Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

In eeuwfeestjaar Totius nieuwe uitgave van al zijn werken

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

In eeuwfeestjaar Totius nieuwe uitgave van al zijn werken

Afrikaanse letterkunde weinig bekend

9 minuten leestijd

POTCHEFSTROOM — Wat weet de doorsnee Nederlander, ondanks de taalverwantschap, eigenlijk van de Zuidafrikaanse letterkunde? Heeft ook de hoger geschoolde van zijn leraren iets anders mee gekregen dan een enkele naam en een enkel gedicht? Die namen waren dan veelal Totius (J. D. du Toit), Elisabeth Eybers, soms misschien - bij een wat progressievere docent - Uys Krige, of bij de ander de romancier Frans A. Venter.

Recentere dichters en schrijvers als Breyten Breytenbach en de Zuidafrikaanse Jan Wolkers, prof. André Brink, kennen we eerder uit hun rebellie tegen de regering-Vorster en de blanke kerk en cultuur dan uit hun poëzie of novellen.

Dit blijft natuurlijk een merkwaardige zaak. Zeker, op dit moment in de wereldgeschiedenis heeft Zuid-Afrika de wind tégen. Het is al gauw onfat; soenlijk, iets ten gunste van dat land en zijn geschiedenis te zeggen. Maar dat verklaart toch niet afdoende, waarom er in Nederland weinig kennis is van „de" Afrikaanse letterkunde.

Parallel Vlaanderen
Ik zie er een opvallende parallel in met een ander, soortgelijk verschijnsel. Dat is de geringe Nederlandse (is: Noord-Nederlandse) kennis van de Vlaamse letterkunde van de vorige en onze eeuw. De „Nederlandse stam", door P. C. A. Geyl krachtig verder ontwikkeld, blijkt helaas onvoldoende aantrekkingskracht te hebben om de benepen Noordnederlandse kleinheid te verbreken.

Hechtere band

Er zullen wel rationele en vooral ook psychologische verklaringen zijn aan te voeren voor deze blik-verenging. Feit blijft echter, dat de Vlaming zich kennelijk wat opener opstelt. Het zal waarlijk niet zonder betekenis zijn, dat een uitstekend werk, ,,De hedendaagse Afrikaanse letterkunde" van de hoogleraar en letterkundige Abel Coetzee, wel bij een Vlaamse uitgever verscheen; niet in Noord-Nederland. Diezelfde uitgever (Desqlee de Brouwer) liet ook een monografie van André Demedts uitkomen over dezelfde Coetzee, die in Nijmegen gestudeerd heeft, maar in ons land weinig bekendheid geniet. Trouwens, allerwegen is de band tussen Vlaanderen en de Afrikaners hechter dan tussen Noord-Nederland en Zuid-Afrika, terwijl er blijkbaar ook grotere taaiverwantschap is tussen de eerstgenoemden.

Kaaplander

Waar deze inleiding toe dient? Hoofdzakelijk om meer belangstelling te vragen voor die Zuidafrikaanse dichters en prozaschrijvers - onder wie de al genoemde Frans Venter en ook dichters als C. L. Leipoldt of N.P. van Wyk Louw of Dirk Opperman of vooral J. D. du Toit (spreek uit: Du Tooj), gelukkig wat meer bekend als de bijbelvertaler, hoogleraar in de theologie, psalmberijmer, strijder voor het Afrikaans Totius.

Over hem gaat in dit gedenkjaar zijn verhaal. Hij overleed in 1953 op 76-jarige leeftijd. Op 21 februari 1877 was deze grote geleerde en letterkundige geboren in de Nederduitse Geref. pastorie van (Noorder) Paarl in de Kaapprovincie. Die plaats is nu - ik wees er al eerder op - bekend door het reusachtige Taalmonument, dat daar een aantal jaren geleden is opgericht. Terecht op die plaats.

Genootskap

Want in Paarl werd in 1875 het „Genootskap van Regte Afrikaners" opgericht en daaar verscheen ook de eerste krant in het Afrikaans „Di Patriot". Dat behoeft niets te verbazen, want vader, ds. S. J. du Toit, was één van de oprichters van dat genootschap en op zijn grafsteen heet hij met recht ,,vader van de Afrikaanse taal, stichter van de Afrikaner-Bond en strijder voor het Calvinisme".

Het ging dat `Genootschap´ om „ons taal, ons nasie en ons land" en de jonge Japie du Toit kreeg van huis uit de ijver mee voor het Afrikaans als een zelfstandige taal, die niet onder hoeft te doen voor het toen nog vaak in officiële stukken gebezigde Nederlands.

Theologisch student
De oude Du Toit bleef echter niet op de Kaap; in 1882 vertrok hij als de nieuwe superintendent van het onderwijs naar Transvaal, maar kort daarop overleed zijn echtgenote, Elizabeth Joubert. De latere dichter heeft zijn moeder dus al op zeer jonge leeftijd verloren. Vader hertrouwde met mej. Malan en Japie du Toit komt op de Duitse zendingsschool Morgenzon bij Rustenburg.

Wij volgen nu niet nauwgezet zijn leven; daarover kan ieder voldoende materiaal vinden in het dit jaar verschenen gedenkboek ,,Toitius" door dr. E. A. Venter c.s. In grote lijnen het volgende over de man, wiens Potchefstroomse huis nu een museum is en wiens eenvoudige, maar indrukwekkende standbeeld eerder dit jaar door premier B. J. Vorster is onthuld.

De jonge Du Toit wilde predikant worden, zoals zijn vader. Maar anders dan de oude S. J. ging Jacob Daniël studeren in Burgersdorp en dat was de theologische school van die Gereformeerde Kerk in Suid-Afrika, die later zou worden overgeplaatst naar Potchefstroom. Daar was Totius naderhand lange tijd hoogleraar in de godgeleerdheid.

Waarom hij echter ging studeren bij de Gereformeerde prof. Jan LionCachet en niet bijv. in Stellenbosch of Pretoria (de N.G.-opleidingen) is niet geheel duidelijk uit Venters boek. Lion-Cachet was een groot vriend van de oUde Du Toit en zoals hijs een ijveraar voor de Afrikaanse taal en het volkseigen en dat heeft er mogelijk toe bijgedragen.

Studie aan de VU

In 1899 voltooit hij zijn studies, maar van een geordend predikantschap komt nog niets: de tweede vrijheidsoorlog der Boeren tegen de Engelse ,,rooineks" breekt opnieuw uit en als Kaapse rebel meldt Totius zich, tegen de zin van zijn vader, bij de Boerenlegerscharen. Hij verricht in Natal en West-Transvaal o.a. ambulancewerk, treedt op als prediker en leest ondertussen zoveel mogelijk poëzie van De Genestet, Shakespeare (terwijl hij de Britten bestrijdt!), en anderen.

In 1900 is het echter uit: met Piet Cronjé's overgave moeten de Kaapse rebellen uitwijken of het onderspit delven. Zo gaat Totius gedwongen scheep naar Nederland om daar onder Abraham Kuyper aan de VU zijn studies voort te zetten. Als doctor in de godgeleerdheid keert hij in 1903 naar Kaapstad terug, waar zijn verloofde Marie Postma hem opwacht. Ze trouwen en gestel 26 september 1903 wordt hij bevestigd als predikant van de Gereformeerde Kerk van Potchefstroom, een paar honderd kilometer van Pretoria, gesticht door Voortrekker-leider Potgieter.

In en bij dat dorp, prachtig gelegen bij de Mooirivier, zal een groot deel van zijn levenswerk tot stand komen: zijn gedichtenbundels, zijn bijbelvertaalarbeid, zijn psalm-nadichting (het werk waardoor naar eigen zeggen zijn krachten het meest gesloopt werden). Het is nauwelijks voorstelbaar, wat deze man met zijn zwakke gesteld allemaal gepresteerd heeft. Bij zijn leven reeds werden zijn verdiensten onderkend: negen eredoctoraten werden hem verleend, waaronder van de VU en de Gemeentelijke Universiteit en twee van Kaapstad.

Dichter

In Potchefstroom moest hij liefst vijftien theologische vakken doceren, waaronder Oude Testament, en daarnaast „deed" hij ook nog staatsleer en geschiedenis van het onderwijs aan de universiteit. Daartussendoor vond hij tijd voor zijn negen gedichtenbundels, waaronder het ontroerende „Passieblomme"uit 1934.

Daarin werkt nog door het verlies, dat hem trof in 1920. Binnen twee maanden tijd verloor hij toen zijn éénjarig zoontje Franfois (door een hersenvliesontsteking) en zijn 13-jarige dochter Wilhelmina, die dodelijk door de bliksem werd geraakt. Veertien jaar later dicht Totius nog: „O die bliksemgedagtel... Ja, heflingskind,/ één straal het jou skone liggaam verskroei,/ maar bliksemstrale sonder tal/ laat my binnenste brand en bloei".

Ook lyriek

Zijn bundels omvatten zowel het epische als lyrische werk. Het verhalende element treft men bijvoorbeeld aan in zijn „By die Monument" uit 1908, met een voorwoord van staatspresident Steyn. De titel slaat op het in Bloemfontein opgerichte Nationale Vrouwenmonument ter herdenking van de omgekomen vrouwen en kinderen in de Boerenoorlogen tegen de Britten.

Bundels als „Skemering", „Wilgerboombogies" e.d. behoren met „Passieblomme" tot de lyriek met allerschoonste verzen als „Die Godsbesluit" en „Die Wereld is ons Woning niet". Nee, Du Toit wist, dat de christen hier geen blijvende stad heeft. Het is dan ook de vraag; of hij wel zou hebben ingestemd met de grote verering Maquette van het eerder dit jaar door premier B. J. Vorster in Potchefstroom onthulde monument van de dichter, bijbelvertaler, volkskundige Jacob Daniël Du Toit (Totius). Totius, wiens standbeeld werd vervaardigd door de Pretoriase beeldhouwer Jo Roos, staat in een karakteristieke houding. Hij leest a.h.w. op de marmeren plaat vóór hem zijn dichtregels „Die Wêrela is ons Woning nie". Daarachter drie symbolische hoog oprijzende zuilen. die hem ook postuum ten deel is gevallen.

Museum en monument

In dit jaar is zijn vroegere grote woonhuis aan de Potchefstroomse Molenstraat geopend als TotiusMuseum. Toen ik er vorig jaar was, waren de inrichtingswerkzaamheden nog niet voltooid. Er is nu een groot standbeeld van Totius, twee maal manshoog, in zijn karakteristieke houding. Hij ziet uit op drie hoge symbolische zuilen en op de plaquette ervoor staat als motto in marmer „Die Wereld is ons Woning niet".

Met Jan Celliers en Louis Leipoldt geldt hij als de grootste zonen der Afrikaanse dichtkunst. Ik ben geneigd het te beamen, al is er soms ook al te snel en al te gemakkelijk gelegenheidswerk bij. Men zal zich ervan kunnen overtuigen, want in liefst elf banden wordt een heruitgave voorbereid van al de verzamelde werken van Totius, waaronder heel wat nieuw ontdekte artikelen in kerkelijke bladen.

Verzameld werk

Die delen behandelen achtereenvolgens - om maar een indruk te geven zijn bijdragen over de Bijbel (vertaling) en zijn bijbelverklaringen, over de kerk, de eredienst, zijn bundels preken, zijn studies over allerlei levensbeschouwingen, bijdragen over de staat. maatschappij, taal, cultuur, onderwijs, biografische werken o.a. over zijn vader, zijn literair essay „De dichter als ziener" met al de gedichtenbundels in hun laatste versie, zijn Schriftberijmingen etc.

Dat omvangrijke werk wordt geklaard door prof. Hertzog Venter (Potchefstroom), die hiervoor vrijgesteld werd. De publicatiecommissie stond onder leiding Van dr. V. E. d'Assonville. Wie er interesse in heeft of wie wat meer van Totius leven en werk wil weten kan goed terecht bij het oriënterende boekje „Totius 1877.... 1977", onder redactie van dr. E. A. Venter.

Het kost slechts drie Rand (plm. 9 gulden) en vanaf tien stuks twee Rand en is ideaal voor gebruik op bijv. middelbare scholen, ook door de opgenomen vragenlijsten. Het telt 100 bladzijden en is te bestellen bij de redacteur: dr. E. A. Venter, Postbus 3006, Cachet, Potchefstroom 2520, Transvaal, Zuid-Afrika. 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 juli 1977

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

In eeuwfeestjaar Totius nieuwe uitgave van al zijn werken

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 juli 1977

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken