Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Terughoudendheid past bij maken van „Bijbelse legpuzzels

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Terughoudendheid past bij maken van „Bijbelse legpuzzels"

Alleen over chiliasme al vele onderscheiden meningen

10 minuten leestijd

In de bespreking van dr. J. H. Bavincks boek „En voort wentelen de eeuwen", beloofden wij nader in te gaan op het gebruik om profetieën „als stukken van een legpuzzel" in elkaar te leggen, „zodat er een compleet beeld ontstaat". Ezechiëls profetieën, Zacharia's gezichten en Johannes' Openbaring worden in elkaar gepast, achter elkaar gezet en door elkaar gebruikt. Zo komt bijvoorbeeld Hal Lindsey — de schrijver van „De planeet die aarde heette", van wie de geciteerde uitdrukkingen zijn — tot zijn voorspellingen. Hij versloeg ook onder ons zijn tienduizenden.

Het is niet ons doel regels te verschaffen voor Bijbeluitleg. Dat is het werk van theologen. Lindsey zegt „zoveel mogelijk" de letterlijke betekenis van de Schrift te handhaven. In dat „zoveel mogelijk" zit de factor willekeur. Wij zullen laten zien hoe men met deze „letterlijke" Bijbeluitleg tot een chaos van mogelijkheden kan komen ten aanzien van toekomstvoorspellingen. Als centraal gegeven namen wij het „duizendjarig (vrede)rijk".

Het duizendjarig rijk hangt rechtstreeks samen met de wederkomst van Christus, het tijdstip dus waarop deze plaats zal hebben. Om Lindsey's visie te bespreken ontlenen wij daarom eerst wat feiten aan prof. Edelkoorts boek over de Openbaring van Johannes. Hij geeft het volgende lijstje: Ticonius berekende het wereldeinde op 380, Andreas van Caesarea in Capadocië op 515, Beatus op 790, velen verwachtten het in het jaar 1000, Joachim van Fiore stelde het in 1260, Luther in 1558, Bengel in 1836, William Miller, de stichter van de Adventisten in 1845, Russell, de stichter van de Jehovah Getuigen op 1 oktober 1925, welke datum hij later verschoof naar 1950.

Lindsey meent dat ónze generatie die is van Matth. 24 vers 34, omdat in 1948 het herstel van Israël heeft plaats gehad. Jezus zal de aarde het eerst raken op de plaats waar Hij de aarde verliet, aldus Lindsey, de Olijfberg. Op het ogenblik waarop Jezus' voeten de berg raken zal deze door een enorme aardbeving in tweeën splijten. Dan ontstaat een enorme kloof vanaf de noordelijkste punt van de Dode Zee, westelijk tot aan de Middellandse Zee (Zacharia 14). De heiligen zullen meekomen, aldus Lindsey. Op deze dag zal een kernexplosie plaatshebben (Zacharia 14, vers 12). Zo zag Conradi in „De ziener van Patmos" Rome, als de geestelijke wereldmacht. Dan zal Christus Koning zijn in vrede gedurende duizend jaar. Volgens seismologen is op de bewuste plaats al een grote spleet aanwezig. Aan Christus' komst zou de bekering van één derde deel van de Joden voorafgaan (Zacharia 13, verzen 8 en 9). Jeruzalem zal het geestelijk centrum worden. Aan het eind van de duizendjarige periode zullen enkele kinderen van de gelovigen ongelovig blijken en een opstand beginnen, maar geoordeeld worden, met satan, die in de duizendjarige vredeperiode geen macht had.

Terloops merken vrij op dat Matth. Henry over Zacharia 14 en over de vallei opmerkt dat die zal reiken tot die allen, welke God afgezonderd heeft voor Zich en dat hoofdstuk, evenals vele andere van gelijke strekking, verklaart als profetie die in Christus is vervuld. Ds. G. H. Kersten benadrukt in zijn „De nachtgezichten van Zacharia" de vrijmaking van Jood én heiden, één volk door Christus' komst in het vlees. De vallei opent dat perspectief.

Runia

Op een ander probleem wees prof. dr. K. Runia in een artikel in het „Centraal Weekblad', later opgenomen in „Vragen van onze tijd". De „enkele kinderen" van de gelovigen die in het Koninkrijk geboren zijn maar ongelovig blijken, blijken volgens Openbaring 20, verzen 7 tot en met 10, de „volkeren der aarde" wier getal is als het zand der zee, te zijn. Lindsey doet dus met zijn „enkele gelovigen" deze passage grotelijks tekort, aldus Runia. Ze komen op over de „breedte der aarde" en worden zelfs Gog en Magog genoemd, een geweldig leger.

Daarvoor, aldus Runia, is echter bij Lindsey geen plaats meer, want de strijd van Gog en Magog heeft zich voor hem al eerder afgespeeld, zodat hij niet anders kan dan deze passage te minimaliseren. Gog uit het land Magog is voor Lindsey namelijk Rusland en de strijd daarvan met de staat Israël had al vóór het duizendjarig rijk plaats. Runia spreekt van „willekeur" in de uitleg, heeft dus ernstig bezwaar tegen Lindsey's legpuzzel. Het is trouwens bekend dat de reformator Calvijn Openbaring niet commentarieerde.

Opmerkelijk is dat Israël en de herstelling daarvan een grote plaats inneemt in de diverse opvattingen rond het duizendjarig rijk, voor Lindsey een „vrederijk".

Conradi

Voor anderen géén „vrederijk"! Zendingsdirecteur L. R. Conradi van de Adventisten noemt wel een vrederijk een bedrieglijke sirenenzang, maar meent dat gedurende een duizendjarige periode de aarde woest en ledig zal zijn. Christus en de heiligen zullen niet op de aarde, maar in de hemel zijn en heersen. Gedurende die tijd worden de goddelozen niet bekeerd maar gevonnist, door de rechtvaardigen.

Wel zijn er voor Conradi twee opstandingen: de eerste aan de vooravond van de duizendjarige periode, die van de gelovigen. Hij citeert daartoe in „De ziener van Patmos" de bekende Spurgeon.

Spurgeon

Spurgeon zegt: „Gij hebt u misschien voorgesteld dat alle mensen in hetzelfde ogenblik opstaan; dat de bazuin van de aartsengel alle graven op eenmaal zal openen en in de oren van alle sluimerenden tegelijk zal weerklinken". Met verwijzing naar 1 Cor. 15 de verzen 20 tot en met 24 bestrijdt Spurgeon dat echter. „Er ligt", zegt hij „een tijdruimte van tweeduizend jaren tussen de „eersteling Christus" en „zij die van Christus zijn in Zijne toekomst". „Waarom", aldus nog steeds Spurgeon, „zouden er dan ook geen duizend jaren liggen tussen de eerste opstanding en het einde". Hier is dus sprake van een opstanding van hen, die Christus toebehoren en van hen alleen.

Ds. H. J. Smit, een Zevendedagsadventist, blijkt in „Totdat Hij komt..." dezelfde gedachten te huldigen als Conradi. De ongelovigen zullen bij de eerste wederkomst van Jezus allen omkomen, de binding van satan zal vooral gedurende duizend jaar hierin bestaan, dat hij in de aarde, weer woest en ledig, tot werkloosheid gedoemd zal zijn.

Bij Jezus' tweede wederkomst dan, zullen de ongelovigen weer levend worden, waarbij de duivel zijn kans grijpt. „De machtigste legers aller tijden", aldus Smit in een Lindsey-achtig aandoend betoog, „zijn nu verenigd in de grote strijd tegen God. Assyrische, Babylonische en Romeinse legioenen staan aan de zijde van Napoleons keizerlijke bataljons en Hitlers stormtroepen. De revolutionaire legers van Stalin en Mao scharen zich in slagorde met de geallieerde legers van het Westen. De Bijbel beschrijft hen als Gog en Magog,. de goddeloze machten, die de vernietiging van Gods volk willen".

Opmerkelijk is dat hier de strijd van Gog en Magog wél na het duizendjarig rijk plaats heeft. Verbluffend is anderzijds dat Smit in tegenstelling tot Lindsey, die Zacharia 14, de verzen 3 tot en met 5 vóór het duizendjarig vrederijk situeert, het gebeuren van de opensplijtende Olijfberg net zo, dus letterlijk, na de „duizendjarige woestenij" plaatst.

Brakel

Nog weer andere gedachten vinden we bij de ons bekende oudvader Wilhelmus à Brakel. De chiliastische neigingen die hem in de schoenen worden geschoven, blijken echter mee te vallen. Brakel heeft met Conradi en Smit gemeen de gedachte dat Christus niet — zoals bij Lindsey — met het begin van de duizendjarige periode naar z'n menselijke natuur wederkomen zal. Echter wél is dat rijk een vrederijk. De satan zal duizend jaar gebonden zijn, niet omdat de aarde woest en ledig zal zijn, maar omdat de kerk, de ware kerk, heerst. De tronen waarop de kerk zit om te oordelen, zijn de beloften. Wat eerst veracht was veroordeelt nu in het openbaar de ketterijen. De eigenlijke opstanding zal plaats hebben na de strijd met Gog en Magog, na duizend jaar. De martelaren zullen voordien ook niet levend worden of terugkomen. Dat wijkt dus ook weer van Conradi en Spurgeon af.

De heerlijke staat van de kerk zal tevens inhouden dat de gehele Joodse natie de Heere Jezus zal erkennen, zo stelt Brakel, als Messias. De anti-christ is het beest als politieke macht, de paus als geestelijke macht. Vóór de heerlijke staat der kerk zal ook de anti-christ verslagen zijn.

De tien hoornen van het beest zijn (vanzelf) niet zoals bij Lindsey de EEG-landen, maar de koninkrijken waarin het Romeinse keizerrijk uiteengevallen is. Als de zeven hoofden van het beest noemt Brakel de regers, (de koningen) consules, decern viri, (de tienmannen) dictatores, tribuni plebis, keizers en tenslotte de paus.

H. C. Voorhoeve J. zn., uit de kring van de Vergadering van gelovigen ziet volgens „De toekomst des Heeren" niet zoals Brakel en anderen de paus als de anti-christ, maar „een Jood". Deze zal te Jeruzalem zitten en als God heersen. De tien hoornen van het beest zijn bij Voorhoeve niet de koninkrijken waarin het Romeinse rijk uiteengevallen is, maar tien koninkrijken die uit het opgebloeide oude Romeinse rijk zullen ontstaan. Het beest, dat drie van de tien koningen zal vernederen verenigt zich met de anti-christ.

De koning van het Zuiden en die van het Noorden, dat is bij Voorhoeve de Assyriër, (Lindsey vereenzelvigt hem met Rusland) zullen wel de antichrist aanvallen en Jeruzalem plunderen, (het gaat hier dus om een antichristelijk en nog niet bekend maar heersend Israël, met de anti-christ in de herbouwde tempel) maar onderling onenigheid krijgen. De uiteindelijke strijd wordt in Armaggedon geleverd. Als de strijd hevig is en het bloed als water om Jeruzalem stroomt komt Christus weder. De zich dan uit de onenigheid verenigende heirlegers moeten het onderspit delven.

Nu begint volgens Voorhoeve het duizendjarig vrederijk, waarin „de twaalf apostelen zullen zitten op twaalf tronen, oordelende de twaalf stammen Israels." Aanvankelijk zal de vrede echter nóg niet volkomen zijn. Onder andere Gog en Magog, Rusland, aldus Voorhoeve, zal, onbekend met de kracht des Heeren, tegen het in vrede wonende en zich bekeerd hebbende Israël optrekken. Dat hoeft niet te strijden, de Heere zal tweedracht doen ontstaan zodat ieders zwaard zal zijn tegen zijn broeders! Deze eerste oordelen betreffen alleen de levenden, het tweede oordeel, de opstanding aan het slot van het duizendjarig rijk, betreft de doden, aldus Voorhoeve. Het eerste oordeel, waarin de bokken terstond naar de hel gaan en waarin de schapen duizend jaar blijven leven is daarin van het tweede oordeel onderscheiden. Tussen de aarde en de hemel bestaat in deze periode gemeenschap, zodat gezegd kan worden dat Gods gemeente in de hemel woont.

Toch zullen er nog weer zijn — zo meent Voorhoeve — die zich geveinsdelijk onderworpen hebben. Aangevoerd door satan zullen zij zich na duizend jaar tegen God verzetten om door vuur vernietigd te worden. Terloops mogen wij overigens wel opmerken dat dit een strijdige gedachte is, in Voorhoeves redenering.

Het bestek van dit artikel laat ons niet toe in te gaan op de visie van dr. J. C. de Moor in „De hemel geopend" — die als gereformeerd theoloog afwijzend staat ten opzichte van elke vorm van chiliasme — op de zienswijze van ds. C. van der Steen die neergelegd is in de eigentijdse verklaring van Openbaring, „Wie volhardt tot het einde" en op vele anderen. Wij hebben in dit hele verhaal K. Aug. Dachsels Bijbelverklaring nog geheel buiten beschouwing gelaten. Daar treedt een fors aantal verdedigers op van het duizendjarig rijk, weer in diverse vormen en gestalten. Ook dr. W. C. van Unnik laten wij via „Commentaar op de Heilige Schrift" (Paris) buiten beschouwing en de opvattingen van de Jehova's getuigen en mormonen evenals H. E. Gravememeijer die in zijn derde deel van de Gereformeerde geloofsleer Schriftuurlijk argumenteert.

Terughoudend

Wij mogen na deze beperkte beschouwing concluderen, zonder op dit ogenblik het beslissende woord te willen spreken, dat grote terughoudendheid ons past in de duiding van allerlei profetieën. God laat zich niet narekenen maar zeker niet voorrekenen in het wereldgebeuren. Hoe aantrekkelijk de uitleggingen van iemand als Lindsey en anderen zich op dit moment ook voordoen, wij hebben nu door onze aandacht op één punt te concentreren gezien hoe anderen voor hem soms tot uiteenlopende resultaten kwamen.

Profetie gebruiken voor berekeningen is bedenkelijk. Maar de profetie zegt wel: schik u, o Israël! om uwen God te ontmoeten. Nu de wereld vol is van oorlogen en geruchten van oorlogen, nu rampen in een voor ons begrip toenemende intensiteit onze wereld teisteren vraagt dat ons wel: wees nu gereed.

G.R.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 december 1976

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

Terughoudendheid past bij maken van „Bijbelse legpuzzels

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 december 1976

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken