Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een Europese kijk op het energieprobleem

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Een Europese kijk op het energieprobleem

5 minuten leestijd

De tijd voor oplossing van het energieprobleem „begint te dringen", zei mr. G. A. Wagnner, president-directeur van de NV Koninklijke Nederlandsche Petroleum Maatschappij en voorzitter van het Comité van Groepsdirecteuren van de Koninklijke/Shell Groep, op 19 oktober in New York. In een lezing voor de Kamers van Koophandel van de EEG-landen in de Verenigde Staten zei de heer Wagner dat het energievraagstuk nog geen fysiek probleem was, maar dat het tegen het eind van de jaren tachtig wel zover zou kunnen komen. Thans was het probleem gedeeltelijk van economische, maar vooral van politieke aard. „Als men streeft naar een oplossing, zullen de regeringen moeten werken met, niet tegen de oliemaatschappijen".

Onderschat

De regeringen van de verbruikslanden waren vanaf 1973 gaan omzien naar alternatieven voor de uit OPEC-landen afkomstige olie, maar zei mr. Wagner, tot dusverre had dit niet veel opgeleverd. Iedereen had de met de ontwikkeling van nieuwe energiebronnen gemoeide kosten en tijd grotelijks onderschat en op korte termijn kon maar weinig worden gedaan ter vervanging van de olie uit de OPEC-landen. Sprekend over het energiebeleid van de overheid, „of liever gezegd het ontbreken van een dergelijk beleid" in de Verenigde Staten en Europa, zei de heer Wagner dat realisering van de weinige praktische mogelijkheden waarover de gebruikslanden beschikten eerder werd tegengegaan dan bevorderd.

Ver. Staten

Hij merkte verder op dat de Verenigde Staten, het land dat over de beste mogelijkheden beschikte om het energieprobleem te verlichten en daarvoor ook de grootste verantwoordelijkheid droeg, op tal van manieren bezig leek het tegenovergestelde te bereiken. Als gevolg hiervan was de olie-invoer van de Verenigde Staten sinds de energiecrisis met bijna een derde gestegen, werd het aardgastekort snel nijpender en nam de kolenproduktie zeer langzaam toe. „Gegeven deze situatie is er weinig logica te besf)euren achter de door het Congres ingediende, voorstellen om grote oliemaatschappijen te splitsen", zei mr. Wagner. „Het is immers juist door hun omvang en hun vermogen winst te maken dat deze maatschappijen in staat zijn de bekwaamheden en geldmiddelen bijeen te brengen die voor het ontwikkelen van nieuwe energieprojecten nodig zijn".

Wat dit betreft leken de vooruitzichten in de EEG niet gunstiger, al moest daar aan worden toegevoegd, zo vervolgde de heer Wagner, dat de mogelijkheden om in de energiesituatie verbetering te brengen aanzienlijk beperkter waren dan in de Verenigde Staten. „Dat neemt niet weg dat de EEG veel sterker op invoer is aangewezen dan de Verenigde Staten en daarom meer met de noodzaak geconfronteerd wordt een spaarzaam gebruik aan te moedigen en nieuwe bronnen te ontwikkelen". Er waren echter zo weinig vorderingen gemaakt dat vele lidstaten verwachtten dat de afhankelijkheid van de import in de EEG in 1985 slechts weinig minder zou zijn dan ten tijde van de crisis.

Basis

„Met de olie- en gasreserves in de Noordzee beschikt Europa thans voor de eerste maal sinds steenkool de boventoon voerde over een belangrijke energiebasis, maar er zijn vooralsnog weinig aanwijzingen dat nieuwe vondsten de groeiende vraag na 1980 zullen kunnen bijhouden". Mr. Wagner zei verder dat het voor kernenergie geplande spoedprogramma — „dat zelfs onder ideale omstandigheden al te optimistisch was" — geen enkele kans van slagen bleek te hebben, aangezien de EEG thans dezelfde vertraging en kostenescalatie ondervond als waaraan kernenergieprojecten elders ten prooi waren.

„Evenmin kan er veel hoop bestaan dat de steenkoolproduktie uit eigen bodem in staat zal zijn het gat te vullen. Alleen Groot-Brittannië en Duitsland beschikken over uitgebreide reserves en de sociale problemen die geleid hebben tot de geleidelijke aftakeling van de arbeidsintensieve mijnbouwindustrie in Europa zijn er niet eenvoudiger op geworden".

Verscheidenheid

„De EEG Commissie erkent dat hoewel voorziening in eigen behoefte niet haalbaar is, zekere waarborgen ook kunnen worden verkregen door verscheidenheid van de invoer. Toch is nog weinig actie ondernomen om de invoer van steenkool te vergemakkelijken of om te bewerkstelligen dat nieuwe krachtcentrales binnen de Gemeenschap op tweeërlei wijze worden gestookt". Ondanks het feit dat in de EEG enkeke eerste stappen waren genomen om hierin verbetering te brengen, gaven olieverbruik en olie-invoer wederom een sterke stijging te zien sn was er geen enkele aanwijzing voor een serieus energiebeleid voor de EEG als geheel.

Mr. Wagner gaf vervolgens verschillende praktische manieren aan waarop regeringen hun energiebalans zouden kunnen verbeteren, „zelfs wanneer men rekening houdt met de begrijpelijke moeilijkheden waarmee politici te maken hebben bij de verzoening van tegenstrijdige belangen en doelstellingen".

Realiteit

„In de Verenigde Staten en Europa zal de huidige malaise rond kernenergiecentrales niet vanzelf wegebben en daarvan dient men zich rekenschap te geven. De regeringen moeten zich thans op reële wijze in het debat mengen. Wil men een kerncentrale in 1985 in bedrijf kunnen stellen, dan moeten plaats van vestiging, bouwvergunning en financiering nu rond zijn". ,,Kan men het over kernenergie niet eens worden, dan is het nog belangrijker ddt nu plannen worden gemaakt voor de benodigde vervangende energie door kansen te scheppen voor de ontwikkeling van nieuwe steenkoolmijnen, teerzanden en leisteenprojecten of van nieuwe olie- en gasproduktiefaciliteiten in zee, hetzij in eigen land of daarbuiten. De aanlooptijd is in al deze gevallen maar iets korter dan in het geval van kerncentrales".

,,Zowel voor olie en gas als voor steenkool geldt dat er buiten Europa veelbelovende gebieden liggen waar de commerciële risico's verbonden aan exploratie en ontwikkeling voor de industrie nog wel aanvaardbaar zouden zijn, doch waar de politieke risico's te groot zijn. Wil men deze energiebronnen tot ontwikkeling brengen, dan zal men een internationaal risicoverzekeringsmechanisme moeten bedenken".

Macht

In het verleden waren de regeringen geneigd zich, wat de energiesector betreft, ver op de achtergrond te houden. Maar energie was nu een allesbeheersende factor op het politieke schaakbord en alleen regeringen hadden de macht deze problemen op te lossen.

„Commerciële instellingen verschaffen wel het vereiste mechanisme om de toekomstige energievoorziening veilig te stellen, maar de regeringen moeten het politieke klimaat scheppen waarin dit mechanisme kan functioneren... door het verschaffen van het beleidskader waarbinnen planning en investeringen ten behoeve van de energievoorziening op zinvolle wijze kunnen plaatsvinden".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 oktober 1976

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

Een Europese kijk op het energieprobleem

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 oktober 1976

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

PDF Bekijken