Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

„Priesterlijke prediking

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

„Priesterlijke prediking" benadrukt schriftuurlijke eis aan Woordbediening

Bundel eigen werk bij gouden ambtsjubileum prof. Kremer

11 minuten leestijd

APELDOORN — Op 31 oktober 1976 mocht prof. W. Kremer zijn gouden ambtsjubileum als dienaar des Woords in de Christelijke GereformeerdeKerken gedenken. Het Curatorium van de Hogeschool van deze kerken benoemde een commissie die tot de uitgave kwam van ,,een bundel eigen werk, verzameld en aangeboden ter gelegenheid van zijn gouden ambtsjubileum aan prof. W. Kremer. En ik kan niet anders zeggen dan dat men daar goed aan heeft gedaan.

De bundel kreeg als titel mee „Priesterlijke prediking". Deze titel is ontleend aan de inaugurele rede waarmee prof. Kremer op 13 januari 1954 zijn ambt als hoogleraar aanvaardde. Hij sprak toen over „Geestelijke leiding in de prediking". Naar zijn mening was toen in 1954 (en dat is vandaag nog niet veranderd) de terechte kritiek op veel prediking, niet dat ze ,,te weinig exegetisch, te weining dogmatisch, zelfs niet te weinig actueel is, maar dat zij te weinig geestelijk is".

„Er is vraag naar meer priesterlijke, pastorale, bevindelijke prediking. Men constateert een tekort aan geestelijke leiding". Dat deed prof. Kremer kiezen voor genoemd onderwerp voor zijn rede waarmee hij zijn arbeid als hoogleraar begon. En als de keuze verzameld werk kenmerkend voor het werk van prof. Kremer is, dan is hij zijn hele loopbaan hier vooral mee bezig geweest.

Inhoud

Laat ik u eerst opsommen wat u in deze bundel kunt vinden. Na een verantwoording van de commissie vindt u achtereenvolgens: Geestelijke leiding in de prediking (1954), Prediking en ethiek (rectorale rede 1963), Het adres van de preek (De Wekker 1970), Wat beïnvloedt de preek? (De Wekker 1968), De prediking in de belijdenis (De Wekker 1974)en Het gericht in de prediking (Ambtelijk Contact 1971).

U ziet, alle artikelen betreffen de prediking. Al is het geen systematisch opgezette homiletiek, toch is het een zeer welkome bijdrage aan de bezinning van gereformeerde zijde tot de predikkunde. Het grote voordeel van dit geschrift is, dat het wetenschappelijk verantwoord is, maar toch zeer leesbaar is gebleven voor alle ambtsdragers en belangstellende gemeenteleden. Dat hangt samen met het gegeven dat vier artikelen gepubliceerd werden in organen die voor de gemeente en de ambtsdragers bedoeld zijn. Ik zal proberen u uit de rijke inhoud van dit boek enkele gedachten en lijnen door te geven.

Leiding

Om te beginnen waarmee ook prof. Kremer zijn ambt van hoogleraar in de Christelijke Gereformeerde Kerken begon, zijn rede over ,,Geestelijke leiding in de prediking" van 1954. Kremer stelt direct aan het begin al vast dat „geestelijke leiding in de prediking eis is". Aan de kerk is het levende Woord Gods toebetrouwd om dat te prediken. God schakelt de dienst van het Woord in om Zijn Woord tot een kracht te stellen.

Zij die tot de dienst aan het Woord geroepen zijn dragen titels die wijzen op grote activiteit: predikers, gezanten, dienaars, wachters, herders, leraars. Ze moeten vermanen, de schapen hoeden, de lammeren weiden, bewegen tot het geloof, bidden van Christus' wege, zoeken dat Christus een gestalte krijgt, overtuigen, wederleggen, bestraffen. Nu zijn er binnen de gemeente variaties. „Natuurlijke mensen", „geestelijke mensen", „geestelijke mensen die nog als vleselijken leven", „jonge kinderen in Christus".

Dit wordt afgeleid uit wat Paulus schrijft in 1 Korinthe 3. De prediking nu beweegt zich, stelt Kremer, tussen al deze variaties. Zij moet met deze verscheidenheid rekening houden en ze doelbewust ook dienen door de prediking. Want God gebruikt Zijn Woord tot geestelijke leiding. Kremer grenst zijn visie op de prediking vervolgens af tegen Rome, het Liturgisme en het Barthianisme.

Exegetisch

De verkondiging van het Woord en de geestelijke leiding die zij geeft dient om te beginnen exegetisch gefundeerd te zijn. Treffende opmerkingen worden in dit verband gemaakt. „Elke dienaar des Woords dient zich diep bewust te zijn: op de kansel heb ik niet het woord, maar dien ik het Woord!" ,,Wie geen exegeet is in zijn preken, kan misleiden en bedriegen voor de eeuwigheid". ,,De exegeet moet kunnen wachten op de opening der woorden Gods, zoals David wachtte op het geruis in de toppen der bomen. Er is ook in de studeerkamer „een uur des Geestes". Het woord van Van Andel wordt geciteerd dat niet „de preekstoel om een tekst vraagt, maar de tekst om een preekstoel".

De prediking dient ook theologisch verantwoord te zijn. Een vaker in het boek naar voren gebrachte gedachte wordt hier genoemd: „Prediking die geestelijke leiding wil geven moet een sterk besef vertonen van de Triniteitsopenbaring in heilsbeschikking, heilsverwerving en heilsbediening". Over veel preken hangt een vreemde gespannenheid. Ze liggen onder een theologisch systeem en kunnen daarom niet komen tot de volheid en de vrijheid van een schriftuurlijke theologie. Allerlei schema's beheersen dan de preek. Bepaalde elementen van de waarheid worden gepromoveerd tot de waarheid en vervolgens bevroren (Overduin).

Confessioneel

De prediking moet vervolgens confessioneel georiënteerd zijn. Kremer wijst er in dit verband op dat ook de belijdenisgeschriften duidelijk rekening houden met verscheidenheid in de gemeente in geestelijk opzicht.

Ook dient de prediking afgestemd te zijn op de werkelijkheid in de gemeente. Niet dat de gemeente de prediking bepaalt, maar wel hebben we in de prediking de gemeente te zien zoals ze werkelijk is. We mogen in de prediking de gemeente niet benaderen vanuit een bepaald vooringenomen standpunt. Als zouden bijvoorbeeld alle gedoopten automatisch delen in het heil. Of als zouden allen vanuit een „alverzoening" als kinderen Gods het komende Rijk verwachten. Maar ook hebben we de gemeente niet te zien als een verzameling willekeurige hoorders. De basis voor ware geestelijke leiding ligt in de visie op de gemeente als de verbondsgemeente op wie de Heere beslag legt met Zijn beloften en eisen. ,,De prediking spreekt in aansluiting aan deze Woord-belofte-eis-relatie". Maar juist dan komt de eis tot wedergeboorte tot zijn volle kracht. Hij wijst op het klassieke doopformulier als leidraad voor geestelijke leiding.

Niet vrijblijvend

Ten slotte stelt Kremer dat de geestelijke leiding in de prediking ook doelbewust moet zijn. ,,Het gaat in de preek maar niet om het zeggen van wat geestelijke zaken: De mens moet maar niet besproken, hij dient aangesproken te worden. Er mag niet vrijblijvend voor toeschouwers gepreekt worden. Preken is geen karteringsvlucht over het gebied van het geestelijk leven. De descriptieve preek is krachteloos. Zij is een pijl zonder punt".

In zijn artikel „Het adres van de preek" werkt Kremer verschillende gedachten verder uit. Het adres van de preek is de gemeente. Prediking is ,,de ambtelijke bediening van het Woord Gods in de gemeentelijke vergadering van hen, die behoren tot het verbond der genade". De heilsopenbaring Gods is verbondsmatig en daarom hoort de prediking ook in dit kader geplaatst te worden. De gemeente is niet „een hoop min of meer toevallig daar aanwezige zondaren, die het Woord Gods horen". Wie dit wel zo laat voorkomen, ondergraaft het fundament waarop hij staat en ontneemt aan zijn woord de klem, die het hebben kan, juist omdat God de gemeente in Zijn verbond betrokken heeft in Zijn beloften en eisen. De schatten van het verbond moeten uitgestald worden. Aangedrongen, aanbevolen en aangeboden worden.

Wie op de hoogte is van de visie op de prediking en de gemeente die onder ons leeft, weet dat hier nogal wat wegen uiteen gaan. Terecht schrijft Kremer helemaal aan het begin van deze bundel: „...is het volkomen begrijpelijk, dat de verschillen onder de Gereformeerde Gezindte in Nederland resulteren in de prediking". Toch meen ik dat Kremer volkomen naar de Schrift en naar de belijdenis der Reformatie spreekt. En de gedachten die hij ontvouwt, verdienen het onder ons verwerkt te worden.

Welke bril?

Immers, daar zijn allerlei eenzijdigheden, die de prediking in de verkeerde zin kunnen beïnvloeden. Hij zegt daar verhelderende dingen over in 'Wat beïnvloedt de preek?' We kunnen bij onze benadering van het Woord Gods een verkeerde bril opzetten, ,,Maar wie de hele dag een zonnebril draagt en daardoor alles beziet, gaat tenslotte menen dat het een sombere dag is. En wie wel eens een ,,fopbril' opgehad heeft, weet hoe wonderlijk hij dan de dingen ziet!". Een andere eenzijdigheid wordt in de hand gewerkt door de wijze waarop men de gemeente ziet, die de preek hoort.

Nog een eenzijdigheid kan veroorzaakt worden waar men meent dat het er God in Zijn openbaring alleen maar om te doen is een schets te geven van de mens die vanuit zijn verlorenheid tot het kindschap Gods komt. Dan wordt de Schrift een tekening van de ervaringen die men op die reis allemaal kan opdoen. Steeds is de toepassing van de preek dan dat wij als een Jakob of als een Petrus moeten worden. Hier vindt de vergeestelijking ruim baan. ,,Het gevaar is tenvolle aanwezig dat men de Schrift maakt tot een openbaring in beeldtaal over de weg van de geestelijke mens".

Eenzijdig

We worden ook eenzijdig waar we óf alleen maar de soevereiniteit van God prediken in Zijn uitdeling van het heil en waar de verantwoordelijkheid van de hoorder wordt verzwegen óf waar alleen de verantwoordelijkheid wordt gepreekt en het lijkt alsof de mens het heil binnen eigen bereik heeft en er voor het werk van de Heilige Geest in ons geen plaats en noodzaak meer lijkt te zijn.

Het boeiende van al wat Kremer over deze zo fundamentele zaken schrijft, is dat het zo evenwichtig is. Je kan niet zeggen dat hij ergens in overhelt naar zijn eigen eenzijdigheden. Ik heb ze niet kunnen bespeuren. Voor hen die wekelijks in de dienst der prediking staan is het een verkwikking dit geschrift te lezen. Het is ook zo pastoraal en bemoedigend van toon. Vooral trof me dat op de bladzijden waar hij zo vol overtuiging wijst op de vrucht die van de bediening des Woords mag verwacht worden. „Een verwachting die niet gebouwd is op de kwaliteiten van de prediker zelf. Evenmin op grond van een zekere volmaaktheid van de preek". Dit wonder mag verwacht worden: de vernieuwing van de zondaar en de oefening in het waarachtig geloof.

Eigen tekort

Die troost is ook wel nodig. Want wie onder de indruk komt van de Schriftuurlijke eisen die Kremer aan de bediening van het Woord stelt, merkt eigen tekortkomingen zo helder op. En dat alles maakt de vraag levend: Wie is tot deze heilige dienst bekwaam? Wie kan waarlijk geestelijke leiding geven in de prediking? Dat brengt tot een wekelijkse worsteling om het licht en de leiding van de Heilige Geest.

Kremer zegt er zelf dit van: ,,Tot deze geestelijke dienst is affiniteit nodig tussen de prediker en de Heilige Geest. Hier klemt de noodzaak, dat de prediker zelf een geestelijk mens zij, die anderen moet kunnen leiden". Hij citeert dan een waar woord van L. Lindeboom: „Het is voor de prediker nodig meer gebruik te maken van de binnenkamer, om daar, op de knieën voor God, in Jezus' school vurig te worden van geest en met kracht te worden versterkt door Zijnen Geest in den inwendigen mens". Nemen wij predikers daar wel voldoende tijd voor en wordt ons die tijd ook door de gemeente wel voldoende gegund? Uit alles wat ik schreef, is wel gebleken met hoeveel instemming dit boek gelezen werd. Ik heb zo maar een greep gedaan. Zo bleef achterwege een weergave van wat Kremer in 1963 in zijn rectorale rede aan de orde stelde over Prediking en ethiek.

Hierin wijst hij met klem van redenen aan dat ook het practische leven in de prediking om behandeling vraagt. Hierin moet een klaar geluid gehoord worden. Daar vraagt zeker onze tijd om. Wij leven in een volkomen nieuwe situatie. Door de massa-media wordt ook aan de christen een bepaald levenspatroon opgedrongen. De prediking moet hierin helpen hen die het Woord horen. Gebeurt dit niet, dan treedt er een gespletenheid op in het christenleven. Dan worden we christenen van de zondag, die op maandag in het leven, van elke dag hun eigen gang gaan. We komen onder de dictatuur van de tijd terecht, omdat we in de prediking geen leiding ontvangen. 

Wel, er zij u genoeg voorgeschoteld, om nu de smaak te pakken krijgen en het boek aan te schaffen. Het zou zeer te wensen zijn dat velen binnen Kremers eigen kerken en daarbuiten naar deze zuivere visie op de prediking zouden luisteren èn er naar handelden. Pas deed iemand zijn beklag over de prediking. Hij zei: Schraalhans is zo meningmaal kok in de keuken waar de prediking wordt voorbereid.

Ik stel me voor dat dit boek in handen en onder de ogen komt van predikanten. Maar daarnaast is het ook zeer geschikt voor ouderlingen en diakenen die mede verantwoordelijkheid dragen voor de prediking. Evenzeer kan ik het aanbevelen voor gemeenteleden die terecht van mening zijn dat hun predikant allereerst bedienaar is van het Goddelijke Woord. Ik zei het al: het is wetenschappelijk verantwoord, maar... daarnaast een boek dat in de goede zin van het woord sticht en vertroost."

Prof. Kremer is in zijn eigen kerken geen onbekende. Maar ik heb de indruk, daarbuiten helaas maar al te veel. Dat verdient hij niet. Zijn stem is de moeite waard gehoord te worden. Het worde de nu rustende 80-jarige hoogleraar gegund te merken dat de prediking naar de Schrift, waar hij zo voor opkomt nog steeds rijke vrucht draagt.

De uitgever deed er goed aan dit boek voor zo'n redelijke prijs op de markt te brengen. Het is goed verzorgd uitgegeven.

N.a.v. Prof. W. Kremer ,,Priesterlijke prediking", 140 pg; prijs 16,90, uitg. Ton Bolland, Amsterdam 1976

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 5 april 1977

Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's

„Priesterlijke prediking

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 5 april 1977

Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's

PDF Bekijken