Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Tot een Heere en Christus gemaakt

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Tot een Heere en Christus gemaakt

6 minuten leestijd

Zo wete dan zekerlijk het ganse huis Israèls, dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk deze Jeuzs, Dien gij gekruist hebt.

Handelingen 2:36

Wat Hij naar Zijn Goddelijke natuur niet kon, dat kon Hij wel naar Zijn menselijke natuur door de kracht van Zijn Goddelijke natuur, in welke natuur Hij Zich in de ene plaats meer kan openbaren dan In een andere plaats. Zo blijft Hij altijd een God van verre en een God van nabij. De kerk bidt wel eens: „Heere, wees ons een God van nabij en niet een God van verre". Dit Is wel goed bedoeld, maar niet Bijbels doordacht en daarom niet goed gezegd.

De tweede Persoon in het Goddelijke Wezen heeft Zichzelf niet tot een Christus voor Zijn kerk gemaakt, maar dat heeft God gedaan; Handelingen 2 : 36: „Zo wete dan zekerlijk het ganse huis Israels, dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk deze Jezus, Dien gij gekruist hebt".

Nooit had de Vader een beter Iemand kunnen zoeken dan Zijn Zoon. Het is gelukkig, volk, dat de Vader zulk een lieve Zoon geteeld heeft. De Zoon is niet jonger dan de Vader en de Vader is niet ouder dan de Zoon. Een gepaste Christus, Die als Zoon gegenereerd wordt tot in alle eeuwigheid en door de Vader als Middelaar verordineerd Is. Hij kan alleen tussen een verterend vuur en een eeuwige gloed, en een verdoemelijke zondaar staan. Hij heeft die eeuwigheidshitte geblust, naar Psalm 22.

God heeft God met God gezalfd. Dat kan niet volmaakter en ook niet voller, want in Hem woont ai de volheid der Godheid lichamelijk. Hij heeft voor Zijn uitverkorenen een prijs betaald, die men nergens vinden zal, als alleen in Hem. Ik weet niet, ais men in de huishouding der Goddelijke Drieëenheid ingeleid wordt. Wie dan de Liefste van die Drie is. Zij zijn alle Drie even vol, en zo lief, dat één oceaan van liefde de kerk eens voor eeuwig dronken zal maken. Men kan wel naar God hongeren, maar nooit zo'n honger hebben, dat men Christus, dat Brood des levens, op zal kunnen maken.

Hij is het nooit verzurend Brood. Hij is het voedzaamste Brood van de verloste kerk. Ze zullen eeuwig van Hem eten zonder honger en zonder zatheid. Ach, dat ik zo klein gemaakt werd, dat Ik met die 'Kananese vrouw als een hondeke onder de tafel kon kruipen; "* „Zo wete dan zekerlijk...." Dus zonder twijfell Dit wordt gezegd tot een volk, dat zoveel twijfelt en zo vaak de hel In zich heeft, en dat als een zoete verrassing Christus naar de hemel ziet gaan en ziet staan aan de rechterhand des Vaders. Volk, het Hoofd Is boven, en daarom zullen de leden, al zijn ze ook hier onder water, nochtans aanschouwen de tempel Zijner heiligheid.

„Het ganse huis Israels...." Het ganse huis Israels, dat met Jakob een naamsverwisseling heeft ondergaan of er naar dorst Hem te ontvangen. Jakob betekent hielelichter. Ik zal het anders zeggen: Het Is iemand, die onderligt en veel onderligt, maar toch weer boven komt, als een vorst Gods, hebbende met Jakob overwonnnen. Het heeft Gode behaagd, Die van Zichzelf is en eeuwig van Zichzelf blijft, een stap buiten Zijn Wezen te doen, niet om heerlijker te worden, want er kan tot Zijns Wezens heerlijkheid niet toe noch afgedaan worden.

Heere is Zijn gedenknaam. Ik geloof, dat van al de zaligmakende weldaden, die de kerk ontvangt, de verbondstrouw boven alles uitschittert. Ik zal zijn. Die Ik zijn zal! De kerk bevindt, dat als er één seconde een Wezensverandering bij God plaats zou hebben, het voor haar eeuwig kwijt was. De slechtste, ja de allerslechtste mensen zijn de nieuwe mensen; 1 Timotheüs 1 vers 15. Het zijn ook de domste mensen. Hoe meer genade, hoe kleiner en armer ze worden, zoals Heman; Psalm 88 en Asaf; Psalm 77 en David in Psalm 42 en 51.

Het zangzaad van de kerk is meest klaagzaad. En dan Is er nog wat te doen, maar hoe menigmaal zit zij niet op een weg, die er niet Is? Dan is het niet licht, maar ook niet zó donker, dat ze klaagt om licht. Geen leven en geen dood; niet bekeerd en niet onbekeerd. Hoe is dan haar naam? Dat weten ze meestal zelf niet.

„Namelijk dezen Jezus, Dien gij gekruist hebt". Dien gij gedood hebt. Hij, Die naar Zijn Goddelijke natuur der heiligheid niet anders kan doen dan de zondaar door dat zoete recht voor eeuwig verdoemen, is Mens geworden, opdat Hij aan de dwarsbalk gespijkerd zou kunnen worden, om Zijn volk voor eeuwig vrij te maken. Het kruis. Zijn bloed en Zijn gerechtigheid, zijn de grond van de nieuwe schepping, volgens Galaten 6 vers 14. Deze Christus is het Slachtoffer voor Zijn kerk, het Lam van Jesaja 53. Van alle lammeren Is dit Lam alleen in de hemel. „Want Gij zijt geslacht en hebt ons Gode gekocht door Uw bloed!" Als Christus ons Slachtoffer niet is, zullen wij zelf op de slachtbank van Gods rechtvaardigheid en toorn de eeuwige dood moeten sterven.

Ach, dat de Heere Zich nog over u mocht ontfermen, met een ontferming, die wortelt in het eeuwig welbehagen Gods. Het zal zo tegenvallen met een versjes- en tekstenbekering, met alleen gebedsgaven en preekgaven als-een Bileam, voor eeuwig weg te zinken In die plaats, waarvan Christus alleen de bodem gevonden heeft. Hij haalt Zijn kerk op uit een bodemloze hel. Hij is aan de kruisboom, de zee van Gods eeuwige toorn overgestoken tot een oceaan der eeuwige verzoening.

Als wij sterven, zoals wij geboren worden, dus zonder Christus, dan hebben wij nooit de Schoonste aller mensenkinderen gezien. Hij maakt de vuilste harten zo schoon en gaaf met Zijn gerechtigheid, dat de Vader Zich daarin verheugt, de Zoon ze als Zijn arbeidsloon ontvangt en de Heilige Geest uit zulke harten, als levende stenen, het nieuwe Jeruzalem bouwt, dat straks van de hemel neder zal dalen.

Het grootste wonder zal zijn, als dat eeuwigheidswonder voor mij zal zijn. Van eeuwigheid geëigend en in de tijd door wedergeboorte en rechtvaardigmaking toegebracht en tot in alle eeuwigheid met God verzoend! Laat de dode honden zich hierover verblijden, want straks zullen ze eeuwig aan de verbondstafel aanzitten en .nooit meer een hond zijn. Het oogmerk van de verkiezing is: God alles en in allen!

Ede ds. Joh. van der Poel

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 juli 1977

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Tot een Heere en Christus gemaakt

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 juli 1977

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken