Bekijk het origineel

Hoofdluis laat zich niet „op de kop

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Hoofdluis laat zich niet „op de kop" zitten

2 minuten leestijd

UTRECHT — Het preventiefonds heeft een subsidie toegezegd voor een onderzoek naar cóstentie (weerstand) van hoodluis tegen bestaande bestrijdingsmiddelen. Nog dit jaar begint er in de kliniek voor huid- en geslachtsziekten van prof. dr. M. K. Polano in Leiden een onderzoek naar de aanwezigheid van hoofdluis in Nederland en naar bestrijdingsmethoden.

Aanleiding tot het onderzoek was de ontdekking, dat chemische bestrijding van de luis met Noury-hoofdwater niet hielp. De bijsluiter vermeldde dat eenmaal behandelen voldoende was, maar in de praktijk bleek dat neten zich van het hoofdwater niets aantrokken.

Schoolverpleegsters pasten vervolgens de behandeling met een tussenpoos van een week twee keer toe, waardoor ook de juist uit de neten ontstane jonge luizen konden worden gedood. In de kliniek van prof. Polano is toen vastgesteld, dat deze handelswijze juist is.

Studenten

Voor het „luis-onderzoek" zullen studenten moeten worden ingeschakeld als vrijwillige proeflconijnen. Met „echte" proefdieren kan namelijk niet worden gewerkt, aangezien de luizen zich voeden met menselijk bloed. De vrijwilligers zullen er in het belang van de wetenschap en van de bestrijding van het ongedierte toe bereid moeten zijn, als „donor" enkele keren per week een doosje met luizen op hun arm of been te laten binden...

In 1974 heeft de arts F. Wafelbakker, hoofd van de afdeling jeugdgezondheidszorg van het ministerie van Volksgezondheid, alle schoolartsen om zakelijke informatie gevraagd bij de rapportering over hoofdluis. Uit de jaarverslagen van de 146 schoolartsendiensten (waarvan er 102 functioneren als districts-schoolartsendienst) blijkt, dat het in 1974 in de meeste diensten ging om enkele of enkele tientallen gevallen van hoofdluis. Elf diensten meldden meer dan 100 gevallen en de ,.score" voor de vier grote steden was: Amsterdam 1180, Utrecht 1222, Den Haag 534 en Rotterdam ongeveer 2500. Het landelijk totaal kwam op ongeveer 10.000.

Toename

De meeste diensten waren nog niet in staat om vast te stellen of er sprake was van meer of minder gevallen dan in het jaar daarvoor of van een stabilisatie. Maar van de diensten die wel over de daarvoor noodzakelijke cijfers beschikten meldden verreweg de meeste een toeneming.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 19 juli 1976

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

Hoofdluis laat zich niet „op de kop

Bekijk de hele uitgave van maandag 19 juli 1976

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken