Bekijk het origineel

Straffen valsemunterij moeten hard aankomen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Straffen valsemunterij moeten hard aankomen

Officier van Justitie te Amsterdam:

8 minuten leestijd

AMSTERDAM — Na de laatste berichten over arrestaties in Rotterdam voor het in omloop brengen van valse duizendjes is er bepaald geen goed klimaat geschapen om het openbaar ministerie gunstig te stemmen. Valsemunterij is een heel oud delict, dat in de Middeleeuwen bestraft werd door de daders in heet water te koken. Dat doen we gelukkig niet meer. Maar toch vind ik dat voor dit berekend delict, dat niet in een opwelling opkomt, de straf zeer hard moet aankomen.

Dit zei de officier van Justitie bij de rechtbank in Amsterdam, jhr. mr. De Beaufort, maandag tijdens zijn requisitoir tegen zes verdachten, die betrokken zijn geweest bij het vervaardigen en in omloop brengen van valse honderdjes en duizendjes. Mr. De Beaufort kwam tot straffen variërend van 2 jaar en 6 maanden met aftrek tot een geheel voorwaardelijke straf van drie maanden plus een geldboete van ƒ 250,-.

De hoogste straf van twee en een half jaar vroeg hij tegen de 30-jarige koopman Rinus de J. uit Amstelveen, volgens de officier naast de inmiddels door de rechtbank in Alkmaar tot 2,5 jaar veroordeelde 47-jarige boekhouder Koos B., die in een gehuurde woning in Middenmeer de valse duizendjes had vervaardigd, de hoofddader van deze affaire.

Rinus had Koos, die hij uit de gevangenis kende, begin 1975 in Amsterdam ontmoet. Toen had Koos hem enkele valse honderdjes Mtèn zien, waarvoor Rinus echter weinig belangstelling toonde. Wel was hij geïnteresseerd in duizendjes. Besloten werd het project op te zetten. Volgens Rinus en diens 29-jarige compagnon in de markthandel Gerard R. uit Amsterdam, tegen wie twee jaar met aftrek werd geëist, was de 41-jarige handelsagent Jan L. uit Enschede, de financier.

De Enschedeër is voor deze affaire veroordeeld tot anderhalf jaar, welke straf hij intussen heeft uitgezeten.

Stijging vervalsen

In het dossier zat een vals biljet. Een deskundige van de firma Enschede noemde het een ,,bedrieglijke namaak, waarvan de ontdekking in het normale geldverkeer relatief klein moet worden geacht". Hij vertelde ook dat het aantal gevallen van valsemunterij „steil omhoog" gaat. „De laatste driejaar zijner wel negen gevallen geweest". Op een internationale conferentie had deze deskundige voorts de indruk opgedaan dat de stijging in ons land hoger is dan in andere landen.

De verdedigers pleitten in alle gevallen voor lagere straffen. De rechtbank zal op 10 augustus uitspraak doen. 67

Net als je denkt nu zal het wel gaan, dooit het de andere dag en staat het water op hel ijs en dan is het niet meer te vertrouwen.

Het was wel jammer dat er zo'n gure noordooster stond, want dat maakte het buiten eigenlijk al te koud. Je kunt beter stil weer hebben met wat zon, dat is veel aangenamer ook bij het schaatsen op de boezems en de sloten.

Oude buurvrouw van der Hoff beweerde dat het een barre winter zou worden. Ze vond dat maar een moeilijke zaak en keek angstig naar haar man. Kees was toch al geen held, wat zijn gezondheid betrof.

Het ging redelijk nu, maar als de kou van de vorst in het kleine huisje zou binnendringen zou Kees dan warm te houden zijn? Hij had het toch al zo vreselijk op de borst. Nee, vrouw van der Hoff zag de nabije toekomst met zorg tegemoet. De oude Van der Hoff bleef echter welgemoed.

,,Moeder", zei hij, „maak je toch geen zorgen voor de tijd. De Heere heeft ons toch altijd terzijde gestaan en Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en tot in alle eeuwigheid". Kijk, als je zo'n man hebt die zo redeneert, dan wijken je angsten wel eens. Dat ondervond vrouw Van der Hoff dagelijks. Het nam echter niet weg, dat de oude vrouw zelf iedere avond zulke koude voeten had, dat haar man haar aanraadde, een paar stevige eigengebreide sokken van hem te warmen in de oven en die aan te trekken voor het slapengaan. Vrouw Van der Hoff protesteerde daartegen door te zeggen, dat ze er zelf geen last van had.

,,Ja vrouw, dat is best mogelijk", zei haar man. ,,Maar heb dan toch maar medelijden met mij. ledere keer als ik een been of voet van je raak op bed, dan

Door J. W. GRISNIGT
lijkt het wel of ik mijn voet in een emmer ijs steek".

Dat was doorslaggevend en vrouw Van der Hoff sliep voortaan iedere nacht met de voorverwarmde sokken van haar man aan haar koude voeten.

De verkering van Bas en Mijntje ging gewoon door. Nog steeds was er geen enkele toenadering van de kant van boer Van der Griend te bespeuren.

Moeder Kniertje was al verschillende malen in de wagenmakerswoning geweest en moeder VVillemijn mocht de boerin graag. Ook Mijntje ging steeds meer van moeder Kniertje houden en of het nu deze liefde en vriendschap was of wat anders, het was een feit, dat moeder Kniertje met de dag opknapte. De aanwezigheid van Jaantje Nolen op de boerderij deed de boerin ook goed. Die twee konden het best met elkaar vinden. Bovendien was er de hond Prins. De grote hond hing aan de boerin als een kind aan zijn moeder. Prins kon het met Jaantje best vinden en met Bas ook, maar zijn grote liefde was de boerin. De boer mocht Prins niet erg. Als boer Van der Griend in de buurt was, liep Prins liever een eindje om op de boerderij. Toch wist het dier dat de boer erbij hoorde en Van der Griend had heus wel gemerkt, dat als hij erg laat thuiskwam en door het klinket in de schuur stapte. Prins altijd al bij dat kleine deurtje was en de boer vergezelde tot de deur, die toegang gaf tot de keuken. Het deed Van der Griend toch goed, als hij de stevige hond tegen zijn soms wankelende benen voelde. Een enkele keer legde hij zijn hand op de grote hondekop en krabbelde hij in het ruwe haar van de hond.

Een enkele keer nam Bas de hond mee naar de wagenmaker en Prins had ook een voorkeur vcor Mijntje. Liever bleef hij echter thuis bij zijn bazin, die hele gesprekken met hem hield. Als de boerin dan de namen noemde van Bas of Mijntje of Jaantje, dan spitste Prins zijn oren en de boerin moest soms in stilte lachen als ze de blije blik van de hond opving als ze één van die namen noemde.

Inmiddels had Bas er geen vrede mee, dat Mijntje niet op de boerderij mocht komen van zijn vader. Hij sprak er dikwijls over met Mijntje en een enkele keer ook met Leen Liesveld. Leen Liesveld was een verstandig man.

Hij zei tegen Bas, dat hij niet moest gaan proberen ijzer met handen te breken.

„Het komt heus wel goed, jongen", zei hij.

„Ja maar hoe moet dat ooit goed komen, Liesveld?" vroeg Bas vertwijfeld. ,,Je weet niet half wat vader voor een man is. Hij is zo koppig als een mens maar kan zijn en naar geen enkele reden wil hij luisteren. Hij heeft het maar over de boerenstand en over het boerenbloed en hij beweert bij hoog en bij laag, dat het altijd fout gaat, als een boerenzoon niet in zijn stand trouwt".

Leen Liesveld krabbelde eens onder zijn pet en wist er geen zinnig antwoord op te geven. Zijn zoon Thijs, die bij het gesprek aanwezig was echter wel. ,,Er zijn nog wel hogere bomen gevallen dan boer Van der Griend, Bas", zei hij langzaam. ,,Hoe dat gebeuren zal weten wij niet. Misschien moet hij wel langs een diepe weg gaan, misschien ook niet".

Leen Liesveld keek zijn stamhouder bewonderend aan. Hoe kwam zo'n jongen nu aan zo'n wijs antwoord? Die avond dacht Leen Liesveld veel na over dat antwoord van zijn zoon. Die jongen leek toch sprekend op zijn grootvader.

Meeuwis Veldhoen was al een paar keer op bezoek geweest bij Fientje in het Huis van Bewaring te Dordt. ledere keer boekte Meeuwis enige vooruitgang. Fientje bleek uit haar Bijbeltje te lezen en daar was Meeuwis erg blij mee. Bovendien begon Fientje te vragen en het waren heus geen gemakkelij ke vragen die ze Meeuwis stelde.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 3 augustus 1976

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

Straffen valsemunterij moeten hard aankomen

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 3 augustus 1976

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken