Bekijk het origineel

UIT DE KERKELIJKE PERS

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

UIT DE KERKELIJKE PERS

11 minuten leestijd

<br />

Tongentaal

De Gereformeerde predikant ds. H. J. Hegger schrijft in ,,In de Rechte Straat" over tongentaal. 

Allereerst een citaat uit zijn eerder verschenen boekje „Ik zag Gods heerlijkheid". Daarna een aantal aanvullende opmerkingen. „Ik denk dat veel gelovigen een dergelijke ervaring hebben meegemaakt. Hoe menig kind Gods was niet zozeer overstelpt door dankbaarheid, vreugde, vrede, liefde, dat hij heel goed voelde dat menselijke woorden hier tekort schoten. Hoe menige vrome heeft niet de liefde Gods zo over en in zich gevoeld, dat hij wel in een hemelse taal zingen wilde van de goedertierenheid Gods. In zo'n geval staat men op de drempel van het bidden in tongen. De Geest Gods werkt dan als een stroom van levend water, die vanuit ons binnenste vloeit, vloeit, al maar door vloeit, maar die dikwijls tegen een dam aanwast; een dam van onwetendheid, van vooroordeel, van angst en van allerlei remmingen. Bij het bidden in tongen is het alsof de stroom van de Geest zich een uitweg zoekt. De stroom van de Geest is dan zo wijd, zo groot, zo diep en zo krachtig, dat deze stroom niet langer kan blijven binnen de bedding van de gewone menselijke taal en begrippen. De Geest breekt dan door in de ziel. Er staan ook geweldige woorden in de Bijbel: „Ik zal uitstorten van mijn Geest op alle vlees" (Hand. 2:7). „De Heilige Geest viel op allen" (Hand. 10:44).

Vervolgens moeten we ons afvragen: Waarom wenst Paulus die gave allen toe? Omdat wie in een tong spreekt, ,,zichzelf sticht" (vs. 4). Et zit iets opbouwends in het spreken, bidden in tongen.

Wat is dat? Ik meen dat het hierin bestaat dat je daardoor een weg hebt gevonden om de diepe aanbidding, die de Geest in je teweegbrengt, ook in een hoorbare taal te uiten, die daar enigszins mee in overeenstemt. Wie vervuld is met de Geest, kent iets van de onuitsprekelijke geheimen Gods. Hij voelt zich onmachtig om in de gewone menselijke taal zijn eerbied voor de ontzagwekkende grootheid Gods tot uitdrukking te brengen. De menselijke taal lijkt dan op een kaarsje dat je overdag aansteekt om nog wat licht te voegen bij het heldere zonnelicht. Daar zit iets ontmoedigends in. Het bidden in tongen is dan als een brandglas, waardoor je de stralen van de zon opvangt en doorgeeft. Daardoor verspreidt de warmte en het licht van de heilige God zich in je ziel.

Nogmaals, zo als ik reeds schreef in „Ik zag Gods heerlijkheid", vele kinderen Gods zullen een dergelijke ervaring hebben meegemaakt. Ze krijgen dan soms zulk een weerzin in dat voortdurend herhalen van dezelfde woorden om hun aanbidding uit te drukken, dat ze de vreugde in het bidden enigszins kunnen verliezen. Dan is het heerlijk, wanneer ze die uitweg vinden van het bidden in tongen. Bidden in tongen is daarom een geweldige verrukking. Dat blijkt duidelijk uit alles, wat Paulus erover schrijft. Het heft je enigszins op uit het menselijke. Het doet je de inwonende Geest ervaren".

Men vindt ons lastig

Ds. Richard Wurmbrand schrijft in „Getrouw", het blad van de ICCC.

Wij weten dat men ons vanwege onze kritiek op de levenswandel van de gemiddelde Christen lastig en arrogant zal vinden. Wij hebben het recht lastig te lijken, want wij hebben een boodschap van God. Hij verwerpt degenen die lauw zijn. Hij spuwt ze uit Zijn mond (Openb. 3:16).

Daarom moet ieder een heldhaftige houding aannemen als hij deze levensproblemen ervaart, wat dit ook mag kosten.

De Sovjet-gevangenissen zijn vol Christenen. Waarom zouden Hauer, Fedortsjenko, Artjoe en duizenden anderen de weg van het martelaarschap gaan? Waarom gaan zij naar gevangenissen en psychiatrische inrichtingen vanwege hun geloof? En waarom bewandelt u, die de naam van Christen draagt, de brede weg, die leidt naar de verdoemenis?

Danken

Toch valt er nog zegen in de kerk die ziek is, aldus „De oude paden".

„Een andere zaak is: hoè het Woord in die kerk wordt bediend, wat ook van de sacramenten geldt. Die kerk heeft een belijdenis en een kerkorde, maar geldt die belijdenis als leergrotidslag? En de kerkorde: is die gebaseerd op Gods Woord en de belijdenis? En de ambten worden die uitgeoefend overeenkomstig het bevel van Christus? Nemen zij als geestelijke politie hun plaats in en regeren zij, de ouderlingen, naar de regel van 's Heeren wet en weiden zij met de dienaar des Woords de kudde? We stellen hier maar enige vragen, die vermeerderd kunnen worden.

Dat in de Hervormde kerk heel veel aan de behartiging dezer zaken, en dan naar Schrift en belijdenis, ontbreekt, is bekend. Ze tolereert in haar midden de leugens der vrijzinnigen en de afwijkingen in leer en prediking van de remonstranten en midden-orthodoxen, die van geen leerdiscipline willen weten en de prediking niet aan banden willen gelegd zien. Die ongebondenheid en vrijheid, deze maken de kerk ziek, en spreken streng-orthodoxe lieden graag van de kerk als van een zieke moeder, die men niet met een roede moet tuchtigen, maar met zachte middelen tot beterschap moet trachten te brengen. Zelf zijn we in die zieke moederkerk geboren en getogen, hebben daarin belijdenis gedaan en kerkelijk examen afgelegd, toen we nog jong van jaren waren.

Omdat ook in deze kerk het Woord van God kan en mag worden verkondigd in haar diepte, hoogte, lengte en breedte — vergunt u het ons zo te zeggen, het zou moeten zijn MOET worden verkondigd — en zij de kerk onzer vaderen is, waarin ook de Kerk met grote letter geschreven gevonden wordt, een Kerk IN de kerk, mogen we de Heere er voor danken, dat die kerk er nog altijd is. En dan mogen we er onmiddellijk aan toevoegen: dat het leven des onzienlijken geloofs, dat de Heilige Geest in de harten werkt door het wonder der wedergeboorte, in menig lidmaat wordt gevonden. Dat er in die kerk nog meerdere predikanten zijn, die we natuurlijk niet bij name noemen, die de Heere vrezen, en prediken naar het hart van Jeruzalem, weet ieder, die kerkelijk meeleeft. En 's Heeren kinderen mogen er met zegen voor zichzelf onder neerzitten".

Rustig blijven zitten

Prof. dr. W, H. Velema in „Visie" het programmablad van de EO.

„Met de verwording en verblinding gaat de verleiding gepaard. Te denken valt aan de predikanten die het opnemen voor communistische studenten.

Hebben ze dan niet door dat christendom en atheïsme, zoals het communisme dat belijdt, onverenigbaar zijn? Ze spelen niet alleen de communistische partij in de kaart, maar ook de ideologie die daarachter ligt en die de kracht van „het communistische geloof" uitmaakt. Ik denk aan mensen die zeggen dat ze het niet langer nemen, maar toch rustig blijven zitten, ondanks hun stellige uitspraken dat ze zullen opstaan en heengaan. Voor de radio hebben we kunnen horen bij de laatste kamerdebatten dat één van de fractievoorzitters zei: Om een regering naar huis te sturen, moet je een regering hebben. Deze regering regeert niet en daarom hoef je haar ook niet naar huis te sturen. Ik noem dit politiek nihilisme. Men constateert in zijn verantwoordelijkheid van volksvertegenwoordiger, nog wel fractievoorzitter, dat de regering niet regeert. Desondanks stuurt men zo'n regering waarover men een duidelijk negatief oordeel heeft geveld, niet naar huis. Dit is ondermijning van de democratie".

Toepassing

In de rubriek „Voor de zaterdagavond" van „Om Sions wil".

„Een overaccentuering van het verbond is zeker de laatste jaren aangetreden met uitschakeling van de verkiezing. Daarmede willen wij het verbond zeker niet kleineren. De verbondsweldaad blijft altijd Jezus Christus, Die de inhoud van het Verbond is. Maar wij zullen er toch wel van overtuigd zijn, dat dit Verbond toegepast moet worden door de Heilige Geest en dat de Middelaar van het Verbond in ons hart moet treden. Wat hebben wij anders aan het Verbond en de beloften daaraan verbonden. Ds. G. H. Kersten schreef al jaren geleden, dat de doop, waardoor wij begrepen zijn in het genadeverbond, ons toegepast moet worden en anders laat het ons steenkoud. Zo hebben ook onze Gereformeerde vaderen, die van de Reformatie en Nadere Reformatie het ons geleerd. Maar wat meer is: dit leert ons de Schrift zelf. Denkt u maar aan Johannes 3 en 1 Kor. 10. Daar wordt een duidelijk onderscheid gevonden. Hiermede zijn wij dan ook op het punt gekomen, waar bovengenoemde jongeman ook erg mee zat. Hij miste n.l. het onderscheidenlijk preken. Niet dat hij nu per se een indeling in categorieën wilde, maar wel dat er zo gepreekt werd, dat een ieder wist, hoe hij ervoor stond. Geborgen of niet geborgen en hoe een mens geborgen werd. Hij hoorde maar zo weinig of helemaal niet, hoe de Heere een mens onwederstandelijk trekt uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht en hoe hij de Heere Jezus leert kennen. Daar werd maar gesproken over geloof, maar hij zat met de vraag: hoe krijg ik dat geloof als een gave Gods? Daar wilde hij gaarne het antwoord op hebben. Dat is dacht ik een legitieme vraag. Luther vertaalde deze vraag met: hoe krijg ik een rechtvaardig God. Op die vraag kreeg hij het antwoord uit de Schriften. Zo hebben ook de predikers in onze dagen het antwoord daarop te geven uit de Schriften. Het lijkt echter wel, of de nood van mensenzielen niet meer verstaan wordt door sommige predikers. De gangen die God gaat in het leven van Zijn kerk schijnen voor hen verborgen. Niet dat zij hun bevindingen op de kansel zouden moeten brengen en deze als waarachtig zaligmakend zouden moeten voorstellen. Nee, dat niet. Niemand brenge zichzelf op de kansel! Maar daar is een bevinding die opkomt uit de Schrift en waarvan de snijpunten voor allen gelijk liggen. Drie snijpunten zijn er zo aan te wijzen: missen, zoeken en vinden. Dat heeft niets met natuurlijke theologie te maken, zoals er wel wordt gezegd, maar dat is de bevinding die God vanuit Zijn Woord door Zijn Geest Zijn Kerk leert. De gangen daarin kunnen inderdaad verschillend zijn. De Heere kan het gemis, 't zoeken en het vinden, jong geven. Hij kan er ook een heel leven voor willen gebruiken. Daarin is Hij vrij en vrijmachtig. Ofschoon wij met Smijtegeldt zeggen, dat de Heere meestal op jeugdige leeftijd al indrukken geeft, die Hij dan later laat uitwerken. Maar het begint met missen. Wie nooit iets heeft gemist, wie God niet heeft gemist, zal God ook niet zoeken. Wat wil echter dat eerste: „het missen", er bij velen slecht in. Wat wordt dat ook weinig in de predikaties gevonden. Het is alles „gemeente des Heeren", alles „Verbondsgemeente", maar dat wij als missenden, als vijanden met God verzoend worden, daar is men afkerig van of men heeft er geen weet van. Wat is dat erg. Wat een gebed moet er zijn voor alle dienaren des Woords aan wier handen de Heere toch zovele mensenzielen heeft toevertrouwd".

Evangelisch

In het blad „Woord en daad" van de stichting „Reformatorische hulpactie Woord en daad" een brief aan de christenen in Guatemala die in het Spaans verspreid wordt onder hen die van de stichting hulp ontvingen.

„En als wij dan horen van allerlei ellende in de wereld, dan kunnen wij niet anders; dan moeten ook wij, die zelf de barmhartigheid van God in Christus hebben ondervonden, de helpende hand bieden aan hen, die in nood zijn geraakt. Dan gaan vanzelf onze harten en beurzen open.

Dat is ook gebeurd, toen wij hoorden van de aardbeving, die Guatemala getroffen heeft. Het heeft ons heel erg aangegrepen, dat velen van u niet eens een woning hebben, die bescherming biedt tegen de regen en de koude.

Het is gewoon een vreugde voor ons dat wij u kunnen helpen in deze stoffelijke nood. Maar we zouden het nog veel fijner vinden, als u ook dezelfde vrede met God zoudt vinden, die wij van Christus ontvangen hebben. Wilt u méér over dat geloof in Jezus Christus, dat andere mensen van u maakt, dat u verlost uit de schuld en de narigheid, die u door uw eigen zonden veroorzaakt?

Schrijf dan aan (adres in Guatemala), Dan kunt u gratis een Evangelie van Johannes krijgen en ook lektuur, die u meer vertelt over de heerlijkheid van Christus en over de rijkdom van het geloof in Hem.

Neemt u ons niet kwalijk dat wij ons niet bekend willen maken en niet eens het land willen noemen, waar wij leven. Christus leert ons, dat, wanneer wij anderen in hun nood helpen, de linkerhand niet mag weten wat de rechterhand doet (Matth. 6:3).

Daarom eindigen we zo: Wij, evangelische Christenen in een klein land van de wereld, groeten hen in Guatemala die reeds tot dit persoonlijke geloof in Christus zijn gekomen, als broeders en zusters die uitzien naar de wederkomst van onze geliefde Zaligmaker om dan als één huisgezin Gods voor altijd verenigd te worden voor Zijn troon in het eeuwige land van de heerlijkheid. Wij groeten ook hen, die deze „onuitsprekelijke vreugde" (1 Petr. 1:8) nog niet deelachtig zijn geworden en wij bidden hen van Christus' wege: „Laat u met God verzoenen! want Hem (Jezus Christus) die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem" (2 Kor. 5:20-21).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 24 juli 1976

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

UIT DE KERKELIJKE PERS

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 24 juli 1976

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken