Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Prof. Albeda geslaagd dankzij

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Prof. Albeda geslaagd dankzij

6 minuten leestijd

DEN HAAG — Nu informateur Albeda in zijn „lijmpoging" geslaagd is, rijst de vraag of ons land, na zoveel dagen formeren, een kabinet krijgt dat de sociaal-economische problematiek aan kan en een slagvaardig beleid kan voeren.

De bantwoording van deze vraag laat nog wel enige tijd op zich wachten. De kans is groot, dat het eind augustus of begin september wordt alvorens er weer zestien ministers om de tafel in het Catshuis zitten. Of wordt het ditmaal een nieuw record wat forraatietijd betreft? Het totstandkomen van het kabinét-Den Uyl in 1973 heeft 163 dagen geduurd, dus meer dan vijf maanden. Zou dit record worden gebroken, dan zouden we tot begin november op een nieuwe regeringsploeg moeten wachten.

Wie weet, een kabinetsformatie in Nederland is een wisselvallige zaak, welke aardig overeenstemming vertoont met het weer van de laatste dagen. Elke dag immers komt het woord wisselvallig in het weerbericht voor.

Nu de informatieperiode-Albeda achter de rug is, is de vraag hoe het verder zal gaan. Zal de koninging Den Uyl weer terugroepen en hem vragen zijn formatiewerk voort te zetten? Iedereen spreekt al over een tweede kabinet-Den Uyl, zo zeker is men ervan dat de socialistische leider opnieuw aanvoerder van het Catshuisteam wordt.

Den Uyl-winst

Daar is ook reden voor. Immers de verkiezingsuitslag heeft Den Uyl — niet zozeer de PvdA — een flinke winst bezorgd, terwijl het CDA op de tweede plaats terecht is gekomen. Het was dus voor de hand liggend, dat de vorstin hem opdracht gaf voor de vorming van een kabinet, dat kon steunen op een meerderheid in de volksvertegenwoordiging.

De slimme politicus gaf zichzelf vijftig procent kans en liet dus in het midden, of hij al dan niet direct zou slagen. De kink in de kabel is er gekomen, dankzij zijn eigen doordrammen wat betreft de VAD, het zo langzamerhand berucht geworden politieke meningsverschil over de vermogensaanwasdeling.

Daarmee heeft nu prof. Albeda geworsteld; een deskundige, die precies weet, hoe de arbeidsverhoudingen in Nederland liggen en hoe de vakbeweging over inkomenspolitiek denkt.

„Twistappel**

Deze hoogleraar, die een leerstoel „arbeidsverhoudingen" bekleedt aan de sociale faculteit van de Erasmusuniversiteit in Rotterdam, heeft in zijn boek „Arbeidsverhoudingen in Nederland", dat in 1975 is verschenen, een hoofdstuk gewijd aan het streven naar een inkomenspolitiek. Toen reeds was hij ervan overtuigd, dat deze zaak „tot een soort twistappel in het sociaaleconomische stelsel gaat worden".

Albeda meent, dat het duidelijk is, dat een consistent en samenhangend inkomensbeleid gewenst is. „In de eerste plaats gaat het om de noodzakelijkheid de loonontwikkeling binnen de perken te houden, zoals die bepaald wordt door de ontwikkeling van de produktiviteit der nationale economie". De huidige „stagflatie" (de combinatie van stagnatie, met relatief hoge werkloosheid en sterke inflatie) vraagt z.i. om zulk een beleid.,,Immers", zo vervolgt hij, „zou zonder een beheerste inkomensvorming de bestrijding der werkloosheid, voorzover die met uitgaven gepaard gaat, gemakkelijk doodlopen in nog meer inflatie".

Inflatiebestrijding

Voor de vakverenigingen is bestrijding der inflatie niet voldoende om hun medewerking te verkrijgen voor een inkomenspolitiek, omdat volgens Albeda gemakkelijk de indruk kan ontstaan, dat alleen van hen een offer wordt gevraagd. Zij gaan (wellicht te snel) van de veronderstelling uit, dat uitsluitend de arbeidsinkomens in de gaten worden gehouden en niet andere inkomens. Albeda geeft als zijn mening, dat prijsbeleid, vestigingsregelihgen, meldingsbeleid e.d. de meeste inkomens wel beïnvloeden, doch de samenhang in het inkomensbeleid ontbreekt veelal.

De informateur heeft gelijk gekregen: de inkomenspolitiek en met name het voor de vakbeweging zo belangrijke onderdeel daarvan — de vermogensaanwasdeling — is een twistappel geworden in de politiek. Hij heeft er nu meer dan hem lief is mee te maken gehad. Immers, de koningin riep Albeda, de man, die eigenlijk over niets anders heeft geschreven dan over arbeidsverhoudingen en over de vakbeweging, om de netelige knoop te ontwarren.

Twee wegen

In zijn eerder genoemde boek schrijft Albeda, dat er twee „moeilijk begaanbare" wegen zijn om de problematiek van het inkomensbeleid op te lossen, nl. het zwaartepunt bij de overheid leggen, omdat geen concensus valt te bereiken, of om partijen om de tafel te krijgen om tot gezamenlijke uitgangspunten trachten te komen.

Een gezamenlijk uitganspunt is helaas niet bereikbaar gebleken. De VAD behoort tot de meest omstreden politieke problemen van vandaag. De stapel literatuur over dit onderwerp neemt nog steeds toe. Hoe moeilijk de materie op zichzelf al is, heeft dr. F. L. G. Slooff, die in 1969 op het onderwerp „Vermogensaanwasdeling" aan de rk. universitiet te Leuven is gepromoveerd, nogeens bevestigd in het januari-februarinummer van „Politiek perspectief'. Hij herinnert daarin aan de woorden, die prof Geppaart uitsprak op de belastingsconsultendag 1976: „Dat tentamen VAD, daarvan kan ik u al zeggen, dat het het moeilijkste tentamen is, want de VAD is nu al veel moeilijker dan de vennootschapsbelasting".

Maar de VAD moet er komen, want,Den Uyl heeft deze aan de vakbeweging en aan zijn kiezers beloofd. Dit weet — en wist — prof. Albeda zeer goed. Hij kent de mening van de vakbeweging en niet voor niets heeft hij kort na de aanvaarding van zijn informatie-opdracht verklaard, dat hij het standpunt van de vakbeweging wel zo goed kent, dat hij deze niet behoefde te polsen.

Net zo goed als hij terdege op de hoogte is van de opvattingen van de alle werkgevers en zelfstandige bedrijfsvoerders, die samenwerken in de raad van bestuur in arbeidszaken.

Kennis en ervaring

Zou Albeda geen oplossing geweten hebben, wie dan wel? Hij immers weet als bijna geen ander de plaats en de betekenis van de vakbeweging in ons land. Na zijn studie aan de (toenmalige) Nederlandse economische hogeschool in de Maasstad (thans opgenomen in de Erasmusuniversiteit) is hij aan de VU gepromoveerd op een dissertatie over: „De rol van de vakbeweging in de moderne maatschappij".

Later is van zijn hand een pocket verschenen over „Vakbeweging en maatschappij", terwijl hij in de reeks „arbeidsverhoudingen" Ook al enkele boeken op zijn naam heeft staan. Bovendien heeft hij vele artikelen gepubliceerd over deze onderwerpen.

Zelf is hij jarenlang verbonden geweest aan het CNV door zijn functie van economische adviseur van de Ned. Chr. bond van werknemers in de hout- en bouwnijverheid. Eveneens is hij wbrkzaam geweest op de afdeling sociale zaken van het Philipsconcem.

Albeda wist hoe de zaken ervoor stonden en met zijn kennis en ervaring (mede als lid van de Eerste kamer) heeft hij nu de weg ingeslagen welke de VAD een voor de vakbeweging bevredigende plaats geeft in het inkomensbeleid van het nieuwe kabinet (Den Uyl?).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 27 juli 1977

Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's

Prof. Albeda geslaagd dankzij

Bekijk de hele uitgave van woensdag 27 juli 1977

Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's

PDF Bekijken