Bekijk het origineel

Oud-moderator Runia verwacht geen uitstoten van Geref. Kerken

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Oud-moderator Runia verwacht geen uitstoten van Geref. Kerken

GEREF. OECUMENISCHE SYNODE IN KAAPSTAD BIJEEN

10 minuten leestijd

<br />

De Gereformeerde Oecumenische Synode, die in augustus in Kaapstad bijeenkomt, omvat momenteel een kleine veertig kerken van Gereformeerde signatuur uit de gehele wereld, waaronder de Reformed Presbyterian en de Free Church uit Schotland. De GOS werd in 1948 officieel opgericht. Nadien werden er synoden gehouden in 1953, 1958, 1963, 1968 en 1972. Die oprichting had plaats in Amsterdam, waar in datzelfde jaar de Wereldraad van Kerken en de Internationale Raad van Christelijke Kerken (ICCC) als organisaties ontstonden.

Uiteraard was er al vóór de oorlog druk aan zo'n Gereformeerde internationale gewerkt. In de Verenigde Staten was vooral dr. Henry Beets van de Christian Reformed Church een stimulator. Zijn kerk met de Geref. Kerken in Nederland en die Geref. Kerk in Suid-Afrika (de Dopperkerk) waren de eerste deelnemers.

Vorige vergaderingen van de GOS Werden dan ook o.a. in het "Jeruzalem" dezer drie kerken gehouden: Grand Rapids, Amsterdam, Potchefstroom. Deze „grote drie" besloten in 1946 in principe, de GOS te starten.

Nu, dertig jaar later, zullen ongetwijfeld de twee vroegere „dochters" van de Nederlandse „moederkerk" zich ernstig beraden over de vraag, of die Geref. Kerken van Nederland met hun theologische problemen en hun soms erg kritische houding tegenover de Zuidafrikaanse politiek van afzonderlijke ontwikkeling, nog wel in de GOS thuishoren.

Ze zijn - en dat is voor sommige GOS-leden onaanvaardbaar - immers ook toegetreden tot de Wereldraad van kerken. Daarover echter later meer.

Waarom koos men in 1948 meteen voor de naam „Synode", i.p.v. „raad" of „assemblee" e.d.?

Prof. Runia: Aan die naam synode werd bewust de voorkeur gegeven, omdat men juist niet een te losse band wenste. Een „raad" kan veel meer vrijblijvend zijn en dat werd afgewezen. Anderzijds zat men natuurlijk ook toen al met het probleem, dat zo'n Geref. oecumenisch orgaan nooit op hetzelfde niveau besluiten kon nemen en doorvoeren als de generale synoden der afzonderlijke kerken. In de constitutie werd dan ook vastgelegd, dat de besluiten niet bindend waren, tenzij de kerken ze zouden ratificeren.

De term „synode" is inderdaad wat dubieus. Diverse malen is er een ander voorstel gedaan, laatstelijk in Sydney bij de herziening der constitutie. „Raad" en „assemblee" werden toen toch weer verworpen en de oude naam blijft gehandhaafd, juist om dat niet-vrijblijvende uit te drukken.

Ondertussen blijft die besluitvorming wel erg vaag, zo werpen wij tegen. Want als de constitutie het niet-vrijblijvende afzwakt door het niet-bindend verklaren, wat is dan nog de kracht of betekenis der besluiten?

Prof. Runia: Ik geloof dat je moet spreken van een soort morele gebondenheid aan de zaak. Als een kerk iets niet aanvaardt, zou men er op de volgende GOS op terug moeten komen. Dat staat niet in de documenten, maar het ligt wel in het lidmaatschap opgesloten. De kerken, die willen worden toegelaten, moeten de Gereformeerde belijdenissen onderhouden en bovendien de presbyteriale vorm van kerkregering hebben.

(Die belijdenissen zijn volgens de acta van Sydney: de Franse of Gallicaanse, de Heidelberger, de Tweede Helvetische, de Engelse 39 Artikelen, de Dordtse Leerregels en de Westminster Confessie).

Het doel van de GOS is in de geamendeerde constitutie o.a. als volgt: de eenheid in Christus van de Kerk tot uitdrukking brengen en de eenheid der kerken van Geref. belijden bevorderen. Verder „een verenigd getuigenis geven van het Gereformeerd geloof temidden van een wereld, die leeft in dwaling en rondtast in duisternis en temidden van de kerken, die van de waarheid van Gods Heilig Woord zijn afgeweken".

De nieuwe leden moeten ook de drie kenmerken van de ware kerk bezitten: rechte prediking van het Evangelie, de Schriftuurlijke bediening der sacramenten en het getrouw handhaven der kerkelijke tucht. Men ziet het, de basis is Reformatorisch genoeg; het hangt natuurlijk van de uitleg en uitwerking af, of alle leden aan alle criteria voldoen. Prof. Runia wijst ons erop, dat bijv. ledenkerken uit Ierland, Schotland, Nieuw-Zeeland, maar ook de Orthodox Presbyterian Church in de VS, nogal wat moeite hebben met de Geref. Kerken in Nederland.

Waarnemers

Daar staan dan weer andere leden tegenover, zoals Indonesische, die zelf ook banden hebben met de Wereldraad van kerken. Er zullen in Kaapstad ook waarnemers aanwezig zijn. De secretaris heeft bijv. ook de Vrijgemaakte „Buitenverbanders" om waarnemers verzocht, terwijl bijv. ook de Hervormde Kerk van Oost-Afrika - waarbij de zendingspredikanten van de GZB in Kenya in dienst zijn - waarnemers zullen zenden. (Dat zijn volgens onze inlichtingen een inheemse predikant en ds. B. van Donkersgoed, principal van de Bijbelschool te Plateau, red. kerknieuws).

Prof. Runia - die in principe nog weer tot moderator kan worden gekozen, maar het na twee termijnen verstandig vindt als een ander de voorzittershamer zou hanteren - is overigens niet zo gelukkig met het eventueel toetreden van Hervormde kerken. Niet dat hij iets tegen dat soort kerken heeft, maar binnen de GOS-formule passen ze nu eenmaal niet helemaal.

Hoe is, zo vragen wij deze voorzitter van het interim-comité dat de nieuwe synode voorbereidt, de verhouding tot de andere kerkelijke wereldorganisaties, bijv. de Hervormde Wereldbond (de WARC) of het Internationaal Reformatorisch Verbond (de IARFA) of de World Confessional Families?

Dr. Runia: Er zijn wel leden van ons, die ook lidkerk van de WARC (World Alliance of Reformed Churches) zijn, maar er is geen enkele officiële relatie. De lARFA - contacten lopen vooral via de personele unie van dr. Paul Schrotenboer. Nauwere samenwerking met zo'n Hervormde Wereldbond zit er toch niet in; daarvoor heeft hij toch teveel een ander karakter: minder sterk confessioneel gebonden en bovendien zitten er kerken van een andere structuur bij, zoals de Congregationalisten.

Wij zullen al te nauwe relaties met hen niet aanmoedigen. En die World Confessional Families is een vage organisatie met een zeer zwakke structuur, waarin vele groepen van kerkfamilies elkaar af en toe ontmoeten, van de Rooms-Katholieke tot en met de Zevendedags Adventisten. Het voornaamste is wel het persoonlijk contact met afgevaardigden van andere confessionele „families".

Hoe zit het, zo vragen wij, met de Wereldraad van kerken? Een groot deel der kritiek op de Geref. Kerken in Nederland richt zich op haar lidmaatschap van die Geneefse raad. Wat zal er in dit opzicht in Kaapstad gebeuren?

Prof. Runia: Na „Sydney" hebben de GKN toegezegd, de op hen uitgeoefende kritiek te beantwoorden. Mede in dat licht schreef dr. B. Rietveld zijn recente boekje, waarin een balans werd opgemaakt. En t.a.v. de Wereldraad heeft actuarius dr. H. B. Weijland een verhaal geschreven, dat aan de agenda van Kaapstad is toegevoegd en waarin de beweegredenen om toe te treden zijn uiteengezet. En vorig jaar is er een consultatie tussen de GOS en de Wereldraad geweest in Genève over het wezen der kerk en de rol van de theologie (waaraan ook prof. Runia een bijdrage heeft geleverd; red.)

Vanuit Kaapstad komen wij DV op de materie uitvoerig terug. Er zijn ledenkerken, die de GKN en alle kerken met een dubbel lidmaatschap uit de GOS willen stoten. Vooral de opstelling van de Zuidafrikaanse kerken is hierbij van belang, niet alleen de Dopperkerk, maar ook de „gastheer" van de GOS, de Nederduitse Geref. Kerk.

De kaarten liggen volgens Runia nog wel ongeveer zo als in 1972. De zwarte kerken in Zuid-Afrika, de Australische en Indonesische en de Christian Reformed Church zijn mogelijk tegen het uitstoten der GKN. En de blanke kerken?

Runia: de Dopperkerk heeft weliswaar met ons (de GKN) gebroken, maar men behoeft niet zonder meer te zeggen, dat er nu een radicale verwijdering ontstaan is. Je kunt ook stellen dat er dan wel geen officiële correspondentie meer is, maar dat juist zo'n losser verband van de GOS kan dienen om elkaar niet helemaal uit het oog te verliezen.

Procedure

De N.-G. Kerk zal wel blij zijn, dat onze synode het speciale fonds van de Wereldraad tegen het racisme voorlopig op de tocht heeft gezet. Nee, ik verwacht niet dat zij in Kaapstad de zaak geheel op scherp zullen zetten. Natuurlijk speelt bij de Dopperkerk ook het PCR een rol, maar toch vooral de leerstellige kwesties, oftewel Kuitert- en-Wieringa. Overigens is een procedure om "ons" eruit te krijgen niet zo simpel, geen kwestie van louter stemmen tellen; dat vergt eerst grondige studie, dus in Kaapstad zal men de GKN niet op beschuldiging van enkele leden eruit kunnen gooien. Bovendien moeten de tegenstanders dan eerst het stuk van dr. Weiiland ontkrachten.

Wij spraken daarna nog met prof. Runia over andere onderwerpen op de GOS-agenda. Van belang zijn met name de rapporten over de doop met de H. Geest (en de charismatische beweging) en het Noordamerikaanse en het Europese rapport over Sabbath of zondag. Er was geen uniform standpunt m.b.t. de Dag des Heeren bij de commissie. De Amerikanen zien de Sabbath vooral als scheppingsordinantie, zodat het gebod tot rusten ook in de nieuwe bedeling geldt.

Voor de Europeanen begint de Sabbath eigenlijk pas bij Israël en is ze een ceremoniële instelling. De zondag is dan geen „verschoven Sabbath". Er zit wel een verschil in Schriftverklaring achter. Het debat is al in Sydney begonnen, maar ook toen kwamen de partijen niet tot een gemeenschappelijke visie.

Ook de „doop met de Geest" dateert al van het vorige interim-comitté. In diverse kerken krijgt men sterk te maken met de charismatische invloeden, ook in de Chr. Reformed Church en de Orthodox Presbyterian Church.

Geref. Bond

We praten nog na over een „Geref. oecumene naar rechts". Zou die ook nog binnen de GOS mogelijk zijn en gewenst worden? Zou er - op dit moment nog een dwaze gedachte natuurlijk - bijv. ruimte zijn voor een kerk als de Geref. Gemeenten of een organisatie als de Geref. Bond? Runia is er niet op tegen.

Als bijv. zo'n Geref. Bond de zaak zou aanzwengelen, dan zou er misschien een waarnemer-status kunnen worden geschapen. Eén moet er tenslotte mee beginnen. En een nieuwe ,,Reformatorische internationale" zit er nauwelijks in, terwijl op internationaal niveau de ICCC voor de kerken aan de rechterflank der Geref. gezindte ook geen aantrekkelijk alternatief is, meent de Kamper hoogleraar, die wellicht ook in Kaapstad moderator van de GOS zal worden.

------------------------------------------------------------------------------------

Delegatie naar de GOS in Kaapstad

Van 10 tot 20 augustus a.s. wordt in het centrum van de Nederduitse Gereformeerde Kerk aan de Grey's Pass te Kaapstad (Zuid-Afrika) de vierjaarlijkse bijeenkomst gehouden van de Gereformeerde Oecumenische Synode (GOS of RES), waarvan dr. Paul G. Schrotenboer in Grand Rapids de secretaris-generaal is. Van de twee Nederlandse ledenkerken der GOS zullen resp. zeven en drie afgevaardigden, predikanten en hoogleraren, de synode bijwonen.

Voor de Gereformeerde Kerken zijn dat de man, die tot twee maal toe moderator is geweest van de GOS, waaronder de vorige bijeenkomst in Sydney (1974), de Kamper hoogleraar dr. K. Runia. Verder van deze kerken de praeses der Gereformeerde synode, ds. C. Mak uit Hengelo en de predikanten dr. A. Kouwenhoven te Delft en dr. B. Rietveld (lid van het moderamen der Geref. synode) uit Den Haag. Deze vier zijn stemhebbende leden.

Als niet-stemhebbende Geref. leden maken dr. P. G. Kunst (Amstelveen), dr. L. Schuurman (nu nog missioloog in Argentinië, weldra aan de Kamper hogeschool verbonden) en ds. A. Vos, directeur van het zendingscentrum te Leusden, de GOS mee.

Namens de Christelijke Gereformeerde Kerken zijn afgevaardigd de Apeldoornse hoogleraren dr. W. H. Velema (ambtelijke vakken) en dr. J. P. Versteeg (Nieuwe Testament en zendingswetenschap) en ds. G. Bilkes uit Bennekom.

(Prof. Velema was ook afgevaardigd naar de voorlaatste GOS, die van Amsterdam die in 1968 in Lunteren werd gehouden, en prof. Versteeg was gedelegeerde in Sydney).

Aan de eigenlijke synode gaat van 2 tot 6 augustus een zendingsconferentie vooraf en van 6 tot 7 augustus een theologische conferentie.

Onze kerknieuwsredacteur H. H. J. van As, die vanuit Kaapstad voor onze krant de verslaggeving hoopt te verzorgen van zowel de beide conferenties als de eigenlijke synodevergaderingen, had in Kampen alvast een gesprek met prof. Runia over de komende agenda en de GOS als geheel. Zijn relaas vindt men hierbij afgedrukt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 juli 1976

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Oud-moderator Runia verwacht geen uitstoten van Geref. Kerken

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 juli 1976

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken