Bekijk het origineel

Jeug^d eet te veel en te onnatuurlijk

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Jeug^d eet te veel en te onnatuurlijk

5 minuten leestijd

UTREOHT — De gezonaheidstoestand van de Nederlandse jeugd is niet alarmerend slecht. Maar er zijn bepaalde aanwijzingen die bezorgdheid teweeg moeten brengen. De arts F. Wafelbakker, hoofd van de afdeling jeugdgezondheidszorg van het ministerie van Volksgezondheid, zegt dit in zijn jaarverslag over 1975.

Een van de ontwikkelingen waarover hij zich ongerust maakt is het toenemend aantal te zware kinderen. Vetzucht is een groeiend probleem, dat op een schrijnende tegenstelling wijst tussen ontwikkelde en ontwikkelingslanden, aldus dokter Wafelbakker.

Sinds 1959 worden er onder auspiciën van de voedingsraad driejaarlijkse peilingen verricht naar de voedingstoestand en voedingsgewoonten van achtjarige schoolkinderen. Aan het laatste onderzoek (schooljaar 1973/1974) heeft een groot aantal schoolartsen meegewerkt. De resultaten leidden tot de. schatting, dat ruin vijftien procent van de achtjarigen dik en dat rond vijf procent te dik is. Ten opzichte van 1964 komt dat neer op een verdubbeling.

OnnatuurliiJk

De heer Wafelbakker noemt caries (tandwoli) een nog steeds onderschat probleem. Verder heeft of krijgt de Jeugd volgens hem onnatuurlijke voedingsgewoonten: een overmatige suikerconsumptie, er worden steeds meer frisdranken gedronken en er worden ook teveel sterk voorbereide spijzen met weinig vezelstoffen gebruikt. Tandwolfkomt nog steeds voor en dat geqfi werk aan de tandarts Vezelstoffen, die onder meer voorkomen in bruinbrood en groenten, zijn van belang voor een goede stofwisseling. Ten slotte is er bij een steeds groeiend deel van de Jeugd al sprake van een overmatig alcoholgebruik. .

Er zijn in Nederland 146 schoolartsendiensten. Daarvan maken er 14 deel uit van een gemeentelijke gezondheidsdienst, terwijl er 102 functioneren als districtsdienst. In totaal staan ongeveer drie miljoen leerlingen onder schoolgeneeskundig toezicht: 600.000 bij het kleuteronderwijs, 1,46 miljoen bij het basisonderwijs, 1 miljoen bij het voöftgeiët èn beroepsonderwijs en ongeveer 77.000 bij het buitengewoon onderwijs.

Van de kleuters werd in het verslagjaar gemiddeld 38 procent volledig onderzocht. Voor de basisscholen was dat percentage 40, voor het voortgezet onderwijs 20 en bij het buitengewoon onderwijs 42.

In 1974 werd rond twaalf procent van de onderzochte leerlingen verwezen naar (in overgrote meerderheid) de huisarts of naar de psycholoog, de jeugdpsychiatrisohï dienst, de logopedist of naar bijzondere schoolgymnastiek.

Werkende Jongeren

In z^n Jaarveralag besteedt de heer Wafelbakker ook aandacht aan de schoolverlaters. Voor hen houdt iedere Torm van openbare grezondheidszorg' op. Maar een betrekkelUk klein deel van de werkende Jongeren komt terecht in bedreven die zo erroot zUn dat er een bedryfssreneeskundlge dienst is.

Alle werkende Jongeren en de grote groep werkloze Jongeren vallen uit de boot. Voor zover ze nog parttime opleidingen volgen zou volgens de beer Wafelbakker een vorm van Jeugdgezondheidszorg via de school mogelijk zijn. Het lijkt hem waarschijnlijk, dat deze groep jongeren meer behoefte heeft aan een niet verplichte vorm van jeugdwelzijnszorg dan aan een voortzetting van het zogenaamde periodiek systematisch onderzoek.

Hij gaat ook in op het proefschrift van H. W. A. Nüenhuls (1976) waaruit blijkt dat sommige bedrijven 60 procent van de Jongeren die zich aanmelden niet goedkeuren, terwijl dat bij andere maar 0,6 procent is. De heer Wafelbakker vindt, dat de sterk uiteenlopende afkeuringspercentages zowel voor de bedrijfsgeneeskunde als voor de jeugdgezondheidszorg in Nederland aanleiding moeten zijn voor verder speurwerk.

Roken

Verschillende schoolartsen houden zich in hun eigen rayon ook bezig met onderzoekingen. Zo worden in Wymbritseradeel ((Hoornstra) al sinds 1962, de rookgewoonten bijgehouden. Opvallend is, dat in al die Jaren de Jongens niet minder en de meisjes wel meer zijn gaaji roken. Van de 16-jarige Jongeren rookt 20 tot 30 procent meer don tien sigaretten per week, terwijl het roken bij de meisjes sinds 1070 zo sterk is toegenomen, dat ze de Jongens In 1974 - in alle leeftijdsgroepen - al zijn voorbijgestreefd: van de 15-jarige meisjes rookte toen 37 procent en van de 16-Jarigen 64 procent meer dan tien sigaretten per week.

In Gorssel (Bakker) Is sinds 1068 een onderzoek ga,a,nA« naar het voorkomen van migraine by de schooUeugd (hoofdpynaanvallen met misselijkheid of braken en overgevoeligheid voor licht of lawaai). Gemiddeld één procent van de schoolbevoUdng bl^kt last te hebben van mlgralne-aanvallen (Iets meer meisjes dan Jongens), In meer dan de helft van de gevallen openbaart de migraine zich al voor het zevende Jaar en In byna zes procent pas na het twaalfde Jaar. Tachtig procent van de betrokken Underen heeft minstens eenmaal per maand een aanval. By 68 procent van hen komt migraine ook by andere leden van hun familie voor. Overmatige suikerconsumptie

BOEREN WORDEN ZAKENLIEDEN

Veehouder D. van Nijhuis (47) in het Gelderse Putten hoopt over een maand of drie tien hectares gras te kunnen maaien in de IJsselmeerpoiders, voor zijn honderd koeien en kalveren. Deze 10 ha malten deel uit van 3000 of 4000 ha die de rijksdienst voor de IJsselmeerpolders op het ogenblik in ijltempo laat inzaaien voor de noodlijdende veehouders.

Meer grond

„Normaal pachten wij hier op het oude land al jvat grasland voor het jongvee in de IJsselmeerpolders en daarom hebben wij al contact met de rijksdienst. Naar aanleiding van de droogte zijn wij gaan praten over het gebruik van meer grond." Nu wordt gras gezaaid op ontginningsgronden waar dit jaar koolzaad op heeft gestaan, en die anders toch tot oktober onbenut was gebleven. Zware trekkers trekken op het ogenblik ploegen (7 scharen), eggen en zaaimachines over de onmetelijke akker. „De behoefte aan dit gras is enorm", zegt hij, „en de aanvragen stromen dan ook binnen. Putten bijvoorbeeld heeft al 150 ha besteld en Barneveld 200 ha. Door die belangstelling heeft Gelderland nog 1000 ha. extra gevraagd."

Nijhuis heeft 22 ha weide en 8 ha bouwland. Naast de koeien heeft hij nog 180 varkens en 2500 legkippen. „Met één knecht twee dagen in de week en met mijn zoon van achttien kunnen we het werk net aan", zegt hij.

„Vroeger was het voor de boer hard werken en zuinig wezen. Nu is het veel meer de vraag hoe kom ik aan kapitaal en hoe maak ik het winstgevend. Het is nu business, geen roeping meer maar een beroep."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 augustus 1976

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Jeug^d eet te veel en te onnatuurlijk

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 augustus 1976

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken