Bekijk het origineel

Rijke publiciteit bij Groen-herdenking

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Rijke publiciteit bij Groen-herdenking

„Ongeloof en revolutie" tegenhanger van „Das Kapital"

10 minuten leestijd

BARNEVELD — Het is een verheugend feit dat in het jaar van de Groen-herdenking behoorlijk wat publiciteit aan deze eminente vaderlander is gegeven. Voor het forum van het Nederlandse volk verschenen — behalve een herdenkingszegel van de PTT — speciale uitgaven of bijlagen van onderscheidene kranten en periodieken.

Wij denken in dit verband bijvoorbeeld aan het thema-nummer van Uitleg — weekblad van het departement van O. en W. — aan het themanummer van het reformatorisch, politiek en cultureel maandblad „Tot vrijheid geroepen" en aan de „Groen-Variant" van het Nederlands Dagblad. Alles bij elkaar een rijke scala van lezenswaardige artikelen en van een zeer gevarieerde inhoud. En we zijn ons bewust hier nog allesbehalve volledig te zijn geweest.

Bij uitstek deskundigen op dit gebied, zoals de hoogleraren Fabius — wel de major domus Groenu genoemd — Gerretson en Smitskamp zijn ons door de dood ontvallen. Andere historici zoals de Algra's, Bremmer, Puchinger en Mulder houden zich nu uitgebreid met Groen bezig. Het blijkt toch dat deze staatsman en geleerde, die tijdens zijn leven zo'n geïsoleerde positie innam, ook in onze tijd nog wat heeft te zeggen, dat het beluisteren waard is.

Het is dan ook te hopen dat de herinnering aan Groen niet als een loutere bezienswaardigheid zal worden beschouwd zonder konsekwenties voor de hedendaagse praktijk. Restauratie van historische monumenten — zwaar van overheidswege gesubsidieerd — vormen inderdaad vaak een toeristische attractie, maar bepalen niet meer het gezicht van onze natie. Groens ideaal van een christelijke staat, in Schrift en historie verankerd, schijnt, naarmate de ontkerstening steeds verder om zich heen grijpt, naar een steeds verder horizon te wijken.

Schutte

Verscheen enkele jaren geleden de beknopte maar puntige paperback van de hand van de deskundige mr. H. W. J. Mulder, „Groen van Prinsterer, staatsman en profeet", in het jaar van de Groen-herdenking werd een soortgelijke biografie uitgegeven door dr. G. J. Schutte, getiteld „Mr. G. Groen van Prinsterer". Deze schrijver pretendeert geen nieuwe feiten of visies te geven en zeker niet de allesomvattende wetenschappelijke biografie die Groen, gezien de belangrijke plaats die hij in de Nederlandse geschiedenis inneemt, verdient.

Dit werkje van bescheiden omvang is volgens de schrijver bedoeld tot een inleiding voor een algemeen lezerspubliek, teneinde Groen beter te kunnen bestuderen. Hij voegt hier de wens aan toe dat dit bij de lezer het verlangen naar uitgebreider en beter kennis met de persoon en het werk van Groen moge opwekken.

Naar onze mening is de schrijver binnen het bestek van een achttal hoofdstukken er uitstekend in geslaagd een helder beeld van Groen en dat binnen het kader van zijn tijd op te roepen. De stijl is goed leesbaar en doorzichtig, hoofd- en bijzaken worden duidelijk onderscheiden, de illustraties zijn op de tekst afgestemd en de aangehaalde citaten zijn harmonisch met de tekst verweven. Dr. Schutte laat, hoewel tot oordelen bevoegd, meer de feiten spreken dan dat hij zelf conclusies trekt, maar de lezer krijgt in elk geval een schat aan informatie. En in de beperking toont zich de meester!

Eerste kennismaking

Vooral voor een eerste kennismaking met Groen — we denken in dit verband aan onze studerende jeugd — raden we dit werkje met nadruk tot lezing aan. Het is wat evenwichtiger geconstrueerd dan de biografie van Mulder en met minder Hoedemakeriaanse accenten. Het geeft ook goed materiaal voor een scriptie en het zou op de lijst van studieboeken voor het voortgezet onderwijs — we denken bijv. aan onze pedagogische academies — niet misstaan. De leerling krijgt niet alleen enig gezicht op Groen maar ook op een kerkelijk en staatkundig veelbewogen tijd.

Aangezien de schrijver zich bij de behandeling van de stof uiteraard zeer heeft moeten beperken, wordt er na de eigenlijke tekst een bij elk hoofdstuk behorende literatuurbespreking met nadere toelichting gegeven. Ten slotte wordt deze Groen-biografie met een lijst van publicaties van Groen en een literatuurlijst van vijf pagina's afgerond.

Uitgeverij Oosterbaan & Le Cointre te Goes, die verleden jaar met een soortgelijk werkje over dr. Kuyper ("Kuyper blies verzamelen" van J. Geelhoed) op de markt kwam, heeft de historisch geïnteresseerde lezer opnieuw aan zich verplicht.

In de serie „Cahiers voor het Christelijk Onderwijs", uitgegeven bij Kok/Kampen, verscheen als nummer 21 een werkje, dat onder de titel „Krijgsknechten van , zoodanigen Veldheer" — behalve aan de kort na Groen gestorven ds. O. G. Heldring — voornamelijk aan Groen van Prinsterer is gewijd.

Citaat

De titel is ontleend aan een citaat uit de openingsrede van Groen op 23 april 1861 voor het Chr. Nationaal Schoolonderwijs gehouden. „Laat ons den strijd aanvaarden zóó als krijgsknechten past van zoodanigen Veldheer". Deze zinsnede releveert aan de beginfase van de schoolstrijd.

Het bundeltje, samengesteld door de produktieve drs. T. M. Gilhuis, bevat achtereenvolgens artikelen van de samensteller ,,Doen en(óf) laten?" over Groen en Heldring in hun relatie tot de tegenstelling: juridisch-confessioneel/ethisch-irenisch, van dr. G. Puchinger: "Omgang met Groen van Prinstere", van H. Algra: "Groen en het onderwijs" en tenslotte van dr. A. van der Hoeven: „Ottho Gerhard Heldring - Gezond Christendom".

Met het artikel van dr. Gilhuis zitten we volop in de toenmalige problematiek. Het is Gilhuis wel toevertrouwd een en ander uiteen te zetten. Met betrekking tot de tegenstelling confessioneel/ethisch-irenisch stond Heldring ergens in het midden, volgens Gilhuis. Hij volgt een wisselende gang tussen Groen en Beets. Maar de relatie met Groen is nooit verbroken.

Opmerkelijk

Dr. Puchinger komt in een uitgebalanceerd artikel tot de conclusie dat Groen in feite onze eerste grote oppositionele parlementaire journalist van de negentiende eeuw is geweest. Tevens noteert hij het opmerkelijke feit dat Groen, de kinderloze, het onderwijs als bijna voornaamste punt van beleid steeds weer aan de orde van de dag heeft gesteld.

Op dit onderwerp wordt vervolgens door H. Algra nader ingegaan met de karakteristieke aanhef: „In onze tijd is er een sterke neiging gemeenschap te zeggen als de staat wordt bedoeld". En in het vervolg wordt nog opgemerkt: „Van staatswege moet de nationale jeugd via de school in goede banen worden geleid". Welnu, dan is er sinds een eeuw of langer niets nieuws onder de zon. Volgens Algra ligt hier de kern van de schoolstrijd, en heeft Groen de school altijd gezien als een zaak van de ouders en tegelijk als een verantwoordelijkheid van de staat èn van de kerk.

Het minst bevredigde ons het artikel van dr. Van der Hoeven over het gezonde Christendom van Heldring. Van der Hoeven wordt beschouwd als "de man die alles van Heldring afweet". Maar hoezeer wij ook de christelijk-filantropische activiteiten van Heldring waarderen, zijn positie tussen Groen en Beets (en Van der Brugghen) heeft onze instemming niet. Dat Van der Hoeven zich als een geestverwant van Heldring beschouwt is onmiskenbaar, maar of het ethisch-irenisch christendom zo gezond is, wagen wij in twijfel te trekken. Overigens een leerzame bundel, die we gaarne ter lezing aanbevelen.

Evenals het zojuist genoemde Cahier verscheen bij Uitgeversmaatschappij J. H. Kok te Kampen een paperback van iets kleiner omvang, samengesteld door dr. G. Puchinger onder de titel: "Aandacht voor Groen van Prinsterer". Het bevat artikelen over Groen van de hand van Conrad Busken Huet, dr. H. J. A. M. Schaepman en prof. C. Gerretson.

De inleiding karakteriseert behalve het drietal scribenten en hun onderwerp: Groen van Prinsterer, ook de samensteller dr. Puchinger in de zakelijke wijze waarop de stof wordt belicht. Vooral het slot hiervan — een uitvoerig briefcitaat van mevrouw Groen van Prinsterer — is indrukwekkend!

Uitgesloten
Wat de godsdienstige onpartijdigheid betreft kunnen we beter terecht bij de humanistische literator Busken Huet dan bij de rooms-katholieke staatsman Schaepman. Volgens Schaepman heeft Groen in de roomse kerk „niets anders gezien dan bijgeloof, een wegbereidster was zij tot ongeloof en revolutie". Op dit punt is deze antirevolutionaire staatsman met al de grote gaven van zijn geest waarlijk klein geweest. Alleen de katholieke kerk kan en zal de revolutie overwinnen. Groen heeft zich zélf willens en wetens van de "Una Sancta" uitgesloten. Het zij zo!

Bijzonder is ook hetgeen de scherpzinnige Busken Huet over Groen opmerkt. In het slotartikel geeft prof. Gerretson — Groeniaan bij uitstek — op de hem eigen wat dichterlijke wijze zijn visie op "Groens aanleg". (Ook te vinden in diens Verzamelde Werken, deel II). Enkele pagina's vertalingen van woorden en citaten completeren het geheel.

Wereldforum

Tenslotte kunnen wij nog een publicatie vermelden, waarbij Groen uiteindelijk voor het wereldforum verschijnt. Het betreft hier de uitgave van ,,Ongeloof en Revolutie", lezing 8 en 9, in de Engelse vertaling: „Unbelief and Revolution". De samensteller en vertalers zijn Harry van Dyke en Donald Morton, afgestudeerde historici uit resp. Canada en de Verenigde Staten. In een „Foreword" geven zij een beknopte uiteenzetting van Groens meesterwerk, inzonderheid over de beide betreffende kernhoofdstukken.

In een artikel in het Groen-nummer van "Tot Vrijheid geroepen" van drs. A. J. van Dijk — één van de vertalers — kunnen we lezen dat de vertaling in 1955 in Grand Rapids is begonnen en sinds kort. na enkele jaren te hebben stilgelegen, in Amsterdam weer is opgevat. Op het ogenblik zijn twee van de acht à tien geplande afleveringen verschenen. Het is geen eenvoudige zaak. Groens taal en gedachten in hedendaags Engels te vertalen. In Engels dat goed leesbaar is en tevens trouw blijft aan de oorspronkelijke tekst.

Interessanter dan de vertaalarbeid is volgens de schrijver de vraag, of Groen in het Angelsaksisch taalgebied nu ook ingang zal vinden. Hij noemt in dit verband enkele belemmeringen, bijvoorbeeld het feit dat de volkssoevereiniteit voor Groen het bederf betekent van cle democratie. Deze opvatting zal een Amerikaan met zijn voorliefde voor grootscheepse verkiezingscampagnes niet zo aanspreken.

Goede afname

Toch bleek, nadat in 1974 de eerste aflevering verschenen was, binnen het jaar een tweede druk van de eerste aflevering noodzakelijk. Uit Canada, Australië en Schotland kwamen bestellingen binnen op „Groens anti-communistisch manifest" (Smitskamp) "Ongeloof en Revolutie" dus als een tegenhanger van "Das Kapital" of van het „Communistisch manifest"? Groen van Prinsterer contra Karl Marx? Waarom niet?

Eind vorig jaar hield dr. Martin Lloyd-Jones. medicus-theoloog, op de bekende Westminster Conference een boeiend referaat over "De Franse revolutie en daarna" voor een gehoor van meer dan vierhonderd predikanten en kerkhistorici. Hij noemde de Franse revolutie een van de grote keerpunten in de geschiedenis, die de wereld op haar grondvesten deed schudden. Een aanval op alle gevestigde instellingen, inclusief kerk en staat.

Genoemde geleerde stelde toen nadrukkelijk vast dat de enige echte oppositie hiertegen niet werd gevoerd in Engeland, ook niet in de Verenigde Staten, maar in het kleine Nederland. "Hier vestig ik uw aandacht op een fascinerende en hoogst belangrijke figuur, genaamd Groen van Prinsterer". Met de vertalers hopen wij dat dit klassieke werk, evenals in het land van herkomst, ook zijn weg zal vinden in de Engelssprekende wereld!

N.a.v. „Mr. G. Groen van Prinsterer", door dr. G. J. Schutte, uitgave Oosterbaan & Le Cointre BV te Goes. 1976. 173 blz., prijs ƒ 16,90.

"Krijgsknechten van zoodanigen Veldheer", door drs. T. M. Gilhuis, dr. G. Puchinger. H. Algra en dr. A. van der Hoeven, in de serie "Cahiers voor het Christelijk onderwijs" nr. 21, uitgave J. H. Kok BV te Kampen, 116 blz.. prijs/11.90.

Aandacht voor Groen van Prinsterer", samenstelling dr. G. Puchinger, uitgave J. H. Kok BV te Kampen, 86 blz., prijs ƒ9,50.

"Unbelief and Revolution", van G. Groen van Prinsterer, lectures VIII en IX vertaald door Harry van Dyke en Donald Morton, uitgave ,,The Groen van Prinsterer Fund" te Amsterdam, 1975, 84 en 90 blz., prijs ƒ 9,- en ƒ7,-.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 juli 1976

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Rijke publiciteit bij Groen-herdenking

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 juli 1976

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken