Bekijk het origineel

Hervormden en Gereformeerden geven ruimte en stimulans aan plaatselijke-samenwerking

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Hervormden en Gereformeerden geven ruimte en stimulans aan plaatselijke-samenwerking

TIJDENS TWEEDE DAG VAN VERGADERINGEN BEIDE SYNODEN:

10 minuten leestijd

Het geeft te denken dat er vandaag niet — zoals drie jaar geleden — groepen jongeren ons met vragen bestoken: wanneer is het zover. Aldus dr. K. Dronkert zaterdagochtend tijdens de tweede zittingsdag van de gecombineerde vergadering der Hervormde en Gereformeerde synoden. De beide synodes waren in de Utrechtse Marcuskerk — na drie jaar — voor de tweede keer bijeen. <br />

De uitspraak van Dronkert was typerend voor enig gevoel van onbehagen dat tijdens deze historische vergadering soms ontstond. Dat kwam doordat er af en toe te weinig vaart in zat. Na via de radio een beeld gekregen te hebben van de bijeenkomst van vrijdag dat nogal negatief was ontlokte dat dr. A. H. van den Heuvel de bekentenis dat hij zich diep ongelukkig voelde. Hij had de indruk bezig geweest te zijn zoals egels liefde bedrijven.

Daarnaast ontbraken positieve geluiden niet. In de wandelgangen kon men na afloop van de tweede en laatste zittingsdag een hervormd-gereformeerd hoogleraar horen zeggen dat hij de confrontatie zeker de moeite waard had gevonden.

De functie van een ontmoetingsplaats heeft het gebeuren in de Marcuskerk ongetwijfeld gehad. Niet alleen bijzondere gasten als prof. dr. L. Kürti uit Hongarije en rev. A. I. de Graaf uit Australië waren aanwezig. Oude synode-praesides zoals dr. E. Emmen, ds. F. H. Landsman, dr. G. de Ru en ds. J. C. H. Jörg drukten elkaar de hand, ook mensen als prof. dr. G. Rothuizen en prof. dr. H. Jonker ontmoetten elkaar. Zelfs ontbrak mgr. Ernst van Breda zaterdag niet. Hij kreeg de gelegenheid zich in een korte toespraak uit te spreken.

Achterblijven

Wel waren er mensen met hoop, of met een droom of visioen, zoals zij zich uitdrukten. Toch werd ook van zorg gewaagd. Men worstelt moeizaam verder naar andere structuren ten dienste van het grondvlak waar „men elkaar herkent" en waar men „elkaar gevonden heeft". Verdriet had men om het achterblijven van links — de vrijzinnigheid — en rechts: verontrusten en Gereformeerde Bond. De reden daarvan werd door ds. C. van Sliedregt duidelijk uitgesproken.

Wij zijn bezorgd over de oecumene van het midden, aldus de predikant uit Oude Tonge. De witte plekken, waarover gesproken wordt omdat daar samenwerking op het plaatselijk vlak geen gestalte krijgt, zijn er op grond van deze voorgestane oecumenegedachte. De polarisatie kan op deze manier — zo waarschuwde ds. Van Sliedregt — weleens toenemen. De ware oecumene hangt samen met de vraag naar de ware kerk. De ware kerk leeft ook werkelijk uit de belijdenis en direct daarmee samen hangt de uitoefening van tucht. Nu maken echter de leugengeesten zich breed. Wij hebben te waken voor een valse oecumene, aldus ds. Van Sliedregt.

Dit alles betekent niet dat de samengekomen predikanten, hoogleraren, ouderlingen, diakenen en kerkvoogden geen besluiten namen. Zij gingen in het algemeen echter niet zover als men tevoren wel gevreesd had in verontruste kringen. In de zaterdagkrant vermeldden wij nog juist hoe de beide synodes zich zullen moeten gaan bezighouden met een geschrift op te stellen waarin een aantal grondlijnen van het belijden moet worden uitgezet. Een door de subcommissie van de Interimraad van deputaten "Samen op weg" voorgestelde proeve van aanvulling zal — evenals de gehele discussie — ongetwijfeld bij opstelling van het geschrift betrokken worden, maar is niet door de vergadering als proeve aanvaard.

De door de in de Marcuskerk aanwezige dames en heren genomen besluiten hebben overigens de gelding van aanbevelingen aan de afzonderlijke synoden. Zij moeten genomen besluiten ook zelf bekrachtigen.

Proeve afgewezen

Vrijdagavond sprak men over kerkordelijke zaken. Er zitten fundamentele verschillen in de kerkorde van de Ned. Hervormde Kerk en die van de Geref. Kerken. In dit verband is bijvoorbeeld aan de orde het vraagstuk van de geboorteleden en van de grenzen der kerk. De Interimraad heeft zich toegelegd op de vergelijkende studie van de beide kerkordes. Daaruit kwam een proeve van een kerkordemodel voor gezamenlijk gebruik.

Een van de belangrijkste besluiten hieromtrent was wel dat het voorgedragen model geen genade vond in de ogen van de vergadering, maar dat de betreffende subcommissie van de Interimraad opgedragen werd naar een andere opzet voor een kerkorde-model te zoeken. In het nu voorgedragen model was onder andere de schakel van de provinciale synode verdwenen. De classis zou gaan samenvallen met nieuw door de rijksoverheid te vormen gewesten.

Ook zouden in het voorgestane model tenminste een tiental en ten hoogste 15 wijkgemeenten samen een kerk gaan vormen. Dat heeft voor plattelandsgemeenten grote consequenties, omdat zij die tot nu toe één of twee predikanten hadden een flink stuk autonomie zouden moeten prijsgeven, met alle gevolgen in verband met de eigen identitiet daaraan verbonden.

Tenminste 10 of ten hoogste 15 kerken moeten samen een classis gaan vormen in de voorgestelde opzet. Dat zou naar schatting neergekomen zijn op ruim 20 classes.

Grens der kerk

Andere uitspraken die in de behandeling van de kerkordelijke zaken werden gedaan waren: de werkgroep wordt opgediigen een formulering te geven die een expressie van het kerk-zijn bevat die zou kunnen dienen als een eerste artikel van een kerkorde voor beide kerken. Dat is van belang in verband met grens en identiteit van de kerk. Verder: de uitspraak over "geboorteleden" dient van de synode der Ned. Herv. Kerk te komen. Omdat immers de Geref. Kerken geen ongedoopte leden kennen is het vraagstuk van de geboorteleden zeker een vraagstuk van het „samen op weg" zijn.

Zaterdagochtend begon men met het rapport van de derde subcommissie van de Interimraad, dat de samenwerking op het plaatselijk vlak betreft. Geboden werd een „handreiking ten dienste van de samenwerking op het plaatselijk vlak" waarover gediscussieerd moest worden. Tevens was een enquête gehouden onder 1500 hervormde gemeenten en 818 Gereformeerde Kerken. Over de uitslag van deze enquête hebben wij u op zaterdag 11 september uitgebreid geïnformeerd.

Jezus Messias

Ds. D. van Loo uit Didam lichtte namens de commissie van rapport haar beoordeling van de handreiking toe. Blijkbaar ritselt het overal en worden vorderingen zichtbaar. Organisatiestructuren zijn vers twee, zo vond hij, het gaat om de inhoudelijke aangelegenheden. Dat betekent elkaar voortdurend de vraag stellen: wat dunkt u van Jezus Messias. Bovendien, aldus Van Loo, samen zingen uit hetzelfde Liedboek is de beste kern van belijden.

In 667 gemeenten blijken regelmatig gezamenlijke kerkdiensten gehouden te worden, aldus een van de uitslagen der enquête. Cijfers zijn echter geen feiten. zo meende ouderling Sybrandi uit Boksum. Hij kende wel gezamenlijke diensten waar minder bezoekers kwamen dan in één dienst afzonderlijk van iedere kerk.

Ds. M. Baan uit Aalborg miste een geestelijke toespitsing in de handreiking. Was samenwerking uit geestelijke nood waarin men schuldenaar voor God was geworden, gewerkt door de Heilige Geest, geboren? Of wist men het allebei niet meer hoe het moest en deed men daarom samen? Leidt de blinde soms de blinde zodat beiden in het water vallen?

Ds. S. de Vries uit Bennekom vroeg of men toch ook nog wel dacht aan de mensen die in een kerk met een andere naam zitten. Dr. J. Vlaardingerbroek uit Leeuwarden was geschrokken van de geest die er in de te bespreken stukken rondwaarde. Van uitverkiezing naar uitverkoop, aldus deze predikant, zo kunnen we de laatste 20 jaar van de Gereformeerde Kerken omschrijven. Aan deze oecumene van het midden kan een Geref. kerk, die prijsstelt op haar eigen identiteit, niet meedoen. Als het wel gebeurt zien we de resultaten: tientallen gezinnen vervreemden of raken aan de Vrijgemaakte kerken.

Risico's nemen

Moeten we dan met mensen als Vlaardingerbroek en de Geref. Bond enerzijds en mensen die hoop hebben anderzijds werkelijk risico's vermijden, zo vroeg dr. A. van den Heuvel. We verkeren in een spanning, zo meende hij, waarin we het ons niet kunnen veroorloven géén risico's te nemen. Waarom was er geen contact in de zogenaamde witte plekken tussen de Geref. Bondskerkeraden en tussen de Geref. Kerken, zo vroeg ds. H. Binnekamp uit Maarssen zich af. Daar geeft de enquête geen antwoord op. Mag u gedogen dat de rechterkamer van het hart - dat immers plaatselijk klopt - buiten werking blijft?

Als dat waarom onderzocht wordt, aldus Binnekamp, dan moet daarbij zeker ter sprake komen het gezag van de Bijbel, de verhouding tussen Woord en Geest, publikaties van theologen die zich steeds verder verwijderen van de reformatoren en het functioneren van de belijdenis.

Ds. B. J. Aalbers uit Geldrop die de vraagstellers namens de werkgroep en de commissie beantwoordde vond de taal van dr. Vlaardingerbroek onzindelijk. Aan de Gereformeerde Bond vroeg hij: wat hebt u nu eigenlijk aan eigen inbreng in de samenwerking gegeven? Er was een tijd, aldus Aalbers, die door zijn gewilde grapjes het publiek heel wat keren luid aan het lachen bracht, dat een Geref. Bonder óf SGP of AR stemde. Prof. Severijn zat toen nog in het AR-hoofdbestuur. Men beleed als om strijd dat samenwerking in school en op staatkundig gebied met de Gereformeerden die ook allemaal AR waren zo nodig was en dat men samen op de bodem van de belijdenis stond. Maar wat heeft dat voor resultaat gehad rond de Avondmaalstafel? aldus Aalbers. Jullie moeten het verleden niet romantiseren, zo voegde hij de Geref. Bond toe. De verklaring van de Geref. Bond, die grote zorg uitspreekt over samenwerking met de Geref Kerken, staat dwars op een samen naast elkaar staan, zij het dan in kritische verbondenheid, aldus de Geldropse predikant. Het hoofdbestuur van de Geref. Bond, vond hij, zou dat in „De Waarheidsvriend" veel meer moeten aanwakkeren en bezielen.

Uitgeven

De handreiking zal in ieder geval - zij het met enkele wijzigingen onder verantwoordelijkheid van de werkgroep van de Interimraad, worden uitgegeven. Verder zullen er samenwerkingsmodellen als hulpmiddel voor partnerschap van gemeenten op het plaatselijk vlak met verschillende mogelijkheden worden ontworpen.

Bevorderd zal worden dat visitatie in gefuseerde gemeenten door beide kerken gezamenlijk geschiedt. Er wordt gestreefd naar een gemeenschappelijk dienstboek en de uitvoerende instanties in het toerustingswerk worden opgeroepen hun activiteiten op elkaar af te stemmen. Ook voor de financiële verhouding worden de gekwalificeerde organen verzocht met spoed richtlijnen op te stellen.

Zaterdagmiddag werd nog het verslag van de Interimraad over de tussen de beide synode-vergaderingen gelegen periode behandeld. Een aantal daarvan verbonden aanbevelingen werd aangenomen. Zo zal een Raad van deputaten het werk van de Interimraad moeten gaan overnemen. Hierin zijn onder andere de beide synodepraesides Spilt en Mak benoemd. Het mandaat van de drie werkgroepen „kernen van belijden", „samenwerking plaatselijk vlak" en „kerkordelijke zaken" werd verlengd. Een nieuwe werkgroep moet de verschillende structuren van financieel beheer gaan bestuderen en zoeken naar een congruente financiële beheersvorm, alsmede naar oplossingen voor de problemen in momenteel gefuseerde gemeenten.

De opzet is verder dat ten opzichte van theologische en ethische vragen, predikantsopleiding, een zo groot mogelijke samenwerking wordt betracht. In 1979 wordt een volgende gezamenlijke synode gehouden. Als aanhangsel en ter concretisering van het op elkaar afstemmen van het beleid nam de vergadering in de aanbeveling aan de afzonderlijke synoden op, dat twee vaste adviseurs in elkaars synode en een vaste adviseur in elkaars breed moderamen dienen te worden benoemd. Er zou verder een commissie moeten worden benoemd die de erkenning van de predikantsopleiding in beide kerken voorbereidt. Zo wil men er ook naar staan bij bestudering van een nieuw onderwerp een gezamenlijke commissie van ontwerp en een gemengde commissie van rapport in te stellen.

Soort betrokkenheid

Een belangrijk punt vormden de zogenaamde witte plekken, waar samenwerking tot nu toe geen gestalte kreeg. Een voorstel van ds. M. Baan uit Aalborg om aandacht te besteden aan de soort betrokkenheid in die gemeenten tot het samen op weg zijn, waar de samenwerking min of meer gevorderd is haalde het nauwelijks. Hij deed dat voorstel omdat vervreemding was geconstateerd en omdat de Hervormd Gereformeerden zo weinig bouwstenen zouden aandragen. Hoewel ds. C. P. van Andel in de beantwoording duidelijk begreep dat het hier om de motieven ging, een groot aantal synodeleden waren zo slim na herhaalde uiteenzetting niet.

Op voorstel van ds. G. van Asselt uit Vollenhove gaat er een brief uit naar kerk, classes en provinciale synoden om erop aan te dringen mogelijk blokkerende vraagstellingen blijvend te bespreken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 20 september 1976

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

Hervormden en Gereformeerden geven ruimte en stimulans aan plaatselijke-samenwerking

Bekijk de hele uitgave van maandag 20 september 1976

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken