Bekijk het origineel

NEE DURVEN ZEGGEN

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

NEE DURVEN ZEGGEN

5 minuten leestijd

<br />

Minister van Agt blijft aan, zo heeft hij gisteren aan de Tweede Kamer meegedeeld. Velen hadden trouwens wel verwacht dat zijn beslissing naar deze kant uit zou vallen. Hoe men er verder ook over denkt, men moet wel concluderen dat deze hele gang van zaken de positie van Van Agt binnen het kabinet niet versterkt heeft.

Het voornaamste motief voor Van Agt om niet af te treden is dat daarmee geen enkel tastbaar resultaat zou worden behaald en hij de „nu aanwezige mogelijkheden zou prijsgeven invloed uit te oefenen op de ontwikkeling van de wetgeving inzake abortus provocatus".

De vraag dringt zich aan ons op in hoeverre dat een deugdelijke motivering is. Vooropzij gesteld dat wij beslist respect hebben voor de ernst waarmee minister Van Agt zijn ambt waarneemt. De zaak van de abortus provocatus is voor hem als gelovig rooms-katholiek een gewetensvraag.

Toch moet gezegd worden dat hij zich met deze beslissing in een onmogelijke positie wil handhaven. In de Bloemenhovekliniek, zo constateert hij, vinden vele tientallen malen per week dingen plaats die als misdrijf moeten worden gekwalificeerd. Als minister van Justitie staat hij echter machteloos daartegenover. Toen hij immers twee maanden geleden opnieuw een poging deed om deze kliniek te sluiten, is die door daden van burgerlijke ongehoorzaamheid verijdeld. De minister is toen gezwicht, te meer ook omdat een meerderheid van de Tweede Kamer beslist niet met hem meeging.

Dat is geen kleinigheid! Het betekent niets minder dan dat de minister van Justitie, die de rechtsorde moet handhaven, terugdeinst voor actievoerders. Het wettig gezag wijkt voor revolutionaire acties en de meerderheid van de Tweede Kamer staat nog achter die actievoerders ook.

Toch Is de wijze van redeneren van Van Agt in zijn kring niet ongewoon. Ook bij de AR en de CH vond en vindt men die. Daar beseft men ook wel (althans vroeger was dat zo dat men het besefte) dat het kabinet waaraan zij deelnemen, ja zelfs hun eigen ministers, allerlei dingen doen die beslist niet overeenkomstig de eigen politieke principes zijn. Toch willen zij daarmee de verantwoordelijkheid dragen. Want zo zegt men dan, als regeringspartij hebben wij altijd nog een invloed ten goede en die verliezen we als we er uit stappen.

Dat laatste is natuurlijk maar beperkt waar. Ook in de oppositie kan men politieke invloed uitoefenen. Maar als men in de regering zit is die invloed uiteraard groter. Toch heeft men met name vanuit de kring van de SGP steeds afwijzend gestaan tegenover dit betoog. In plaats daarvan stelde men het principe voorop. Daarvoor wilde men staan, dat wilde men uitdragen, dat wilde men in de politieke werkelijkheid tot gelding brengen.

Dat betekent geen afkeer van de praktische politiek. Die nogal eens gehanteerde tegenstelling tussen principiële en praktische politiek is onjuist. Het moet er immers om gaan de beginselen in praktijk te brengen. Het gaat om een praktische politiek, maar dan wel vanuit de christelijke beginselen en niet een praktische politiek waarbij de beginselen verloochend worden en waarbij men zelf dingen moet doen of op zijn minst moet gedogen, die met die principes lijnrecht in tegenspraak zijn.

De praktijk van de christen-democratische politiek is echter geweest dat men niet alleen zijn eigen principes liet verwateren, maar dat zelfs wanneer die (verwaterde) principes werkelijk in het geding kwamen, men daaruit niet de consequenties wilde trekken. De geschiedenis met minister Van Agt is daarvan helaas een duidelijk voorbeeld.

Mag men in principiële zaken dan geen compromissen sluiten? Moet men soms niet een kleiner kwaad gedogen of zelfs bedrijven ten einde een groter kwaad te voorkomen? Die redenering is maar al te bekend en is voor de mens ook erg aantrekkelijk als uitvlucht en als gewetenstiller. De Bijbel spreekt echter een vernietigend oordeel uit over hen die het kwade willen doen opdat het goede daaruit kome.

Na de Tweede Wereldoorlog werd die redenering ook door allerlei mensen als dekmantel gehanteerd, zelfs door de oorlogsmisdadiger Eichman. Zij gaven wel toe dat ze onder dwang verkeerden en op zich zelfs uiterst verwerpelijke dingen hadden gedaan. Maar, zo verontschuldigden ze zich later, wanneer wij op een gegeven moment dat verder geweigerd hadden, dan was er toch niets verbeterd en was er wellicht een ander op onze plaats gekomen die het veel wreder en slechter zou hebben gedaan.

Het zal duidelijk zijn dat men zich met een dergelijke redenering wel heel erg op een hellend vlak bevindt. Dat laat de praktijk ook wel zien. Steeds gaat men dan een stapje verder.

Daartegenover is zonder meer een principiële stellingname nodig, die ons zegt: tot hiertoe en niet verder, hoe het ook zij. Niet de haalbaarheid van onze activiteiten en het handhaven van onze (mooie) posities moeten voorop staan, maar de onwankelbare normen van Gods Woord. Die geven ons vaste grond om op te staan. Dan kunnen we met de wereld niet meer mee en zullen we tegen veel politieke ontwikkelingen neen moeten zeggen. Dat is niet negatief, maar positief, want het is een nee tegen het kwade.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 31 juli 1976

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

NEE DURVEN ZEGGEN

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 31 juli 1976

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken