Bekijk het origineel

Nederlandse honing van goede kwaliteit

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Nederlandse honing van goede kwaliteit

6 minuten leestijd

De meeste imkers werkten toentertijd al in kasten en niet meer in korven".

Klavervelden

„In die jaren werd de Wieringermeer drooggelegd. Daar waren — voor onze begrippen — enorme klavervelden. Met wel meer dan 100 volken gingen ze daar vanuit Apeldoorn naar toe. In die tijd was het dat iemand zei: „Mensen, we moeten straks, als ook de polders tegen Gelderland droog komen, een bij hebben die zwermtraag is zodat we niet meer alle dagen op pad moeten > om ze te gaan verzorgen."

„In 1937 hebben we toen een Amerikaanse goudbij geïmporteerd van zeven maanden oud. Veertig van die beesten zijn in twee groepen uit de zuidelijke staten van Amerika overgekomen. Maar het viel niet mee om die in onze eigen volken te krijgen. Uiteindelijk is het gelukt om twintig van de veertig in de volken in te voeren, zodat ze nuttig werk konden gaan verrichten.

Zelf hadden we toentertijd gewoon Europese zwarte bijen. De Amerikaanse goudbijen gedoogden de zwarte bijen net zo lang tot ze die zwarte bijen niet meer nodig hadden en zelf him broed warm konden houden. Op een morgen waren alle zwarte bijen doodgestoken en wij hadden een kolonie Amerikaanse bijen.

Maar we hadden wel Amerikaanse bijen en kasten die we aan konden passen, maar we hadden geen Amerikaans weer. Daarom konden alleen de meest geroutineerde imkers volken opkweken van Amerikaanse goudbijen".

Begrip

Heidehonlng is volgens de heer Noordermeer een begrip. „Maar", zo zegt hij, „het wordt steeds moeilijker om het te krijgen. De heidevelden worden steeds kleiner. De beste grond is veranderd in landbouwgrond of er is bos op geplant".

B^en bereiden honing uit bepaalde uit planten afkomstige stoffen. Deze verzamelen ze in raten. De nectar wordt door de b^en In een speciale krop (honlngrblaas of -maag) opgenomen en in de kast weer grotendeels in de cellen van de raten uitgebraakt. Door de werking van enzymen, zowel van de planten als vaJi de b^en zelf afkomstig, en door het onttrekken van water gaat de nectar over In honing.

Honingbijen vormen staten of volken. Een normaal bijenvolk bestaat uit één koningin, enkele tienduizenden werkbijen of werksters en enkele honderden darren.

Larven van werkbijen komen na drie dagen uit het door de koningin in een lege werkstercel afgezette ei en worden daarna gevoed door jonge werkbijen. Na zes dagen zijn ze volgroeid. Oudere 'werkbijen sluiten nu de cel af met een wasdekseltje. De larve verpopt zich en bijt na twaalf dagen het wasdeksel stuk. De volwassen jonge bij heeft de eerste tien dagen als voornaamste taak het voeden van larven en van de koningin. Jonge larven worden gevoed met een speciaal voedingssap dat door een grote in de kop gelegen klier wordt afgescheiden; oudere worden ook met honing en stuifmeel gevoed.

Wasklieren

Daarna komen haar wasklieren aan de buikzijde vari het achterlijf tot volle ontwikkeling. Haar taak wordt dan het bouwen van raten en het in ontvangst nemen van de door oudere bijen verzamelde nectar en stuifmeel. Na weer tien dagen wordt ze vlieg- of haalbij. Zij vliegt uit om nectar, stuifmeel en water te halen. Deze werkverdeling is echter niet zo strikt; ze is afhankelijk van de behoefte van het volk. De nectar, die de bij met haar tong uit bloemen haalt, wordt tijdelijk bewaard in de in het achterlijf gelegen honingmaag. Het stuifmeel wordt geborgen in zich op de achterpoten bevindende „korfjes": door haren gevormde holten. In de zomer duurt het leven als vliegbij 3 a 4 weken, zodat de totale levensduur op ongeveer 7 weken komt. Overwinterende bijen kunnen ongeveer zeven maanden oud worden.

Darren komen alleen in de zomermaanden voor. Zij verschijnen kort na de zwermtijd. Hun enige taak is het bevruchten van de koningin. Na de zwermtijd verdwijnen ze.

-Wanneer een honingbij een rijke voedselbron gevonden heeft gaat ze terug naar de kast en voert dan bepaalde Honingby bewegingsfïguren mt, zogenaamde honingdansen. Op deze manier deelt ze de afstand en de richting van de voedselbron bijvoorbeeld in de richting van de zon, dan wordt dit aangegeven door het rechte stuk in de kast recht naar boven te doorlopen. De dansende bij wordt gevolgd door andere, die kort daarna uitvliegen en in de juiste richting en op de juiste afstand de voedselbron vinden. Dit wordt nog makkelijker gemaakt door de geur van de bloem, die tussen de haren van de dansende bij blijft hangen en die door de andere bijen wordt waargenomen.

Drachtbronnen

Imkers die bijen houden uit liefhebberij, maar ook zoveel mogelijk honing willen winnen, reizen met hun volken naar verschillende rijke drachtbronnen, zoals fï-uitbomen (appel en kers), koolzaad, witte klaver, linde en struikheide. De vliegbijen van de verplaatste volken oriënteren zich steeds op hun nieuwe standplaats. Bij een goede dracht, goed weer en een goed volk kan op deze manier 30 tot 36 kilo honing per jaar uit elke kast worden gehaald. Nederlandse bijenhoning (fruithoning, koolzaadhoning, heidehoning) is van uitstekende kwaliteit.

Er zijn ook imkers die him volk thuis houden. Deze maken over het algemeen veel propaganda voor het aanplanten van die gewassen, waarvan de bloemen voor de bijen betekenis hebben als nectar- en/of stuifmeelleverancier.

De waarde van de verschillende planten loopt sterk uiteen. De grond, de standplaats, de leeftijd en de eventuele snoei spelen daarbij een grote rol.

Gewassen die van groot belang zijn voor bijen zijn onder meer de esdoom, de rode paardekastanje, struikheide, klimop en linde. Ook bol- en knolgewassen worden graag door bijen bezocht. Daarnaast zijn wilde planten erg in trek bij honingbijen. Ze geven de voorkeur aan klein hoefblad, paardebloemen, distels en bramen.

Korven

Vroeger hield men bijen In korven, die gevlochten werden van stro of buntgras. Als vlechtband werd eerst gespleten braamstengel of wilgebast gebruikt, later gespleten rotan. Een ander type bijenkorf, de zogenaamde bisschopsmuts werd gevlochten van wilgeteen. De mand werd aan de buitenkant gesmeerd met leem en koemest. Daar overheen kwam een muts van buntgras. In de bijenkorf werden de raten door de bijen vastgebouwd. De imker bracht houten spijlen aan om de raten te ondersteunen. Om de honing te oogsten moesten de raten worden uitgebroken en moesten de bijen verwijderd worden.

Aan het einde van de negentiende eeuw ontdekte men echter dat bijen in houten raampjes gebouwde raten, die overal 4 tot 8 mm van de wand van de bijenwoning blijven, niet vastbouwen. Zo ontstonden de houden bijenkasten met ramen. Bijenkast

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 september 1977

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Nederlandse honing van goede kwaliteit

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 september 1977

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken