Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Joods Pasen in riten en symbolen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Joods Pasen in riten en symbolen

Feest van de ongezuurde broden

12 minuten leestijd

De maand waarin de Israëlieten van Farao werden verlost stelde de Heere God tot een hoofd der maanden. De eerste van de maanden van het jaar. De maand van de wonderen. Die in de Torah, de Mozaïsche wet, arenmaand heette en pas later Nisan werd genoemd. Tot op vandaag de alef en de taw, de eerste en laatste letter van de joodse geschiedenis. En van hun godsdienstig leven. In symbolen uitgedrukt en in ceremonieel en riten vastgehouden.

Na de uittocht, toen het volk in het land der vaderen woonde en de tempel te Jeruzalem stond, ging het pésach, het paaslam, ten dele tot de offerdienst behoren. Het werd een feestmaal waarbij de bereiding en de toespijzen bleven gehandhaafd. Maar er was niet meer de dreigende haast van de uittocht. Het was het grootste feest. Toen de joden in de verstrooiing leefden verviel het paaslam. De matzah, de ongezuurde broden, en de maror, de bittere groenten, bleven. Met deze ingrediënten vieren de gelovige joden over de hele wereld nog steeds hun grote feest.

Matzah

Het ongezuurde brood, de matzah, beheerst het hele feest. In de joodse gezinnen zet het al weken van te voren een stempel op het leven. Het deeg van het brood mag absoluut niet rijzen en als het klaar is beslist niet gedesemd zijn. Het moet volkomen vrij zijn van alle sporen van zuurdeeg of gist. In onze tijd bakt vrijwel niet één joodse huisvrouw zelf haar ongezuurde broden. Dat wordt gedaan in de best ingerichte fabrieken en onder zeer deskundig en nauwgezet rabbinaal toezicht.

Niet slechts het brood moet ongedesemd zijn. Geen enkele spijs en geen enkele drank mag in de tijd van het feest gedesemd zijn. Dat betekent niet alleen dat het eten en drinken daarvan verboden is. De gelovige jood mag niets dat gedesemd is in huis hebben tijdens het feest. Maar ook niét iets waarin iets gedesemd vermengd kan zijn. Ook iets wat ermee in aanraking is geweest is verboden! Nog verder gaan de voorschriften. Het kookgerei, het vaatwerk, huishoudelijke voorwerpen die reeds voor gedesemde spijzen en dranken zijn gebruikt mogen op het Paasfeest niet zomaar worden gebruikt. Zij moeten eerst worden gezuiverd, en grondig. Er is een reiniging voorgeschreven die bijna een chemische reiniging gelijkt. Vaak ook wordt vaatwerk en dergelijke gebruikt dat uitsluitend voor het grote feest bestemd is. De voorschriften hiervoor zijn uiterst streng.

Schoonmaak

Tijdens het joodse Paasfeest worden allerlei waren in huis gehaald die allemaal onder rabbinaal toezicht zijn bereid en behandeld. En de speciale Paasserviezen worden tevoorschijn gehaald. Tegelijk vindt een grondige schoonmaak plaats. Alle zuurdesem moet weg, overal vandaan, uit alle schuilhoeken van de woning. Waar maar iets in kasten of dergelijke verborgen kan zijn moet het weg. Geen plaats mag worden vergeten. De woning wordt grondig gereinigd. Alsof een nieuw leven begint. Zoals bij dat begin tijdens de uittocht. De schoonmaak als symbool, waardoor het allergewoonste in een andere sfeer wordt gebracht en het gewone en alledaagse van de grond wordt getild.

De dag voor het Paasfeest moet 's morgens het laatste zuurdesem verdwenen zijn. Direct na het eerste ontbijt. De avond daarvoor is het hele huis gecontroleerd of al het gedesemde verwijderd is uit alle vertrekken. Met uitzondering van wat de volgende morgen nog zal worden gegeten. Wat bij die inspectie nog wordt gevonden wordt zorgvuldig opgeborgen. Na het ontbijt wordt definitief het laatste gedesemde bijeengebracht. Tot de laatste kruimels toe gaat het weg. Het laatste wordt gedaan aan schoonmaak en reiniging en uiterlijk om elf uur worden dë laatste resten van het gedesemde verbrand. Dat gebeurt in een speciaal daarvoor aangestoken apart vuur, een Paasvuur dus. Bij voorkeur buiten, in de tuin of op een binnenplaats. In grote steden waar veel joden bij elkaar wonen, wordt dat vaak gezamenlijk op straat gedaan. Na het verbranden wordt officieel vastgesteld en vastgelegd dat alle zuurdesem en wat daarvan doortrokken was, verwijderd is.

De séder-tafel

Aan de séder-tafel, op de avond van de vijftiende nisan, de dag van het feest, wordt de uittocht uit Egypte symbolisch gevierd. Het woord séder betekent eigenlijk niet meer dan „orde". In het joodse Paasfeest is het echter een term vol betekenis: de huiselijke eredienst op de beide eerste avonden van het Paasfeest. En meer speciaal nog: de naam van de schotel met ingrediënten midden op tafel. De schotel met de symbolen en tekenen bij het verhaal dat zal worden voorgelezen. Met het vallen van de avond wacht de synagoge op degenen die tot het feest zullen gaan. Voornamelijk de mannelijke leden van het gezin. Het avondgebed wordt gehouden, waartussen de liturgische dichtvormen worden ingelast, waarin de betekenis van het feest wordt bezongen. Speciaal van deze avond, van de Nacht van de Uittocht, de Lèl-Sjimmoeriem. Inmiddels wacht thuis de séder-tafel.

Als de mannen uit de synagoge komen is de séder gereed. Iedereen is in feestgewaad, de tafel is gedekt en gesierd, er is overvloedig licht. Op de séderschotel ligt een matzah, een paasbrood, daaroverheen een servet, dan weer een matzah, weer een servet, dan het derde paasbrood afgedekt met een laatste servet. Die séderschotel is vaak een gewoon groot bord. Ook zijn er wel fraai bewerkte en kostbare séderschotels van edelmetaal. Ook worden speciale schotels met drie verdiepingen gebruikt. Bijkomstige verschillen, vaak door praktische overwegingen gerealiseerd. Bovenop de schotel ligt een botje met een weinig vlees eraan, bijna kaal en gebraden. Het dient als symbool van het vroegere paaslam dat immers buiten de tempel niet volgens de offervoorschriften kon worden geslacht en behandeld. Alleen in de Tempel, in Jeruzalem, was het mogelijk het echte pésachlam te offeren en te nuttigen.

Klei

Van de bittere kruiden ligt op de séderschotel de mierikswortel, een zeer bitter gewas. Ook nog minder bittere soorten zoals radijs en latuw, een soort salade. Er staat een soort toespijs om de andere gerechten in te dopen,"charoseth" genoemd. Het ziet er uit als klei en roept herinneringen op aan de tichelovens waar de voorouders slavendienst moesten verrichten. Het is een mengsel van kleingesneden rozijnen, amandelen, appelen, met wat kaneel, suiker en een scheutje wijn. Tijdens de viering van het Pascha door de ouden in Jeruzalem, ging het nuttigen van het Paaslam vergezeld van een maaltijd met nog andere spijzen. Daarom vindt men op de séder-tafel ook steeds een gebakken ei, peterselie of selderij, een bakje azijn of zoutwater om de spijzen in te dopen.

Het paasbrood dat tijdens de séder genuttigd wordt geldt voornamelijk als symbool en minder als voeding. Later, tijdens de andere dagen van het feest, is het gewoon dagelijks voedsel. Dan moet het alleen maar ongezuurd zijn. Het ongezuurde brood voor de huiselijke eredienst tijdens de séder wordt extra voor het doel bereid.

Op de séder-tafel staat ook wijn, bestemd voor allen: mannen, vrouwen en kinderen. Bij voorkeur is dat rode wijn, maar ook wordt vaak onschuldige rozijnenwijn gebruikt. Tot viermaal moeten de kelken worden geledigd of half of ten dele leeggedronken worden. Al naardat men kan verdragen. Want het is geen drinkpartij maar een symbolisch drinken. Een gewijde dronk voor het feest. Wie er niet tegen kan en de kinderen mogen volstaan met een teug. Maar na iedere dronk of halve dronk of teug worden de bekers opnieuw gevuld. Zodat ieder bij elke toast uit een volle beker drinkt.

Vier bekers. Waarom? Omdat in de joodse Thora, in II Mozes 6 vers 6 en 7 staat: „Ik zal u uitvoeren van onder de lastdruk van Egypte en Ik zal u bevrijden van hun dienst en Ik zal u redden met uitgestrekte arm en grote strafgerichten en Ik zal u nemen voor Mij tot volk en Ik zal u tot God zijn.." Wie Exodus 6 vers 6 en 7 leest herkent wat in de Thora staat. Daarin staat het doel van de uittocht getekend. Op vier manieren. Maar men kan de tekst gemakkelijk zo lezen dat er vijf begrippen staan. Voor de gelovige jood echter vier uitdrukkingen waarin God zegt wat Zijn bedoeling is met de uittocht.

Vijfde beker

Er staat echter steeds nog een vijfde beker op de séder-tafel. Een gevulde die ook vol blijft. De beker voor de profeet Elia. Want de gelovige jood verwacht dat, voorafgaande aan de grote Dag van de Verlossing, Elia zal komen. In Maleachi staat immers: „Ziet, Ik zend u de profeet Elia, eer dat die grote en die vreselijke dag des Heeren komen zal". Dat is immers het einde van het Oude Testament, het op een na laatste vers. En op deze avond, de séderavond, nu in het bijzonder zou de grote profeet kunnen komen! De wijn staat voor hem klaar. En bij het ceremonieel zal ook nog even de deur een ogenblik wagenwijd worden opengezet. Want Elia kan komen. Als Israël in heel de wereld, ver uit elkaar gedreven en in kleine splinters geslagen, toch overal de verlossing viert. Als een deel van de joden sinds 1948, na bijna tweeduizend jaar verstrooiing, in eigen land de Uittocht herdenkt. Als zij allen wachten, nog steeds wachten. Op hun Grote Dag, op hun Elia die vóór die dag zal verschijnen. Zoals de jood het Maleachi laat zeggen: „Ik zend u de profeet Elia vóórdat de Dag, de grote en ontzaglijke Dag des Eeuwigen komt."

De seder

Aan de séder-tafel heeft de vader de leiding en het feest begint met de eerste dronk. Omdat de ouden vroeger aanlagen wordt ook dat nagebootst. De aanzittenden buigen wat naar links en leunen op hun linkerarm. Daarna begint de eigenlijke dienst nadat door de kinderen vaders handen zijn gewassen. Dat moet niet worden gezien als symbool maar als een eerbetoon aan de vader, die tijdens het feest de koning van het gezelschap is en als zodanig wordt behandeld. Dan wordt de eerste matzah gebroken en van de middelste wordt een stuk opgeborgen. Na de maaltijd zal dat worden verdeeld als het symbolisch vlees van het paaslam. Want vroeger werd er bij het paaslam immers wel een maaltijd gehouden maar na het paaslam nuttigde men niets. Dus moet een stukje matzah na de maaltijd als laatste dienen als symbolisch vlees van het lam.

Dan wordt door allen de séderschotel opgeheven, waarvan eerst door de vader het beentje en het ei zijn weggenomen. Terwijl de schotel geheven wordt klinkt het: „Dit is het brood der ellende, dat onze voorouders in Egypte gegeten hebben." En weer: „Al wie honger heeft kome en ete mee; al wie er behoefte aan heeft, kome en viere het Pésach met ons mede". Tenslotte klinkt het overbekende: „Thans nog hier, het volgende jaar in Erets-Israël. Nu nog afhankelijk, het volgend jaar zelfstandige vrije mensen!" Een wens die gelukkig voor veel joden niet meer geldt nu zij in hun vaderland terug zijn.

Dan spreekt de jongste van het gezelschap: „Waarom is deze avond zo geheel anders dan andere avonden? Andere avonden eten we naar believen chaméts of matzah, vanavond enkel matzah. Andere avonden eten we allerlei groenten, vanavond bitterkruid, marór. Andere avonden dopen we onze spijzen helemaal niet in, vanavond twee malen. Andere avonden eten we in zittende of leunende houding naar believen, vanavond liggen wij allemaal aan!" Hij zegt dat op uit de Haggadah, het joodse boek, de „lering of onderwijzing" die de leerstellige inhoud van het oude testament verklaart. Daarmee begint het verhaal van de Uittocht. Omdat God gezegd heeft: „Gij zult uw zoon te kennen geven op die dag en zeggen: Dit is om hetgeen de Heere mij gedaan heeft toen ik uit Egypte uittoog. Daarom is er séderavondviering. Daarom wordt er verteld.

Dan wordt de tweede beker wijn gedronken nadat Psalm 113 en 114 van het Hallél zijn gezongen en met de bede om verlossing naar lichaam en ziel is besloten. Daarna volgt de maaltijd, voorafgegaan door gemeenschappelijk handenwassen. Een rituele wassing met wijdingsspreuk. Eerst voorafgegaan door het nuttigen van wat bitterkruid gedoopt in de charoseth, de op klei lijkende toespijs. Na de maaltijd wordt de derde beker geledigd, waarbij een tafelgebed wordt uitgesproken. De eigenlijke dis is ten einde.

De na-séder

De deur wordt wijd geopend. Thans slechts een gebaar. In de middeleeuwen en in sommige streken ook nu nog, het bewijs van Godsvertrouwen. Juist op séderavond ontbrandde de haat tegen de joden en vaak kwam het tot bloedige aanslagen. Maar de deur ging open! Wie zou anders binnenkomen dan Elia? Nog geeft het de oprechte jood een huiver van mystieke aandoening. De vierde beker wijn wordt gedronken, het Hallél wordt uitgezongen, afgesloten met de slotlofzegging. Het is de beker voor de laatste toast. Met de wens: ,,Het volgend jaar in Jeruzalem". Na het zingen van nog enkele volksliederen uit de haggadah wordt de séder gesloten.

Omertijd

In de joodse Torah zijn zeven dagen voor de viering van het Paasfeest voorgeschreven. Op de eerste en de zevende is werkonthouding verplicht. De tweede dag wordt de eerste omergerst gebracht en dan begint de omertelling. 'n Telling van negenenveertig dagen die voert naar het Wekenfeest als de oogst van het graan is geëindigd. Door deze telling zijn het Paasfeest en het Wekenfeest aaneengeschakeld. De omertelling wordt avond aan avond in de synagoge verricht. Zo komt aan het einde van die keten van dagen het Wekenfeest als slot van Pésach, van heit joodse Paasfeest. Die omertijd, die voor de joden zo met hun Pasen vakbonden is, hebben we slechts kunnen aanstippen.  Voor de westerse wereld is Pasen het feest van vernieuwing, van het nieuwe leven, van het uitbottende groen en de lachende lentezon. Zonder de opgestane Christus is het niet méér! Ook voor Israël valt het feest in het voorjaar, in de tijd van de oogst, was het vóór Mozes waarschijnlijk een oud herdersfeest. Vow de joden is het kardinale van het feest het Goddelijke van de uittocht. Het begin van de joodse geschiedenis. De uittocht van de miljoenen-massa van slaven uit Egypte tot het miljoenenvolk van vrije mensen. Van bevrijde mensen. 

Pasen... Pésach... uittocht...bevrijding. De uittocht die het allesbeheersende van de joodse geschiedenis zal blijven. Die met symbolen en ceremoniën zal worden gevierd. Als gedachtenis aan dat vertrek midden in de nacht met dat haastige en Inklemmende Pascha. Met het bloed aan de deur en de wraakengel boven het land. Toen de God van Abraham, Izaak en Jakob Zijn volk vrijuit deed gaan. Maar wat zou het groot zijn öte alle joden eens het christelijke Paasfeest zouden mogen vieren. Zonder symbolen maar met een rijke betekenis.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 1978

Reformatorisch Dagblad | 34 Pagina's

Joods Pasen in riten en symbolen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 1978

Reformatorisch Dagblad | 34 Pagina's

PDF Bekijken