Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

I Reimerswaal, verdronken I maar niet vergeten dorp j

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

I Reimerswaal, verdronken I maar niet vergeten dorp j

7 minuten leestijd

REIMERSWAAL — De naam „Reimerswaal" moet voor de bewoners van de Zeeuwse eilanden in de zestiende eeuw al een bijzondere klank gehad hebben. Een stukje gebied dat omringd door het water van Ooster schelde werd bewoond door een aantal mensen die zich ondanks vele tegenslagen niet lieten verdrijven. Turend over het water kon men de toren onderscheiden van een stad die eens als toonaangevend gold in een gebied waar de bevolking in een betrekkelijke welstand verkeerde.

Dit duurde totdat in 1530 een noordwester novemberstorm het water de polders indreef. Bij Lodycke en bij Kreeke kon het zich vrijelijk toegang verschaffen door twee breuken in de dijk. Dertien dorpen werden verzwolgen en alleen Reimerswaal ontkwam aan de greep van het waer. Voorlopig althans. Beschermd door zijn wallen was dit dorp het enige in ,,de wilde meren" dat gespaard bleef. De bevolking moet echter beseft hebben dat vroeg of laat ook hun geboortegrond ten offer zou vallen. Omringd door het water was het kwetsbaarder dan ooit. Desondanks hield men manmoedig stand en pas in 1573 verliet de laatste Reimerswaalnaar het „eiland" voorgoed. Het rijke en aanzienlijke Reimerswaal werd tot een verbanningsoord voor gevangen genomen Spaanse soldaten. Sinds eeuwen is de plaats geheel verdwenen maar als verdronken stad heeft het nog altijd een zekere beroemdheid.

Raadsels

„Raginamaeris-Waela" is de oorspronkelijke Latijnse benaming en kenners distilleren daar „raad", „beroemd" en ,,kolk" uit. Al in 1204 werd deze benaming door geschiedschrijvers gebruikt maar het is niet duidelijk hoe een en ander te rijmen valt. Het is niet aan te nemen dat de naamgevers de plaats een beroemde Eenvoudig versierd aardewerk, waarschijnlijk niet van ,,de aanzienlijken". toekomst voorspeld hebben. Of het al een zekere beroemdheid genoot is niet te achterhalen.

„Waal", „weel" of „wiel" is een begrip dat in Zeeland vele malen vooricomt. Het is een put die ontstaat door het kolkende water achter een dijkdoorbraak. Het woordje „raad" is nog altijd een raadsel. Het thema in de verhalen die over Reimerswaal geschreven zijn is altijd de trotse eigenzinnigheid van de heren die het kasteel van Lodycke bewoonden. Zij bedienden zich van veel personeel en lieten zich maar weinig gezeggen. Dat laatste is hun duur te staan gekomen. Zij dwarsboomden de maatregelen van de regering bij de herstelwerkzaamheden van de dijken door geen toestemming te geven om. over hun gebied te trekken. Dit heeft geleid tot ernstige vertraging van het herstel van de dijken en tenslotte tot de ondergang van Reimerswaal. zienlijken in die tijd was blijkt uit een verslag van Vierling, een bekend waterbouwkundige uit de tijd. Vorderend met hun werkzaamheden kwamen de zakdragers toe aan het gat in de dijk bij Lodycke. Met hun zakken gevuld met zoden op de nek moesten ze van de heer van Lodycke rechtsom

Maatregelen keert maken.

De regering nam voor die tijd moderne maatregelen en gelastte de reeds gevluchte bevolking terug te keren naar haar gebied om aande vernielde waterkering te werken. Degenen die gebleven waren mochten niet meer weg, er werd een evacuatieverbod ingesteld. Uit brieven aan de centrale regering in Brussel van mensen die met de dijkinspectie belast waren, blijkt hoe erbarmelijk de toestand in het gebied is. ,,Grote gebieden staan onder water en de vruchten van de afgelopen oogst en het zaad van de toekomende, alsmede de beesten en goederen van de arme landluiden zijn bedorven en verloren. En wat erger is vole onderzaten, vrouwen en kinderen zijn weggedreven en verdronken".

De keizer machtigde de heren tot het heffen van een schelling van elk ,,gemet" om daarmee de dijken en sluizen te repareren. In 1531, het water stroomde nog altijd ongehinderd door de grote gaten, verstrekt de regering een lening van 40.000 pond van 40 groten Vlaams.

Aanzienlijken
Hoe groot de invloed van de aan

Adriaan van Reimerswaal die altijd „overhoop" lag met de stad wilde het niet toelaten. Bovendien zag hij voordeel in het gat en meende er een goede havengelegenheid aan over te houden. Vierling wijt het mislukken van het opvullen van het gat bij Kreeke eveneens aan. de „lieden" van Reimerswaal. In hun haast om hun land droog te leggen lieten zij alle gaten die er nog gevallen waren stoppen, behalve die bij Lodycke en Kreeke.

Dit had tot gevolg dat daar grote stroomsnelheden ontstonden. Bij Kreeke zijn er door dit eigenzinnig optreden veel dijkwerkers bij hun weritzaamheden jammerlijk verdronken.

Proces

Doch niet alleen het eigenzinnig optreden van die ,,lieden" is de oorzaak geweest dat Reimerswaal tenslotte ,.vergaan" is. De bedrijvigheid op economisch gebied in de 15e eeuw kon niet verhinderen dat de katastrofale gebeurtenissen van een eeuw later hun schaduwen toen reeds vooruit Benen en kammen, vondsten uit het Verdronken Land. wierpen. Het principe „elc sinen dike" was funest voor de watering. Men had niet alleen de mankracht te leveren maar ook de financiën werden gelijkelijk bijgedragen door de „parochiën". Dat deze opgave te zwaar was voor velen van de inwoners blijkt al tijdens een proces in 1464. Vier parochies werden voor de rechter gedaagd wegens achterstallige betaling. De mensen daar waren zo arm geworden dat ,,zij luttel of niet" hadden om te leven.

De opvatting dat elk zijn dijk diende te onderhouden leidde er zelfs toe dat het stro uit de bedden werd gebruikt ter versteviging. Strenge straffen dwongen de inwoners daartoe. Een ordonnantie door Maximiliaan van Oostenrijk, uitgevaardigd voor een billijker verdeling van de lasten, kwam voor het gebied van Reimerswaal te laat. In 1509 werden alle ingelanden gehouden bij te dragen in het onderhoud van de buitendijlten en bijzondere dijkverzwaringen.

Hervorming

In 1532 werden alle werken ter drooglegging door een strormvloed weer te niet gedaan. En in de twaalf jaar daarna overstroomde het gebied nog zes keer en één keer richtte een enorme brand grote verwoestingen in de stad aan. Het onheil was niet meer af te wenden. In 1572 viel de plaats ten offer aan plunderingen. Na de hervorming ging Zeeland een goede toekomst tegemoet, Reimerswaal echter steeds meer bergafwaarts. De bevolking hield zich nog voornamelijk met de visvangst bezig. In 1631 nam het overschot van de eens zo voorname ingezetenen de wijk naar Tholen. Na de overwinning op de Spanjaarden werd het bewaken van de krijgsgevangenen een probleem. Het „eiland" degradeerde tot krijgsgevangenkamp.

Fantasie

Van de stad waar nu nog steeds de fundamenten bij laag water zichtbaar worden, is behalve dat nog slechts een legende over. Wol, zout en meekrap zijn de polen waarop de economie draaide. Reimerswaal was een levendige handelsstad waar van heinde en ver de kooplieden naar de markt kwamen. In 1375 kreeg het zijn stadsrechten en het stadsbestuur bestond uit schef)enen en twee burgemeesters. Veel schrijvers hebben over de stad Reimerswaal hun fantasie de vrije loop gelaten. Maar zonder overdrijven kan toch wel gezegd worden dat hier het spreekwoord ,,hoogmoed komt voor de val" voor veel Reimeiswaalnaars bittere werkelijkheid is geworden. Vele rijken die een „groten staat voerden" en zich door veel personeel lieten Ijedienen hebben later zelf moeten dienen. Nog erger was het met hen die bedelende aan een boterham moesten zien te komen. ,,Ende metterwoon komende in die omliggende landen van Zeelandt sijn se met grooten hoopen ghestorven, die sommigen van rouwe ende melancolie, die sommige van honger ende kommer als veel menschen wel kenlijck is". Dat schrijft een tijdgenoot die diep onder de indruk is gekomen van de ramp.

Namen

Degenen die zich ondanks alle ellende konden handhaven en opTholen een redelijk bestaan hadden verworven, hielden een eigen gemeenschap in stand. Door onderlinge huwelijken hebben ze zich lang weten te handhaven en zich van de andere inwoners onderscheiden. Veel namen herinneren nog aan die tijd en de dragers ervan zijn van oorsprong Reimerswaalnaars.

Geluk, landbouwer en dijkgraaf op Cereshof (onder Tholen) noemt er enkele. Kamhout, Comelisse, Lonke, Schot, Stierman, Verkammen, Van Veen, Witte, Mol, Wagtho, De Haas, Kurbink en Vlasman, volgens hem familienamen die op Reimerswaal hun oorsprong vinden. Tot verdriet van archeologen wordt het verdronken land steeds meer een toeristische trekpleister. Vooral in de zomermaanden trekken zij er bij laag water op uit om resten te zoeken en als souvenir mee naai huis te nemen. Het is verboden en bovendien zeer gevaarlijk. En zonder geleide die het gebied kent is het een hachelijke onderneming..

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 11 februari 1978

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

I Reimerswaal, verdronken I maar niet vergeten dorp j

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 11 februari 1978

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken