Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De breedst mogelijke grondslag

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De breedst mogelijke grondslag

4 minuten leestijd

in het Nederlands Dagblad van deze week is het GPV-Kamerlld dr. A. J. Verbrugh uitvoerig ingegaan op een brief die een aantal mensen hem hadden geschreven. Dat waren mensen die in politiek opzicht wel met hem sympathiseerden, maar ditmaal hun stem toch niet op het GPV hadden uitgebracht vanwege de door het GPV aangehangen ware-kerk ideologie. In zijn beschouwing zet Verbrugh de zijns inziens breedst mogelijke grondslag van het GPV uiteen. Het GPV is geen kerkelijke partij, zo beklemtoont hij. Wel is er een bepaling in het GPV-reglement die zegt dat de leden van de Generale Verbondsraad belijdend lid moeten zijn van de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt). Maar Verbrugh laat wel merken dat ook hij dat niet zo'n gelukkige bepaling vindt.

De grondslag van het GPV is „de Heilige Schrift, waarvan de Drie Formulieren van enigheid van de Gereformeerde Kerken in Nederland, gehandhaafd in de vrijmaking dezer kerken, de hoofdsom leren". Het is dus niet „Schrift en Belijdenis" zonder meer. zo beklemtoont Verbrugh terecht. Het gaat om de Drie Formulieren naar de vrijgemaakte Interpretatie. Wie die grondslag aanvaardt en dus van mening is dat in de Vrijmaking van 1944/45 deze Drie Formulieren inderdaad gehandhaafd werden, kan lid worden van het GPV. Dat betekent in feite hen die vrijgemaakt zijn en hen die naar de vrijgemaakte kerken onderweg zijn. Dat is ook wel de praktijk van het toelatingsbeleid der GPV-klesverenigingen.

Het GPV voert dus geen kerkelijke politiek, maar een belljdenispolitiek, zo concludeert Verbrugh. Op zich is die formulering juist, maar doordat de belijdenis direct gekoppeld wordt aan de Vrijmaking, is het verschil tussen belde zeer miniem. Dat blijkt ook uit het praktisch functioneren van het GPV.

Nu heeft het GPV in zekere zin natuurlijk het volste recht om zich zo eng op te stellen als het maar wil. Dr. Verbrugh geldt daarbij in zijn kring bepaald niet als een scherpslijper. Integendeel, hem is wel verweten dat hij te gemakkelijk denkt over de samenwerking met niet-vrijgemaakten.

Maar het is uiteraard ook zo dat deze kerkistlsche opstellingvan de vrijgemaakten, de verdeeldheid in orthodox-protestantsekring nog verder vergroot. De Reformatorische PolitiekeFederatie, die bij de laatste verkiezingen vergeefs naar een zeteldong, bestaat voor het overgrote deel uit mensen die wel bereidwaren geweest om op het GPV te stemmen, wanneer dit niet
zo'n exclusief vrijgemaakt karakter had gedragen. Maar terecht zeggen deze mensen nu: wij willen niet (langer) GPV stemmen, wanneer we als lid geweigerd worden. Zijn grote verlies bij de laatste verkiezingen heeft het GPV dan ook voornamelijk hieraan te danken. De vrijgemaakte kerkbeschouwing en daarmee ook het vrijgemaakte organisatiepatroon zijn de onze niet. Maar In onze afwijzing daarvan moeten wij ons wel voor andere gevaren
hoeden.  Het is beslist verkeerd wanneer we — ook in de politiek —
eenzijdig de nadruk leggen op de zo gewenste eenheid, zonder eerst na te gaan op welke basis die eenheid rust. Eendracht  maakt macht weliswaar, maar macht is niet ons hoogste ideaal.  Evenmin mogen we stellen dat politiek — en ook christelijke politiek — een zaak apart Is en de kerkelijke strijdpunten daarbij geen rol mogen spelen. Dat gaat wel op voor een christelijk geïnspireerde politiek, zoals het CDA die wil bedrijven. Een werkelijk confessionele partij baseert haar eenheid echter primair op een gemeenschappelijke geloofsovertuiging, zoals die in belijdenisgeschriften verwoord Is. Vanuit die gemeenschappelijke basis wordt dan een politiek program ontworpen en wordt politiek bedreven.


Terecht wijst Verbrugh er in dit verband dan ook op dat in de Drie formulieren zoals die in de vrijgemaakte kerken gehandhaafd worden, artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis inde door Kuyper besnoeide versie voorkomt. Dat verschil in belijdenis markeert ook een verschil in politieke opvattingen
tussen GPV en SGP en sluit een eenheid uit.  Tegenover de kerkgebonden structuur van de vrijgemaakte organisaties zullen wij ons ook niet mogen beroepen op het argument dat de zichtbare kerk en haar gescheurdheid toch
maar onbelangrijke zaken zijn. Daar spreekt onze belijdenis heel
anders over. Maar in het besef van de pijnlijke en zondige gescheurdheid
van de kerk zullen we dankbaar moeten zijn dat in onze reformatorische kring de noodzaak gezien Is om over kerkmuren heen, samen te werken op grondslag van Schrift en belijdenis.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 30 juli 1977

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

De breedst mogelijke grondslag

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 30 juli 1977

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken