Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Schouwen-Duiveland in ramp en herstel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Schouwen-Duiveland in ramp en herstel

Waardevolle herdruk van 'Gekwelde grond'

8 minuten leestijd

„Want Uwen vijand Oceanus nacht noch dag en rust of slaapt, maar compt als een briesende leeuw souckende om al te vernielen datter omtrent is". Hoezeer deze waarschuwing van de bekende waterbouwkundige Vierlingh in de 16e eeuw voor de bevolking van Zuid-West Nederland werkelijkheid is geworden, heeft het verschrikkelijke gebeuren in de rampnacht van 1 februari 1953 dramatisch aangetoond. In het holst van de nacht luidde in het Deltagebied van dorp tot dorp en van vlek tot vlek de noodklok, nadat het zeeniveau onrustbarend hoog was gestegen, de noordwestenwind de golven had opgezweept, de dijken het hadden begeven en verschillende eilanden ten prooi vielen aan „vijand Oceanus". Eén van die eilanden was Schouwen-Duiveland, dat ongemeen zwaar werd getroffen en de hardste klappen kreeg van het gehele rampgebied: op 18 plaatsen braken de dijken door en het aantal slachtoffers liep op tot 531.

Vijf jaar na de watersnod (de ramp, zeggen de Zeeuwen) is dit ingrijpende gebeuren in de Schouwen/Duivelandse samenleving te boek gesteld om het nageslacht enigermate inzicht te geven in „hoe erg het was en wat het heeft betekend". De titel, die het boek meekreeg, gaf het relaas zeer betekenisvol weer: „Gekwelde grond" met als ondertitel „Schouwen-Duiveland in ramp en herstel". toen uit.

Op de drempel van de herdenking dat het 25 jaar geleden zal zijn dat het intussen tot schiereiland veranderde Schouwen-Duiveland geslagen (maar niet
verslagen) werd, is een praktisch ongewijzigde herdruk van de persen gerold.
Het tijdstip is onzes inziens gelukkig gekozen en het lezen van dit boek zal bij
velen meer na laten dan een sensationele televisie- of radiouitzending waarop het omroepbestel zijn publiek in februari 1978 wel zal trakteren. Onlangs nog bereikte ons het bericht dat een links georiënteerde omroep Schouwen-Duiveland had opgezocht om opnames te maken voor hün rampherdenking. Hoe ze daarmee een evenwichtig beeld willen geven van 1963 is een raadsel (men kwam met vliegtuigen en al) en dat het op een spektakelachtig
en sensationeel gebeuren zal uitdraaien lijkt ook geen overdreven voorspelling; dat is in het verleden al vaak genoeg gebleken.

Lof

Alle lof hebben we echter voor de samenstellers van „Gekwelde grond". Hoewel we toegeven dat het boek op enkele punten wat zwak genoemd kan worden (b.v. het verhaal over stormvloedkansen en risicofactoren), weten we uit ervaring dat velen die de ramp zelf hebben meegemaakt van het boek zeggen: ja, zo was het. Het boek wordt ingeleid door de toenmalige Commissaris der Koningin in Zeeland, jonkheer mr. A. F. C. de Casembroot. Vervolgens een lijst van de slachtoffers, die bij de watersnood op Schouwen-Duiveland zo jammerlijk aan hun eind kwamen.
 
Daarna het hoofdstuk over de vroegere overstromingen van genoemd eiland. De schrijver hiervan, J. M. de Nooijer, heeft een schat aan documentatie uit de archieven weten te halen waardoor hij een indrukwekkend overzicht weet te geven van de vroegere overwinningen van „vijand Oceanus". Maar ook verhaalt schrijver van de Duitse inundatie, dat is de opzettelijke onderwaterzetting van Schouwen-Duiveland in 1944. De waarnemend commissaris van Zeeland besloot toen uit militair oogpunt de afwatering stop te zetten waardoor het eiland binnen enkele weken in één groot binnenmeer veranderde. In het vervolg van dit artikel zal nog blijken welke afschuwelijke rol de Duitse inundatie in de watersnood van '53 heeft gespeeld. Belangrijk in dit kader is te weten dat het eiland toen in '44 niet ten prooi viel aan het vrije spel van de elementen, maar dat een gecontroleerde onderwaterzetting plaats vond.

Kernhoofdstuk

 Na de verhandeling van een weerkundige, getiteld „Storm en stormvloed" volgt het belangrijkste gedeelte van Gekwelde grond. Dit hoofdstuk, „Hoe de slag aankwam" neemt plaats tot plaats afzonderlijk onder de loep en brengt gegevens en gebeurtenissen aan het licht die zelfs nog voor insiders geheimen onthullen. Wie hier overigens een sappige en roman-achtige beschrijving verwacht over heldenmoed, onverbiddelijke trouw en geduldig gedragen leed zal teleurgesteld uitkomen. Veeleer is het een sober, soms haast ambtelijk relaas. Maar daarin ligt juist de betekenis van dit boek. Hier wordt geen gemakkelijk verkoopbare journalistiek aangeboden of spektakelachtige sensatie, maar juist een waarheidsgetrouwe weergave van de werkelijkheid.
 
Die werkelijkheid hield bijvoorbeeld in dat niet — zoals sommigen willen doen geloven — de eilandbewoner van stonde af aan beseft heeft dat met het luiden van de klokken en het doorsijpelen van de berichten over de hoge waterstanden een verschrikkelijk gebeuren dreigde plaats te vinden. Eerlijk wordt in diverse passages door de schrijver verteld dat velen in de veronderstelling leefden dat er brand was uitgebroken of — zo men al van de dijkdoorbraken had vernomen — dat het wel mee zou vallen; bij de inundatie in '44 steeg het water immers ook niet onrustbarend hoog.
 
We willen niet de suggestie wekken dat de schrijver hier de bevolking verwijten maakt (b.v. dat ze niet tijdig een veilig heenkomen heeft gezocht), allerminst; maar het is zeer zeker een nuance in het gehele relaas die wat pijnlijk aandoet en die door anderen vaak vergeten wordt.
 

Aangrijpend

Schreven we dat de auteur van het hoofdstuk „Hoe de slag aankwam" zich beperkt tot sobere beschrijvingen, dit is hem niet in alle opzichten, gelukt. Dit kon ook niet. In sommige plaatsen op Schouwen-Duiveland is het Watersnoodgebeuren zo aangrijpend en tragisch geweest, dat hier een onbewogen verslag niet op zijn plaats zou zijn. Het in Duiveland gelegen Nieuwerkerk behoort tot die plaatsen en de schrijver komt tot de volgende beschrijving: „Na de middag (van zondag 1 februari) werden allen, die nog enig optimisme koesterden, wreed teleurgesteld. Het koude stormachtige weer hield aan en hagelbuien ranselden de grijze watermassa's, die naar heinde en ver zich uitstrekten. De tragedie ging zich in volle omvang aan Nieuwerkerk voltrekken. Omstreeks drie uur kantelden de huizen aan de Molenberg eenvoudig om. Velen verdronken vrijwel onmiddellijk, anderen trachtten zich te redden door zich vast te klampen aan drijfhout, terwijl soms de zoldertjes van de lage kleine huisjes werden tot vlotten, waarop angstig samengekleumde mensen willoos aan storm en water werden prijsgegeven. Mensen die zich aan de rand van het dorp op een nog juist droog blijvende vliering van hun huis ophielden, zagen hoe een meisje op een gedeelte van een zolder voorbij kwam drijven. Een vrouw wierp twee kinderen uit een klein zolderraampje op een deel van een voorbijdrijvende hooiberg en maakte daarna de sprong die leven of dood betekende. Op een tuinbank dreef een moeder met haar twee kinderen. De mensen die nog een betrekkelijke veiligheid hadden, hoorden haar roepen „Ik zal nog moeten verdrinken", maar hulp kon niet worden geboden.

Ieder immers, die niet bijtijds het dorpscentrum had bereikt, verkeerde in
doodsnood. In de buurt van de Provinciale weg werd op een vlot een kind geboren. Het scheen alsof de zee aller leven zou wegnemen. Een meisje dat op een vlot kwam aandrijven, werd, toen het vlot tegen een uitgehold stuk muur bleef haken, binnengetrokken op de bovenverdieping van de woning, die even later zelf werd weggespoeld. Zwemmende wist zij weer eén vlot te bereiken, dat afdreef in de richting van Ouwersluis, waar het tegen de dijk bleef steken. Moeders hielden hun dode kinderen omkneld en vaders voelden hun laatste krachten afnemen tegen het barbaarse watergeweld. De lucht was vervuld van hulpgeroep". De beschouwing van de sociologe M. J. van Doorn-Janssen, „Mens en samenleving in de ontreddering van de ramp", die op het rampverslag volgt, gaat wat dieper in op de psychische gedraging van de bevolking. Ook haar bijdrage brengt aan het licht dat „de bevolking voor het merendeel tot op het laatste ogenblik niet in de mogelijkheid van een overstroming wilde geloven. Zelfs degenen die op de dijken het water van uur tot uur hadden zien stijgen, weigerden innerlijk de dreigende catastrofe te aanvaarden". Ook hier dus eerlijke informatie.

Veel aandacht besteden de samenstellers van „Gekwelde grond" aan het herstel van Schouwen-Duiveland en de verdere gebeurtenissen die verband hielden met de noodsituatie op dit eiland.



Deltaplan

Vanzelfsprekend komt ook het Deltaplan aan de orde. De stormramp in 1953 is de (tragische) stimulans geweest om de plannen tot het aanbrengen van een afdoende beveiliging van Zuid-west-Nederland te bespoedigen. Dat de uitvoering van het Deltaplan een operatie zonder weerga is geworden, achten we bekend. Het feit dat nu — bijna 25 jaar later — nog hard wordt gewerkt aan de verwezenlijking, spreekt in dit verband boekdelen. Overigens moet hierbij wel aangetekend worden, dat naast de erkentelijkheid van de Zeeuwse bevolking voor deze grondige beveiliging van het deltagebied, het toch wel een triest detail is dat eerst in 1976 met de meer omvangrijke dijksverhogingen een aanvang is gemaakt.

Het mag dan ook een wonder heten, dat zich tussen 1953 en nu geen catastrofes hebben voorgedaan. Zo heeft het vorig jaar maar weinig gescheeld, of wederom had vijand Oceanus toegeslagen.

Vergeten?

Wat wij, naast lof voor het evenwichtige geheel, betreuren, is dat in Gekwelde grond een wezenlijk aspect ontbreekt. Want de watersnood kan wel toegeschreven worden aan het samenlopen van buitengewone natuurverschijnselen, maar daarmee is de zaak niet af. Velen hebben dat destijds anders ervaren, namelijk dat God hier klaarblijkelijk gesproken heeft en dat met name Schouwen-Duiveland met duidelijke slagen geslagen werd. Had| niet eertijds het licht Van de Reformatie in Zeeland zo helder gestraald? En heeft de watersnood bezinning gebracht? Dat deze kanttekening in Gekwelde grond ontbreekt, doet afbreuk aan de waarde van het boek.

Ondanks dit gemis is deze heruitgave toch te waardevol om het daarvoor in de boekhandel te laten liggen. „Gekwelde grond" is verkrügbaar bij de boekhandelaren op Schouwen-Duiveland en verder te bestellen bij de Zeeuwse Boekhandel en Uitgeverij te Zierikzee. De herziening was in handen van C. P. Pols, die ook het — zeer uitgebreide — fotomateriaal verzorgde. Het boek telt 344 pagina's en kost ƒ 58,75. 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Schouwen-Duiveland in ramp en herstel

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 1977

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken