Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Van standenkiestecht tot \ algemeen kiesrecht \

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Van standenkiestecht tot \ algemeen kiesrecht \

; De geschiedenis van l<iesrecht en -stelsel

7 minuten leestijd

MR. H. P. MARCHANT initiatiefvoorstel vrouwenkiesrecht

J. R. THORBECKE beperkt censuskiesrecht

U g^aat woensdags stemmen? Een recht en een voorrecht. Op deze wi^ze kunt en mag^ u invloed uitoefenen op het besturen van ons land door aanw^zing^ via het ene rode stipje van deg^ene, de u wenst in de volksvertegrenwoordlgring^. Stemmen is dus g:ebruik maken van een wettig: middel van inspraak, dat van zeer geroot belangd is, aangrezien het uiteindel^k bepaalt wie straks in de Tweede kamer spreken en stemmen over g^ewichtigre zaken.

Bij het bladeren in de geschiedenis- en staatkundige handbpeken blijkt spoedig, dat het niet Eiltijd zo is geweest, dat iedere Nederlander zijn stem heeft mogen uitbrengen. De vertegenwoordiging van het gehele Nederlandse volk, zoals wij deze thans kennen in de Statengeneraal — het tweekamerstelsel dateert van 1815 — was iii de negentiende eeuw anders geregeld dan thans. De grondwet van 1816 'kende wel twee Kamei;s, waarvan de leden van de Eerste door de koning worden benoemd, terwijl de Tweede werd gekozen door de staten-provinciaal. De leden van deze colleges werden aangewezen door middel van een standenkiesrecht. Rechtstreekse verkiezing van leden van de Tweede kamer kwam eerst bij de grondwet van 1848 (Thorbecke) tot stand. Thorbecke, die grote waardering had voor de Franse staatsrechtsgeleerde Quizot — deze bepleitte o.m. een capaciteiten-kiesrecht op basis van menselijke , bekwaamheid — ging niet verder dan invoering van een vrij beperkt census-kiesrecht.

Rechtstreeks, maar.....

„De arbeidende stand, in ruime zin genomen, zowel de loon-arbeiders als de kleine ambachtslieden werden uitgesloten: er was geen sprake van, dat deze mensen van ƒ 20 - ƒ 160 directe belasting betaalden" (R. Kranenburg). Men moest dus een zekere som belasting (census) betalen om te mogen stemmen, welke, afwisselend van de plaatselijke omstandigheden, niet beneden ƒ 20 en niet boven ƒ 160 mocht worden gesteld.

Volgens de staatsrechtsgeleerde Buys heeft de overwinning der voorstanders van de rechtstreekse verkiezingen toen de democratische ontwikkeling in ons land eerder vertraagd dan versneld. door dr. A. Kuyper In het AR-progrram ontwikkelde zgn. huismanskiesrecht, of wel g'ezinshoofden-kiesrecht. Deze gedachte, welke hy B^bels fundeerde door te stellen, dat de man gezinshoofd is en dat de staat is opgebouwd uit gezinnen, heeft zich lange tyd gehandhaafd in het AR-program en is thans nog terug te vinden by de SGP. Nu had Kujrper deze lyn getrokken in het kader van z^n visie op de corporatieve opbouw van de Staten-generaal. Hy wénste namelijk naast de Tweede kamer een andere Kamer met vertegenwoordigring van verschillende maatschappeiyke groepen. Hoe het ook zij in 1917 wjBPd art. 80 van de grondwet ge' in die zin, dat de Tweede "feamer voortaan rechtstreeks döbr de mannelijke Nederland^ zou worden gekozen, waarbij *de nfógelijkheid tot invoering van vrouwenkiesrecht bij de^w^ werd open gehouden, De^/th^B^nig-democraat mr. H. P. Marchant zorgde er voor dat reec^^ in -augustus 1919 het. wooBdje „mfihnelijke" in de Kieswet we.ra geschrapt, zodat de vrouwen SÉ% d# mannen .mochten gaan Het eerste kabinet Ruys de Beerenbrouck was het eerste kabinet dat tot stand kwam na de invoering van het stelsel der evenredige vertegenwoordiging. toenmalige regering het plan op om een grondwetswijziging te bepleiten, teneinde „het mogelijk te maken het binnenrijden van éénmcuiswagens in de Tweede kamer ^gep te gaan". Het destijds hes^kaa^e r.k. dagblad „De Maas^de" «was een van de organen, wtórinj-i^rgelijke voornemens!,'è|öf w&r&h bestreden. Het schxèef j|n zijn editie van 31 juli,19é6ij^« kunhen in ide opheffili^ van^|Sl stelsel der evenredigéJ^^verJjegenwGordiging onmogiPfBjlc ziön* een middel tot de gewenste hervorming van het parlementaire stelsel".

^ Huldigde'kies^
*,f|C)e huidige kieswet, waarin allerlei bepalingen betreffende het kiesrecht en van de verkiezingen van de leden van Eerste en Tweede kamer van Provinciale staten en van gemeenteraden zijn die van 18 juli 1951. Deze is in de loop der jaren weer verscheidene malen gewijzigd, pas nog in het voorjaar 1977. In 1968 werd een staatscommissie-Doimer (genoemd naar de voorzitter dr. J. Donner) ingesteld, welke moest nagaan of de stelsels !^' van evenredige vertegenwoordiging 1966 een commissie in te stellen om na te gaan, of de opkomstplicht bij de verkiezingen gehandhaafd diende te worden. Voorzitter van deze commissie was het socialistische Kamerlid J. J. A. Berger (later DS'70). Inmiddels studeerden ook de politieke partijen op eventuele wijzigingen van het kiesrecht en stelsel. De ARP gaf er een rapport over uit, evenals de WD („Kiezergekozene") en de PvdA („Een stem die telt"). Minister Beemink, die in 1966 het ihinisterie van Binnenlandse zaken „aanvoerde", stelde wel een wijziging voor om de ambtenaren in het buitenland ook gelegenheid te geven hun stem uit te brengen. Dit voorstel werd op 8 mei 1968 met een krappe meerderheid (76 - 54 stemmen) m de Tweede kamer aangenomen.

De breed samengestelde staatscommissie Cals-Donner, die een grondige herziening van de grondwet moest voorbereiden, was verdeeld in haar standpunt inzake herziening van de kieswet. Wel was de commissie voor afschaffüi^ van de opkomstplicht. In november 1989 werd een voorstel daartoe bij de Tweede kamer ingediend en reeds bij de statenverkiezinu 1970 was het van iracht.

Over verhoging van de Mi drempel is in ons parlement ^Wbuiten nogal wat te doen gevfèest. Het CHÜ-Kamerll4 mr. Beernin^ heeft in het begin vBn de jaren zestig de motie ingediei^^d, waarin de regeriné werd verzooM, maatregelen te nemen tot verhoging. Ook als minister blee^ hij er voorstander van. Een stuurgi>oep in de KVP, onder leiding van prof. Steenkamp sprak zich uit voor een vijfzetelgrens: hetgeen zou betekenen, dat een partij tenminste vijf zetels zou dienen te halen ipm tot de Tweede kamer te word^ii^^toegelaten. •

Het rumoer rondom deze zaak lijkt nu wel verstomd, aangezien de Tweede kamer onlangs een initiatiefvoorstel van KVP-zijde duidelijk Jieeft afgewezen. De indieners srijsten dat zij bakzeil zouden halen, want zelfs in eigen fractie was verdeeldheid ontstaan, waarbij bij de stemming een aantal KVP'ers achter de groene gordijnen of buiten de zaal bleef om niet voor hi standpimt behoeven uit te komeö. Een initiatief van de progressieve partijen, in maart 1970 gedaan, om de leeftijdsgrens Om te mogen deelnemen aan de verkiezingen te MR. W. F. DE OAAY FORT- ^ MAN districtenstelsel afgewezen m verlagen tot 18 jaar, had succes. De SGP- en BP-fracties verklaarden zich ertegen. Een voorstel om het passief Mesrecht te verlagen tot 23 jaar behaalde in maart 1971 geen meerderheid in de Eerste kamer (verworpen met 66-6 stemmen).

L^stverbindingf

In 1973 werd de lijstverbinding mogelijk gemaakt, waarmee de SGP-fractie en mevr. Kappesme van de Coppello (WD) niet konden instemmen. Bij de verkiezingen op woensdag a.s. maken diverse partijen nu van deze mogelijkheid gebruik, ook de SGP, die haar lijst verbond met GPV en RPF.

Het kabinet-Den üyl had nog een fundamentele wijziging in petto. Het dacht namelijk toch serieus aan de invoering van een beperkt districtenstelsel, met 16 districten, terwijl men voorts de verkiezing van een kabinetsformateur door de Tweede kamer wilde doen geschieden.

De premier en mr. De Gaay sFortman, minister van Binnenlandse za^en, die als^ zodanig verantwoordel^k is voor iiitvoering van de kieswet, waren teleurgesteld, toen oleek, dat een grote meerderheid van de Kamer zich ertegen zou verklaren; dit was zowel de appositie alsook de regeringspartijen ^KP en KVP, In de kringen leefde met betrekking tot het laatfte punt ^ gekozen kabinetsformateur ' — vrees voor he\ „opkomeik jwtn de sterke^Hian". ^

Dit jaar is nog een \;^ziging van de kieswet In het Staatsblad verschenen ten aanzien van de bepaling van „in^zétene", waartoe nu alle ambtenp'én, die in het buitenland werkzaam zijn, worden gerekend. Deze bepaling geldt echter nitsluitend voor de Tweede kamerverkiezingen.

Uit het bovenstaande overzicht wordt wel duidelijk, dat het kiesrecht aan allerlei wijzigingen onderhevig is geweest, ü mag het allemaal weer vergeten, indien u op 25 mei maar goed stemt. Daaraan twijfelen wij niet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 mei 1977

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

Van standenkiestecht tot \ algemeen kiesrecht \

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 mei 1977

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken