Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

advertenties worden G-E-S-P-E-L-D!

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

advertenties worden G-E-S-P-E-L-D!

4 minuten leestijd

76 De beide mannen zetten zich neer op de boomstam en Sander Baars begon het gesprek.

Het werd een lang en een goed gesprek en het was Marien, die tenslotte zei: „Als je het goedvindt Sander en je vrouw vindt het goed. dan kom ik graag thuis nog eens een keer bij je praten. Je hebt me goed gedaan, vanmiddag. Ik zal dat nooit vergeten". „Je mag komen wanneer je maar Wilt" zei Sander gul. ..Je bent me vanjmiddajp nader gekomen dan ooit tevoren, Marien. Wij hebben verschillende punten waar we krek eender over denken en we willen allebei buigen voor ' Gods Woord". Ze stonden beiden op • en liepen langzaam naar het dorp terug. Marien bracht Sander tot huis toe weg. Ze gaven elkaar een .! hand. Dat zag juist inoeder Sanne, ' die om de hoek keek waar haar man • toch zo lang bleef. I „Wel" zei Sanne, „was dat de l'^ude Marien Hoogenboom niet? Jullie schijnen dikke vrienden te • zijn, naar ik begrepen heb". „Wij zijn geen dikke vrienden, Sanne" zei Sander vermanend. '„Wij zijn ' broeders".

„Die kleindochter, die Liesje, vrouw Klein, waar woont dat meisje hier precies?" vroeg Kees Schipper, terwijl hij een flinke hap van zijn boterham nam.

„Tuit nog een koffie voor me in" : verzocht hij toen. Hij dronk ook zijn tweede kop koffie en reed snel weg. Kees Schipper wist. dat hij nu doorslaggevende bewijzen aan kon voeren tegen Klaas Hoogenboom.

Vrouw Klein keek zichtbaar verrast . naar Kees. „Mijn dochter woont vlak bij de kerk. Kees. Dus Liesje woont daar ook".

„Juist" zei Kees en hij probeerde zoveel mogelijk een effen gezicht te" trekken. Vrouw Klein probeerde Kees een handje te helpen. „O, ja, dat is waar ook. De vorige keer toen jij hier was Itwam Liesje juist een dag bij mij werken en toen je weg was vroeg ze me of ik wist of jij verkering had. Ik heb gezegd dat je daar nog nooit oveK had gesproken en dat het van een oude vrouw ook wel heel nieuwsgierig zou zijn, om daar naar te vragen". Er kroop een dieprode blos naar de wangen van Kees Schipper. Hij nam een slok koffie en zei wat schorrig. „Nu ik ben er niet mee behept hoor, vrouw Klein. Ik heb nog nooit verkering gehad. Je kunt dat met permissie tegen Liesje zeggen, als ze dat zo graag weten wil". Vrouw Klein glimlachte. „Als ze er soms weer naar vraagt, zal ik haar dat zeggen" zei ze. „En vertel me nu eens, hoe gaat het met onze vriend Sander?" „Sander gaat goed vooruit" zei Kees. „Ik denk, dat hij de volgende maand zijn werk weer kan gaan doen. Zo nu en dan rijd ik nog eens voor hem, maar zo geleidelijk aan gaat Sander het zelf weer doen". „Je hebt hem anders goed door de narigheid heen geholpen, want het was toch wel een opgaaf! Een tuinder, die kaasboer wordt" vond vrouw Klein.

„Nu, het was inderdaad niet eenvoudig" vond Kees. „Maar, het is naar de mens gesproken aardig gelukt en de zaak van Sander staat nog hecht op de benen en daar ging het maar om": Vrouw Klein keek met bewondering naar de forse Beyerlandse tuinder.

„Ik moet je zeggen, Kees Schipper, dat ik groot respect voor je heb" zei ze. „Je hebt Sander ^om niet geholpen en ik geloof niet, dat er veel jongens van jouw leeftijd'te vinden zijn, die dat zouden doen". Kees haalde zijn schouders op. „Je moet één ding niet vergeten, vrouw Klein, dat mijn vader mij die dagen vrijaf gaf en zelf extra hard moest werken in de tuin. Hij had het er graag voor over en ik heb er zelf ook helemaal geen spijt van, dat ik dit gedaan heb. Van hard werken krijgt een mens heus niks".

Voor Kees van de Korendijk vertrok, reed hij even langs de kerk en monsterde de huisjes die daar stonden. Vlak bij de kerk ging plots een deur open en een zwart meisjeskopje boog zich over de onderdeur. Het was Liesje Kramer! Kees hield zijn paard in en sprong van de bok. Liesje Kramer staarde verbluft naar Kees Schipper, „Ha die Kees" hervond 'ze haar spraak. „Kijk eens aan, Liesje. Ik kom net van je opoe vandaan en ik had gevraagd waar je woonde. Vlak bij de kerk, zei opoe. Dat klopt". Liesje Kramer wist niet wat ze hoorde. Ze zei niets. Kees lachte hardop. „Ik geloof dat je je tong bent verloren" zei hij. „Ik wilde je alleen even komen zeggen, Liesje, dat ik geen verkering heb. Je had daar naar gevraagd. Ik kom er later nog wel eens op terug". Hij zwaaide naar Liesje.

Liesje zwaaide de wagen na en ging toen met een pioenrood gezicht weer naar binnen.

Het werd een dag vol verrassingen!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 17 januari 1978

Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's

advertenties worden G-E-S-P-E-L-D!

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 17 januari 1978

Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's

PDF Bekijken