Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Uitbreiding opleiding en gebouwen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Uitbreiding opleiding en gebouwen

Goede opkomst Chr. Geref. hogeschool

9 minuten leestijd

APELDOORN — „In de theologie kunnen we niet op andere wijze met het Woord bezig zijn dan in de kerk. In beide is de Heilige Geest die het hart vernieuwt en het verstand verlicht onze onontbeerlijke Leidsman". Zo sprak prof. dr. W. H. Velema in zijn openingstoespraak van de hogeschooldag van de Christelijke Gereformeerde Kerken die zaterdag jl. in de Grote Kerk te Apeldoorn gehouden werd.

De hoogleraar achtte het voor allen die aan de theologische hogeschool van deze kerken verbonden zijn een bemoediging dat er ook dit jaar zovelen weer naar Apeldoorn gekomen waren. „U, die hier aanwezig bent zou ik met een modern woord ons achterland kunnen noemen. Het bewijst dat onze opleiding verworleld is in de kerken". De hoogleraar lichtte de schooldagbezoekers in over de plannen ten aanzien van de uitbreiding van opleiding en schoolgbouw die het curatorium aan de generale synode ter goedkeuring heeft voorgelegd en die in deze weck te Hoogeveen aan de orde zullen komen. In de toekomst moet het mogelijk worden om ook in Apeldoorn doctoraal examen af te leggen, terwijl dan tevens de school de bevoegdheid zal krijgen om de doctorstitel toe te kennen.

„Juist ook in het licht van deze plannen heb ik u 1 Corinthe 2 gelezen en wil ik accentueren dat wij niet slechts vaktechnisch te werk gaan, maar dat wij willen werken onder leiding van de Heilige Geest...." 

Niet schamen

„Ik schaam mij het Evangelie niet", ds. B, Bijleveld uit Bussum had het thema voor zijn toespraak ontleend aan Romeinen 1 vers 16.
 
„Deze woorden willen we op de schooldag onderstrepen, wat zou het groot zijn wanneer deze woorden in onze ziel gegrifd werden. Helaas, velen schamen zich wel om de heilsboodschap door te geven; ze zijn als een lantaarnpaal die in het donker geen licht geeft: een sta in de weg voor de ander.
 
Als onze harten zijn vernieuwd door dé Heilige Geest, die heeft plaats gemaakt voor de Zaligmaker Jezus Christus en zo komt er ook de begeerte om aan anderen de boodschap van het Elvangelie door te geven. God gaf het' maximum van liefde: Hij gaf zijn eigen Zoonooo, mogen wij dan volstaan ir een minimum van wederliefde".
 
Aan de hand van de letters van het woord Evangelie ging ds. Bijleveld een aantal onderwerpen langs die verband hielden met het thema. Zo werkte hij eerst het woord Evangelie uit en citeerde in dat verband Calvijn: Het evangelie wordt derhalve daar het tot alle mensen zonder onderscheid uitgaat met de nodiging om zalig te worden terecht de leer der zaligheid genoemd. Daarin Wordt immers Christus aangeboden wiens eigenlijke werk bestaat in het redden van hetgeen verloren was. Degenen echter die weigeren om door Hem te worden gered zullen Hem als rechter leren kennen.
 
Vrede wordt ons aangeboden. Door Romeinen 1 vers 17 mag Luther die gjeen vrede kende deze vinden. De tekst werd hem tot een deur tot het paradijs. . Met de a van aanvallen tekende ds. Bijleveld de methodiek van het evangelisatiewerk daarbij met instemming „Gered om te redden" citerend „komen de mensen niet naar ons, dan gaan wij naar de mensen".

Over geloof schreef prof. Wisse: Het geloof is het ene en enige grote werk van alle werk doordien het alle werk buiten sluit. Geloven is ook een permissie; ge moet maar ge mocht ook geloven; maar aldus dat weigeren een grote zonde is".

Niet verdraaien

Bij de tweede e van het Evangelie wees de Bussumse predikant op de noodzaak van de exegese: U vindt het heel erg wanneer men uw woorden verdraaid het is nog veel erger wanneer men het Woord van God verdraait, verkeerd uitlegt". Vervolgens stond de spreker nog stil bij de noodzaak van de Liefde voor de ambtelijke dienst en wees hij zijn gehoor up de inhoud en de ernst van de boodschap.

Traditiegetrouw stond ook dit jaar het comité vrouwenactie bibliotheek Theologische hogeschool op het programma. Ditmaal bood mevrouw Den Hertog uit Sliedrecht een bedrag van 75.000 gulden aan de rector (prof. dr. W. H. Velema). Mevrouw Den Hertog vroeg de aanwezigen voor dit bedrag nu niet eens te applaudiseren „laten we liever samen zingen: Waar liefde woont gebied de Heer Zijn zegen...."

Tussen de morgen- en middagbijeenkomst was er voor de aanwezigen de gelegenheid de school aan het Wilhelminapark te bezoeken. De assessor van het curatorium ds. A. Hilbers uit Hoogeveen opende de middagbijeenkomst. Prof, (jr. J. P. Versteeg vertelde daarna iets over één van de aan hem toevertrouwde vakken. Hij doceert de zendingswetenschappen oftewel missiologie en de Nieuw-testamentische vakken als hermeneutiek en exegese en kanoniek. Ditmaal vnlde hij iets vertellen over kanoniek.

Dit vak houdt zich bezig met de verschillende achtergronden van de verschillende Bijbelboeken. ,,In het woord kanoniek ligt voor ons een belijdenis: we zijn bezig met de kanon het gezaghebbend woord van de Heere". De hoogleraar noemde enkele van de vragen die bij een vak als dit aan de orde komen: Door wie is het Bijbelboek geschreven? Wanneer gebeurde dat ongeveer? Voor wie is het geschreven? Welke gevaren bedreigden de gemeente toen? Enz.

Nodig

„Misschien vraagt u zich af is het nu nodig om dergelijke dingen overhoop te halen, kunnen we dan de Bijbel niet eenvoudig nemen zoals hij daar voor ons ligt. Nee, juist uit eerbied voor dat Woord van God om zo goed mogelijk de bedoeling van de Bijbelschrijvers en daarmee van de Heilige Geest de auteur van het Woord zelf te verstaan, onderzoeken we deze problemen. Hoe gemakkelijk leggen we anders niet onze eigen gedachten in het Woord van God. We moeten trachten vanuit de situaties toen de lijnen door te trekken naar het heden", aldus prof. Versteeg.

Hij gaf enkele illustraties van het feit dat na het stellen van deze vragen het Woord meer voor ons gaat spreken. Het evangelie van Markus bijvoorbeeld is geschreven in Rome onder voortdurende bedreiging van het moeten lijden om het geloof. Nergens wordt in de evangeliën breedvoeriger geschreven over het lijden van Jezus als juist in dit evangelie van Markus. At in hoofdstuk 8 vindt men de eerste lijdensaankondiging. De helft van dit boek is aan de laatste periode van het leven van Jezus gewijd.

Als een ander voorbeeld wees Versteeg op het laatste Bijbelboek Openbaring aan Johannes. Ook bij dit boek achtte hij het heel belangrijk om de achtergrondvraag te stellen als we nagaan onder welke omstandigheden het geschreven is kunnen we toch moeilijk hen geloven die er dingen in lezen over vliegtuigen, straaljagers en atoombommen. De achtergrond van dit boek vormt de vervolgingen onder keizer Domitianus die zich als god liet vereren en bij het beest in Openbaring dat zich als god Iaat vereren moeten we dan ook aan deze keizercultus denken.

Niet schamen

Aansluitend op het thema van de morgenbijeenkomst hield drs. W. Steenbergen uit Groningen een toespraak waar hij boven zetten: „Moet de kerk zich niet schamen?" „Is er op een dag als vandaag wel reden om zo'n vraag te stellen" zo vroeg hij zich af. „We zijn hier met zoveel mensen bij elkaar je kunt hier toch zien dat de kerk nog wel wat voorstelt. Toch kunnen we ons door dit te stellen niet aan de klem van de vraag onttrekken. Dat kunnen we trouwens evenmin door hem direct volmondig te beamen zonder er verder over door te praten zoals sommige mensen direct bereid zijn om volmondig te beamen dat ze een groot zondaar zijn zonder dat ze ooit een kwartier van hun zonde hebben wakker gelegen.

We moeten ons inderdaad schamen en dat ten opzichte van slechts één instantie: het Woord, dat Woord waarvan we vanmorgen hebben beleden dat we ons er niet voor schamen. Het is een levend krachtig Woord, maar wie zijn wij tegenover dat Woord. We moeten, als mensen over het geloof hun schouders ophalen, niet al te snel zijn met ons predikaat vijandschap, want het kan best wel eens zijn dat wij twijfel hebben gewekt over de verhouding van ons woord en de werkelijkheid.

In 2 Kronieken 34 lezen we over koning Josia en het herstel van de tempel. Bij die gelegenheid komt de wet onder het stof vandaan. Weliswaar leefden er nog indrukken hier en daar bij de gelovigen in Israël en ook had koning Josia al enkele reformaties tot stand gebracht, maar toen de wet het Woord van God onder het stof vandaan kwam schaamde men zich. Zo gaat dat steeds in de kerk, ais het Woord onder het stof vandaan komt. Denk aan de reformatie van Luther en Calvijn en ook in alle nadere en nieuwere reformaties die God daarna ons heeft geschonken zien we hetzelfde. Ook als vandaag het Woord van God onder het stof vandaan komt als wij ons zelf in het volle licht van dat Woord gaan bezien zullen er ons moeten .schamen. Hoe vaak buigen we het Woord van God niet om zoals het ons ligt. Maar als alles in de kerk gaat volgens onze gewoonten is het dan werkelijk Bijbels, kan onze God zich ook in al onze gangbare opvattingen vinden, zijn we ons bewust hoe nodig telkens weer het gebed is: „Doorgrond mij, O God en zie of bij mij een schadelijke weg is en leidt mij op de eeuwige weg?" Een kerk die dit gebed niet uit de weg gaat moet er wel op rekenen voor grote verrassingen komen te staan", aldus drs. Steenbergen.

De president curator dr. J. Brons sloot de schooldag en gaf in zijn slotwoord uiting aan de dankbaarheid dat er deze dag verbondenheid gevoeld was tussen kerk en school. Hij las enkele gedeelten uit Hebreen 2 en II. Vandaaruit zette hij het schamen nog in een ander perspectief ,,Jezus Christus schaamt zich niet hen zijn broeders te noemen en God schaamt Zich niet hun God genaamd te worden wat een genade voor hen jegens die God daar alle reden toe zal hebben, als we dit beseffen mogen we getroost dit kerkgebouw verlaten", aldus de Veenendaalse predikant.

Aan de schooldag werd medewerking verleend door het Christelijk Gereformeerd zangkoor Soli Deo Gloria uit Hilversum en het Christelijk Gereformeerd kerkkoor uit Amersfoort beide onder leiding van Jaap Zwart. De samenzang werd geleid door de heer G. Ploeg uit Apeldoorn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 5 september 1977

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

Uitbreiding opleiding en gebouwen

Bekijk de hele uitgave van maandag 5 september 1977

Reformatorisch Dagblad | 8 Pagina's

PDF Bekijken