Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Scholenbouwplan eerlijke zaak

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Scholenbouwplan eerlijke zaak

Urgentiepunten bepalen plaats

4 minuten leestijd

DEN HAAG — „Het scholenbouwplan, dat we verder aan zullen duiden met SBP, is een manier om de scholen die willen uitbreiden, verbouwen of bouwen, overzichtelijk op een rij te krijgen. Ten eerste om een overzicht te krijgen van hetgeen er moet gebeuren en op de tweede plaats om de scholen zelf te kunnen laten zien hoever ze zijn: in welke mate hun toestand urgent is of niet."

Deze uitspraak vonden we in „Uitleg" het weekblad van. het departement van Onderwijs en Wetenschappen, waar de demissionaire staatssecretaris drs. K. de Jong Ozn aan het woord is over het nieuwe scholenbouwplan, dat hij het licht deed zien. Nadat er eerst geen eigen Directie Bouwzaken was, waardoor een onhoudbare toestand dreigde te ontstaan, bleek steeds duidelijker dat een eigen directie op het ministerie aanwezig moest zijn. Ook ging men steeds meer de behoefte inzien van een goed systeem aan de hand waarvan de nood van elke individuele school bepaald kon worden. In nauwe samenwerking met het onderwijsveld, de drie besturenbonden en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) zijn criteria ontwikkeld op basis waarvan urgentiepunten worden toegekend. Het systeem dat in goed overleg gemaakt is heet: Vaststelling Urgentie Criteria (VUC).

Urgentiepunten
Elke school die op het SBP geplaatst wil worden krijgt een formulier toegezonden. Op basis van de VUC worden urgentiepunten gegeven, waarna plaatsing op een nieuw SBP volgt. De plaats zal dan afhankelijk zijn van het aantal toegekende urgentiepunten. De staatssecretaris verklaarde, dat hij en de andere bewindslieden van O. en W. tijdens de verkiezingstoemees herhaalde keren over de scholenbouw aangesproken zijn.

Wel is mij, zo vervolgde de heer De Jong, zo mogelijk nog duidelijker gebleken, dat we met de scholenbouw als gevolg van de bezuinigingen op het ,,uiterste randje" terecht zijn gekomen. Per jaar wordt een bepaald bedrag voor de scholenbouw beschikbaar gesteld. Om dit geld zo goed mogelijk te besteden is het scholenplan in deze vorm opgezet.

Zeer fors moest bezuinigd worden. In het kader van de begroting 1977, de één-procentsoperatie, hebben we 450 miljoen moeten inleveren. We wisten echt niet waar het vandaan moest komen. Naait het wetenschappelijk onderwijs moest de scholenbouw er onder lijden, aldus de staatssecretaris. Men vond het toch niet juist nu er zo gesnoeid moest worden bij de scholenbouw om dan maar geen scholenbouwplan te laten verschijnen. Dit zou de bezuinigingen met een waas van geheimzinnigheid omgeven en de scholen zouden niet weten waar ze aan toe zijn. Alhoewel andere methoden ook denkbaar zijn en serieus overwogen werden is men toch tot de conclusie gekomen dat minder bouwen de enige manier van bezuinigen is.

Extra geld
De heer De Jong is overigens wel van mening dat ook bij de kabinetsformatie gesproken zou moeten worden of er toch nog niet extra geld beschikbaar moet komen voor scholenbouw. Hij voert hiervoor aan dat in het verleden een bedrag geprikt is voor scholenbouw, dat toen wel voldoende was, maar nu blijkt dat dit bedrag wel aan de magere kant was. Met betrekking tot de toekomst van de schoelnbouw vindt hij dat ondermeer samenwerking tussen de Directie Bouwzaken van het ministerie van Onderwijs en het Adviescentrum van de Rijksgebouwendienst nodig is. Als laatst genoemde dienst onder onderwijs zou ressorteren was dat een stuk gemakkelijker. Een punt dat ook niet verwaarloosd kan worden bij alle procedures is dat van de grondaankoop. Het feit dat de ene school aankomt met een grondprijs van twintig gulden en de andere met een prijs van 150 gulden per vierkante meter is absurd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juli 1977

Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's

Scholenbouwplan eerlijke zaak

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juli 1977

Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's

PDF Bekijken