Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Controle-apparaat op rijksuitgaven

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Controle-apparaat op rijksuitgaven

De Algemene Rekenkamer

5 minuten leestijd

De Grondwet bepaalt in artikel 193 dat er een Algemene Rekenkamer is, waarvan samenstelling en taak door de wet worden geregeld. Volgens laatstbedoelde wet — i.c. de Comptabiliteitswet 1927 — bestaat de Rekenkamer uit drie leden, van wie er één door de Kroon tot Voorzitter wordt benoemd.

De benoeming van de leden geschiedt uit een door de Tweede Kamer der Staten-Generaal op te maken voordracht van drie personen. De rechtspositie der leden — in het algemeen vergelijkbaar met die van de leden der rechterlijke macht — is zodanig, dat zij zo goed mogelijk de onafhankelijkheid van de Rekenkamer waarborgt.

Voorzitter van het huidige College is drs. H. Peschar, oud-lid van de Tweede Kamer; de overige leden zijn A. Hansen, registeraccountant en J. Boom, organisatiedeskundige; plaatsvervangende leden zijn dr. C. H. Eibers, registeraccountant en C. F. J. W. Hafkemeijer.

Het College wordt bijgestaan door een Secretaris, die bij Koninklijk besluit wordt benoemd uit een door de Rekenkamer op te maken voordracht.

Het overige personeel wordt aangesteld en ontslagen door of op voordracht van het College.

Taak

Onafhankelijk van regering en parlement verricht de Rekenkamer haar controletaak, waarvan de regeling voornamelijk is neergelegd -in de Comptabiliteitswet. Zij omvat de controle — achteraf — op de ontvangsten en uitgaven niet alleen van de departementen en de daaronder ressorterende diensten maar ook van de Staatsbedrijven, de begrotingsfondsen zoals het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds, een aantal door het rijk opgerichte openbare rechtspersoonlijkheid bezittende lichamen (bijv. de universiteiten) en een aantal privaatrechtelijke rechtspersonen (bijv. de Stichting Waterbouwkundig Laboratorium en het Nationaal Lucht- en Ruimtevaart Laboratorium).

Deze controle, welke hoofdzakelijk ter plaatse wordt verricht, is — voorzover het de uitgaven betreft — zowel op de rechtmatigheid als op de doelmatigheid gericht. In het kader van de rechtmatigheidsoontrole ziet de Algemene Rekenkamer erop toe, dat de besteding geschiedt met inachtneming van de wettelijke voorschriften, dat slechts bedragen worden betaald welke verschuldigd zijn, dat de verantwoording op het juiste onderdeel geschiedt, alsmede dat voor de diverse onderdelen niet meer wordt uitgegeven dan door de begrotingswetgever is toegestaan.

De rechtmatigheidscontrole op de begrotingsuitgaven mondt uit in de goedkeuring door de Rekenkamer van de rijksrekening. Deze controle is vooral van betekenis met het oog op het budgetrecht van de Staten-Generaal.

Onder de doelmatigheidscontrole wordt naar de huidige opvattingen niet alleen verstaan het nagaan of bij het doen van rijksuitgaven met voldoende zuinigheid en doelmatigheid wordt gehandeld, maar ook de beoordeling van de structuur van de organisatie en van de procedures bij de uitvoering. Voorts wordt eronder begrepen de controle van de beleidsdoelmatigheid, waaronder in het algemeen wordt verstaan het beoordelen van de wijze waarop de doelstellingen van het regeringsbeleid worden verwezenlijkt. Zij kan bijvoorbeeld leiden tot het aan de orde stellen van de vraag of, gezien inmiddels gewijzigde omstandigheden, een verandering van het beleid dient te worden overwogen en of het realiseren van een bepaald beleid niet voert tot onvoorziene gevolgen, zoals excessief hoge kosten of onevenredige administratieve complicaties, die een hernieuwde overweging van het beleid nodig kunnen

maken.

Naast de vorenomschreven werkzaamheden heeft de Rekenkamer nog een aantal andere taken, welke haar bij de Comptabiliteitswet of bij andere wetten zijn opgedragen.

Bevoegdheden

Ten einde haar taak naar behoren te kunnen verrichten zijn aan de Rekenkamer in de Comptabiliteitswet een aantal bevoegdheden verleend, zoals die tot het inwinnen van door haar nodig geachte inlichtingen en het onderzoeken van boeken, rekeningen, verantwoordingen, bewijsstukken en verdere bescheiden. Zo nodig kan zij aanvulling van dergelijke stukken vorderen. De Rekenkamer is evenzeer bevoegd in alle burelen van openbare dienst opnemingen van kassen en voorraden te doen.

Sancties
a. Niet-verevening van r^ksultgaven.

Alle uitgaven ten laste van de rijksbegroting zijn ingevolge de Comptabiliteitswet aan de goedkeuring (verevening) van de Rekenkamer onderworpen. Alleen in geval van onrechtmatigheid van een uitgave kan de Rekenkamer deze verevening weigeren, hetgeen inhoudt dat zij er niet aan kan meewerken dat bedoelde uitgave in da rijksrekening wordt opgenomen.

Indien in een dergelijk geval het bedrag der uitgave niet in 's Rijks kas wordt teruggestort" of daaromtrent geen regeling naar genoegen van het college is getroffen, is de betrokken Minister verplicht bij de Staten-Generaal een voorstel van wet in te dienen, houdende de bepaling dat de uitgaaf alsnog door de Algemene Rekenkamer onder de rijksuitgaven zal worden opgenomen. De vraag of een niet goedgekeurde uitgave al dan niet in de rijksrekening kan worden opgenomen, wordt hiermede dus uiteindelijk aan de wetgevende macht ter beslissing voorgelegd.

b. Openbaarheid van het jaarverslair. Op de Rekenkamer rust de verplichting jaarlijks verslag uit te brengen van haar werkzaamheden over het afgelopen jaar Dit verslag, dat door de Kroon aan de Staten-Generaal wordt toegezonden, wordt door de Tweede Kamer gepubliceerd, zodat ook de pers en het publiek er kennis van kunnen nemen. Het is vooral deze openbaarmaking van haar jaarverslag, welke aan de arbeid van de Rekenkamer grote betekenis verleent.

De Tweede Kamer — met name dö vaste Commissie voor de Rijksuitgaven — besteedt als regel ruime aandacht aan de inhoud van het verslag. De genoemde commissie verzoekt informaties aan de verantwoordelijke bewindslieden; de gestelde, vragen en de antwoorden daarop worden eveneens gepubliceerd.

Organisatie en werkw^ze

Het controle-apparaat van de Rekenkamer bestaat uit 7 afdelingen. Deze afdelingen zijn weer onderverdeeld in bureaus, grotendeels overeenkomstig de verdeling van de Staatstaak over de ministeries; juistbedoelde bureaus zijn gehuisvest in do departementgebouwen. Daarnaast bestaan afzonderlijke bureaus voor de controle, op de Staatsbedrijven, stichtingen en naamloze vennootschappen, waarin de Staat in belangrijke mate deelneemt, voor de controle op de personeelsuitgaven, voor organisatieen effioiency-onderzoeken, voor onderzoeken naar de beleidsdoelmatigheid en voor automatiseringsvraagstukken.

Het is vanzelfsprekend voor het beperkte — ca. 180 ambtenaren omvattende — controle-apparaat der Kamer niet mogelijk zelf alle rijksuitgaven te controleren. De Rekenkamer steunt daarom, zonder overigens haar door de wet gewaarborgde zelfstandigheid prijs te geven, voor de controle voor een belangrijk deel mede op de werkzaamheden van interne controle-organen.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 juli 1976

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Controle-apparaat op rijksuitgaven

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 juli 1976

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken