vinden in oude vergeelde formulieren, (....) maar in de levende Heer zelf.

Op dit fundamentele verschil liep in de afgelopen jaren elke poging tot samenwerking met ds. Schelhaas en zijn geestverwanten stuk. Dat was bij hen geen on-wil, integendeel: er was een grote bereidheid zelfs om samen te praten, maar samen wérken? Nee... Dan moest er eerst een soort geloofsaccoord op tafel komen, een geschreven stuk, dat dan door beide partijen moest worden ondertekend, (...) Waarop wij rilden alleen al bij de gedachte aan de eindeloze avonden die het kosten zou om zo'n stuk op te stellen. (...)

Bovendien deelden we op geen enkele wijze het vertrouwen van de andere partij dat een dergelijke papieren basis ook een garantie voor een goede samenwerking zou zijn. Vaak hebben we in die gesprekken verwezen naar het feit dat er ontelbaar veel gereformeerde kerken en groepen in Nederland zijn (oud-gereformeerd, christelijk-gereformeerd, gereformeerde gemeente, gereformeerde bond, enz.) die het allemaal eens zijn over de 3 „formulieren van enigheid" (en wat staat daar niet allemaal in!) maar in de praktijk elkaar verketteren en op geen enkele manier tot samenwerking komen.

Ook hebben we wel eens gewezen op het merkwaardige feit dat we als Marcuskerk wél een uitstekend contact en een vruchtbare samenwerking hebben met de RK Adelbert-parochie, gewoon omdat we elkaar herkennen in Christus — terwijl er wat de léér betreft met hen toch heel wat diepergrijpende verschillen zijn dan met onze gereformeerde broeders. Maar dat blijkt geen enkele belemmering te zijn om toch intensief als kerken samen te leven en werken! (.....)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 10 juli 1976

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

UIT DE KERKELIJKE PERS

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 10 juli 1976

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken