Bekijk het origineel

Ethische kanttekeningen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Ethische kanttekeningen

Het recenseren van 'n boek

9 minuten leestijd

Er verschijnen meer recensies dan er boeken geschreven worden. Niet dat elk boek gerecenseerd wordt; er zijn schryvers die jaren tevergeefs wachten op een recensie. Het aantal besprekingen per boek is gemiddeld — naar voorzichtige schaïting — zeker vijf. Daarom overtreft het aantal recensies dat van boeken.

Wat is de bedoeling van een recensie? Een *'^***** boek te kraken of het in de hoogte te steken? Het boek een. goede verkoop te bezorgen of wel uit een bepaalde kring weg te houden? Misschien zijn er mensen die dergelijke gedachten onmiddellijk aan de taak van het resenseren verbinden. Naar mijn oordeel moet men zeggen: recenseren moet In de allereerste plaats recht doen aan het boek. Een recensie moet iets vertellen van het boek. Wat bedoelt de schrijver met dit boek? Waarom heeft hij het geschreven? Wat wil hij ermee? Is hij in die opzet geslaagd? Heeft hij zijn doel bereikt? Het antwoord op deze vragen veronderstelt dat men met het boek in gesprek is. Het maakt uiteraard no^al wat verschil welk soort boek men op tafel heeft liggen. Een roman is wat anders dan een boek met meditaties. Een theologische verhemdeling is weer heel wat anders dan een verhaal over de geschiedenis van eigen land.

Informatie
Een recensent heeft, over welk boek het ook gaat, in de eerste plaats de taak aan zijn lezers informatie te verschaffen. Zakelijk, duidelijk, markant en fair. Geen recensie kan men goed noemen, welke geen zakelijke informatie over het boek bevat. Dat betekent niet dat het hele verhaal in eigen woorden moet worden naverteld. Het wil niet zeggen dat er een half of heel excerpt van het boek gemaakt moet worden. Het betekent wel, dat men het boek moet karakteriseren, de inhoud moet samenvatten. Soms kan het nodig zijn de hoofdstukken te noemen. Dan weer is het voldoende samenvattend de inhoud te kenschetsen. Daarnaast komen dan de beoordelingsnormen. Men noemt ze ook wel kriteria. Ze zijn te onderscheiden in formele en materiële kriterla. Hoe is, als het om een roman gaat, de opbouw van het boek? Is het psychologisch aanvaardbaar? Hoe is het taalgebruik? Hoe is de ontknoping? Hoe staat het met de levensechtheid van het boek? Bij een andersoortig boek nemen formele kriterla ooi; een belangrijke plaats in. Een boek kan zo slecht van opbouw zijn, dat men het daarom moeilijk in de handen van veel lezers kan wensen. Er kan zoveel bijgehaald zijn, wat voor de eigenlijke boodschap van het boek niet ter zake is, dat men het langdradig moet noemen. Wanneer dit het geval is, is het een zaak van eerlijkheid dat men dat ook vermeldt.

Boodschap
Daarnaast krijgen we te maken met het standpunt van de schrijver, zijn levensbeschouwelijk uitgangspunt. Met de boodschap die hij eigenlijk wil brengen. Met dat wat hij aan zijn lezers te zeggen heeft. Ook dat moet in de beoordeling betrokken worden. De recensent kan er niet om heen zich daarover uit te spreken. Een roman die knap gecomponeerd is en een geweldige psychologische uitbeeldingskracht vertoont, maar zedelijk volstrekt onaanvaardbaar is, kan men naar mijn gedachten niet aanbevelen. Moet'men het dan altijd met de schrijver eens zijn om positief over een boek te oordelen? Dat hoeft niet het geval te zijn. Een produkt van een totaal andere wereldbeschouwing, welke als zodanig in het boek aan de lezers gebracht wordt, zal men toch wel moeten herkennen als van niet-christelijke ftCWSR» misschien zelfs als volstrekt in strijd met het christelijk geloof. Ik pleit er dus voor dat wereldbeschouwing en ethiek een plaats innevien bij het recenseren. De ethiek betreft niet alleen het woordgebruik, maar ook het schetsen van situaties, de onthulling van het leven in al ziJn rauwheid en ruigheid. Er zijn auteurs die menen dat alles open en bloot moet. Te denken valt aan het woord van Paulus dat de liefde tal van dingen bedekt. Dat kan in een roman ook gebeuren door aan te duiden, zonder dat alles eraf gaat. Intussen moet wel onderscheiden worden tussen het beschrijven van immoraliteit en het goedkeuren ervan. Alle beschrijving betekent niet dat de auteur zelf met het beschrevene instemt. Dat zal uit de boodschap van het boek ook duidelijk worden. Verder mag ook gevraagd worden: hoe worden de diifgen beschreven, met name de negatieve kanten van het leven: met verheuging, zodat de auteur zich verkneutert in de moeite, de modder en de verloedering? Zó dat hij ook zijn lezers daaraan plezier wil laten beleven? Of met deernis en erbarming? Moet een boek altijd uitgesproken christelijk zijn om het te Inmnen aanbevelen? Men denke aan wat Paulus in Fillppenzen 4 : 8 schrijft: „Voorts broeders, al wat waarachtig is, en al wat eerlijk is, al wat rechtvaardig is, al wat rein is, al wat lieflijk is, al wat wel luidt, zo er enige deugd is, en zo er enige lof is, bedenkt dat". Welnu, dat lijkt mij een bijbelse regel, Ook daar waar de naam van Ood~ met opzet ontbreekt, kan men toch aantreffen wat Faulus hier !^%. Dat moet ook voor een recensent eea bruikbaar criterium zijn.

Afwezen
Wanneer men een boek afwijst, zal daarvoor een reden moeten worden opgegeven. Bezwaren moeten toegelicht, een negatieve bespreking nioet verantwoord worden. Daarop heeft de auteur recht. Dat is een kwestie van de fairheid dis van een recensent gevraagd mag worden. Bet kan zelfs gebeuren dat hij kritiek op zijn kritiek moet beantwoorden. Wie kritiek geleverd heeft, en daarop kritiek krijgt, mag zich aan nadere toelichting, eventueel discussie, niet onttrekken.

Aanbevelen
Moet een recensent een boek aanbevelen? Is het niet, zoals onze tijd dat noemt betuttelend, om een boek aan te bevelen of (eventueel ten sterkste) af te wijzen? Veel hangt ervan af voor welk publiek men zijn recensie schrijft. Wie onder vakgenoten recenseert, mag aannemen dat zij uit wat hij aan informatie en kritiek geeft, zelf de conclusie kunnen trekken met betrekking tot het al of niet aanvaardbare; ook met betrekking tot de wenselijkheid van het aanschaffen van het boek. Het laat zich echter ook denken dat men in een blad recenseert waarvan de lezers juist op het oordeel van de recensent, afgaan. Zij willen in de veelheid van wat verschijnt graag wat leiding ontvangen. In zo'n geval lijkt het nüj goed, zelfs geboden om een zekere aanbeveling te doen. Dat heeft niets te maken met een bevoogding, zoals men . die in rooms-katholieke kringen vroeger aantrof. Het ,4mprimatur" betekende dat de geestelijkheid van oordeel was dat het boek gelezen kon worden. Daarin lag ook de gedachte opgesloten: het boek kan geen kwaad. De recensent heeft een voorlichtende taak. De uitvoering daarvan kan meebrengen dat hij een boek duidelijk aanprijst of afwijst. Wel biyf ik het noodzakelijk vinden dat de grond voor een dergelijk positief of negatief oordeel wordt aangegeven. Het kan ook gebeiiren dat mensen zo door de tijdgeest verblind zijn, dat men alleen al daarom op het gevaarlijke, zelfs verleidelijke van het boek moet wijzen. Er kan een modezucht zijn, die als een rage werkt. In zulke situaties is het afraden om een boek te kopen, een zaak van moed. Die moed is geboden

Verzoekingen
Misschien mag ik ook op enkele verzoekingen wijzen waaraan een recensent bloot staat. Daar is allereerst de verzoeking van luiheid en gemakzucht. De recensent neemt niet de moeite het boek goed te lezen. Hij gaat af op het korte overzicht van de inhoud, die de uitgever op de flap meegeeft. Hij 'Iet op de naam of faam van de schrijver, eventueel ook die van de uitgever. Vervolgens omvang en prijs. Dan heeft bij zijn verhaal in concept al klaar. De grote haast, de lapgé rij van te bespreken boeken, de beperkte plaatsruimte maken deze verzoeking extra zwaar. Als men echt tijd noch ruimte heeft om te bespreken, volsta men met een aankondiging. Dat is tegenover de auteur eerlijk. Men wekt dan niet de indruk een recensie te geven, dis deze naam niet mag dragen. Een andere verzoeking is de vrees en daarom het rekening houden met de achterban: valt het boek goed bij de mensen voor wie de recensie geschreven wordt? Een dergelijke angst leidt tot onoprechtheid. Men moet voor zijn eigen mening, ook voor zijn eigen oordeel duiden tiitkomen. Mocht men van oordeel zijn dat het boek niet goed valt,dan is er des temeer reden met zorg en argumenten zijn recensie op te zetten. Beter geen bespreking van een bepaalde hand dan een bespreking die eigen overtuiging niet weergeeft.

Kritiek
Moet een auteur zich veel aantrekken van een bespreking? De auteur die voor het eerst een boek geschreven heeft, kan zich door een negatieve bespreking gebroken voelen en door een waarderende bespreking aangemoedigd weten. In geen geval mag een auteur denken dat hij boven alle kritiek verheven is. Hy mag dus niet onverschillig zijn voor de uitgebrachte kritiek. Anderzijds is het oordeet vap de criticus ook niet het laatste woord. W'anneer een auteur zich geen recht gedaan weet door de recensent, vermindert voor hem de betekenis van de recensie. Hij moet zich dan wel afvragen: ligt het aan mij, of ligt het aan .de'recensent? In elk geval dient elke auteur met de kritiek rekening te houden. Hij moet er als in een spiegel in willen zien. Hij moet willen leren. De re- .censent heeft tot taak de auteur te helpen. Hij verricht die taak. De recensent moet ook de lezers 'Willen helpen. Het verrassende is dat die beide gevallen elkaar niet uitsluiten. Hulp aan de lezers zal ook hiilp aan de recensent zijn; en omgekeerd. Men kan een goede recensie daaraan herkennen dat deze beide niet tegrenover elkaar staan, maar - elkaar aanvullen.

Perspectief
Wie publiceert, levert zich uit. De vraag is wel: aan welke handen? De recensent moet zich van zijn verantwoordelijkheid bewust zijn. Dat betekent dat zijn handen eigenlijk eerst in Gods handen gelegen moeten hebben voor hij aan zijn recensie begint. Met recenseren dient men de lezers en de auteur, ook de Heere God. Zonder dit laatste perspectief wordt recenseren een aardig spel, een stukje tijdverdrijf, een manier om wat te verdienen, maar meer niet. De auteur van een boek en de recensent ervan moeten in hun werk het Koninkrijk van God als horizon hebben. Met minder kan men vanuit de christelijke ethiek niet toe, als het over recenseren gaat.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 26 oktober 1977

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

Ethische kanttekeningen

Bekijk de hele uitgave van woensdag 26 oktober 1977

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken