Bekijk het origineel

Verschuure: geschiedenis wemelt van oefenaars

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Verschuure: geschiedenis wemelt van oefenaars

3 minuten leestijd

Ons bericht over „Voorgangers in Geref. noodgemeenten" (RD 5 juli '76) heeft - zoals te verwachten was - wel enige reactie opgeroepen. Het lijkt correct om de lezer niet geheel onkundig te laten van het verweer dat zowel de heer J. A. E. Vermaat als de kerkeraad van de Noodgemeente Groot-Den Haag hebben (aan)geboden. Daarbij beperken wij ons tot het overnemen van enkele belangrijke passages. <br />

Namens de kerkeraad van de Noodgemeente berichtte ons drs. J. Verschuure:

„Wij dachten zo in onze onschuld, dat met name in de kringen van de „Nadere Reformatie" en van de Afscheiding - aan welke bewegingen het grootste deel van Uw lezers zich ongetwijfeld geestelijk nauw verwant zal voelen - de figuur van de lekeprediker bepaald geen vreemde eend in de bijt is geweest. Dat de traditie in de Gereformeerde Gemeenten en aanverwante groeperingen in dit opzicht boekdelen spreekt. Dat Helenius de Cock - naar wij ons stellig menen te herinneren - al op achttienjarige leeftijd op de kansel stond. Dat in de jaarboekjes van de Gereformeerde Kerken in Nederland bij de vermelding van voorgangers, die een bepaalde plaatselijke gemeente in de loop van de geschiedenis hebben gediend, het in de periode van de Afscheiding wemelt van de afkorting: „Oef." (q,oefenaar")(....)

„Wat verwacht Uw kerknieuwsredactie eigenlijk van ons? - Toch niet dat wij - evenals de Joodse leiders van weleer - ons keurig formeel aan de kerkenorde zullen houden. Zoals ook die „goeie dominees,' en „goed-orthodoxe" kerkeraden doen, die er blijkbaar geen been in zien, om, zoals hier recentelijk in Den Haag, toegang tot de kansel te verlenen aan Prof. Augustijn, Prof. Baarda - en erger nog - aan de verdediger van Wiersinga en van communistische participatie aan de Vrije Universiteit: ds. Ringnalda".

De heer Vermaat schreef onder andere:

„Ik heb mijn optreden daar niet gezien als dat van een predikant. Het was voor mij een lezing zoals ik wel meer in kerken en andere groepen lezingen houd. Bovendien heb ik mij vergewist van de instemming van het bestuur van „Schrift en Getuigenis". Ds. Hegger, die buitenlands is, was niet meer te bereiken, doch de heer Rippen, die zelf ook een enkele maal in Urk is voorgegaan, deelde mij mede dat zonder twijfel ook ds. Hegger tegen dit optreden geen bezwaren zou hebben gehad.

Ik erken volmondig het ongebruikelijke van deze situatie, maar ik kón onder de gegeven situatie mij niet onttrekken aan een uitdrukkelijk verzoek van een ouderling, vooral omdat ik begrip heb voor de gerezen noodsituatie".

„Ik zou niet graag als „predikant" willen optreden. Ik-gevoel mij in genen dele daartoe bevoegd. Wellicht zal het bescheiden begin dat met een theologische studie is gemaakt nog eens worden voltooid, maar op dit moment gevoel ik mij geenszins een theoloog.

Het was Kraemer, met wie ik op andere punten van mening verschil, die eens een boekje heeft geschreven over ,,Het'ambt van de leek in de kerk". Dat boekje heeft mij in veel opzichten aangesproken; Kraemer was trouwens zelf een niet-theoloog, evenals John Mott, J. H. Oldham en andere vooraanstaande oecumenische leiders".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 10 juli 1976

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Verschuure: geschiedenis wemelt van oefenaars

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 10 juli 1976

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken