Bekijk het origineel

Rechtbank nam eis van officier niet over

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Rechtbank nam eis van officier niet over

Menten niet tot levenslang veroordeeld

4 minuten leestijd

AMSTERDAM — De Amsterdamse rechtbank, die gisteren uitspraak deed in de zaak-Menten, acht het niet uitgesloten dat de verdachte uit Blaricum ook schuldig is aan de massa-executie In Urycz eind augustus 1941. „Maar er is onvoldoende bewijs", aldus de rechtbank. Dat Menten wel betrokken was bij de executies in Podhorice, werd bewezen geacht en dat leidde tot de uitspraak van 15 jaar celstraf met aftrek van het voorarrest.

De officier van Justitie mr. A. F. J. C. Habermehl had op 7 november levenslang tegen Menten geëist. Hij achtte het medeplegen van beide massaexecuties bewezen.

De advocaat mr. L. van Heijningen die nog overleg met Menten moet plegen dacht wel dat hij van het vonnis in cassatie zal gaan bij de Hoge raad.

Urycz
Wat de massa-executie in Urycz betreft zei de rechtbank dat de getuigen Menten te weinig hebben gezien in die jaren om hem met onomstotelijke zékerheid te kunnen herkennen. Ook was de executie in Podhorodce begin juli hen bekend en hadden zij^ehoord dat Menten daarbij betrokken was geweest. Dit acht de rechtbank althans „zeer aannemelijk".

Twee uur
President mr. J. A. Schroeder had er bijna twee uur voor nodig om het 58 pagina's tellende vonnis voor' te lezen. Hij somde dertig bewijzen voor Menten's aandeel in de executies te Podhorodce op. „Die bewijzen bestaan uit verklaringen van Menten ter zitting afgelegd, van getuigen en deskundigen, verslagen van deskundigen, andere schriftelijke stukken ,,en eigen waarneming ter rechtszitting",

Menten was in de zomer van 1941 in dienst van de Einsatzgruppe zur besonderen verwendung van dr. Eberhart Schongarth, toen Befehlshaber van Sipo en SP, gestationeerd in Lemberg. Podhorodce viel in diens ressort. In de eerste dagen van de Duitse bezetting werd in vele steden en dorpen een Oekraïense militie gevormd, die vaak fungeerde als een soort hulppolitie. Zij deden vaak mee met razzia's tegen joden. De Einsatzkommando's hadden onder meer tot taak joden en andere het Duitse regime onwelgevallige personen te doden.

Brief

In een Duits dossier over de zaak Menten, lopend van augustus 1942 tot maart 1945, zit een brief van het Reichs sicherheitshauptambt waarin staat dat Menten van 1 juli tot begin september 1941 als tolk bij Schongarth werkte. Hij droeg een uniform zonder enig kenteken. De rechtbank maakt uit andere verklaringen op dat Menten in die functie vrij was om te gaan en te staan waar hij wilde.

„Onschuld"

Mentens herhaalde ontkenningen en „plotseling en soms meermalen veranderende en wisselende standpunten (nationaliteit, uniform, afstamming) dragen bij tot de overtuiging van de rechtbank dat aan zijn volgehouden betuigingen van onschuld geen waarde is te hechten.

„Omdat hij stellig heeft verwacht dat hij zou worden vrijgesproken", zo zei mr. Schroeder, voor hij het vonnis begon voor te lezen, „deel ik u mee dat u voor een gedeelte wordt vrijgesproken, en wel de massaexecutie in Urycz. Maar voor die van Podhorodce wordt u veroordeeld". Menten maakte van de aangeboden gelegenheid het vonnis niet aan te horen geen gebruik. Hij zei: ,,Ik blijf". HU gaf als slotcommentaar: „U wordt bedankt, dat u van de gelegenheid gebruik heeft gemaakt dat ik geen mogelijkheid tot hoger beroep heb". (In afwijking van het gewone strafrecht, waarbij van het rechtbankvonnis in beroep kan worden gegaan bij het gerechtshof, kent de buitengewone rechtspleging alleen cassatie).

Meta Menten, de echtgenote van verdachte, heeft het vonnis niet aangehoord.

Minachting

De rechtbank overwoog dat Menten uit proces en stukken naar voren is gekomen als „een man, voor wie geld en goed in zijn leven een alles overheersende rol hebben gespeeld en voor wie daarom het herkrijgen van een zo omvangrijk mogelijk onderdeel van zijn vermogen, als zijn bezittingen in Sopot — kort voor de oorlog geschat op ruim één miljoen Zwitserse franken van zeer groot belang moet zijn geweest".

Hieraan kan worden toegevoegd, aldus de rechtbank, dat hij ook op uiterst cynische wijze heeft blijk gegeven van geringschatting van, zo niet minachting voor zijn medemensen, voor zover hij meent dat deze zijn minderen zijn. ,,Het soort mensen dat in die dorpen woonden, dat waren en zijn nog steeds debiele en seniele figuren", zo zei verdachte onder meer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 1977

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

Rechtbank nam eis van officier niet over

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 1977

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken