Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Ronselptaktijken nog niet uit de wereld

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Ronselptaktijken nog niet uit de wereld

Leidse lector dr. J. R. Bruijn:

9 minuten leestijd

In het Groot Auditorium van de Leidse Universiteit heeft onlangrs dr. J. R. Bri4]n het ambt van gewoon lector In de zeegeschiedenis aanvaard, met het uitspreken van een oratie, g:etiteld „Het gelag der zeelieden".

Be invloed van journalisten op hun eigen tijd kan, aldus dr. Bruijn, vaak van betekenis zijn. Een voorbeeld hiervan zijn de geschriften van M. J. Brusse, die in 1899 een feuilleton in de Nieuwe Rotterdamsche Courant publiceerde onder de titel „Van af- tot aanmonsteren, het leven van den zeeman aan de wal". In boekvorm beleefde dit feuilleton daarna vele drukken. Brusse maakte hierdoor een groter publiek bekend met de normaal geachte willekeur, waaraan een zeeman in de havenplaatsen was overgeleverd. Hij signaleerde niets nieuws, want al eeuwenlang was dit het geval. Immers, een zeeman kon, zolang er bij marine en koopvaardij nog geen langer lopend dienstverband was, alleen voor de duur van één zeereis in dienst worden genomen. Na afloop van elke reis werd hij weer afgedankt.

Door toedoen van .Brusse's publikaties nam de Kamer voor Koophandel en Fabrieken te Rotterdam het initiatief tot de oprichting van een centraal aanwervingsbureau van de rederijen (1900). Hier was de bemiddeling kosteloos. De gemeente Rotterdam opende in 1941 bij de Gemeentelijke Arbeidsbeurs een afdeling voor de aanwerving van zeelieden voor buitenlandse schepen.

Kwam op deze wijze een einde aan één vorm van uitbuiting van de zeeman, ook op een tweede terrein was dit het geval. Voor onderdak en verzorging in een havenstad waren veruit de meeste zeelieden op logementen aangewezen. Dat was geen probleem zolang zij nog over eigen geld de beschikking hadden. Raakte het echter op en hadden zij nog geen schip gevonden, dan liet de logementhouder of slaapbaas (ook veel vrouwen deden dit werk) hen op krediet in zijn zaak blijvend. Hij stelde daarvoor naar eigen inzicht de rekening op, verkocht hun nog zoveel mogelijk spullen voor de reis en liet hen vervolgens schuldbekentenissen tekenen. Deze schulden waren altijd preferent, als het later bij de waterschout op uitbetaling van de verdiende gages aankwam.

Oelag;^ betalen

Dit verlenen van voorschotten op de nog te verdienen gages van de zeeman, waarvan de hoogste meestal in geen enkele verhouding tot de verleende diensten stond, was een vast ingeburgerd gebruik. De zeeman betaalde hier letterlijk en figuurlijk het gelag. De slaapbaas echter op zijn beurt liep met deze voorschotten risico's - de zeeman kon spoedig sterven of deserteren - en moest vaak lang op

Bij het zoeken van een schip was hij meestal aangewezen op de bemiddeling van zogenaamde makelaars ter zeevaart. Deze figuren brachten hem in contact met de koopvaardijschippers en de marineautoriteiten. Deze bemiddeling kostte de zeeman altijd geld. Voorbeelden van het optredpn van deze makelaars of aanbrengers in de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw worden in archieven en memoires aangetroffen. Rondom 1900 worden zij ook schippingmasters genoemd en zijn zij nog volop actief in Rotterdam; in veel mindere mate in Amsterdam waar meer lijnvaart met vast dienstverband was. • T^oor het uitdiepen en het onderhoud van de toegangsvaarwegen naar Lake Maracaibo heeft het Instituto Nacional de Canalizaciones te Venezuela een sleepzuiger (zie tekening) bij IHC SolUind besteld. In het laadruim komen bodemschuiven, waardoor grote losopeningen ontstaan en waardoor storten van de opgezogen specie (of bagger) in ondiep water mogelijk is. 96 Sander droogde zijn handen aan de bonte handdoek goed af en zette zijn pet af. Gerrit bleef staan. „Ga zitten, Gerrit" zei Sander, terwijl hij zelf in de leunstoel plaats nam. Gerrit ging zitten en stak regelrecht van wal.

„Ja, ouderling Baars zou wel raar kijken, dat Gerrit hem kwam opzoeken. Het moest wel, want moeder Maaike was doodziek geworden en ze lag op haar uiterste". Daar keek Sander van op. „Wel, wel" was zijn antwoord. „Is het met Maaike zo slecht gesteld. Ja, ik heb ze enkele zondagen in de kerk gemist en dat is haar gewoonte niet, maar ik wist niet, dat ze zo ziek was".

Gerrit knikte somber. „Ja, Baars, het liep op een endje met de moeder van Maartje en de dominee is ook al tweemaal geweest". Sander maakte zichzelf verwijten, dat hij daar nu helemaal geen weet van had. Hij was toch maar een onnutte ouderling. „Nu, ik ben in elk geval blij, dat je me dat komt vertellen, Gerrit en ik kom morgenavond subiet naar de oude vrouw kijken. Wel, wel, Maaike zo ziek. Ja natuurlijk ze was oud, maar op zo iets reken je niet". Gerrit bewoog zich wat ongemakkelijk in zijn stoel. „Nou, ik ben blij dat je morgenavond wilt komen, maar moeder heeft me op mijn hart gedrukt, dat ze graag had dat je vanavond nog kwam. Morgen kan het te laat zijn, Baars". Sander dacht even na. „Gerrit" zei hij. „Ga jij maar rustig naar huis, over een half uur ben ik bij je". Gerrit knikte opgelucht. „Ik ben nog niet aan het eind van mijn boodschap. Baars" zei hij. „Moeder wilde dat je ook Kees Schipper en Klaas Hoogenboom gelijk meebracht. Ik snap er ook niks van, maar de oude vrouw heeft gezegd: Zeg tegen Sander Baars dat hij Kees Schipper en Klaas Hoogenboom meebrengt. Je zou zo zeggen, dat het oude mens nu helemaal in de war is, maar dat is niet waar, ouderling Baars, Moeder is zo helder als glas de laatste dagen".

Sander was meer verbaasd dan hij liet merken. „Ik weet niet of ik Kees en Klaas vanavond bereiken kan, maar ik ga er onmiddellijk heen. Ik beloof je, als ze thuis zijn, dat ze meekomen, Gerrit. Zeg dat maar tegen Maaike". Gerrit sprong overeind. „Ik ben blij. Baars" zei hij, „dat je het allemaal zo gelijkmatig opvat. Ik wil je wel vertellen, dat ik tegen deze boodschap opzag als tegen een berg. Nu moet ik nog naar de smid". „Naar de smid" vroeg Sander verwonderd, „wat moet je daar nu gaan doen?"

„Ook al zoiets vreemds" zei Gerrit. „De smid moet ook komen want die heeft moeder eens uit de Vliet gehaald en ze wil de smid nog eens bedanken. Maar die hoeft niet vanavond te komen. Dat mag ook morgen, heeft ze gezegd. Ik loop de benen uit mijn lijf, maar het is voor mijn schoonmoeder en het is een best mens, al zeg ik het zelf'.

Sander Baars sloeg de grote Gerrit Kruit op zijn schouder. „Eén ding zal ik je altijd nageven, Gerrit" zei hij. „Heus, je hebt voortreffelijk voor je schoonmoeder gezorgd".

Gerrit Kruit straalde. „Ik heb mijn best gedaan" zei hij. „En één ding moet je niet vergeten, Baars, de vrouw was het waard..."

Sander Baars at haastig een boterham, verwisselde van kleren en zijn geld wachten, zeker bij de Verenigde Oostindische Compagnie. Daarom verkocht hij deze schuldbekentenissen tegen een lagere dan de nominale waarde aan ' zogenoemde transportkopers. Het waren vooral deze figuren, die vanuit de achtergrond de financiën van een zeemanswijk beheersten. Menig slaapbaas was van hen afhankelijk, want voor zijn zaak moest hij toch geregeld over contant geld kunnen beschikken. Een interessant voorbeeld van een dergelijk financier wordt met de Rotterdammer Carl (1801-1850) gegeven.

Zeemanstehuizen

Nog minder werd de zeeman gebonden toen in 1852 het initiatief werd genomen tot de oprichting van twee zeemanstehuizen in Rotterdam en Amsterdam. In de Verenigde Staten en Engeland waren dergelijke tehuizen al eerder sntstaan. Aanvankelijk werden zij niet erg druk bezocht, maar na 1900 begon dit te veranderen. Er kwamen toen weldra diverse nieuwe tehuizen bij. De zeeman, Nederlander of buitenlander, was toen niet meer van derden (particulieren), die zich op zijn geld toelegden, afhankelijk. Mede door toedoen van (internationale) vakbonden voor zeelieden werden na 1914 nog vele verbeteringen in de voorzieningen in de havensteden aangebracht.

In menig Aziatisch land echter bestaan nog steeds dezelfde soort ronsel- en uitbuitingspraktijken, die in ons land sinds de dagen van Brusse geleidelijk zijn verdwenen.. Dit onderzoek naar de personen zond Marie naar de Kerkstraat om Kees Schipper te waarschuwen. Zelf ging hij bij Marien Hoogenboom langs. Marien dacht, dat Sander een avondje kwam praten en heette hem hartelijk welkom, maar Sander vertelde, dat hij om Klaas kwam. „Ja, Klaas was thuis" zei Marien. „Had Sander Klaas nodig, nu, dat kon altijd. Klaas, ^Klaas" galmde zijn stem door de gang. „Ja vader, wat is er?" kwam de stem van Klaas uit de woonkeuken. „Kom eens hier. Klaas, hier is Sander Baars en hij heeft jou nodig". Klaas Hoogenboom kwam naar voren en zei: „Goeienavond Baars. Wat kan ik voor je doen?" Sander vertelde de verbaasde Klaas de .boodschap van Gerrit Kruit. Maaike wilde hebben, dat Sander Baars, Kees Schipper en Klaas Hoogenboom haar kwamen bezoeken aan haar ziekbed, dat bijna zeker haar sterfbed zou worden. „Gaat Kees Schipper ook mee" vroeg Klaas. „Marie is naar Kees toe en hij zal zeker meegaan, daar twijfel ik niet aan" was het antwoord. Marien Hoogenboom keek gespannen naar zijn zoon. Klaas Hoogenboom werd heel bleek.

„Ik ga mijn schoenen aantrekken. Baars en ik ga gelijk met je mee" zei hij beslist. Hij verdween weer naar de woonkeueken. Marien Hoogenboom keek hem met gepaste trots na. „Daar ben ik nou zo' dankbaar voor, Sander" zei hij zachtjes. „Het valt niet mee voor hem, maar hij bijt door". Sander Baars kon niet anders dan instemmend knikken. en instellingen, die zich met de zeeman tijdens zijn verblijf aan de wal bezighielden, is alleen een confrontatie met de sociale kant van de zeegeschiedenis.

Zeegeschiedenis wordt als universitair vakgebied alleen aan de I.eidse Universiteit ffpHoneerd. Het valt onder de subfaculteit der geschiedenis en wordt door studenten geschiedenis en ook door studenten uit andere studierichtingen als keuzevak of bijvak bij him kandidaats of doctoraalexamen gekozen, vaak als specialisatie in hun hoofdvak.

Zware Nederlandse sleepboten vertrekken vanuit Kure, Japan, met een complete pulpfabriek, om. deze vele duizenden mylen verderop via de Afrikaanse Kaap in Brazilië af te leveren. Het karwei vergt drie maanden. • familiebericht • zakel. adv. * vergadervaria • schakeltjes (doorhalen hetgeen niet wordt gewenst) 1978 Bestemd voor het R.D. van en groot... .kolom (4 cm br.) mm hoog. Prijs per mm ƒ 0.60 met een minimum van 15 mm (bij contract aanmerkelijk lager). Voor familie berichten en „Schakeltjes" geldt een tarief van ƒ 0.50 per mm. Voor „Schakeltjes" ƒ 2.- adm. kosten extra. Voor brieven onder no. wordt ƒ 2.25 berekend. Exclusief 4% B.T.W. De tekst dient 1 )ag.voor plaatsing uiterlijk om 15.30 uur in ons bezit te zijn. Voor de krant van zaterdag: vrijdag uiterlijk om 12.00 uur Nota zenden aan: Adres: Woonplaats: Bon in open enveloppe zonder postzegel, zenden aan:

REFORMATORISCH DAGBLAD, Antwoordnummer 92, Apeldoorn

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1978

Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's

Ronselptaktijken nog niet uit de wereld

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1978

Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's

PDF Bekijken