Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Onderwijs heeft recht op voorrang

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Onderwijs heeft recht op voorrang

Van Kemenade patriarchiale werkgever

3 minuten leestijd

AMSTERDAM — Minister Van Kemenade van Onderwijs en wetenschappen is een patriarchiale werkgever die zich verschuilt achter procedures. De komende periode lijkt hij op rozen te zitten. Als welke minister dan ook op deze wijze doorgaat, zal de NFO beslist voor doornen zorgen. Dit heeft Jan Huisman als voorzitter van de Nederlandse Federatie van Onderwijsvakorga* nisaties (NFO), donderdag In Amsterdam gezegd.

Het was voor het eerst in de geschiedenis dat de NFO-voorzitter op een sectie van een van de aangesloten organisaties sprak. Huisman deed het bij de sectie Algemeen Vormend Onderwijs van de Algemene Bond van Onderwijzend Personeel (ABOP). Hij constateerde dat de NFO nu vier jaar bestaat en geworden is tot de invloedrijkste onderwijsbundeling in Nederland. .

Analyse

In een analyse van het gevoerde beleid, sprekend over de situatie in het voortgezet onderwijs, merkte hij op, dat er een algemene overeenstemming is' over een vernieuwing van het kleuter- en lager onderwijs die nu maar eens uitgevoerd moet worden. De aandacht wordt nu wat verlegd in de richting van het voortgezet onderwijs.

Ook ging hij in op de verhoudingen tussen de NFO en het Nederlands Genootschap van Leraren (NGL). De NFO heeft meer dan twee keer zoveel leraren en leraressen in het voortgezet onderwijs onder haar leden als het NGL. Het is volgens de heer Huisman van levensbelang voor het NGL categorale organisatie af te zetten tegen de NFO.

Hij ging ook in op de suggestie van het NGL dat de NFO niet onafhankelijk meer tegenover minister en departement zou staan, o.m. door benoeming van geestverwanten. De NFO-voorzitter voegde er aan toe, dat het leuk is dat er mensen ,,uit onze rijen" op het departement terecht komen. „Het is daarom leuk, omdat het vroeger wel anders is geweest".

Op het moment, dat bestuurders van onderwijsvakorganisaties „onze rijen" hebben verlaten zijn de banden doorgesneden. De betreffende personen zullen de eersten zijn om dat te bevestigen, aldus de heer Huisman „Wij hebben een onafhankelijke opstelling die volstrekt niet beïnvloed wordt door welke ambtenaar of minister dan ook."

Slechte relatie

De NFO-voorzitter wees nog op de slechte relatie van de organisatie met bijvoorbeeld de Dienst arbeidsvoorwaarden van het ministerie. Die is slechter dan ooit te voren en dat heeft te maken met de structuur van het overleg en met de wijze van overleg voeren die onvermijdelijk moeten leiden tot slechte relaties met de minister. „Het regentesk optreden in het georganiseerd overleg namens de minister moet onvermijdelijk leiden tot een confrontatie met diezelfde minister", aldus de heer Huisman.

Sprekend over de geschilpunten tussen NFO en NGL maakte de heer
Huisman duidelijk, dat het NFO-beleid uitgaat van redelijkheid bij het
beoordelen van voorstellen, maar ook van onverzettelijkheid bij onrechtvaardigheden. Het NGL speelt daarbij geen andere rol dan als mogelijke bondgenoot. Het is de enige aanvaardbare weg voor redelijke en verantwoordelijke mensen, meende de heer Huisman. Ook aan goede onderwijskundige ontwikkelingen en het ontbreken van voldoende mankracht ervoor besteedde de heer Huisman aandacht. Hierbij merkte hij o.m. op, dat er al jaren taken liggen die nu ook eens gedaan kunnen worden. De paniek over dreigende werkloosheid heeft de NFO niet begrepen. Nu is de gelegenheid er om eindelijk eens aanvaardbare onderwijsomstandigheden te scheppen.
Daar mag niet overheen worden gestapt zonder enig ander argument dan
het budgettaire. Gezien het belang van het onderwijs voor de totale samenleving heeft het recht op voorrang, aldus de heer Huisman.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 november 1977

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

Onderwijs heeft recht op voorrang

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 november 1977

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken