Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Na „Pilatus

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Na „Pilatus" nu ook „Brieven van Kajafas" aan Joodse Sanhedrin

Kingma nog steeds niet overtuigd van vervalsing

7 minuten leestijd

JERUZALEM — Ook de Brieven van hogepriester Kajafas aan het Joodse Sanhedrin al gelezen? Of de verdediging van Herodes Antipater voor de Romeinse Senaat omtrent zijn kindermoord in Bethlehem en de terechtstelling van Johannes de Doper? Of het „interview" van Jonathan met de herders te Bethlehem (voor de Bethlehemse Nieuwsbode?) of het interview van Gamaliel met Jozef en Maria over Jezus?

Maar de 'Brief van Pilatus aan keizer Tiberius' kent u toch zeker wel? En u weet toch ook, dat de kerk der eeuwen het altijd mis heeft gehad met Kerst. Jezus is immers helemaal niet eind december geboren, maar precies op 12 oktober. Zijn sterfdatum was op 12 april.

En wie het waagt, aan al deze waanwijsheden te twijfelen, kan erop rekenen dat hij met grof geschut wordt bestreden door de man, die deze pseudowetenschap in ons land wereldkundig maakt. Dat is de heer P. Kingma uit Den Haag, teletypist van drukkerij Embédé te Maassluis, maar zondags te boek staand als voorganger van de Eenheids-Pinkstergemeente in Den Haag.

Eenheid-Pinksterman

Die „eenheid" heeft betrekking op de leringen van Kingma: hij ontkent de Drie Personen Gods, de Drieëenheid en houdt er ook andere afwijkende opvattingen op na, zó, dat zijn gemeente ook niet is aangesloten bij de min of meer officiële Broederschap van Pinkstergemeenten. Van die zijde werd ons verklaard, dat men het contact met Kingma en zijn nogal onduidelijke groepering mijdt, onder meer vanwege de extreme opstelling van Kingma.

(Daar hebben o.a. de redactie van dit blad en een befaamde en integere nieuwtestamenticus als prof. dr. W. C. van Unnik al mee te maken gekregen).

Trouwens, ook in het handboek van de „evangelische" organisaties in ons land, de „Gele Gids" komen zijn naam en groep niet voor. Dat doet er nu verder niet toe, maar het is wel duidelijk, dat deze heer Kingma min of meer alleen namens zichzelf spreekt, schrijft en uitgeeft. Over die laatste activiteit moeten we het — helaas — weer hebben.

Eerder gaf hij, via Embédé, een pseudo-apokrief geschriftje uit „Brief van Pilatus aan keizer Tiberius", dat terecht door prof. Van Unnik in dit blad op 19 februari 1972 als waardeloze fantasterij van de hand werd gewezen. 

Kajafas

Niet ontmoedigd door die kritiek dreigde Kingma ons met een proces en hij ging vrolijk voort. Zo ontvingen wij nu zijn uitgaafje „Brieven van Kajafas aan het Joodse Sanhedrin", vergezeld van een brief, waarin hij ons maant, het vijf jaar oude onrecht hem aangedaan nu ongedaan te maken. Het spijt ons, maar dat zit er echt niet in.

Zijn volhardendheid is ontroerend, maar ook dit werkje en de al in de aanhef genoemde nog te verschijnen titels zijn tamelijk ontmoedigend. Wij gaan dan ook niet in discussie en volstaan nu met het doorgeven van wat van Kingma's wijsheden.

Hij leverde bij dit boekje een pamfletje, „Golgotha - Hoofdsehedélplaats", waarin o.a. het volgende schema: Op maandag 10 april (van welk jaar? dat wordt niet vermeld) bereiden de discipelen in de opperzaal het Seder-feest. 's Avonds wordt het Avondmaal genuttigd. Dinsdag 11 april vroeg moest Jezus vóórkomen voor het Sanhedrin, later die ochtend voor Pilatus en om 12.00 uur doet deze de uitspraak: „Ziet, uw Koning!".

Kruisiging

Dinsdagmiddag valt er niets te melden. De kruisiging is op woensdagmorgen negen uur; de duisternis om 12.00 uur en het einde van Jezus komt om drie uur n.m. 's Avonds is de graflegging en op donderdag volgt het uitzetten van de wacht. Vrijdag is het Pascha en de opstanding van Jezus was op zaterdagavond, na zonsondergang. De verrijzenis had dus niet plaats op zondag, zo weet de heer Kingma, die ons — zoals gezegd — verder op grond van dwaze berekeningen uit o.a. Daniël en de Openbaring meedeelt, dat Jezus' geboorte op of omstreeks 12 oktober viel.

Hij voegt er nota bene — alsof de Hollandse winters ook die van Israël zijn! — nog aan toe: „Dit geeft ook de reis van Jozef en Maria een wat menselijker aspect in het licht van de weersomstandigheden....". Misschien toch te veel waarde gehecht aan besneeuwde boerderijtjes op de Kerstkaarten van Gebr. Spanjersberg?....

Slecht vertaald

Wat nu de brieven van Kajafas betreft: het is een door ene mevr. Mies J. H. van den Broek slecht en soms gewoon dom uit het Engels vertaald werkje, dat pretendeert te bevatten ,,copieën van de officiële manuscripten en rollen, gemaakt door de Senaatsrechtbank van Tiberius Caesar en door het Sanhedrin, in de dagen van Jezus genoemd „Christus", gevonden in de bibliotheken te Rome en Konstantinopel".

Die teksten heten te zijn samengeraapt door ene rev. W. D. Mahan tussen 1858 en 18S3 en ze zijn vertaald door dr. Mcintosh en dr. Twyman ,,van de Oudheidkundige Huisvesting, Genoa, Italië, zoals staat weergegeven voor „Antiquarian Lodge, Genoa", wat echter betekent: de Oudheidkamer te Genua.

Maar dit is nog maar één der geringste domheden van het tweespan mevr. Van den Broek-Kingma, die ook niet bleken te weten, dat het Engelse ,,Drs." niet ons doctorandus is, maar de afkorting voor het meervoud van doctor, en die in een verklarende woordenlijst achter Iclandic een aantal vraagtekens plaatsen. Geen wonder, want het beet Icelandic en betekent gewoon: IJslandse.

En dat het Engelse ,,father" als het over een Roomse geestelijke gaat, moet worden weergegeven met „pater" i.p.v. met „vader" was kennelijk ook nog niet doorgedrongen, om maar te zwijgen van de aperte domheden als het gaat over het Grieks, Latijn of Hebreeuws, zoals bijv. iets wat Kingma „Lodi curios" noemt, hetgeen ,,Kruiswoorden" zou beduiden.

Na enig denkwerk blijkt, dat er wel gestaan zal hebben „Logoi Kuriou", d.w.z., de ,,Woorden des Heeren", en dat kan een variant geweest zijn van de ,,Logia", de woorden van Jezus zoals bijv. in het Thomas-Evangelie. En wie wil weten wat Talmoed en Midrasj is, moet niet hier aankloppen. Eén voorbeeldje: „Midrashim = berichten, boodschappen, wijze gezegden van grote mannen aller tijden enz".

Ontdekking

Nu is het, zoals Van Unnik e.d. bewezen hebben, ondoenlijk deze gedrevenen met kracht van argumenten te overtuigen, dus dat wagen wij nu ook niet meer. Kingma laat deze geschriften versehijnen met de vermaning: „Bedenk daarbij, hoe groot het wonder is dat de Almachtige God deze geschriften in protectie heeft gehouden opdat u er kennis van zoudt kunnen nemen".

Hij vertelt dan verder het summiere verhaal van de ontdekking dezer acten via Mahan en een Duitser H. C. Whydaman, die in de Vatikaanse bibliotheek de archiefstukken van Tiberius had aangetroffen (kennelijk als boekdelen?) en gecopieerd. Het was een vuil geworden manuscript (perkament), maar toch getrouw af te schrijven. Mahan ontdekt later in Constantinopel nog een tweede brief (tweede helft 19e eeuw bereisde hij deze streken) en zo kwam deze uitgave via het Latijn en Engels tot stand. Mahan zelf twijfelde aanvankelijk
nog, schrijft Kingma, want die wist kennelijk wel van vervalsingen als de
„Donatio Contantini" of de werken van (pseudo-)Dionysius de Areopa-.
giet, die door Renaissance-geleerden;" als Lorenzo Valla terecht werden ontmaskerd als onecht. Het was hem bekend, dat de RK
Kerk om zich te presenteren als de enige echte en oudste in de loop der
eeuwen stapels van dit soort geschriften heeft opgeleverd. En wat (konstantinopel (Byzantium) betreft lag het al niet anders, alleen ging het daar, na het Schisma, natuurlijk om de glorie van de Oosterse (Constantijnse) kerk. Twijfels had Mahan ook, omdat geleerden van naam als Tischendorf
deze stukken wel hadden gezocht en niet gevonden óf niet hadden gezocht
óf ze hadden gelaten voor wat ze waren. Wel, dat klopt. Waarschijnlijk zag
Tischendorf (één der groten op het terrein der nieuwtestamentische handschriften) meteen de onechtheid van deze geschriftjes in. De behoefte aan
zulk soort derdehands „apokriefen" is altijd groot geweest, al in de vroegchristelijke tijd, maar zeker in de Middeleeuwen
en nog lang daarna.

Inhoud

Inhoudelijk rammelt dat spul natuurlijk aan alle kanten, zoals zelfs
de „vertaalster" toegeeft: ze merkt op, dat sommige uitspraken van Kajafas
niet zijn volgens de Bijbel, andere zijn ,,in ons tegenwoordige OT
door een andere indeling niet direct na te slaan". Kortom, al de bezwaren
ertegen, ook van vakgeleerden, hadden Kingma voldoende kopschuw moeten maken om zich de vingers niet aan dit soort zaken te
branden, temeer daar ze aan de leerder kerk niet veel wezenlijks toevoegen.
In de wetenschappelijke literatuur (Schneemeleher e.a.) weet men van
deze acten e.d. niets af en het zijn in elk geval geen „betrouwbare" pseudoepigrafen.

„Brieven van Kajafas" zijn samengesteld en uitgegeven door P .
Kingma, Van Musschenbroekstr. 59, Den Haag, 31 biz., ƒ5,50 -f
ƒ 1,20 porto
.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 augustus 1977

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Na „Pilatus

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 augustus 1977

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken