Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

eschikking Palestijnen oor Genscher bepleit

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

eschikking Palestijnen oor Genscher bepleit

EEG verdeeld over M-Oosten

4 minuten leestijd

NEW YORK De negen landen van de Europese Gemeenschap hebben uiteenlopende opvattingen over het Midden-Oostenconflict, vooral over de rechten van de Palestijnen en hun rol in vredesonderhandelingen.

Dit bleek donderdag in de algemene vergadering van de Verenigde Naties, toen de Westduitse minister van Buitenlandse Zaken, Hans-Dietrich Genscher, zich uitsprak voor het recht op zelfbeschikking van de Palestijnen. Hij was de eerste minister van de negen die dit deed en daarmee verder ging dan zijn collega's die zich, met uitzondering van de Franse en Italiaanse ministers, over het algemeen hielden aan wat is overeengekomen in de Europese politieke samenwerking (EPS).

Volgens de EPS-formule, die door de Belgische minister Henri Simonet, als voorzitter van de EEG-ministerraad naar voren werd gebracht, heeft het Palestijnse volk „het legitieme recht om op een effectieve wijze uitdrukking te geven aan zijn nationale identiteit. Hierbij zou rekening moeten worden gehouden met de behoefte aan een eigen land".

Identiteit

,,Deze rechten omvatten", aldus Genscher, ,,naar de opvatting van de Duitse bondsrepublielc het recht van het Palestijnse volk op zelfbeschikking en om op effectieve wijze uitdrukking te geven aan zijnatonale identiteit". Zijn Italiaanse collega Arnaldo Forlani sprak over,,nationale rechten (...) van het Palestijnse volk waaraan een vaderland niet kan worden ontzegd" en zijn legitieme recht zijn nationale identiteit tot uitdrukking te brengen, ,,ook door de vorming van een staatsentiteit".

Subtiel

De Franse minister van Buitenlandse Zaken Louis de Guiringaud drukte zich uiterst subtiel uit. Zonder het woord „zelfbeschikkingsrecht" te gebruiken merkte hij op dat ,,het tijd wordt dat het Palestijnse volk de mogelijkheid wordt geboden te leven in een systeem en onder omstandigheden, die het zelfheeft gekozen".

Zonder te spreken over „Juda en Samaria" - de Bijbelse termen waarmee de Israëlische premier Menahem Begin de westelijke Jordaanoever aanduidt - verklaarde hij dat „de weigering een volk dat is gevlucht of onder bezetting leeft het recht op een vaderland te erkennen waar het volledig zijn nationale identiteit tot uitdrukking kan brengen, zou betekenen dat men voorbijgaat aan het feit dat niets blijvends kan worden gebouwd op irredentisme, dat alle pogingen om tot een regeling te komen tot mislukking zijn gedoemd".

Definitief

Met een mogelijke verwijzing naar pogingen om ,,242" te wijzigen voegde de Guiringaud aan zijn pleidooi voor zelfbeschikking zonder dit woord te noemen toe dat „het tijd wordt dat deze mogelijkheid wordt vervat in de uitgangspunten voor een definitieve oplossing".

Eerder verklaarde de Guiringaud op een persconferentie dat de resultaten van het huidige overleg moeten worden afgewacht voordat men kan gaan denken aan het veranderen van „242", de veiligheidsraadsresolutie van tien jaar geleden waarin het Palestijnse probleem wordt afgedaan als „een rechtvaardige oplossing van het vluchtelingenprobleem".

Afwijkend

Niet alleen de Guiringaud, maar ook Genscher week af van hetgeen de negen hebben gezegd over Palestijnse deelneming aan de Geneefse onderhandelingen. Minister Simonet had namens de negen gezegd dat vertegenwoordigers van alle partijen, ook die van het Palestijnse volk, „op een passende wijze die in overleg tussen alle partijen moet worden vastgesteld" dienen deel te nemen aan de onderhandelingen over een vredesregeling" (d.w.z. dat Israël een stem heeft over de vorm van de Palestijnse deelneming).

Genscher verklaarde dat „de Palestijnen moeten deelnemen aan de onderhandelingen", zonder hier iets aan toe te voegen. De Guiringaud noemde - als enige minister van de EG - de PLO in verband met de Geneefse onderhandelingen: ,,de aanwezigheid van de Palestijnse bevrijdingsorganisatie in dfeze vergaderruimte legt extra nadruk op de mate waarin dit van vitaal belang zijnde aspect van het conflict (erkenning van het Palestijnse recht op een vaderland) thans wordt erkend, evenals onze overtuiging dat het van het grootste belang is dat de Palestijnen worden betrokken bij onderhandelingen waar over hun lot wordt beslist".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 september 1977

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

eschikking Palestijnen oor Genscher bepleit

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 september 1977

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken