Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Reformatorisch onderwijs zal meer offers vragen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Reformatorisch onderwijs zal meer offers vragen

Reizen per schoolbus geeft veel consequenties

8 minuten leestijd

Nu de meeste scholen weer zijn begonnen, moeten veel van onze kinderen de vaak vrij lange reis naar school weer dagelijks maken. Velen doen dat lopend, op de flets of met het openbaar vervoer, maar ook de eigen schoolbus brengt ledere dag honderden leerlingen naar de scholen.

De ouders hebben eenmaal bij de doopbediening van hun kinderen met ,Ja" geantwoord op de vraag of ze hun kinderen „in de voorzeide leer naar hun vermogen zullen onderwijzen of doen en helpen onderwijzen". Dat is voor hen de aanleiding om hun kinderen naar een school te sturen die veelal niet de dichtstbijzijnde is. Op deze scholen wordt de Bijbelse geschiedenis verteld, zoals de ouders dat graag wensen voor hun kinderen met een grondslag zoals ze ook 's zondags in de kerk horen. Beseffen al onze ouders wel dat het tot op de dag van vandaag nog mogelijk is om de aan onze zorgen toevertrouwde kinderen in vrijheid naar een school te zenden, die wij graag willen? Een predikant zei hierover pas: „Misschien is de tijd niet zover meer dat we hiervoor weer zullen moeten gaan strijden."

Vreedzaam en zedig
Wonen de kinderen echter ver van de school dan geeft het dagelijks reizen per bus wel consequenties. We moesten daarbij denken aan het oude schoolreglement uit 1823 waar zo mooi staat: „De kinderen moeten met orde uit de school gaan, en zich op de straat of bij den weg vreedzaam en zedig gedragen." De onderwijzer was verplicht deze regels voor te lezen en te verklaren.

Dat voor het busreizen ook bepaalde regels nodig zijn is duidelijk. Of we met een bus vol met volwassenen reizen of een bus met kinderen, maakt een groot verschil. Zo moeten de kinderen weten, dat ze niet mogen gaan staan in de bus, dat ze niet door de bus mogen lopen. Bij het uitstappen moet eerst één van de oudere leerlingen de bus verlaten en dan de kleineren. Dat de bus schoon moet blijven is duidelijk en daarom zal er regelmatig op gehamerd moeten worden, dat er geen rommel achterblijft. Voor het onderwijzend personeel van deze scholen wel een extra zorg om soms allerlei ruzietjes, ontstaan bij het komen naar de school, te moeten sussen. Hieruit blijkt wel dat onze kinderen echt niet beter zijn dan kinderen die „om de hoek" naar school gaan. Toch moeten onze kinderen er op gewezen worden dat ze zich behoorlijk moeten gedragen. Het zou toch ook niet nodig moeten zijn, dat de chauffeur de bus asm de kant moet zetten om een paar vechtenden uit elkaar te halen.

Lunchpauze

Het met de bus naar school gaan heeft meer gevolgen. Deze kinderen komen in de lunchpauze niet naar huis. Je hoort wel eens zeggen: „Lekker makkelijk, de kinderen de hele dag van huis." De ouders die hun kinderen uit overtuiging de gehele dag van huis moeten sturen, zullen hier zeker anders over denken. Een moeder die haar kinderen ook al met de bus naar de kleuterschool stuurde had hierover, vooral in het begin, nogal zorgen. Zo klein en dan de hele dag al van huisi Dit is een probleem waar de ouders het moeilijk mee kunnen hebben. Tussen de middag moeten de kinderen over blijven. Als de boterham gegeten is mogen de kinderen naar buiten om een poosje te spelen. Eén van de onderwijzers die hier dagelijks mee te maken heeft, merkte hierover op: „Kun je op het speelplein nog wel spelen?" Ook onder onze kinderen moest hij constateren, dat de verruwing steeds -meer toeneemt. Wat de kinderen vroeger maar durfden denken, zeggen ze nu. Dat heet dan openheid. Alles kan en mag dan, maar het eind is zoekl Wat we bij de kleineren en bij de groteren vaak tegenkomen is het elkaar mtdagen: „Jij durft toch niet", en het gevolg is dat er weer de nodige problemen komen. Wat voor het vervoer met de eigen schoolbussen geldt, geldt nog in grotere mate voor het openbaar vervoer, waar de leerlingen soms gebruik van maken. Kan dan aan ons gezien worden dat we van een reformatorische school komen, blijkt dat altijd uit onze taal?

Kosten

Gelukkig is het in ons land tot op heden nog zo, dat wat het lager onderwijs betreft, het heen en weer reizen voor de ouders bijna geen kosten met zich meebrengt. Voor het grootste gedeelte worden deze kosten door de gemeente vergoed. Voor het kleuter- en voortgezet onderwijs ligt dit anders. Voor het grootste gedeelte zullen de kosten van het reizen voor rekening van de ouders komen.

Ook zijn er nog de mogelijkheden dat een kerk of een apart schoolfonds bijspringt als de lasten te zwaai* worden. Collectes die voor dit doel dan ook gehouden worden, gaan zeker ook hen aan die (nog) geen, of geen kinderen meer op school hebben en toch het belang van onderwijs naar Schrift en Belijdenis inzien. Gelukkig is het bij het onderwijs nog mogelijk dat verschillende kerkgenootschappen samenwerken. Allen zouden hier hun schouders onder moeten zetten.

Amerika

Zien we dan naar wat het allemaal in Amerika kost, dan zou er in ons land veel meer van de grond moeten kunnen komen. Zoals bekend heeft men daar de staatsscholen waarop men van godsdienstlessen niets wil weten. Iedereen kan daar een eigen school beginnen, maar dat houdt dan wel in, dat naast de verplichte betaling van de belasting voor de staatsschool, alle kosten voor de eigen school voor rekening van de betreffende ouders komen. Zoals dé kosten van het schoolgebouw, het salaris van de leerkrachten, de kosten van het vervoer (de afstanden daar zijn ook niet gering), leermiddelen en ga zo maar door.

De Rehoboth school in Norwich (Canada) heeft zelf bussen in eigendom. Deze school heeft  op dit moment drie bussen; twee geschikt om 56 leerlingen, en 1 geschikt om 72 leerlingen te vervoeren. De eerste leerlingen worden 's morgens om 7.30 uur opgehaald en maken dan een rit mee variërend tussen de 50 en 80 km. De buschauffeur heeft een speciaal rijbewijs nodig, en aan hem/haar worden hoge eisen gesteld betreffende rijvaardigheid, kennis van veiligheidsregels en verkeersregels, alsook aan gezondheid.

Veilig

Zowel aan de voor- als aan de achterkant van de bus zitten grote rode knipperlichten die, zodra de deur van de bus door de chauffeur geopend wordt, beginnen te knipperen. Zowel het achteropkomende als het tegemoetkomende verkeer is dan verplicht te stoppen; ook op de vierbaanswegen, als er geen middenberm is. De kinderen stappen uit en de chauffeur sluit dan pas zijn deur wanneer ds kinderen op het pad naar hun huis lopen. Het sluiten van de deur gaan de knipperlichten uit en komt het verkeer weer op gang.

Het is erg moeilijk om een buschauffeur te vinden, in de eerste plaats vanwege de gestelde eisen, en vervolgens vanwege de rijtijden: 's morgens van 7.30 tot 8.45 uur en 's middags van 3.00 tot 4.15 uur. Voor mensen met een volledige, vaste betrekking is het erg moeilijk. Ze zijn dan ook aangewezen op mensen die part-time hun tijd ter beschikking willen stellen. Er wordt per dag $15 aan een buschauffeur betaald en wat meer aan degene die het dagelijks onderhoud verzorgt en de bussen naar de garage brengt voor het grote onderhoud. Twee maal per jaar wordt een bus door inspecteurs van het Ministerie van Vervoer gecontroleerd op eventuele gebreken. Een nieuwe bus met 72 zitplaatsen kost op dit moment ongeveer $18.000. In de afgelopen twee jaren dat deze school gedraaid heeft, heeft het vervoer van leerlingen $78119.07 gekost en dat voor ±210 leerlingen.

De ouders en de kerkelijke gemeenten aan de overzijde van de oceaan komen zo voor ontzaglijk hoge lasten te staan. Toch sticht men eigen scholen, in het vertrouwen dat de Heere het zal doen gelukken.

Offers

Veel offers worden daar gebracht. Wil het goed blijven gaan met het onderwijs in ons land, dan zal dit ook offers gaan kosten. We moesten denken aan de jaarvergadering van de vereniging voor Gereformeerd Schoolonderwijs (VGS) die in april te Rotterdam gehouden werd. Mede door de financiën was het nog geen haalbare zaak om een identiteitsman te benoemen. Gezien de ontwikkelingen bij het onderwijs zou een dergelijk persoon voor een goed functioneren van onze eigen scholen nodig zijn.

In dit verband willen we tenslotte graag aanhalen wat we hierover lazen in het blad „De Reformatorische School". „Een bijdrage van veertig gulden per jaar per leerling zou ruimte bieden voor verschillende mogelijkheden. Als we bedenken dat we ten behoeve van onze kinderen zo veel méér over hebben voor minder belangrijke dingen, dan zou één en ander spoedig gerealiseerd moeten worden."

In dit verband kunnen we het onderwijs van de Gereformeerd Vrijgemaakten als voorbeeld stellen. Deze zijn bijzonder actief. Op de ledenvergadering van de LVGS op 4 juni werd met algemene stemmen besloten een eigen schoolbegeleidingsdienst te beginnen. Bij de hoofdelijke stemming aanvaardden de leden ook het voor hun niet geringe gevolg in de vorm van een aanzienlijke contributieverhoging.

Dat voor ons onderwijs zou mogen gelden wat Ezra zegt in het achtste hoofdstuk: „Waakt en bewaart het".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 augustus 1977

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Reformatorisch onderwijs zal meer offers vragen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 augustus 1977

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken