Bekijk het origineel

Oude schrijvers, „Overjarig Koren

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Oude schrijvers, „Overjarig Koren" en een Rotterdamse predikant

„DE VRIEND" VOOR 35 CENT PER KWARTAAL

8 minuten leestijd

Wie ooit preken van John Welch, Richard Vines, Richard Sibbes of Thomas Manton las, wie de naam William Guthrie, John Flavel, David Dickson of Stephen Charnock niet vreemd in de oren klinkt, zij die mogelijk in de kerk wel van Richard Cameron, Thomas Brooks of Thomas Boston gehoord hebben, of van Hugo Binning, voor diegenen zal ook de bibliotheek „Overjarig Koren" niet onbekend zijn.<br />

Wie kent nog „Het beste werk in de slechtste tijden" van Flavel? Wie leest de keurstoffen van Binning? John Owens „Evangelygronden en baerblijkelykheden van het gelove van Gods uytverkorenen" zal in weinig boekenkasten prijken, terwijl Thomas Bostons „Beschouwing van het Verbond der Genade" meer geprezen dan gelezen is. In elk geval, de lezer die het bezit van dit soort werken nog wèl tot een schat rekent, niet zozeer om het uiterlijk, maar om de inhoud, zal niet verbaasd zijn dat wij er enige aandacht aan besteden, nu de vijftigste jaargang van een serie als ,,Overjarig Koren" bijna compleet is. Vijftig jaar „Overjarig Koren" betekent heel wat waardevolle preken voor niet veel geld.

Ds. R. van Mazijk is ermee begonnen in Rotterdam, maar de serie liep niet erg. Hij heeft het zo'n twaalf jaar gedaan, gaf hoofdzakelijk preken van Philpot uit. Romijn — die contact had met ds. Mazijk — was drukker bij drukkerij Noorduyn in Gorinchem. Van der Hoff was daar zetter. Zij hebben de kleine drukkerij de „Twee provinciën" overgenomen. Theologische werken uitgeven was hun lust en hun leven. Natuurlijk, ze moesten een boterham verdienen, maar ze hadden toch vooral ook ideologische motieven.

Romijn en Van der Hoff

Het was dus niet zo vreemd dat Mazijks — waarschijnlijk 600 tot 800 — abonnees op een goede dag hun preken van de firma Romijn en Van der Hoff ontvingen. Er kwam meer variatie in de namen die als schrijver vermeld werden. Zowel Engelsen als Schotten kregen hun plaats, en er ging ook wel eens een Hellenbroek of Van Lodenstein tussendoor.

Hoe kwam dat zo? Ene C. B. van Woerden deed — vanwege zijn kaasfabriek — nogal wat zaken met de Engelsen. Op gezelschappen kwam deze in contact met de heer Romijn. Van Woerden kende door zijn contacten veel onvertaalde Engelse en Schotse schrijvers en de firma Romijn en Van der Hoff ging daar een dankbaar gebruik van maken. Zo kwam er een hechte relatie tussen de Van Woerdens en de Gorinchemse uitgever. De talrijke boekjes getuigen ervan.

Niet alleen Van Woerden sr. — overleden in 1932 te Zeist — vertaalde voor Romijn en Van der Hoff. Op zijn sterfbed droeg hij zijn werk persoonlijk over aan zijn zoon. C. B. van Woerden jr. uit Akkrum, schreef over zijn vader in een voorwoord op een der uitgaven: „Op 7 april 1860 in Delft geboren was hij al op zesjarige leeftijd werkzaam met de vraag: „Wat moet ik doen om zalig te worden?"

Inmiddels heeft men voor „Overjarig Koren" geen vertaler meer, want ook Van Woerden jr. overleed en ook zijn opvolger, de heer J. H. de Boer uit Putten is niet meer. Deze laatste had echter voor enkele jaren vooruit vertaald. Daarom behoeven de abonnees — het zijn er momenteel net boven de 2000 en dat aantal is de laatste jaren vrij constant — niet bang te zijn. Het is trouwens opmerkelijk dat deze serie niet méér aftrek vindt. In ieder geval: de huidige eigenaar, de heer De Jonge, van Romijn en Van der Hoffs drukkerij en boekhandel, zou vanwege het grote commerciële voordeel niet door behoeven te gaan met de serie. Voor „Overjarig Koren" heeft hij echter aparte maatstaven. Trouwens, prekenseries als „Uit de schat des Woords", van „Recht en genade" enz. zijn alleen nog per jaargang gebonden verkrijgbaar. Maar ,,Overjarig Koren" komt nog steeds iedere maand, voor inclusief de verzendkosten ƒ 16,50 per jaar.

Eskol

Dat alles betekent niet dat er niet bezuinigd werd. De oude lezers van „Overjarig Koren" herinneren zich ongetwijfeld nog het blaadje „Eskol". In ieder preekje werd een nummer van „Eskol" bijgesloten. „Eskol", met de half pastorale, half kerkhistorische brieven van Mnason aan Gajus, met historische verhalen als „De pastoor van Heenvliet" en met (voor onze kinderen) het „Hoekje van oom Rien". En niet te vergeten, want dat was zeer belangrijk, de advertentiën van de firma Romijn en Van der Hoff. "Eskol" bood een zeer goede gelegenheid om allerlei nieuwe (en oudere) uitgaven ten verkoop aan te bieden, maar ook stencils kon men kopen, zoals de „Nagelaten brieven, geschreven aan Leen Capelle en anderen van Gods volk van Arie Turfboer gewoond hebbende te Scheveningen en aldaar overleden in 1921. Prijs (gestencild) ƒ 2,50". Eva Corenwijk behoorde verder tot de medewerkers, bekend van „Jenny de hutbewoonster".

Maar „Eskol" moest verdwijnen. De PTT vond het niet goed meer, tenzij de porto ernstig verhoogd zou worden. Zo gingen ook leerzame vervolgartikelen zoals bijvoorbeeld van Eduard Meiners „Van de uitdrukkelijke Verbondmaking met God, zo bijzondere als openbare" tot het verleden behoren.

De Vriend

De wereld is maar klein. In het begin van dit artikel lieten wij de naam ds. Van Mazijk al vallen. Naar wij ons lieten vertellen had hij ook veel te maken met „De Vriend van oud en jong". Hij zou zelfs heel veel kopij hebben geleverd. En nu we toch over 50 jaar „Overjarig Koren" schreven, mogen we best eens een blik in de historie van dit véél oudere blad werpen.

Misschien kunnen we ons later nog weleens wat beter verdiepen in oude uitgevers, hun periodieken, en waar dat alles gebleven is. Wat we zo van „De Vriend van oud en jong" ter sprake brengen is dan ook niet volledig.

Wij vonden zojuist als kaft van een (heel) oud boek, onder een andere omslag, een exemplaar van de 28e jaargang, woensdag 30 januari 1907. Christelijk weekblad, staat er boven. En dat was het toen echt ook nog. Abonnementsprijzen van 35 cents per drie maanden, franco huis behoren tegenwoordig wel tot het verleden. In ieder geval: tegenwoordig worden twee nummers gecombineerd en zoekt men door een groter formaat de lezers toch te gerieven.

Ook in 1907 al een „Stichtelijke overdenking", ook toen al een „Morgen- en avondoffer", ook toen al de „Stille armoede, vertellingen van schipper Floor" — maar het zal wel een andere schipper geweest zijn — en niet te vergeten een „Blik in het ronde". Dat laatste zal wel de voorloper geweest zijn van het huidige „Onder ons gezegd" van Jacobus.

Na 70 jaar

Mag het aantal advertenties nu maar heel, heel magertjes zijn in vergelijking met bijna 70 jaar geleden, de kwaliteit van de artikeltjes was er niet minder om. En Louwrens Penning — hij leefde toen nog — kon zijn feuilleton over Zuid-Afrika ook wel kwijt. Het leverde uitgeverij J. J. Groen (toen ook al) en Zoon te Leiden vast veel meer op. Gezien de tientallen advertenties — wij telden er in het door ons gevonden nummer maar liefst 158 — kan dat niet anders.

Toch was „De Vriend van oud en jong" niet alleen maar een blad ter stichting en een methode om aan bedden, molenaarsknechten, bekwame bakkers, echte Amerikaanse orgels, juffrouwen of burgerdochters in de huishouding te komen. Neen, het was veel belangrijker.

Vrije Universiteit

Rullmann meldt ons dat de eerste president-directeur van de Vereniging voor Hoger onderwijs op Gereformeerde grondslag, waarvan de VU uitging, de heer W. Hovy na de opening in 1880, in de Heraut en in „De Vriend van oud en jong" wekelijks meedeelde wat er zich in de Vereniging voor belangrijks voordeed. In een adem worden die twee bladen hier dus genoemd. Inmiddels echter, gebruikt de huidige rector-magnificus Diepenhorst "De Vriend van oud en jong" niet meer. Maar de Vrije Universiteit is — zoals wij al eens eerder uitvoerig betoogden — haar oorspronkelijk doel dan ook wel geheel voorbijgeschoten.

Al schrijvende komt men van het een op het ander. Met vijftig jaren „Overjarig Koren" mogen we in ieder geval blij zijn. Bij uitgever Groen stappen wij misschien nog wel eens binnen om wat serieuzer in de historie van „De Vriend van oud en jong" te duiken. En in de geschiedenis van zoveel andere uitgevers, waarvan er velen alweer in het vergeetboek geraakten. Daar hopen we onze lezers in ieder geval wel van op de hoogte te houden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 13 juli 1976

Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's

Oude schrijvers, „Overjarig Koren

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 13 juli 1976

Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's

PDF Bekijken